<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2026:926</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-11T14:51:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/160567-25 en 05/281054-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:926">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:926</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-09T14:02:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2026:926 Rechtbank Gelderland , 09-02-2026 / 05/160567-25 en 05/281054-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2026:926:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling tot een gevangenisstraf van 14 maanden voor het voorhanden hebben van een pistoolmitrailleur, munitie en drugs in de woning en het plegen van voorbereidingshandelingen voor drugshandel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2026:926:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummers: 05-160567-25 + 05-281054-25 (gev. ttz)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak	: 9 februari 2026</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende aan [adres] ,</para>
      <para>op dit moment gedetineerd in de Zutphen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman: mr. H.C. Ingelse, advocaat in Maastricht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van parketnummer 05-281054-25</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.<?linebreak?>hij op of omstreeks 16 oktober 2025 te Arnhem<?linebreak?>om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet,<?linebreak?>voor te bereiden en/of te bevorderen,<?linebreak?>te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren,<?linebreak?>van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen<?linebreak?>krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, te weten cocaïne,<?linebreak?>voorwerpen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, te weten:<?linebreak?>- een hoeveelheid (ongeveer 6,13 gram) cocaïne (in meerdere (47) gripzakjes en/of bolletjes en/of wikkels verpakt),<?linebreak?>- een geldbedrag (ongeveer 1240,- euro in verschillende coupures),<?linebreak?>- meerdere bankpassen op andermans naam, en/of<?linebreak?>- twee, althans meerdere, telefoons,<?linebreak?>waarvan verdachte wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het<?linebreak?>plegen van dat feit;</para>
    <para />
    <para>2.<?linebreak?>hij op of omstreeks 16 oktober 2025 te Arnhem<?linebreak?>opzettelijk<?linebreak?>aanwezig heeft gehad<?linebreak?>ongeveer 6,13 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal<?linebreak?>bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van parketnummer 05-160567-25</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.<?linebreak?>hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2025 tot en met 21 februari 2025 te Arnhem<?linebreak?>een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie,<?linebreak?>te weten een pistoolmitrailleur, van het merk PPS, type/model 43, kaliber 7.26x25 mm (met<?linebreak?>wapennummer [nummer] ) zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren<?linebreak?>voorhanden heeft gehad;</para>
    <para />
    <para>2.<?linebreak?>hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2025 tot en met 21 februari 2025 te Arnhem<?linebreak?>munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten<?linebreak?>- 88, althans een of meerdere, kogelpatronen van het kaliber 7.62x25 mm Tokarev en/of<?linebreak?>- 19, althans een of meerdere, kogelpatronen van het kaliber 9x19 mm<?linebreak?>voorhanden heeft gehad;</para>
    <para />
    <para>3.<?linebreak?>hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2025 tot en met 21 februari 2025 te Arnhem<?linebreak?>opzettelijk aanwezig heeft gehad<?linebreak?>ongeveer 20,93 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal<?linebreak?>bevattende MDMA, zijnde MDMA<?linebreak?>een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,<?linebreak?>dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    <para />
    <para>4.<?linebreak?>hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2025 tot en met 21 februari 2025 te Arnhem<?linebreak?>opzettelijk aanwezig heeft gehad<?linebreak?>ongeveer 73,04 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.</para>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_5889c694-99f3-452a-8f61-ceaf57d785b1" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van parketnummer 05-281054-25</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feiten 1 en 2. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft bepleit dat er ten aanzien van feit 1 geen sprake is van voorbereidingshandelingen. De drugs die verdachte bij zich droeg waren voor eigen gebruik en de hoeveelheid was niet zodanig dat daardoor sprake is van een indicatie voor de handel in drugs. De bankpassen op andermans naam waren van de personen die tijdelijk in de woning van verdachte verbleven. Het contante geldbedrag was afkomstig van een opname bij een geldautomaat. Verdachte moet worden vrijgesproken van dit feit. