<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2026:581</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-30T08:58:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/331606-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:581">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:581</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-30T08:56:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2026:581 Rechtbank Gelderland , 22-01-2026 / 05/331606-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2026:581:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank spreekt een 49-jarige man vrij van bedreiging wegens onvoldoende overtuigend bewijs.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2026:581:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/331606-24</para>
      <para>Datum uitspraak	: 22 januari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1977 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende aan [adres 1] in [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsvrouw: mr. L.S. Wachters, advocaat in Arnhem .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting</para>
      <para>van 08 januari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
      <para>hij op of omstreeks 17 oktober 2024 te Azewijn, althans in Nederland, [aangever] heeft bedreigd met</para>
    </parablock>
    <para>- enig misdrijf tegen het leven gericht en/of</para>
    <para>- zware mishandeling,</para>
    <para>door als bestuurder van een tractor, althans een voertuig, (op korte afstand) in de richting van die [aangever] te rijden en/of te sturen, waardoor die [aangever] opzij moest springen/gaan;</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De standpunten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Overwegingen ten aanzien van het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 17 oktober 2024 doet [aangever] (hierna: aangever) aangifte. Hij heeft verklaard dat verdachte, zijn buurman, die dag omstreeks 18:30 uur gepoogd heeft op hem in te rijden met zijn tractor toen hij in de berm aan de [adres 2] bezig was met paaltjes in de grond zetten. Aangever herkende verdachte aan zijn haardracht en postuur. Aangever heeft verklaard dat de tractor geen vaart minderde toen deze op hem af reed en dat hij om zichzelf in veiligheid te brengen aan de kant is gesprongen achter een verkeersbord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [getuige 1] , de vrouw van aangever, heeft op 18 oktober 2024 een verklaring afgelegd. [getuige 1] heeft verklaard dat zij zag dat verdachte met de tractor, toen hij ter hoogte van haar man reed, in de richting van haar man stuurde en met zijn rechterwiel de berm in ging. Zij heeft verklaard dat zij zag dat haar man aan de kant sprong. Zij stond samen met haar zoon, schoondochter en kleindochter voor haar woning op zo’n 10 à 15 meter afstand van haar man, aldus [getuige 1] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zoon van aangever, [getuige 2] , is op 18 oktober 2024 als verdachte in een andere strafzaak gehoord. In dat verhoor heeft hij verklaard dat zijn vader paaltjes aan het herstellen was in de berm en dat hij zag dat de tractor van verdachte instuurde richting de berm waar zijn vader stond. Zijn vader kon net op tijd wegspringen. Verder heeft hij verklaard dat zijn vader zo’n 20 meter van hem vandaan stond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat de twee laatstgenoemde verklaringen afkomstig zijn van familieleden van de aangever, namelijk van zijn vrouw en zijn zoon.  Nadat het vermeende incident had plaatsgevonden, hebben zij de avond gezamenlijk doorgebracht in het huis van aangever. De verklaringen zijn vervolgens pas de dag erna, op 18 oktober 2024, bij de politie afgelegd. De rechtbank is van oordeel dat, gelet hierop en gelet op de voorgeschiedenis die de familie heeft met verdachte, de kans aanwezig is dat de verklaringen van aangever en zijn vrouw en zoon– al dan niet onbedoeld –door elkaar zijn beïnvloed. Dit betekent dat uitgangspunt is dat extra behoedzaam moet worden omgegaan met de verklaringen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan het dossier zijn camerabeelden toegevoegd. De betreffende camera is gericht op de [adres 2] en de berm die ernaast loopt. De rechtbank neemt op dit filmpje het volgende waar. Vaststaat dat het voertuig dat om 19:03:45 uur in beeld verschijnt, de door verdachte bestuurde tractor met aanhanger betreft. Er staat een boom die het zicht op de weg en berm deels ontneemt. Wel is zichtbaar dat een persoon  in reflecterende kleding achter die boom aan het werk is. Dit komt ook overeen met de foto’s die in het dossier zitten van de plaats waar aangever in zijn reflecterende kleding de paaltjes aan het rechtzetten was en waar het incident zou hebben plaatsgevonden. Op de camerabeelden is door de rechtbank niet te zien dat de tractor instuurt en ook weer uitstuurt; er is geen enkele van de doorgaande richting afwijkende beweging te zien. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat, gelet op het korte tijdsbestek waarin het incident zou hebben plaatsgevonden, namelijk enkele seconden, en het deel van de weg dat wel in beeld komt, dat in- en uitsturen wel zichtbaar zou moeten zijn geweest. De rechtbank kan dan ook niet anders dan vaststellen dat de waarnemingen van de camerabeelden de aangifte en de getuigenverklaringen niet ondersteunen, sterker nog, daarmee in tegenspraak zijn.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft de beschuldiging ontkend. Verdachte heeft verklaard dat hij die dag wel met zijn tractor over de [adres 2] heeft gereden, maar hij heeft aangever niet gezien en hij is niet de berm in gereden. </para>
      <para>Hoewel de rechtbank het, gelet op de rest van het dossier, voorstelbaar acht dat aangever en zijn familieleden grote zorgen en angst hadden om het gedrag van verdachte en het eveneens voorstelbaar is dat zij daardoor de situatie hebben ervaren zoals door hen verklaard is, pontbreekt bij de rechtbank gelet op bovenstaande de overtuiging dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van de civiele vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met het tenlastegelegde een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 3.993,- aan materiële schade en € 2.500,- aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overweging van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Nu de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt, zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van het tenlastegelegde;</para>
    <para />
    <para> verklaart de benadeelde partij [aangever] niet-ontvankelijk in de vordering.</para>
    <para>.</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Schoo (voorzitter), mr. M.M. Klaasen en mr. J.M.E. Langen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. van Doorn, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 januari 2026.</para>
              <para />
              <para>mr. J.M.E. Langen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>