<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2026:1812</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-09T16:10:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">318688-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:1812">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:1812</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-09T14:51:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2026:1812 Rechtbank Gelderland , 06-02-2026 / 318688-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2026:1812:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beslissing op vordering herroeping VI (afgewezen). Veroordeelde overtreedt aan de voorwaardelijke invrijheidstelling verbonden voorwaarden (drugsverbod). Deze voorwaarden dienen ertoe recidive te voorkomen. Niet is gebleken dat veroordeelde sinds zijn voorwaardelijke invrijheidsstelling is gerecidiveerd. De kans op het opnieuw plegen van strafbare feiten zal mogelijk toenemen als de VI wordt herroepen. In deze omstandigheden ziet de rechtbank – in dit specifieke geval – en mede gelet op feit dat de bijzondere voorwaarden omtrent het drugsgebruik van veroordeelde pas later in de proeftijd werden geformuleerd, aanleiding de vordering van het openbaar ministerie af te wijzen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2026:1812:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK GELDERLAND</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05-318688-20</para>
      <para>VI-zaaknummer: 99-000778-57</para>
      <para>Datum uitspraak: 6 februari 2026</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing </emphasis>van de meervoudige kamer ingevolge artikel 6:2:13 van het Wetboek van Strafvordering</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [veroordeelde] </title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum 1] 1988 in [geboorteplaats], </para>
      <para>wonende aan de [adres], [postcode] in [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. T.J.F. Wassenaar, advocaat in ’s-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De procedure</title>
    <para>Bij onherroepelijk geworden vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 4 mei 2021 is veroordeelde tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden veroordeeld. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit voorwaardelijke invrijheidstelling van 24 april 2023 is veroordeelde op 23 mei 2023 voorwaardelijk in vrijheid gesteld onder de algemene voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd van 365 dagen niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. Daarnaast is als bijzondere voorwaarde gesteld dat veroordeelde zich dient te melden bij de reclassering, teneinde een reclasseringsrapportage op te stellen met daarin een advies omtrent de bijzondere voorwaarden tijdens de voorwaardelijke invrijheidstelling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelde is vervolgens op 30 mei 2023 overgedragen aan België voor het uitzitten van een gevangenisstraf van vier jaren. In België is hij op 21 oktober 2024 in vrijheid gesteld, waarna hij zich weer moest melden bij de reclassering. Bij wijzigingsbesluit van 22 januari 2025 zijn aan zijn voorwaardelijke invrijheidstelling nadere bijzondere voorwaarden gesteld, die bij wijzigingsbesluit van 24 maart 2025 gewijzigd zijn. Op 11 juli 2025 zijn de bijzondere voorwaarden opnieuw gewijzigd, waarna de volgende bijzondere voorwaarden gelden:</para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelde heeft of zoekt op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met:</para>
    <parablock>
      <para>o [naam 1] geboren op [geboortedatum 2] 1983;</para>
      <para>o [naam 2] geboren op [geboortedatum 3] 2002;</para>
      <para>o [naam 3] geboren op [geboortedatum 4] 2002;</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelde bevindt zich niet in Rotterdam;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelde meldt zich bij Reclassering Nederland, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG in ’s-Hertogenbosch, zolang en zo vaak de reclassering dat nodig vindt. Deze meldplicht heeft tot doel veroordeelde te kunnen begeleiden bij en controleren op de naleving van de opgelegde bijzondere voorwaarden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelde laat zich gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, behandelen door IrisZorg Tiel, of een soortgelijke zorgverlener, op tijden en plaatsen die door of namens die zorgverlener worden aangegeven. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die in het kader van die behandeling door of namens de behandelaar worden gegeven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelde werkt mee aan of spant zich actief in voor (een traject gericht op) het verkrijgen en het behouden van woonruimte en een structurele en zinvolle (betaalde) dagbesteding;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelde toont openheid van zaken ten aanzien van zijn financiële situatie en zijn sociaal netwerk;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelde werkt mee aan bloedonderzoek en/of urineonderzoek en/of speekselonderzoek en/of ademonderzoek om zijn middelengebruik te controleren en beheersen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelde toont een open, gemotiveerde en meewerkende houding met betrekking tot het toezicht en de bijzondere voorwaarden.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 2 oktober 2025 heeft de officier van justitie de onderhavige vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling ingediend. Die vordering strekt ertoe dat de rechtbank beslist dat last zal worden gegeven tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling voor een periode van 237 dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para>De vordering tot herroepen van de voorwaardelijke invrijheidstelling is behandeld op de openbare terechtzittingen van 24 oktober 2025, 7 november 2025 en op 23 januari 2026. Daarbij zijn gehoord: </para>
