<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2026:1389</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-10T16:08:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">460865</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:1389">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:1389</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-10T15:58:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2026:1389 Rechtbank Gelderland , 04-02-2026 / 460865</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2026:1389:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Verhuisverbod.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2026:1389:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Gelderland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/05/460865 / KG ZA 25-467</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 4 februari 2026</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam moeder]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonend in [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>advocaat: mr. W.R. Gorseling uit Cuijk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam vader]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonend in [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>advocaat: mr. E.R.T. Tromp uit Nijmegen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding van 6 januari 2026;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord van 19 januari 2026;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte eiswijziging van de moeder van 21 januari 2026;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van 21 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling, die achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden, heeft de voorzieningenrechter gehoord:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de advocaat van de moeder;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de vader, bijgestaan door zijn advocaat;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland, gevestigd te Arnhem (hierna: de GI).</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De moeder is correct opgeroepen, maar niet verschenen. Daarnaast was de Raad voor de Kinderbescherming niet in de gelegenheid om tijdens de mondelinge behandeling aanwezig te zijn.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Uit de relatie tussen de ouders zijn geboren de minderjarige kinderen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [naam kind 1] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] (hierna: [kind 1] ); </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [naam kind 2] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] <?linebreak?>(hierna: [kind 2] ).</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij beschikking van deze rechtbank van 28 april 2025 is het gezamenlijk gezag van de ouders beëindigd en is bepaald dat het gezag over [kind 1] en [kind 2] voortaan wordt uitgeoefend door de vader. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij beschikking van 23 oktober 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [kind 1] en [kind 2] verlengd tot 29 oktober 2026. De kinderrechter heeft toen ook de machtiging verlengd tot uithuisplaatsing van [kind 1] in een voorziening voor netwerkpleegzorg, zijnde de grootouders moederszijde, tot 29 oktober 2026. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij beschikking van 24 november 2025 heeft de kinderrechter de omgangsregeling tussen de moeder en de kinderen als volgt gewijzigd:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [kind 2] heeft 2,5 uur begeleide omgang eenmaal per twee weken op woensdagmiddag met moeder, onder begeleiding van GrandCare;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [kind 1] heeft 2,5 uur begeleide omgang eenmaal per twee weken in het weekend met moeder, onder begeleiding van de pleegouders;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de moeder bezoekt [kind 1] niet bij haar ouders (tevens pleegouders van [kind 1] ) buiten de vrijgestelde feestdagen waarbij moeder een dagdeel de volgende feestdagen mag meevieren: verjaardag pleegouders, verjaardag [kind 1] , Kerst, Moederdag, Vaderdag, verjaardag van [naam] (zus) en het gezin.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>er wordt middels een stappenplan gewerkt aan uitbreiding van de omgang naar maximaal drie uur per omgangsbezoek;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>waarbij de regie over de verdere uitbreiding of aanpassing qua aard, frequentie en vorm bij de GI wordt belegd.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De moeder vordert, na wijziging van eis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en bij wege van voorlopige voorziening: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="underline">primair</emphasis> de vader met [kind 2] een verhuisverbod naar [plaatsnaam] op te leggen, en <emphasis role="underline">subsidiair</emphasis> de vader met [kind 2] een terugverhuisgebod naar [woonplaats] op te leggen, onder verbeurte van een dwangsom van € 250 per dag dat de vader met [kind 2] toch in [plaatsnaam] woont of ingeschreven staat, zulks met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 50.000;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de proceskosten van dit geding tussen partijen te compenseren.