<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2026:1148</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-29T13:02:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">274541-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:1148">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:1148</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-29T12:55:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2026:1148 Rechtbank Gelderland , 17-02-2026 / 274541-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2026:1148:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak artikel 6 WVW, een geldboete van 500 euro en een voorwaardelijke OBM voor de duur van 3 maanden voor geen voorrang verlenen aan een fietser op een voorrangsweg (artikel 5 WVW). Verdachte had langer moeten wachten om de gehele verkeerssituatie te kunnen overzien, hij heeft de bocht te krap genomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2026:1148:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/274541-25</para>
      <para>Datum uitspraak	: 17 februari 2026</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats] (Eritrea), </para>
      <para>wonende aan de [adres] , [postcode] in [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. P-P.F. Tummers, advocaat in Nijmegen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 27 augustus 2024 te Dodewaard in de gemeente Neder-Betuwe,</para>
      <para>althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een</para>
      <para>voertuig (personenauto), komende uit de richting van de Dodewaardsestraat,</para>
      <para>gaande in de richting van de Nobelweg, daarmede rijdende over de weg de</para>
      <para>Bonegraafseweg,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft</para>
      <para>gereden, hierin bestaande dat verdachte,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl hij linksaf sloeg om de Nobelweg in te rijden en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>niet of in onvoldoende mate naar het verkeer op die kruisende weg(en heeft</para>
      <para>gekeken en/of is blijven kijken en/of zich niet of in onvoldoende mate heeft</para>
      <para>overtuigd of over die (kruisende( weg(en) (de Bonegraafseweg) verkeer naderde</para>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl de laagstaande zon al enige tijd het zicht op het voor de verdachte gelegen</para>
      <para>weggedeelte belemmerde, althans in het gezicht van verdachte scheen en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl tegemoetkomend verkeer reeds op korte afstand was genaderd,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- naar links is afgeslagen teneinde de kruisende weg, de Nobelweg, op te rijden</para>
    <parablock>
      <para>en/of bij dat afslaan in strijd met artikel 3 van voormeld reglement niet aan zijn</para>
      <para>verplichting heeft voldaan om zoveel mogelijk rechts te houden en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-in strijd met het gestelde in artikel 18 lid 1 van het Reglement verkeersregels en</para>
      <para>verkeerstekens 1990 naar links is afgeslagen, teneinde de Nobelweg in/op te rijden,</para>
      <para>waarbij hij, verdachte, een hem over de weg (de Bonegraafseweg) een voor hem van</para>
      <para>rechts gezien bestuurster van een fiets en/of tegemoetkomend bestuurster van een</para>
      <para>fiets niet voor heeft laten gaan en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- in strijd met artikel 19 van voornoemd regelement zijn snelheid niet zodanig heeft</para>
    <parablock>
      <para>geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de</para>
      <para>afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die fiets en/of de bestuurster</para>
      <para>van die fiets, ten gevolge waarvan die bestuurster van die fiets ten val is gekomen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten</para>
      <para>verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]</para>
      <para> ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat</para>
      <para>daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale</para>
      <para>bezigheden is ontstaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou</para>
      <para>kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 27 augustus 2024 te Dodewaard in de gemeente Neder-Betuwe,</para>
      <para>althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een</para>
      <para>voertuig (personenauto), komende uit de richting van de Dodewaardsestraat,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gaande in de richting van de Nobelweg, daarmede rijdende over de weg de</para>
      <para>Bonegraafseweg,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl hij linksaf sloeg om de Nobelweg in te rijden en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>niet of in onvoldoende mate naar het verkeer op die kruisende weg(en heeft</para>
      <para>gekeken en/of is blijven kijken en/of zich niet of in onvoldoende mate heeft</para>