    <para>- veroordeelde op 23 januari 2026;</para>
    <para>- zijn raadsman;</para>
    <para>- deskundigen I.J.B. Evers en M.T.M. Thoonen, beiden reclasseringswerker, en</para>
    <para>- de officier van justitie.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De standpunten</title>
    <para>De officier van justitie heeft betoogd dat de vordering dient te worden toegewezen. Daaraan is het volgende, kort samengevat, ten grondslag gelegd. Veroordeelde heeft zich tijdens het toezicht zeer zelfbepalend opgesteld en hij heeft zich meerdere keren niet aan de voorwaarden gehouden. De reclassering ziet gelet op de opstelling van veroordeelde geen mogelijkheden het toezicht voort te zetten. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen, omdat herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling niet opportuun is. Hiertoe is, kort gezegd, het volgende aangevoerd. De reclassering heeft aanvankelijk geadviseerd geen bijzondere voorwaarden te verbinden aan de voorwaardelijke invrijheidsstelling. Enkele maanden na de voorwaardelijke invrijheidsstelling zijn door het openbaar ministerie alsnog voorwaarden opgelegd, waaronder een drugsverbod. Vast staat dat veroordeelde geruime tijd uit detentie is en dat hij sindsdien niet is gerecidiveerd. Hij lijkt zijn leven op orde te hebben. Wanneer de voorwaardelijke invrijheidsstelling herroepen wordt, raakt hij alle beschermende factoren die er nu zijn kwijt, waardoor de kans op herhaling juist groter wordt. </para>
      <para>Subsidiair heeft de verdediging bepleit de proeftijd te verlengen onder de algemene voorwaarden, zoals de reclassering aanvankelijk had geadviseerd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling </title>
    <para>Uit het reclasseringsrapport van 5 september 2025 en het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de gang van zaken rondom de voorwaardelijke invrijheidsstelling van veroordeelde anders is gelopen dan gebruikelijk. De reclassering had aanvankelijk geadviseerd veroordeelde voorwaardelijk in vrijheid te stellen zonder bijzondere voorwaarden, omdat getwijfeld werd of veroordeelde in staat zou zijn deze voorwaarden na te leven. Later zijn door de Centrale Voorziening voorwaardelijke invrijheidstelling (CVVI) alsnog voorwaarden opgesteld terwijl de proeftijd al liep en de reclassering heeft getracht hier in het toezicht uitvoering aan te geven. Ondanks meerdere pogingen van de reclassering om met veroordeelde mee te denken, heeft hij kenbaar gemaakt niet te zullen stoppen met blowen en geen hulpvraag te hebben in het kader van een ambulante behandeling. Daarmee leeft hij de aan de voorwaardelijke invrijheidstelling verbonden voorwaarden niet na. In dat geval kan de voorwaardelijke invrijheidsstelling worden herroepen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat de bijzondere voorwaarden die aan de voorwaardelijke invrijheidsstelling zijn verbonden ertoe dienen het plegen van nieuwe strafbare feiten te voorkomen. Niet is gebleken dat veroordeelde sinds zijn voorwaardelijke invrijheidsstelling is gerecidiveerd, ondanks zijn drugsgebruik in de vorm van blowen. Gelet op de persoon van verdachte acht de rechtbank niet denkbeeldig dat de kans op het opnieuw plegen van strafbare feiten zal toenemen als de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt herroepen en veroordeelde terug moet naar de gevangenis. In deze omstandigheden ziet de rechtbank – in dit specifieke geval – en mede gelet op feit dat de bijzondere voorwaarden omtrent het drugsgebruik van veroordeelde pas later in de proeftijd werden geformuleerd, aanleiding de vordering van het openbaar ministerie af te wijzen. Het enkele feit dat betrokkene zelfbepalend is geweest en lastig bleek in de samenwerking is in dit geval onvoldoende om alsnog tot herroeping over te gaan gelet op het feit dat dit bij de reclassering al lang bekend was en dat mede de reden was waarom aanvankelijk geen bijzondere voorwaarden werden geadviseerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat proeftijd van veroordeelde inmiddels is verstreken, zodat verlenging van de proeftijd en aanpassing van de voorwaarden zoals subsidiair is verzocht door de verdediging niet meer aan de orde is.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">wijst af</emphasis> de vordering strekkende tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beslissing is gegeven door mr. M.E. Snijders, als voorzitter, mr. W. Bruins en mr. Y. Rikken, als rechters in tegenwoordigheid van mr. A.I. Warringa, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 februari 2026.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>