<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2026:950</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-23T15:20:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/206364-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:950">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:950</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-23T12:43:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2026:950 Rechtbank Gelderland , 27-01-2026 / 05/206364-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2026:950:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Opzettelijke invoer van ruim 132 kg hennep. Geen onderscheid in verschillende soorten hennep, geen strijd met EU-recht, Nederlands recht niet buiten toepassing verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2026:950:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/206364-23</para>
      <para>Datum uitspraak	: 27 januari 2026</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak (artikel 279 Sv)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum 1] 1994 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende aan [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsvrouw: mr. D. Kisteman, advocaat in Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 20 februari 2023 te Nijmegen, althans in Nederland,</para>
      <para>opzettelijk</para>
      <para>binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht,</para>
      <para>(in totaal) ongeveer 132,553 kilogram, in elk geval een hoeveelheid hennep, zijnde</para>
      <para>hennep een</para>
      <para>middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen</para>
      <para>krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_6cb41e1b-a064-48be-abdd-4558ea246665" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat niet uit de bewijsmiddelen kan volgen dat het inbeslaggenomen materiaal daadwerkelijk hennep als bedoeld in artikel 3 van de Opiumwet is. Daarnaast zou het vereiste opzet ontbreken, nu verdachte heeft toegelicht biomassa en geen henneptoppen te hebben besteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] beschrijven dat zij op 2 februari 2023 (de rechtbank begrijpt uit de overige processen-verbaal in het dossier dat <emphasis role="italic">20</emphasis> februari 2023 is bedoeld) het verzoek kregen om naar een transportbedrijf in Nijmegen te gaan. Bij dit bedrijf zouden henneptoppen gezien en geroken zijn in meerdere dozen. Toen de verbalisanten ter plaatse kwamen, zagen zij verschillende dozen gevuld met henneptoppen. [verbalisant 1] is tevens taakaccent houder hennep en komt in deze hoedanigheid regelmatig ambtshalve in contact met henneptoppen. Aan de vorm, geur, kleur en textuur herkende hij de henneptoppen. Even later kwam verbalisant [verbalisant 3] ook ter plaatse. Hij constateerde ook het bovenstaande.<footnote-ref linkend="_dbb52280-0f63-434c-b689-ec5a473fdff7" /> Verbalisant [verbalisant 4] , onder meer speurhondengeleider Verdovende Middelen binnen de douane, heeft de uitgestalde transparant plastic zakken in de loods gezien en hij rook de door kennis en ervaring opgedane geur van marihuana. In alle uitgestalde zakken zag hij, eveneens door kennis en ervaring opgedaan, toppen marihuana.<footnote-ref linkend="_2ed19a1f-7d04-477c-9903-90fb3f3d3635" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens zijn de henneptoppen gewogen door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] . Het nettogewicht van de henneptoppen kwam uit op 132,553 kilogram.<footnote-ref linkend="_9bd46c7f-1221-40fe-8c41-cdac63082055" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat hij de hennep bij een bedrijf in Verona (Italië) heeft besteld. Op 21 oktober 2021 is vastgelegd in de politiesystemen dat verdachte ervan uitging dat hij planten mocht bestellen, omdat zij een lage THC-waarde hadden. Hem is toen medegedeeld dat de Opiumwet niet over waardes praat, maar hennepplanten genoemd zijn in lijst II en hij deze dus niet in bezit mag hebben. Hem is medegedeeld dat een en ander wordt vastgelegd als politiewaarschuwing. Later aan het bureau bleek dat in 2020 ook al uitleg is gegeven aan verdachte in verband met wetgeving.<footnote-ref linkend="_de93bd7c-8139-4d4e-9d40-40881b6b9745" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat uit bovengenoemde bewijsmiddelen volgt dat het aangetroffen materiaal hennep is in de zin van artikel 3 van de Opiumwet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verweer van verdachte, dat hij bedoelde hennep te importeren die niet onder de werking van de Opiumwet valt, slaagt niet. De rechtbank stelt op basis van het voorgaande vast dat verdachte ervan op de hoogte was dat hij geen hennep in bezit mocht hebben, ook niet als de planten een lage THC-waarde zouden hebben. Door, ondanks de waarschuwing uit 2021 en de uitleg in 2020, hennep te bestellen uit Italië heeft verdachte op zijn minst genomen de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij daarmee hennep Nederland heeft ingevoerd die valt onder de werking van de Opiumwet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarmee acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de invoer van hennep. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 20 februari 2023 te Nijmegen, <emphasis role="strike-through">althans in Nederland,</emphasis></para>
      <para>opzettelijk</para>
      <para>binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht,</para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">(</emphasis>in totaal<emphasis role="strike-through">)</emphasis> ongeveer 132,553 kilogram, <emphasis role="strike-through">in elk geval een hoeveelheid hennep,</emphasis> zijnde</para>
      <para>hennep een</para>