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feiten 1 en 2</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank zal de feiten 1 en 2 tegelijk beoordelen gelet op de nauwe onderlinge samenhang. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 16 oktober 2025 zag een verbalisant in burgerkleding een persoon lopen die hij ambtshalve herkende als verdachte op een drugsoverlastlocatie in Arnhem. Verdachte leek zenuwachtig en keek continu om zich heen. Daarna zag verbalisant dat verdachte contact maakte met een man in een scootmobiel, waarbij verdachte vluchtig iets over gaf aan de man en ze daarna uit elkaar gingen. Het was verbalisant bekend dat verdachte antecedenten heeft voor de Opiumwet.<footnote-ref linkend="_00f1288a-2166-4dca-9c47-601866153fa9" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kort daarna werd verdachte staande gehouden. Op de vraag van verbalisanten of verdachte iets bij zich had dat hij niet bij zich mocht hebben, antwoordde verdachte: <emphasis role="italic">“Ik heb misschien wel spullen bij me die ik niet bij me mag hebben”</emphasis>. Bij de fouillering werden in de rechterbroekzak van verdachte 47 gripzakjes met inhoud aangetroffen. In de nektas van verdachte werd daarnaast een wikkel met daarin twee bolletjes met inhoud, meerdere bankpassen op een andere naam dan die van verdachte, twee mobiele telefoons en een contant geldbedrag van € 1.240,- in coupures van  € 50,-, € 20,- en € 5,- aangetroffen.<footnote-ref linkend="_1e0a1c8c-cd88-470f-bacc-ea96fcd91a4e" /> Uit later onderzoek bleek dat de inhoud van de gripzakjes en de wikkel in totaal 6,13 gram cocaïne betrof.<footnote-ref linkend="_254ceddf-9408-45bb-850e-f54b283850c5" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het samenstel van deze feiten en omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank geen andere conclusie  worden getrokken dan dat de aangetroffen voorwerpen en stoffen bestemd waren voor de voorbereiding van de handel in harddrugs. Daarbij is van doorslaggevend belang de combinatie van de aangetroffen hoeveelheid afzonderlijk verpakte cocaïne, het bezit van 47 gripzakjes, de aanwezigheid van meerdere mobiele telefoons, het aanzienlijke contante geldbedrag in verschillende coupures en de aanwezigheid van bankpassen op naam van anderen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat de cocaïne uitsluitend voor eigen gebruik zou zijn ongeloofwaardig. Het aantal losse gripzakjes past niet bij eigen gebruik en wijst op handelingen gericht op drugs dealen. Verder is het standpunt dat de bankpassen toebehoorden aan mensen die tijdelijk de woning van verdachte bewoonden onvoldoende onderbouwd. Verdachte heeft geen namen van personen genoemd waardoor niet kan worden gecontroleerd dat verdachte inderdaad om die reden de bankpassen bij zich had. De verklaring dat het contante geldbedrag van € 1.240,- afkomstig was van geldopnames en dat hij vaker grotere bedragen contant opneemt past daarnaast niet bij de overige omstandigheden waaronder het geld is aangetroffen. De samenstelling van het bedrag in verschillende coupures, in combinatie met de gripzakjes en de bankpassen, sluit aan bij het patroon van handel in verdovende middelen en past niet bij uitsluitend eigen gebruik.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande, in samenhang bezien met de locatie en de waargenomen overdracht, is de rechtbank van oordeel dat verdachte wist, dat de stoffen, voorwerpen en gelden bestemd waren voor de handel in harddrugs. Daarmee is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte voorbereidingshandelingen heeft verricht als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van parketnummer 05-160567-25</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feiten 1, 2, 3 en 4. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde onder feiten 1 en 2 omdat er geen sprake is van beschikkingsmacht ondanks dat het DNA van verdachte op het vuurwapen is aangetroffen. Daarvoor is ondersteunend dat ook andere personen op het adres van verdachte verbleven en (in ieder geval ook) van hen DNA op het vuurwapen is aangetroffen. Er is volgens de raadsman geen sprake van bewuste aanwezigheid, omdat verdachte zag dat [naam] het vuurwapen in een doos de woning uit tilde. Ook is er niet voldaan aan het vereiste van de duurzame controle. Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Voor feit 4 moet vrijspraak volgen omdat verdachte de hennep niet zelf in de woning had neergelegd, maar waarschijnlijk door [naam] was meegebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feiten 1 en 2</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank zal ook de feiten 1 en 2 onder dit parketnummer tegelijk beoordelen gelet op de nauwe onderlinge samenhang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 21 februari 2025 is de woning van verdachte aan [adres] doorzocht. In de woonkamer werd onder een dressoir een zwarte tas aangetroffen met daarin een pistoolmitrailleur, patroonhouders en scherpe munitie. Daarnaast werd in de onderste lade van een ladeblok in de keuken een zak met scherpe patronen en een plastic tas met kogelpunten gevonden.<footnote-ref linkend="_96dbc28e-0aec-483c-b511-1b3349d0cfdc" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het aangetroffen wapen betrof een PPS-pistoolmitrailleur, model 43, kaliber 7.62x25 mm, voorzien van een automatische vuurstand en geschikt om projectielen af te schieten door middel van een scheikundige ontploffing. Het wapen is aan te merken als een vuurwapen in de zin van artikel 2, eerste lid, categorie II, onder 2, van de Wet Wapens en Munitie (hierna: WWM). De aangetroffen munitie betrof in totaal 87 kogelpatronen van het kaliber 7.62x25 mm Tokarev en waren geschikt om met het pistoolmitrailleur te worden verschoten. De 19 kogelpatronen zijn van het kaliber 9x19 mm en valt onder artikel 2, tweede lid, categorie III, van de WWM.<footnote-ref linkend="_1ec0830c-6f33-4823-ba0d-f2fbf57e9f32" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan het vuurwapen en de bijbehorende patroonmagazijnen is forensisch DNA-onderzoek verricht. Op het patroonmagazijn dat zich ten tijde van het aantreffen in het vuurwapen bevond, is een DNA-mengprofiel aangetroffen dat afkomstig kan zijn van minimaal 4 personen, waaronder verdachte. De kans dat dit DNA-profiel afkomstig is van verdachte en 3 willekeurige onbekende personen is meer dan 1 miljard keer groter dan de kans dat het profiel afkomstig is van 4 willekeurige onbekende personen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook op het patroonmagazijn dat zich buiten het vuurwapen bevond zijn DNA-mengprofielen aangetroffen met het DNA van verdachte. Op één van deze bemonsterde locaties is het DNA-profiel meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer dit afkomstig is van verdachte en 2 willekeurige onbekende personen, dan wanneer dit afkomstig is van 3 willekeurige onbekende personen. Op een andere bemonsterde locatie op dit magazijn is een DNA-mengprofiel aangetroffen waarbij het 190 miljoen keer waarschijnlijker is wanneer het DNA afkomstig is van verdachte 3 willekeurige onbekende personen, dan wanneer het DNA afkomstig is van 4 willekeurige onbekende personen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder is op meerdere onderdelen van het vuurwapen zelf, waaronder de greep, de trekker, de trekkerbeugel en ruwe metalen delen, DNA aangetroffen dat afkomstig kan zijn van minimaal 5 personen, waaronder verdachte. De resultaten van dit onderzoek maken het ongeveer 1 miljoen keer waarschijnlijker dat verdachte één van de personen is die een relatief grote hoeveelheid DNA heeft bijgedragen, dan dat deze hoeveelheid DNA afkomstig zou zijn van willekeurige onbekende personen.<footnote-ref linkend="_8b8c5c44-325e-4df0-bb35-f150056f9241" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het juridisch kader</emphasis>
      </para>
      <para>Voor een bewezenverklaring van het opzettelijk voorhanden hebben van het vuurwapen en de munitie is vereist dat verdachte het vuurwapen en de munitie aanwezig heeft gehad, dat hij hier wetenschap van had en dat hij hier ook de beschikkingsmacht over had. Verdachte moet het vuurwapen en de munitie met andere woorden bewust aanwezig hebben gehad. Uit jurisprudentie volgt dat ‘<emphasis role="italic">een meerdere of mindere mate</emphasis>’ van bewustheid inhoudt dat verdachte zich bewust was van de (waarschijnlijke) aanwezigheid van het wapen, zonder dat die bewustheid zich hoeft uit te strekken tot de specifieke eigenschappen en kenmerken van het wapen of tot de exacte locatie van dat wapen. Beschikkingsmacht kan blijken uit feitelijke zeggenschap over de ruimte waarin het wapen of de munitie zich bevindt. Voor het bewijs van dergelijke bewustheid geldt dat daarvan ook sprake kan zijn in een geval dat het niet anders kan dan dat verdachte zulke bewustheid heeft gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt ten aanzien van de beschikkingsmacht en bewustheid van het vuurwapen en de munitie door verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het forensisch onderzoek kwam naar voren dat het DNA van verdachte is aangetroffen op het patroonmagazijn dat zich in het vuurwapen bevond, op een los patroonmagazijn en op meerdere functionele onderdelen van het wapen, waaronder de greep en de trekker. De aard, hoeveelheid en verspreiding van deze DNA-sporen maken het onaannemelijk dat sprake was van vluchtig contact en wijzen erop dat verdachte het wapen en de munitie daadwerkelijk heeft gehanteerd. Dat er ook DNA van andere personen op het vuurwapen werd aangetroffen, doet niet af aan de feitelijke beschikkingsmacht van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat hij de pistoolmitrailleur op 19 februari 2025 in zijn woning heeft gezien en vastgehouden. Verdachte vertrok daarna naar zijn vriendin in [plaats] .