      <para>overtuigd of over die (kruisende (weg(en) (de Bonegraafseweg) verkeer naderde</para>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl de laagstaande zon al enige tijd het zicht op het voor de verdachte gelegen</para>
      <para>weggedeelte belemmerde, althans in het gezicht van verdachte scheen en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl tegemoetkomend verkeer reeds op korte afstand was genaderd,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- naar links is afgeslagen teneinde de kruisende weg, de Nobelweg, op te rijden</para>
    <parablock>
      <para>en/of bij dat afslaan in strijd met artikel 3 van voormeld reglement niet aan zijn</para>
      <para>verplichting heeft voldaan om zoveel mogelijk rechts te houden en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-in strijd met het gestelde in artikel 18 lid 1 van het Reglement verkeersregels en</para>
      <para>verkeerstekens 1990 naar links is afgeslagen, teneinde de Nobelweg in/op te rijden,</para>
      <para>waarbij hij, verdachte, een hem over de weg (de Bonegraafseweg) een voor hem van</para>
      <para>rechts gezien bestuurster van een fiets en/of een tegemoetkomend bestuurster van</para>
      <para>een fiets niet voor heeft laten gaan en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- in strijd met artikel 19 van voornoemd regelement zijn snelheid niet zodanig heeft</para>
    <parablock>
      <para>geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de</para>
      <para>afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die fiets en/of de bestuurster</para>
      <para>van die fiets, ten gevolge waarvan die bestuurster van die fiets ten val is gekomen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,</para>
      <para>althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,</para>
      <para>althans kon worden gehinderd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of</para>
      <para>zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 27 augustus 2024 te Dodewaard, gemeente Neder-Betuwe als</para>
      <para>bestuurder van een personenauto op de voor het openbaar verkeer openstaande</para>
      <para>weg, Bonegraafseweg, bij het afslaan naar links, teneinde de Nobelweg te rijden, een</para>
      <para>hem op dezelfde weg tegemoetkomende bestuurster van een fiets niet heeft laten</para>
      <para>voorgaan, waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is</para>
      <para>toegebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_58df98fc-bd69-4641-bb9d-2f733ec9b9e8" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 27 augustus 2024 reed verdachte als bestuurder van een personenauto over de Bonegraafseweg in Dodewaard, gemeente Neder-Betuwe. Hij kwam uit de richting van de Dodewaardsestraat en reed in de richting van de Nobelweg. Verdachte was ter plaatse bekend. De (vanuit hem gezien) linkerzijde van het wegdek bevond zich in de schaduw en het wegdek naast deze schaduwpartij was sterk door de zon belicht. Vervolgens sloeg hij linksaf om de Nobelweg in te rijden. Deze bocht nam hij krap. Hierbij liet hij de tegemoetkomende bestuurster van een fiets niet voorgaan, waardoor hij in aanrijding is gekomen met de fiets. De bestuurster viel hierdoor van de fiets. De combinatie van schaduw en daarnaast door de zon sterk belichte gedeelte van het wegdek zal een nadelig effect hebben gehad op de zichtbaarheid van de fietsster.<footnote-ref linkend="_01b7bbae-d9f5-4d5f-8425-3cec4b211c1e" /> Verdachte was op het moment van de aanrijding een beginnend bestuurder.<footnote-ref linkend="_7bfcfe7f-c7a0-4a76-a2dd-27803c90db6c" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft vrijspraak bepleit van zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde feit. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat sprake is geweest van een zeer ongelukkige samenloop van omstandigheden. Doordat verdachte voorzichtig heeft gereden en gehandeld, kan hem geen verwijt worden gemaakt ten aanzien van het (mogelijk) veroorzaken van gevaar, aldus de raadsman. Ten aanzien van het meer subsidiair ten laste gelegde feit heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Ten aanzien van het primaire feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aan zijn schuld te wijten?</emphasis>
      </para>
      <para>Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) moet in ieder geval sprake zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid dan wel onoplettendheid. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van verdachte, naar de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en voorts naar de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Daarnaast geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW. Een enkel moment van onoplettendheid is over het algemeen niet voldoende voor het aannemen van aanmerkelijke schuld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt met inachtneming van het voorgaande als volgt. </para>