      <para>middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, <emphasis role="strike-through">dan wel aangewezen</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het feit:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder A van de Opiumwet gegeven verbod.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De raadsvrouw heeft hiertoe aangevoerd dat er binnen de Europese Unie sprake is van een gemeenschappelijk landbouwbeleid. De raadsvrouw heeft erop gewezen dat in de EU-verordening 2021/2115 staat beschreven dat het THC-gehalte van binnen de Europese Unie verbouwde hennep niet hoger mag zijn dan 0,3% en dat het in deze zaak gaat om een hennepsoort (namelijk een biomassa van vezelhennep) met een THC-gehalte dat onder de 0,3% ligt. Hierdoor is sprake van een product dat op grond van geharmoniseerde EU-regels in de Europese Unie is toegestaan. Dit brengt met zich dat het tenlastegelegde niet strafbaar is, nu de Opiumwetbepalingen buiten toepassing dienen te blijven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat de genoemde landbouwexceptie niet van toepassing is. Zij verwijst hiervoor naar het arrest van de Hoge Raad van 18 maart 2025, in het bijzonder de conclusie van de AG.<footnote-ref linkend="_8a9d770d-5330-449c-a3ad-8b01cc011068" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt het volgende. De rechtbank stelt vast dat in lijst II bij de Opiumwet hennep is gedefinieerd als elk deel van de plant van het geslacht cannabis (hennep), waaraan de hars niet is onttrokken, met uitzondering van de zaden. Blijkens de wetshistorie en krachtens bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad geldt voorts dat het begrip hennep betrekking heeft op de gehele hennepplant, niet alleen de (geoogste) werkzame delen van de plant, waarbij het THC-gehalte van de plant bij de definiëring in het geheel geen betekenis toekomt. Voor de definitie van hennep, alsmede voor de beoordeling van de strafbaarheid van de invoer daarvan op grond van de Opiumwet, is het THC-gehalte niet relevant.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de invoer van hennep niet alleen de illegale handel in softdrugs in stand houdt, maar ook allerlei maatschappelijk ongewenste effecten veroorzaakt, waarmee de openbare orde ernstig kan worden ondermijnd. In de toelichting bij de Opiumwet staat dat het doel van de wet het beschermen van de volksgezondheid is door het gebruik van verdovende middelen tegen te gaan. In het verlengde daarvan wil de Opiumwet de georganiseerde criminaliteit aanpakken, de openbare orde en veiligheid beschermen en voorkomen dat verdovende middelen in het illegale circuit terechtkomen. De Opiumwet reguleert daarmee een ander, niet in de landbouwverordening van de EU geregeld aspect van de handel in hennep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat de Nederlandse wetgever voor de bescherming van de openbare orde en veiligheid tegen drugs heeft gekozen voor de verboden in de Opiumwet en geen andere uitzonderingen dan de in het Opiumwetbesluit opgenomen landbouwexceptie heeft gemaakt. Verdachte heeft hennep ingevoerd in Nederland. Dat is een overtreding van de Opiumwet. De landbouwexceptie is op de invoer van hennep in Nederland niet van toepassing. Het THC-gehalte van deze hennep is dan niet meer van belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet op basis van het voorgaande geen reden om de Opiumwet op dit vlak buiten toepassing te verklaren. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is daarmee niet aannemelijk geworden. Het feit is derhalve strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De raadsvrouw heeft hiertoe aangevoerd dat verdachte een beroep toekomt op verontschuldigbare dwaling. Hij verkeerde immers te goeder trouw in de veronderstelling dat hij een product bestelde en liet invoeren dat niet binnen het regime van de Opiumwet zou vallen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een schulduitsluitingsgrond. Verdachte is derhalve strafbaar, aldus de officier van justitie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt het volgende. Van verdachte mag worden verwacht dat hij zich ervan vergewist of hij hennep, in welke vorm dan ook, mag invoeren. Voor zover hij af zou zijn gegaan op mededelingen, een analyse en/of documentatie van de directeur van het Italiaanse bedrijf, waar hij de hennep van kocht, geldt dat hem op grond hiervan geen beroep toekomt op een verontschuldigbare dwaling. Immers is verdachte in 2021 gewaarschuwd door de politie dat hij geen enkele vorm van hennep in zijn bezit mag hebben. Daarnaast is in 2020 ook al uitleg aan verdachte gegeven in verband met wetgeving door de politie. Door, ondanks deze eerdere waarschuwing en uitleg, toch hennep in te voeren, is de rechtbank van oordeel dat verdachte niet te goeder trouw in de veronderstelling kon verkeren dat hij een product bestelde en liet invoeren dat niet binnen het regime van de Opiumwet zou vallen. Het verweer van de verdediging dat sprake is van een verontschuldigbare dwaling wordt door de rechtbank verworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De voorwaardelijke verzoeken tot het horen van [getuige 1] en [getuige 2]</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft bij pleidooi de voorwaardelijke verzoeken gedaan [getuige 1] (directeur van de leverancier) en [getuige 2] (de laborant van de leverancier) als getuigen te horen. Het horen van beide getuigen is volgens de verdediging noodzakelijk om tot een behoorlijke beantwoording van de bewijsvraag te komen. Zij kunnen niet alleen verklaren over het THC-gehalte, maar hun verklaringen zijn ook noodzakelijk voor het opzetvraagstuk, aldus de raadsvrouw.