<footnote-ref linkend="_4611a8c9-df97-4016-afc5-83a30be6bf8a" /> Het vuurwapen werd op 21 februari 2025 nog steeds in de woning van verdachte aangetroffen. Verdachte verklaarde dat hij in de ochtend van 21 februari, kort vóór de inval en doorzoeking door de politie, nog in zijn woning was geweest.<footnote-ref linkend="_abd977b2-a162-4c0c-a4f1-a3e41b1f6f57" /> De zwarte tas met daarin het vuurwapen en de munitie lagen deels onder het dressoir en waren goed zichtbaar blijkens de foto’s van het aantreffen ervan in de woning van verdachte. Ook de munitie in de keukenlades bevond zich op een voor verdachte toegankelijke en waarneembare plaats. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de wetenschap van verdachte van de aanwezigheid van het vuurwapen, het tijdsverloop tussen 19 en 21 februari 2025, het feit dat verdachte kort vóór de inval nog in de woning aanwezig was, de zichtbare plek waar het t vuurwapen en de munitie is aangetroffen - namelijk onder het dressoir in de woonkamer - , alsmede de aangetroffen DNA-sporen, is de rechtbank van oordeel dat verdachte in die periode de feitelijke beschikkingsmacht over het vuurwapen en de munitie had. Daarmee heeft verdachte het vuurwapen en de munitie opzettelijk voorhanden gehad. Niet is vereist dat sprake is van duurzame controle, zoals de raadsman heeft bepleit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van bevindingen, p. 85.</para>
    <para>- het rapport NFiDENT, p. 210-211. </para>
    <para>- het proces-verbaal van verhoor verdachte bij de rechter-commissaris.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 4</emphasis>
      </para>
      <para>Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte aan [adres] op 21 februari 2025 werd er in de kast in de woonkamer een boterhamzakje met henneptoppen aangetroffen.<footnote-ref linkend="_1540153c-1c6f-4cbf-a853-be17dc69be33" /> De henneptoppen hadden een gewicht van 73,04 gram.<footnote-ref linkend="_a91b69ea-a352-4f06-af65-24a3963a698a" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vaststaat dat verdachte stond ingeschreven op [adres] en daar verbleef. De kast waarin de hennep werd aangetroffen bevond zich in een ruimte die tot de leefomgeving van verdachte behoorde. Verdachte verklaarde hij niet wist van de hennep in de woning en vermoed dat deze van [naam] was. Deze verklaring is echter niet concreet of verifieerbaar gemaakt. Verdachte heeft niet aangegeven hoe [naam] de hennep in de woning heeft gebracht en ook niet op welke wijze hij daar geen zeggenschap over had. [naam] heeft dit scenario bovendien niet bevestigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de vindplaats van de hennep in de leefomgeving van verdachte, het feit dat verdachte in de woning verbleef, dat hij verantwoordelijk is voor de goederen die zich in zijn woning bevinden en het ontbreken van een concrete onderbouwing van het alternatieve scenario, is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van de hennep en daarover feitelijke beschikkingsmacht had. Verdachte heeft daarmee de hennep opzettelijk aanwezig gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het feiten 1 en 2 van parketnummer 05-281054-25 en feiten 1 tot en met 4 van parketnummer 05-160567-25 heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van parketnummer 05-281054-25</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.<?linebreak?>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 16 oktober 2025 te Arnhem<?linebreak?>om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet,<?linebreak?>voor te bereiden en/of te bevorderen,<?linebreak?>te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken <emphasis role="strike-through">en/</emphasis>of vervoeren,<?linebreak?>van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen<?linebreak?>krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, te weten cocaïne,<?linebreak?>voorwerpen, stoffen, gelden en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, te weten:<?linebreak?>- een hoeveelheid (ongeveer 6,13 gram) cocaïne (in meerdere (47) gripzakjes en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> bolletjes en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> wikkels verpakt),<?linebreak?>- een geldbedrag (ongeveer 1240,- euro in verschillende coupures),<?linebreak?>- meerdere bankpassen op andermans naam, en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis><?linebreak?>- twee<emphasis role="strike-through">, althans meerdere,</emphasis> telefoons,<?linebreak?>waarvan verdachte wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het<?linebreak?>plegen van dat feit;</para>