      <para>Het ongeval is veroorzaakt doordat verdachte ter hoogte van de kruising met de Nobelweg linksaf is geslagen om vervolgens de Nobelweg in te rijden. Hierbij heeft hij de tegemoetkomende bestuurster van de fiets geen voorrang verleend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte kan in de kern genomen worden verweten dat hij onvoldoende heeft gewacht en gekeken voordat hij linksaf is geslagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor schuld in de zin van artikel 6 van de WVW moet op zijn minst sprake zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Naar het oordeel van de rechtbank kan daartoe op grond van het voorgaande niet worden geconcludeerd, gelet op de aard van de verkeersovertreding en het verwijt dat verdachte in dat licht kan worden gemaakt. Daarom komt de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit en zal de rechtbank verdachte daarvan vrijspreken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Ten aanzien van het subsidiaire feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte met zijn gedraging een gevaar op de weg heeft veroorzaakt in de zin van het subsidiair tenlastegelegde (artikel 5 WVW).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte met zijn gedraging een gevaar op de weg heeft veroorzaakt in de zin van het subsidiair tenlastegelegde (artikel 5 WVW).</para>
      <para>Vaststaat dat verdachte de bestuurster van de fiets voorrang had moeten verlenen. Verdachte is, zoals hij ter zitting heeft verklaard, al lange tijd bekend met de verkeerssituatie ter plaatse. Hij was er dus goed van op de hoogte dat hij rekening moest houden met fietsers die kunnen rijden op de voorrangsweg als hij de Nobelweg opdraait. Als hij langer had gewacht, had hij meer gelegenheid gehad om (goed) te kijken. Het verwijt dat hij de bocht krap heeft genomen komt in de kern ook daar op neer: als hij de bocht ruimer had genomen had hij meer tijd gehad om goed te kijken. De lichtval ter plaatse heeft het zicht op het weggedeelte belemmerd en daarmee mogelijk de zichtbaarheid van de fietsster beïnvloed; ook voor die inschatting had hij dan meer tijd gehad. Van een situatie waarin aan verdachte geen enkel verwijt kan worden gemaakt, zoals door de verdediging is aangevoerd, is dus geen sprake.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op voorgaande acht de rechtbank de subsidiair ten laste gelegde overtreding van artikel 5 WVW bewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 27 augustus 2024 te Dodewaard in de gemeente Neder-Betuwe,</para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">althans in Nederland,</emphasis> als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een</para>
      <para>voertuig (personenauto), komende uit de richting van de Dodewaardsestraat,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gaande in de richting van de Nobelweg, daarmede rijdende over de weg de</para>
      <para>Bonegraafseweg,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl hij linksaf sloeg om de Nobelweg in te rijden en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>niet of in onvoldoende mate naar het verkeer op die kruisende weg<emphasis role="strike-through">(en</emphasis> heeft</para>
      <para>gekeken en/of is blijven kijken en/of zich niet of in onvoldoende mate heeft</para>
      <para>overtuigd of over die <emphasis role="strike-through">(</emphasis>kruisende<emphasis role="strike-through">(</emphasis> weg<emphasis role="strike-through">(en)</emphasis> (de Bonegraafseweg) verkeer naderde</para>
      <para>en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl de laagstaande zon al enige tijd het zicht op het voor de verdachte gelegen</para>
      <para>weggedeelte belemmerde,<emphasis role="strike-through"> althans in het gezicht van verdachte scheen en/of</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl tegemoetkomend verkeer reeds op korte afstand was genaderd,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- naar links is afgeslagen teneinde de kruisende weg, de Nobelweg, op te rijden</para>
    <parablock>
      <para>en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> bij dat afslaan in strijd met artikel 3 van voormeld reglement niet aan zijn</para>
      <para>verplichting heeft voldaan om zoveel mogelijk rechts te houden en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-in strijd met het gestelde in artikel 18 lid 1 van het Reglement verkeersregels en</para>
      <para>verkeerstekens 1990 naar links is afgeslagen, teneinde de Nobelweg in<emphasis role="strike-through">/op</emphasis> te rijden,</para>
      <para>waarbij hij, verdachte, een hem over de weg (de Bonegraafseweg) een voor hem van</para>
      <para>rechts gezien bestuurster van een fiets en/of een tegemoetkomend bestuurster van</para>
      <para>een fiets niet voor heeft laten gaan en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- in strijd met artikel 19 van voornoemd regelement zijn snelheid niet zodanig heeft</para>
    <parablock>
      <para>geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de</para>
