<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:9933</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-27T17:00:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ARN 24/2745</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:9933">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:9933</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-21T13:03:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:9933 Rechtbank Gelderland , 21-11-2025 / ARN 24/2745</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:9933:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Deze uitspraak gaat over de gedeeltelijke afwijzing van eisers verzoek tot verwijdering van over hem verwerkte politiegegevens. De korpschef heeft terecht geweigerd om de registratie ‘horizontale fraude’ en de waarschuwingsbrief te verwijderen, omdat niet is gebleken dat de inhoud daarvan onjuist is of dat deze in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Het beroep is ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:9933:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: ARN 24/2745 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tussen</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], uit [plaats], eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J.L. Baar),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de korpschef van politie </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. T.M. van Breenen).</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Samenvatting</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Deze uitspraak gaat over de gedeeltelijke afwijzing van eisers verzoek tot verwijdering van over hem verwerkte politiegegevens. Eiser is het hier niet mee eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de gedeeltelijke afwijzing van eisers verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de korpschef terecht heeft geweigerd de registratie ‘horizontale fraude’ en de waarschuwingsbrief te verwijderen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Eiser heeft verzocht om verwijdering van politiegegevens die over hem zijn verwerkt en geregistreerd onder kenmerk [kenmerk]. Dit betreft een waarschuwingsbrief van de politie vanwege vermeende fraude met een QR-code en de registratie [registratie] ‘horizontale fraude’ met de sepotcode ‘reprimande’. De korpschef is met het besluit van 25 maart 2024 overgegaan tot verwijdering van de sepotcode ‘reprimande’, maar hij weigert om de registratie en de waarschuwingsbrief te verwijderen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De korpschef heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd. Ook heeft de korpschef een mutatierapport en een printscreen van het politiesysteem Basisvoorziening Handhaving overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) meegedeeld dat uitsluitend de rechtbank kennis zal mogen nemen van deze stukken. Met de beslissing van 11 juni 2025 heeft de (geheimhoudingskamer van de) rechtbank geoordeeld dat het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd is. Eiser heeft de rechtbank geen toestemming gegeven om de geheime stukken bij de beoordeling van het beroep te betrekken.<footnote-ref linkend="_1d49734f-ea88-4eee-a17c-a05efe1dd1c8" /> Daarom heeft de rechtbank daarvan geen kennis genomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De korpschef heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 30 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de korpschef. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Heeft de korpschef terecht geweigerd om de registratie ‘horizontale fraude’ en de waarschuwingsbrief te verwijderen?</emphasis>
      </para>
      <para>3. Eiser stelt dat de korpschef ten onrechte weigert om de registratie ‘horizontale fraude’ en de waarschuwingsbrief te verwijderen. Eiser heeft zich niet schuldig gemaakt aan fraude en heeft ook onweersproken gesteld dat waarschijnlijk misbruik is gemaakt van zijn identiteit. Dit betekent dat de registratie onjuist is. Eiser wordt hierdoor in zijn belang geraakt omdat de registratie bij vergunningaanvragen waarbij een Bibob-onderzoek wordt verricht naar voren komt. Het gebruiken van de onjuiste sepotgrond in combinatie met de betwisting van de feiten en het gegeven dat kennelijk niet meer de juiste sepotgrond valt te achterhalen, maakt dat de korpschef de registratie had moeten verwijderen.<footnote-ref linkend="_44051b4c-7453-4c7f-a73c-144cb66865c6" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de korpschef terecht heeft geweigerd om de registratie ‘horizontale fraude’ en de waarschuwingsbrief te verwijderen. Op grond van artikel 28, tweede lid, van de Wet politiegegevens (Wpg) komen gegevens alleen voor vernietiging in aanmerking als ze in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt of om te voldoen aan een wettelijke verplichting. Niet is gebleken dat de inhoud van de registratie of de waarschuwingsbrief onjuist is of dat deze in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Eisers naam is naar voren gekomen in een onderzoek naar valse QR-codes en daarover is aan eiser een brief gestuurd. Dat betwist eiser ook niet. Dat eiser ontkent dat hij een valse QR-code heeft gekocht en dat mogelijk sprake is geweest van identiteitsfraude, doet niet af aan de juistheid van het feit dat eiser naar voren is gekomen in een onderzoek en dat hem in dat verband een waarschuwingsbrief is gezonden. Anders dan eiser stelt volgt uit de registratie noch uit de brief dat hij zich (daadwerkelijk) schuldig zou hebben gemaakt aan fraude. De rechtbank begrijpt dat het voor eiser wenselijk is dat de registratie wordt verwijderd zodat hij van de doorwerking daarvan geen gevolgen ondervindt, bijvoorbeeld in een onderzoek door het Landelijk Bureau Bibob. Met het verwijderen van de ‘sepotcode’ reprimande, zonder daarvoor een nieuwe sepotcode in de plaats te stellen, komt de registratie ‘horizontale fraude’ wat in de lucht te hangen. In dit verband wijst de rechtbank er op dat het eiser vrijstaat om op grond van artikel 28, eerste lid, van de Wpg een aanvullende verklaring op te stellen om de in zijn ogen onvolledige politiegegevens te laten aanvullen en een mogelijk onjuiste duiding te voorkomen.  <?linebreak?></para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>4. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de korpschef terecht heeft geweigerd om de registratie ‘horizontale fraude’ en de waarschuwingsbrief te verwijderen. Eiser krijgt dus geen gelijk. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr.L. Janssen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_1d49734f-ea88-4eee-a17c-a05efe1dd1c8" label="1">
    <para> Zoals bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_44051b4c-7453-4c7f-a73c-144cb66865c6" label="2">
    <para> Eiser wijst ter ondersteuning van zijn standpunt op de uitspraak van Rechtbank Amsterdam 12 januari 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:124.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>