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De vader voert verweer. Hij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de moeder, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van de moeder, met veroordeling van de moeder in de kosten van deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat de moeder daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Spoedeisend belang</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter is van oordeel dat de moeder een spoedeisend belang heeft bij haar vordering. De vader heeft aangegeven dat hij op 21 december 2025 naar [plaatsnaam] is verhuisd. Tussen partijen staat ter discussie of die verhuizing van invloed is op de nakoming van de omgangsregeling tussen de moeder en [kind 2] door de vader. De moeder heeft belang bij een spoedige beslissing van de voorzieningenrechter over dit geschil. Om die reden is de moeder ontvankelijk in haar vordering.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inhoudelijke beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter stelt vast dat de Hoge Raad<footnote-ref linkend="_a233ad66-e40d-406d-98c0-de9713027c0e" /> in zijn uitspraak van 15 oktober 2021 onder meer heeft overwogen ‘dat ook bij eenhoofdig gezag een grondslag bestaat om de keuzevrijheid van de met het gezag belaste ouder ten aanzien van de woonplaats van het kind te beperken, indien deze ouder niet voldoet aan de verplichting omgang tussen het kind en de andere ouder te bevorderen. De rechter is in zo’n geval gehouden alle in het gegeven geval gepaste maatregelen te nemen om de met het gezag belaste ouder ertoe te bewegen alsnog medewerking te verlenen aan de omgang tussen het kind en de andere ouder. Een verbod aan de met het gezag belaste ouder om te verhuizen, dan wel een bevel aan deze om terug te verhuizen, kan een passende maatregel zijn.’</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>In dit geval heeft de vader eenhoofdig gezag over de kinderen. Nu hij al verhuisd is naar [plaatsnaam] om bij zijn partner te wonen, zal de voorzieningenrechter moeten beoordelen of de vader moet terugverhuizen naar [woonplaats] ten behoeve van de omgang tussen de moeder en [kind 2] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Gebleken is dat de moeder [kind 2] op dit moment eens per twee weken op woensdag ziet, onder begeleiding van Grand Care. De vader komt deze omgangsregeling na. Zowel in zijn conclusie van antwoord als tijdens de mondelinge behandeling heeft de vader (meerdere keren) expliciet verklaard dat hij de omgangsregeling zal blijven nakomen en voor het brengen en halen zal blijven zorgdragen, ook als de omgangsregeling in de toekomst zou worden geïntensiveerd. De moeder heeft aangegeven onvoldoende vertrouwen te hebben dat de vader, gelet op de reisafstand en -kosten, de omgangsregeling daadwerkelijk zal blijven nakomen. De voorzieningenrechter ziet echter geen aanleiding om te twijfelen aan de toezeggingen van de vader. De vader heeft een baan en dus ook voldoende financiële middelen om de reis tussen [plaatsnaam] en [woonplaats] te bekostigen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Verder heeft de moeder naar voren gebracht dat de omgang met de kinderen nu beperkt en onder begeleiding is, maar dat dit in de toekomst zomaar anders kan zijn. De moeder vreest dat de verhuizing van de vader met [kind 2] naar [plaatsnaam] een uitbreiding van de omgangsregeling in de weg zal staan. Zij stelt dat het in de toekomst wellicht mogelijk is om [kind 2] een weekend per twee weken bij zich te hebben. De GI heeft tijdens de mondelinge behandeling echter aangegeven dat onder de huidige omstandigheden een omgangsregeling van maximaal drie uur per twee weken het hoogst haalbare is. In het geval de omgangsregeling op de langere termijn wel uitgebreid wordt naar een weekendregeling, blijft de vader bovendien bereid om [kind 2] te halen en te brengen. De vader heeft ook een omgangsregeling met [kind 1] , waardoor de vader ook een zondagmiddag per twee weken in [woonplaats] verblijft. De vader wil dat dit op den duur ook wordt uitgebreid naar een weekendregeling. Dit zou – als het ooit zover komt – gecombineerd kunnen worden met de omgang tussen de moeder en [kind 2] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat de vader voldoet aan zijn verplichting om de omgang tussen de moeder en [kind 2] te bevorderen. Er is daarom ook geen grond om de vader een terugverhuisgebod op te leggen. Dat [kind 2] als gevolg van de verhuizing naar [plaatsnaam] terecht komt in een andere omgeving en een nieuwe school, terwijl zijn familie (waaronder [kind 1] ) in [woonplaats] woont, weegt niet op tegen de keuzevrijheid die de vader heeft om ergens anders een nieuw leven op te bouwen. In dat kader heeft de vader ook aangegeven dat hij geregeld nog in [woonplaats] komt, omdat hij ook zijn netwerk daar nog heeft en [kind 1] daar bij zijn oma (vaderszijde) opgroeit. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de moeder dus af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Gelet op de (voormalige) relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. De voorzieningenrechter ziet geen reden om af te wijken van dit uitgangspunt in familiezaken, zoals de vader vordert. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G. Hilberink en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026, in tegenwoordigheid van S.C. Dijksterhuis als griffier.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_a233ad66-e40d-406d-98c0-de9713027c0e" label="1">
    <para> ECLI:NL:HR:2021:1513.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>