<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:9759</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-08T11:42:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-02-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">273892-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:9759">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:9759</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-17T11:42:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:9759 Rechtbank Gelderland , 04-02-2025 / 273892-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:9759:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>veroordeling tot 240 uur taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met bijzondere voorwaarden, wegens oplichtingen, diefstal en bezit van harddrugs</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:9759:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/273892-24</para>
      <para>Datum uitspraak	: 4 februari 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1998 in [geboorteplaats] , in de basisregistratie personen ingeschreven op het adres [adres] [postcode] in [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsvrouw: mr. M.H.A. Dibbits, advocaat in Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op of omstreeks 5 januari 2024 in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,</para>
      <para>
        [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter</para>
      <para>beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten</para>
    </parablock>
    <para>- een of meerdere bankpassen,</para>
    <para>- een of meerdere (gouden) sieraden, en/of</para>
    <para>- een contant geldbedrag (van in totaal € 6.100,-), door</para>
    <para>- die [slachtoffer 1] telefonisch te benaderen en zich voor te doen als bankmedewerker(s),</para>
    <para>- die [slachtoffer 1] te melden dat de bankrekening van die [slachtoffer 1] in gevaar is en dat is geprobeerd om die [slachtoffer 1] te hacken,</para>
    <para>- die [slachtoffer 1] te melden dat zij haar bankpassen moet verstrekken aan een collega/bankmedewerker,</para>
    <para>- zich (al dan niet in de hoedanigheid van bankmedewerker) te melden bij de woning van die [slachtoffer 1] ,</para>
    <para>- die [slachtoffer 1] te melden dat de mensen die achter de aanval zaten, mogelijk ook naar de</para>
    <parablock>
      <para>woning van die [slachtoffer 1] zouden komen en/of dat die [slachtoffer 1] de sieraden en het</para>
      <para>contante geld beter ook maar kon meegeven, althans woorden van gelijke aard en/of strekking,</para>
    </parablock>
    <para>- ( aldaar) de voornoemde bankpassen en/of (gouden) sieraden en/of het contante geldbedrag in</para>
    <para>ontvangst te nemen, en/of</para>
    <para>- ( aldus) die [slachtoffer 1] te bewegen tot de afgifte van voornoemde goederen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op een of meerdere tijdstippen of omstreeks 5 januari 2024 in de gemeente Nijmegen</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere geldbedragen (van in totaal € 1.000,-), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,</para>
      <para>terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf</para>
      <para>heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen geldbedrag(en)/goed(eren) onder</para>
      <para>G850101848003 zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel,</para>
      <para>te weten de bankpassen van die [slachtoffer 1] en de bijbehorende pincodes, tot het gebruik waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd, gemachtigd en/of bevoegd</para>
      <para>was/waren;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>hij op of omstreeks 6 februari 2024 in de gemeente Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,</para>
      <para>
        [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter</para>
      <para>beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een</para>
      <para>inschuld, te weten</para>
    </parablock>
    <para>- een bankpas, en/of</para>
    <para>- een contant geldbedrag (van in totaal € 1.500,-), door</para>
    <para>- die [slachtoffer 2] telefonisch te benaderen en zich voor te doen als bankmedewerker(s),</para>
    <para>- die [slachtoffer 2] te melden dat de politie gebeld heeft en dat fraude is gepleegd met de</para>
    <para>bankrekening van die [slachtoffer 2] ,</para>
    <para>- die [slachtoffer 2] te melden: “Wij willen u graag helpen en beschermen voor het geld wat op uw rekening staat en wat u eventueel in huis heeft”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking,</para>
    <para>- die [slachtoffer 2] te melden dat zij haar bankpas en contant geld (uit de kluis van die [slachtoffer 2] )</para>
    <para>in een envelop (met een code) moet verstrekken aan een collega/bankmedewerker,</para>
    <para>- zich (al dan niet in de hoedanigheid van bankmedewerker) te melden bij de woning van die [slachtoffer 2] ,</para>
    <para>- ( aldaar) de voornoemde bankpas en/of het contante geldbedrag in ontvangst te nemen, en/of</para>
    <para>- ( aldus) die [slachtoffer 2] te bewegen tot de afgifte van voornoemde goederen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
      <para>hij op of omstreeks 6 februari 2024 in de gemeente Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een geldbedrag (van in totaal € 500,-), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geldbedrag/goed onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten de bankpas van die [slachtoffer 2] en de bijbehorende pincode, tot het gebruik waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd, gemachtigd en/of bevoegd was/waren;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.</para>
      <para>hij op of omstreeks 16 februari 2024 in de gemeente [plaats] opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 65 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 16 februari 2024 in de gemeente [plaats] een voorwerp, te weten ongeveer 65 gram hasj (THC-5), binnen een (afdeling van een) inrichting en/of een instelling waarop de</para>
      <para>Penitentiaire beginselenwet, de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden of de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen van toepassing was, namelijk de Penitentiaire Inrichting te [plaats] , heeft gebracht en/of heeft getracht te brengen, waarvan het bezit binnen die (afdeling van die) inrichting en/of instelling verboden was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_503f8ed6-dfb1-4746-9273-0f395684b192" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Vrijspraak feit 1: medeplegen van oplichting</emphasis>