    <para />
    <para>2.<?linebreak?>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 16 oktober 2025 te Arnhem<?linebreak?>opzettelijk<?linebreak?>aanwezig heeft gehad<?linebreak?>ongeveer 6,13 gram, <emphasis role="strike-through">in elk geval een hoeveelheid van een materiaal</emphasis><?linebreak?><emphasis role="strike-through">bevattende cocaïne</emphasis>, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, <emphasis role="strike-through">dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet</emphasis>;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van parketnummer 05-160567-25</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.<?linebreak?>hij <emphasis role="strike-through">op een of meerdere</emphasis> tijdstippen in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 1 februari 2025 tot en met 21 februari 2025 te Arnhem<?linebreak?>een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie,<?linebreak?>te weten een pistoolmitrailleur, van het merk PPS, type/model 43, kaliber 7.26x25 mm (met<?linebreak?>wapennummer [nummer] ) zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren<?linebreak?>voorhanden heeft gehad;</para>
    <para />
    <para>2.<?linebreak?>hij op <emphasis role="strike-through">een of meerdere</emphasis> tijdstippen in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 1 februari 2025 tot en met 21 februari 2025 te Arnhem<?linebreak?>munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten<?linebreak?>- 88, <emphasis role="strike-through">althans een of meerdere,</emphasis> kogelpatronen van het kaliber 7.62x25 mm Tokarev en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis><?linebreak?>- 19, <emphasis role="strike-through">althans een of meerdere,</emphasis> kogelpatronen van het kaliber 9x19 mm<?linebreak?>voorhanden heeft gehad;</para>
    <para />
    <para>3.<?linebreak?>hij op <emphasis role="strike-through">een of meerdere</emphasis> tijdstippen in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 1 februari 2025 tot en met 21 februari 2025 te Arnhem<?linebreak?>opzettelijk aanwezig heeft gehad<?linebreak?>ongeveer 20,93 gram, <emphasis role="strike-through">in elk geval een hoeveelheid van een materiaal</emphasis><?linebreak?><emphasis role="strike-through">bevattende MDMA,</emphasis> zijnde MDMA<?linebreak?>een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,<?linebreak?><emphasis role="strike-through">dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>4.<?linebreak?>hij op <emphasis role="strike-through">een of meerdere</emphasis> tijdstippen in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 1 februari 2025 tot en met 21 februari 2025 te Arnhem<?linebreak?>opzettelijk aanwezig heeft gehad<?linebreak?>ongeveer 73,04 gram, <emphasis role="strike-through">in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep</emphasis>, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, <emphasis role="strike-through">dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet</emphasis>.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van parketnummer 05-281054-25</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen, stoffen, gelden en andere betaalmiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van parketnummer 05-160567-25</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 3:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 4:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 maanden met aftrek van voorarrest. Ten aanzien van feit 4 onder parketnummer 05-160567-25 heeft de officier van justitie bepleit dat het gaat om een overtreding en heeft verzocht deze, gelet op de eis voor de overige feiten, af te doen met 9a Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft bepleit dat er bij de strafoplegging rekening mee moet worden gehouden dat verdachte al aanzienlijke tijd in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en daarvoor in Turkije onder erbarmelijke omstandigheden heeft vastgezeten. Daarnaast heeft verdachte een terminaal zieke moeder, is het contact met zijn kinderen verbroken en heeft verdachte toegegeven een verslaving te hebben. Gelet op het voorgaande heeft de raadsman bepleit dat aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd met als bijzondere voorwaarden ambulante behandeling, begeleid wonen, dagbesteding, beheersing middelengebruik en controles en elektronisch toezicht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ernst