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het horen van beide getuigen niet noodzakelijk is in het kader van de beantwoording van de vragen van artikel 348 Sv en 350 Sv. Daarom dient het verzoek worden afgewezen, aldus de officier van justitie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het moment waarop de verzoeken door de raadsman zijn gedaan, zal de rechtbank deze verzoeken beoordelen aan de hand van het noodzakelijkheidscriterium. Gelet op wat de rechtbank eerder onder “De strafbaarheid van de verdachte” heeft overwogen ten aanzien van de relevantie van het THC-gehalte, alsmede wat zij heeft overwogen ten aanzien het opzetvraagstuk, is de noodzaak van het horen van de twee getuigen niet gebleken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht zich door het verhandelde ter terechtzitting voldoende ingelicht en acht het horen van [getuige 1] en [getuige 2] niet relevant voor enige in de onderhavige zaak te nemen beslissing. Nu de noodzaak van het gevraagde de rechtbank niet is gebleken, wijst zij het verzoek af. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, te vervangen door 60 dagen hechtenis. De officier van justitie heeft hierbij rekening gehouden met vergelijkbare zaken en het tijdsverloop van bijna 3 jaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft bepleit dat rekening moet worden gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn van bijna een jaar. Daarnaast is verdachte een first offender, die sinds de onderhavige verdenking niet meer in aanraking is gekomen met justitie. Ook is geen sprake van een typische drugszaak. Verder is verdachte een ondernemer in de supplementenbranche en draagt deels de zorg voor zijn grootmoeder, aldus de raadsvrouw. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de invoer van een forse hoeveelheid hennep, namelijk ruim 132 kilogram. De personen die verdovende middelen invoeren, worden mede verantwoordelijk gehouden voor de nadelige effecten die door de handel in- en het gebruik van verdovende middelen worden veroorzaakt. Daarbij zijn softdrugs stoffen die bij langdurig gebruik kunnen leiden tot schade aan de gezondheid. Daarom hanteert Nederland tot op heden een ruime definitie van hennep. Door de handelwijze van verdachte wordt dit restrictieve overheidsbeleid doorkruist. De rechtbank rekent dit verdachte aan, mede omdat verdachte kennelijk uit financiële motieven heeft gehandeld. Daarnaast is hij eerder gewaarschuwd door de politie. Dit heeft verdachte er niet van weerhouden om dit strafbare feit te plegen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van het strafblad van verdachte. Daaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor vergelijkbare strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenover de ernst van het feit staat dat het gaat om een oud feit. Verdachte is sinds 20 februari 2023 bekend met de verdenking. De zaak is behandeld op 13 januari 2026, bijna 3 jaar later. Ten aanzien van deze feiten constateert de rechtbank dan ook dat de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, fors is overschreden. De rechtbank zal hiermee in strafverminderende zin rekening houden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ondanks de ernst van het feit is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, mede gelet op het tijdsverloop niet passend is. Wel acht de rechtbank, in tegenstelling tot de officier van justitie, een zogenoemde ‘stok achter de deur’ van belang om zoveel als mogelijk te waarborgen dat verdachte niet opnieuw strafbare feiten zal plegen. Eerdere waarschuwingen en uitleg van de politie hebben verdachte immers niet weerhouden van het plegen van onderhavig feit. Daarnaast is verdachte nog steeds actief als ondernemer, waarvoor hij weer goederen importeert. Hierin ziet de rechtbank aanleiding om, naast een taakstraf, ook een voorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte opleggen een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast zal zij aan verdachte een taakstraf opleggen van 120 uren, te vervangen door 60 dagen hechtenis. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen: </para>
    </parablock>
    <para>-	14 a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht;</para>
    <para>-	3 en 11 van de Opiumwet.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden</emphasis>;</para>
    <para />
    <para> bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit; </para>
    <para />
    <para> legt op <emphasis role="bold">een taakstraf van 120 uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.E.W. van de Sande (voorzitter), mr. J.M. Graat en <?linebreak?>mr. L.M. Vogel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B. de Rooij, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 januari 2026.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Mr. C.E.W. van de Sande is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_6cb41e1b-a064-48be-abdd-4558ea246665" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 5] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2023079157, gesloten op 9 juni 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dbb52280-0f63-434c-b689-ec5a473fdff7" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 7-8. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2ed19a1f-7d04-477c-9903-90fb3f3d3635" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van determinatie, p.28.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9bd46c7f-1221-40fe-8c41-cdac63082055" label="4">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 17-19 &amp; het proces-verbaal van bevindingen, p. 27.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_de93bd7c-8139-4d4e-9d40-40881b6b9745" label="5">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 54.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8a9d770d-5330-449c-a3ad-8b01cc011068" label="6">
    <para> ECLI:NL:HR:2025:370 &amp; ECLI:NL:PHR:2025:30.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>