      <para>afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">is gebotst tegen, althans</emphasis> in aanrijding is gekomen met die fiets en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> de bestuurster</para>
      <para>van die fiets, ten gevolge waarvan die bestuurster van die fiets ten val is gekomen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en door welke gedraging<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt<emphasis role="strike-through">,</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">althans kon worden gehinderd</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het subsidiaire feit:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur, te vervangen door 60 dagen hechtenis en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van zes maanden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft primair verzocht een geheel voorwaardelijke taakstraf op te leggen aan verdachte en geen ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen op te leggen. Subsidiair heeft hij verzocht een langere werkstraf op te leggen dan geëist, maar dan wel in voorwaardelijke zin met een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen. Meer subsidiair heeft de raadsman verzocht de ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor een kortere duur op te leggen dan door de officier van justitie is geëist. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft als beginnend bestuurder een verkeersongeval veroorzaakt. Hij is een kruispunt opgereden, terwijl hij onvoldoende heeft gewacht om te kijken of de weg vrij was. Hierdoor is hij tegen de fietsende mevrouw [slachtoffer] aangereden. Op verkeersdeelnemers rust een zorgplicht voor de verkeersveiligheid en verdachte is hierin tekort geschoten. Dit is een relatief beperkte verkeersfout maar met heel verstrekkende consequenties. Als gevolg van het ongeval heeft [slachtoffer] ernstig letsel opgelopen. Zij heeft onder meer verschillende forse hoofdletsels, een hersenkneuzing, bloeduitstortingen in de hersenen en vele botbreuken op verschillende plekken in haar lichaam opgelopen. Hiervoor is zij meerdere malen geopereerd en bijna een jaar na het ongeval was zij nog steeds niet voldoende hersteld om weer thuis te wonen. Hoewel niet duidelijk is wat haar actuele situatie is, blijkt uit eerder contact dat de politie met haar had dat zij langdurig aan het revalideren is en dat de verwachting is dat zij niet volledig zal herstellen. Dat zijn zeer ingrijpende gevolgen van dit verkeersongeval. Op de zitting was verdachte zichtbaar geraakt door de gevolgen van zijn handelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de justitiële documentatie van 24 december 2025 blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat zij, anders dan de officier van justitie heeft gevorderd, het subsidiaire bewezen verklaart en dat dit bewezenverklaarde feit een overtreding is en geen misdrijf. Op een overtreding staat een lichtere straf(modaliteit). Gelet op het voorgaande en gelet op straffen die doorgaans voor dit soort overtredingen worden opgelegd is de rechtbank van oordeel dat een geldboete van € 500,-, te vervangen door 5 dagen hechtenis en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar een passende straf is.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen: </para>
    </parablock>
    <para>-	14 a, 14b, 14c, 23 en 24c van het Wetboek van Strafrecht;</para>
    <para>-	5, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> spreekt verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een geldboete ter hoogte van </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">€ 500,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 dagen hechtenis</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> <emphasis role="underline">ontzegt</emphasis> verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde <emphasis role="underline">de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen</emphasis> voor de duur van <emphasis role="underline">3 maanden</emphasis>; </para>
    <para />
    <para> bepaalt dat deze ontzegging <emphasis role="underline">niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten in het geval verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit. </para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. Vogel (voorzitter), mr. J.M. Graat en mr. S.H.W. Martens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B. de Rooij, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 februari 2026.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_58df98fc-bd69-4641-bb9d-2f733ec9b9e8" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024399686, gesloten op 24 juli 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_01b7bbae-d9f5-4d5f-8425-3cec4b211c1e" label="2">
    <para> Verkort proces-verbaal FO Verkeer, p. 73 en 92 &amp; de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 februari 2026.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7bfcfe7f-c7a0-4a76-a2dd-27803c90db6c" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van aanrijding overtreding, p. 8.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>