van de feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bezit van hard- en softdrugs en de voorbereidingshandelingen gericht op het handelen in harddrugs. In het algemeen geldt voor verdovende middelen dat zij verslavend zijn, met alle nadelige gevolgen van dien voor de gebruikers zelf en voor de samenleving als geheel. Daarnaast is het een feit van algemene bekendheid dat de handel in en het gebruik van verdovende middelen vaak gepaard gaan met verschillende vormen van (ernstige) criminaliteit, waardoor de samenleving ernstige schade wordt toegebracht. Door zijn handelen heeft verdachte een actieve bijdrage geleverd aan de instandhouding van verslavingen en het criminele drugscircuit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast heeft verdachte ook een pistoolmitrailleur met bijpassende munitie voorhanden gehad in zijn woning. Het bezit van vuurwapens, zeker automatische vuurwapens, brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee en het ongecontroleerde bezit ervan leidt tot gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Dat die risico’s zich realiseren blijkt uit de veelheid van geweldsincidenten waarbij vuurwapens worden gebruikt en (dodelijke) slachtoffers vallen. Bovendien heeft verdachte erkent dat zijn kinderen regelmatig in zijn woning waren. De rechtbank neemt de genoemde feiten verdachte erg kwalijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De persoon van verdachte</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft in aanmerking genomen het uittreksel justitiële documentatie van 6 januari 2026, waaruit blijkt dat verdachte de afgelopen 5 jaren niet is veroordeeld ter zake van Opiumwet- of Wet Wapens en Munitie-delicten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het reclasseringsrapport van 16 januari 2026 volgt dat de leefgebieden huisvesting, financiën, middelengebruik en verslaving, psychosociaal functioneren en houding als delictgerelateerde factoren worden aangemerkt. Daarnaast is mogelijk sprake van negatieve beïnvloeding door het netwerk waarin verdachte zich bevindt. Door de terugval in middelengebruik heeft verdachte mogelijk grensoverschrijdend en ontremd gedrag vertoond. De reclassering vermoedt dat verdachte verdovende middelen gebruikt om zijn psychische klachten te dempen. Verdachte is onvoldoende in staat gebleken adequate oplossingsvaardigheden toe te passen, hetgeen het risico op middelengebruik voor verdachte vergroot. Verdachte heeft tevens geen dagbesteding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De inzet van reclasseringstoezicht heeft in het verleden niet geleid tot vermindering van het recidiverisico, dat door de reclassering als hoog wordt ingeschat. Daarbij is de voorlopige hechtenis van verdachte 2 keer geschorst, waarna deze schorsingen telkens zijn opgeheven wegens verdenking van nieuwe strafbare feiten.  Door de instabiliteit op bijna alle leefgebieden en het ontbreken van (voldoende) beschermende factoren is de inzet van een ambulant kader onvoldoende toereikend. Om tot structurele gedragsverandering te komen, acht de reclassering een klinisch traject noodzakelijk. Indien verdachte daartoe bereid is, adviseert de reclassering een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, waaronder meldplicht, klinische opname, ambulante behandeling, begeleid wonen, dagbesteding en middelenbeheersing. Indien verdachte niet bereid is tot klinische opname, adviseert de reclassering het opleggen van een straf zonder bijzondere voorwaarden.</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De straf</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf gekeken naar de oriëntatiepunten voor de strafoplegging van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), waarbij alleen al voor het bezit van een automatisch vuurwapen in de woning onder categorie 2 het uitgangspunt een gevangenisstraf van 12 maanden is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is met de reclassering van oordeel dat een klinische behandeling noodzakelijk is gelet op de complexe psychische en verslavingsproblematiek, het hoge recidiverisico en het ontbreken van beschermende factoren. Eerdere trajecten in een minder dwingend kader zijn ontoereikend gebleken, hetgeen wordt bevestigd door het plegen van nieuwe drugs gerelateerde strafbare feiten tijdens de schorsingen van de voorlopige hechtenis voor onderhavige feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft echter verklaard niet mee te willen werken aan een klinische behandeling in een gedwongen of forensisch kader. Het opleggen van bijzondere voorwaarden is slechts zinvol indien sprake is van bereidheid en motivatie bij verdachte. Nu deze bereidheid ontbreekt zijn de bijzondere voorwaarden niet uitvoerbaar. Een ambulant kader biedt gelet op de aard en ernst van de problematiek van verdachte op dit moment onvoldoende waarborgen, ook als verdachte zou worden onderworpen aan elektronisch toezicht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles overziend en in samenhang bezien met de aard, ernst en omvang van de bewezenverklaarde feiten blijft uitsluitend de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf over. De feiten zijn te ernstig om af te doen met een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest, al dan niet in combinatie met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en bijzondere voorwaarden, zoals door de verdediging is bepleit. </para>
