<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2026:458</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-04T12:26:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11654121</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Nijmegen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:458">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:458</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-04T12:03:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2026:458 Rechtbank Gelderland , 09-01-2026 / 11654121</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2026:458:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geldlening. Het bedrag is opeisbaar en het mogelijk aan de schuldenaren toekomende bedrag (nog) niet. Toewijzing vordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2026:458:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">GELDERLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Nijmegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11654121 \ CV EXPL  25-1187</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 9 januari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. R.H. van de Beeten,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [naam gedaagde 1] , </title>
    <parablock>
      <para>2. <emphasis role="bold">[naam gedaagde 2]</emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partijen,</para>
      <para>hierna samen te noemen: [gedaagden] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 6 juni 2025;</para>
      <para>- de brief van 6 juni 2025 van [eiser] met als bijlage productie 8a;</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 18 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waar beide partijen een pleitnota hebben overgelegd en voorgedragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] en [gedaagden] zijn buren. Zij bewonen een pand aan [adres 1] in [woonplaats] dat oorspronkelijk één geheel was, maar later is gesplitst. [gedaagden] woont op nummer [nummer] en [eiser] op nummer [nummer] . </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Aanvankelijk was er één elektra-, gas- en wateraansluiting voor beide woningen. Deze bevond zich in de woning van [eiser] . Later is ook in de woning van [gedaagden] een aansluiting gerealiseerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>In een overeenkomst van 30 januari 2023 hebben partijen het volgende afgesproken in het kader van de splitsing van voornoemde voorzieningen:</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Financiën</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verdeling kosten aansluitingen en zelfstandige systemen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	Elk huishouden draagt de kosten voor het realiseren van een zelfstandig functionerend woonhuis zelf. Tegenvallers of meevallers worden niet verrekent of bij elkaar in rekening gebracht.</para>
      <para>2.	[eiser] en [naam] dragen eenmalig 10.000,00 euro extra bij aan het realiseren van een volledig zelfstandig functionerend [adres 1] , mits, op het moment dat [adres 1] volledig geen water, elektra en verwarming worden gebruikt via de aansluiting en apparatuur van [adres 2] , alle rekeningen, verbruikskosten, afschrijvingen en apparatuur van [gedaagden] aan [eiser] en [naam] zijn betaald.</para>
      <para>3.	Deze 10.000,- wordt, indien aan de voorwaarden wordt voldaan, afgetrokken van de op dat moment nog openstaande schuld van [gedaagden] bij [eiser] en [naam] , op het moment dat [adres 1] volledig geen water, elektra en verwarming worden gebruikt via de aansluiting en apparatuur van [adres 2] . Indien er minder dan 10.000,- open staat van de schuld dan wordt het resterende bedrag binnen 2 weken overgemaakt naar de rekening van [gedaagden] .</para>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Tussen partijen zijn diverse geschillen gerezen. Dit heeft onder meer geleid tot een procedure in kort geding, waar partijen op 8 februari 2024 een schikking hebben getroffen die in een proces-verbaal is vastgelegd. Daarin staat onder meer:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Partijen verlenen elkaar na uitvoering van het bovenstaande finale kwijting van al hetgeen zij in het kader van deze procedure gevorderd hebben en al hetgeen zij mogelijk nog te vorderen hebben in het kader van de rechtsbetrekking die tussen hen heeft bestaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagden] te veroordeelt tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 8.681,28, te vermeerderen met rente vanaf 6 maart 2024 en voorts veroordeling van [gedaagden] in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagden] voert gemotiveerd verweer. [gedaagden] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de kosten die [gedaagden] heeft moeten maken voor deze procedure, te weten een bedrag van € 340,12, althans een door de kantonrechter vast te stellen bedrag.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagden] geld heeft geleend van [eiser] . Het precieze geleende bedrag is de kantonrechter niet duidelijk, maar tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat partijen beiden uitgaan van het door [eiser] overgelegde nadere overzicht<footnote-ref linkend="_b7f5fcf4-2e14-4f91-80ab-7310a0854b06" /> waaruit een door [gedaagden] verschuldigd bedrag blijkt van € 14.192,71 per 2 oktober 2022. De door [gedaagden] betaalde aflossingen zijn evenmin in geschil, zodat per 30 oktober 2023, en ook nu nog, een verschuldigd bedrag van € 8.682,28 resteert. [eiser] vordert nu betaling van dit bedrag, althans één euro minder en in die zin de vordering kennelijk beperkend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [gedaagden] voert primair aan dat tussen partijen (ook) voor dit geschil finale kwijting is overeengekomen in de op 8 februari 2024 in een proces-verbaal vastgelegde schikking. De kantonrechter verwerpt dit verweer. In het proces-verbaal zijn afspraken vastgelegd over – kort gezegd – aan de riolering uit te voeren werkzaamheden en afspraken met betrekking tot de inrit. Door [gedaagden] is niet gesteld, en dit is ook niet gebleken, dat specifiek ook deze lening onderdeel was van het debat in kort geding en (dus) van de tussen partijen getroffen schikking en kwijting. De kwijting kan ook niet gelezen worden in