      <para>De rechtbank acht de eis van de officier van justitie passend en geboden. De rechtbank zal verdachte daarom voor feiten 1 en 2 van parketnummer 05-281054-25 en feiten 1, 2 en 3 van parketnummer 05-160567-25 veroordelen tot een gevangenisstraf van 14 maanden met aftrek van het voorarrest. Gelet op deze gevangenisstraf zal de rechtbank feit 4 van parketnummer 05-160567-25, een overtreding, afdoen met artikel 9a Sr.</para>
      <para>Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>De beoordeling van het beslag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van parketnummer 05-281054-25</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het inbeslaggenomen de € 1.240,- contant geld kan worden verbeurd verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het inbeslaggenomen geldbedrag vlak voor zijn aanhouding door verdachte was opgenomen bij een geldautomaat, zodat het moet worden teruggegeven aan verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte is op 16 oktober 2025 aangehouden door de politie. Verdachte had naast een hoeveelheid cocaïne in 47 gripzakjes, 2 telefoons en meerdere bankpassen op andermans naam ook een contant geldbedrag à € 1.240,- bij zich. Het geldbedrag (goednummer [nummer] ) zal worden verbeurd verklaard, nu met betrekking tot dit goed feit 1 is begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen: </para>
    </parablock>
    <para>-	33, 33 a en 57 van het Wetboek van Strafrecht;</para>
    <para>-	2, 3, 10, 10 a en 11 van de Opiumwet;</para>
    <para>-	26 en 55 van de Wet wapens en munitie.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verbeurd het contante geldbedrag à € 1.240,- (goednummer [nummer] ).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 4 van parketnummer 05-160567-25</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> bepaalt dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.G.E. ter Hart (voorzitter), mr. Y.M.J.I. Baauw en mr. M.S. de Vries, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.D. Egdom, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 februari 2026.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_5889c694-99f3-452a-8f61-ceaf57d785b1" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025502644, gesloten op 18 oktober 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_00f1288a-2166-4dca-9c47-601866153fa9" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 8-9.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1e0a1c8c-cd88-470f-bacc-ea96fcd91a4e" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 28 met bijlage p. 30-36.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_254ceddf-9408-45bb-850e-f54b283850c5" label="4">
    <para> Het rapport NFiDENT p. 24 en het rapport NFiDENT p. 25.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_96dbc28e-0aec-483c-b511-1b3349d0cfdc" label="5">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 77-78 en het proces-verbaal van bevindingen, p. 83-87 met bijlagen p. 88-110.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1ec0830c-6f33-4823-ba0d-f2fbf57e9f32" label="6">
    <para> Het proces-verbaal onderzoek wapen, p. 148-151 en het proces-verbaal van bevindingen p. 153-154. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_8b8c5c44-325e-4df0-bb35-f150056f9241" label="7">
    <para> Het rapport DNA-onderzoek aantreffen vuurwapen, p. 191-196.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4611a8c9-df97-4016-afc5-83a30be6bf8a" label="8">
    <para> De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 januari 2026.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_abd977b2-a162-4c0c-a4f1-a3e41b1f6f57" label="9">
    <para> De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 januari 2026.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1540153c-1c6f-4cbf-a853-be17dc69be33" label="10">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 84 met bijlage p. 106.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a91b69ea-a352-4f06-af65-24a3963a698a" label="11">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 146.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>