de woorden “de rechtsbetrekking die tussen hen heeft bestaan” omdat in kort geding de rechtsbetrekking tussen partijen als buren aan de orde was en het gebruik van het terrein rondom de woningen, terwijl de lening – hoewel ook verstrekt in het kader van de aankoop van de woning – daar buiten staat. Naar het oordeel van de kantonrechter kan de afspraak in kort geding niet zo ruim worden gelezen dat deze in de weg staat aan de huidige vordering van [eiser] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Zoals hiervoor overwogen is de lening niet in geschil en evenmin welk bedrag [gedaagden] nog verschuldigd is. [gedaagden] stelt echter dat hij jegens [eiser] aanspraak kan maken op € 10.000,00 op grond van artikel 5.2 van de tussen partijen op 30 januari 2023 gesloten overeenkomst. Eerste voorwaarde voor het opeisbaar zijn van het bedrag van € 10.000,00 is dat de woningen wat betreft de installaties van elkaar gescheiden zijn. Niet in geschil is dat sinds 24 juli 2023 aan deze voorwaarde is voldaan. Als tweede voorwaarde is in de overeenkomst opgenomen dat – kort gezegd – alle kosten betreffende de installaties zijn voldaan. Volgens [eiser] is niet aan deze voorwaarde voldaan, omdat [gedaagden] niet heeft bijgedragen aan de kosten van werkzaamheden door derden aan de installaties die in oktober en december 2022 hebben plaatsgevonden. Volgens [eiser] geldt daarom met betrekking tot de afspraak om € 10.000,00 aan [gedaagden] te vergoeden een ontbindende, dan wel opschortende voorwaarde.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De kantonrechter moet de tussen partijen gesloten overeenkomst uitleggen. Het gaat er dan om wat zij redelijkerwijs over en weer van elkaar konden verwachten. [gedaagden] stelt dat die uitleg mede moet plaatsvinden op grond van bepaalde e-mails die tussen partijen zijn gewisseld, maar deze zijn niet specifiek geduid en het is niet aan de kantonrechter om in de door [gedaagden] overgelegde stapel stukken te zoeken. Bovendien geldt dat partijen op allerlei punten van mening verschillen over wat er is afgesproken en bedoeld. De kantonrechter zal zich dus beperken tot de tekst van de overeenkomst en wat partijen daarover hebben verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Op basis daarvan concludeert de kantonrechter dat partijen ertoe gehouden waren de kosten voor de installaties bij helfte te dragen – deze verdeelsleutel is niet in geschil – voor zover die kosten op zouden komen in de periode totdat de installaties waren gescheiden. De door [eiser] genoemde kosten vallen in deze periode en [gedaagden] moest daar dus aan bijdragen. De kantonrechter ziet, anders dan [gedaagden] , niet dat [eiser] verbeteringen aan de installaties heeft laten uitvoeren die niet voor rekening [gedaagden] moeten komen. Evenmin doet ter zake dat eind 2022 [gedaagden] nauwelijks nog gebruik maakte van de, toen nog gezamenlijke, cv-ketel. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Uit de aanmaningen van [eiser]<footnote-ref linkend="_ae48164e-10c0-48af-9a78-ca69a453c88c" /> begrijpt de kantonrechter dat [gedaagden] volgens [eiser] € 483,54 (€ 320,62 + € 162,92) moest bijdragen. Het in de dagvaarding genoemde hogere bedrag (€ 1.626,38 in totaal) is niet in overeenstemming met die aanmaningen, zodat het meerdere buiten beschouwing wordt gelaten. De hoogte van het bedrag is door [gedaagden] verder niet gemotiveerd betwist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Vervolgens komt de vraag aan de orde of het (nog) niet betalen van dit bedrag de aanspraak van [gedaagden] op het bedrag van € 10.000,00 definitief in de weg staat. Naar het oordeel van de kantonrechter is dit niet het geval. [eiser] stelt primair dat de woorden ‘op het moment’ in artikel 5.2 van de overeenkomst van 30 januari 2023 zo gelezen moeten worden dat nu op de peildatum (24 juli 2023) niet was betaald, een ontbindende voorwaarde in werking is getreden. Echter komen deze zelfde woorden in artikel 5.3 opnieuw voor, uit welk artikel kan worden opgemaakt dat het ook een latere datum dan de (precieze) peildatum kan zijn dat de € 10.000,00 verschuldigd wordt. In de overeenkomst is niets te lezen en partijen hebben niets verklaard waaruit kan worden afgeleid dat een ‘harde’ deadline is beoogd, die verval van het recht van [gedaagden] meebrengt. Dit is niet af te leiden uit het slot van de overeenkomst, waarop [eiser] een beroep heeft gedaan en evenmin in zijn e-mail van 28 mei 2023<footnote-ref linkend="_11613fa2-c566-4af5-95ec-e596d27fef67" />. Dit klemt des te meer nu het om een groot bedrag gaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Wel is naar het oordeel van de kantonrechter sprake van een opschortende voorwaarde. Dat betekent dat het bedrag van € 10.000,00 niet opeisbaar is zolang [gedaagden] niet aan zijn verplichting tot betaling van € 483,54 heeft voldaan. Dit moet [gedaagden] dus eerst betalen en pas dan bestaat er aanspraak op het bedrag van € 10.000,00. Dat kan nu dus niet verrekend worden met de openstaande schuld, die onweersproken wel opeisbaar is. Daarom wordt de hoofdsom toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>
        [gedaagden] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>150,23</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>257,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>678,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 339,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>135,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.220,23</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 8.681,28, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 6 maart 2024, tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten van € 1.220,23, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2026.</para>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>560</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_b7f5fcf4-2e14-4f91-80ab-7310a0854b06" label="1">
    <para> Productie 8a van [eiser]</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ae48164e-10c0-48af-9a78-ca69a453c88c" label="2">
    <para> Productie 12 van [eiser]</para>
  </footnote>
  <footnote id="_11613fa2-c566-4af5-95ec-e596d27fef67" label="3">
    <para> Productie 10 van [eiser]</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>