      </para>
      <para>Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem onder feit 1 tenlastegelegde. De rechtbank kan namelijk niet vaststellen dat verdachte bij de oplichting van mevrouw [slachtoffer 1] een dusdanig substantiële rol heeft gespeeld dat hij als medepleger hiervan kan worden aangemerkt. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van dit feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Feit 2: medeplegen van diefstal van [slachtoffer 1]</emphasis>
      </para>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 51 en 52;</para>
    <para>- het afschrift van de bankrekening van aangeefster, p. 55;</para>
    <para>- het proces-verbaal van bevindingen, p. 66 en 67;</para>
    <para>- het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 121 en 122.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Feit 3: medeplegen oplichting [slachtoffer 2]</emphasis>
      </para>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 9 t/m 11;</para>
    <para>- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 januari 2025.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Feit 4: medeplegen van diefstal van [slachtoffer 2]</emphasis>
      </para>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 9 t/m 11;</para>
    <para>- het aanvullend proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 14; </para>
    <para>- het afschrift van de bankrekening van aangeefster, p. 13;</para>
    <para>- het proces-verbaal van bevindingen, p. 20 en 21; </para>
    <para>- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 januari 2025.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Feit 5</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. </para>
      <para>Op 16 februari 2024 heeft verdachte een Marsverpakking met 65 gram hasj afgeleverd aan zijn broer in de penitentiaire inrichting te [plaats] (PI [plaats] ).<footnote-ref linkend="_c4c95898-b318-4c99-b019-7be3a8b4e402" /> Dit betreft een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.<footnote-ref linkend="_56c00f8f-866a-4808-9cde-16bdc1bd6d15" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het afleveren van drugs als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken van het primair tenlastegelegde feit. Verdachte heeft weliswaar de Marsverpakking met de hasj aan zijn broer gegeven, maar dat hij dacht dat het om een normale Marsreep ging en wist niet dat er (65 gram) hasj in de verpakking zat. Verdachte had aldus geen opzet op het aanwezig hebben en afleveren van drugs. </para>
      <para>Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij buiten van ‘gewoon iemand’ een Marsreep heeft gekregen met het verzoek deze mee naar binnen te nemen.<footnote-ref linkend="_2b20b38a-cf33-4c91-a1be-e62b78110056" /> Op de camerabeelden van het bezoek van verdachte aan zijn broer in de PI [plaats] is te zien dat verdachte divers snoepgoed kocht in de automaat in de bezoekersruimte. Daar was één Marsreep bij. Later waren er twee Mars repen te zien op de camerabeelden. Verder was te zien dat verdachtes broer één Marsreep pakte en deze later verstopte in de mouw van zijn vest.<footnote-ref linkend="_00e8a64a-dec4-49aa-8b8d-7cc2347fc783" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de bezoekersruimte is vervolgens op de camerabeelden te zien dat verdachte onder meer twee Bueno’s, één zakje van het merk Dove en één Marsreep vast hield. Alle verpakkingen waren nog gesloten. Eén seconde later is er weer zicht op de bezoekerstafel en is te zien dat er nu twee Marsrepen op tafel lagen. Eén van deze twee Marsrepen verstopte de broer van verdachte in de mouw van zijn vest. Later pakt hij ook de andere reep. Als de verpakking van de tweede reep is opgemaakt is te zien dat daar chocolade in zit. Het bezoek werd beëindigd, omdat verbalisanten zagen dat er een ketting werd overgedragen tussen verdachte en zijn broer.<footnote-ref linkend="_6deb5124-4f5e-4cf8-88ee-5fc7cb27b161" /> Op dat moment werd de broer van verdachte meegenomen naar de visitatie. Aldaar werd 65 gram drugs gelijkende substantie aangetroffen in een Marsverpakking.<footnote-ref linkend="_8f7e14ba-572c-4c64-90c1-645c1d1f730c" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de aangehaalde bewijsmiddelen volgt dat verdachte de reep die hij naar eigen zeggen op verzoek van een ander PI [plaats] in heeft gebracht heeft gelegd naast een echte Marsreep die hij daar heeft gekocht. Zijn broer pakt vervolgens alleen de naar binnen gebrachte reep waar later hasj in blijkt te zitten en verstop die in zijn mouw, de andere reep met chocola wordt ter plekke opengemaakt. Uit de wijze waarop de reep met hasj wordt gepakt en verstopt volgt dat de broer moet hebben geweten dat die geen legale inhoud had. Gelet op de ongebruikelijkheid van het verzoek om een specifieke Marsreep aan een gevangenen te geven alsmede de wijze van aanbieden van de reep, door hem te leggen naast een ter plaatse in de automaat gekochte mars reep op de bezoekerstafel, kan het niet anders dan dat (ook) verdachte ten minste de voorwaardelijke kans voor lief heeft genomen en daarmee de voorwaardelijke opzet had dat de reep een illegale inhoud had en ook dat dit evengoed de hasj zou kunnen zijn zoals die in de verpakking bleek te zitten.  De rechtbank acht het dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het afleveren en verstrekken van drugs als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder de feiten 2, 3, 4 en 5 (primair) tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">een of meerdere </emphasis>tijdstippen <emphasis role="strike-through">of </emphasis>omstreeks 5 januari 2024 in de gemeente Nijmegen tezamen en in vereniging met <emphasis role="strike-through">een of meer</emphasis> anderen, <emphasis role="strike-through">althans alleen, een of</emphasis> meerdere geldbedragen (van in totaal € 1.000,-), <emphasis role="strike-through">in elk geval enig goed,</emphasis> dat<emphasis role="strike-through">/die geheel of ten dele</emphasis> aan [slachtoffer 1] , <emphasis role="strike-through">in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)</emphasis> toebehoorde<emphasis role="strike-through">(n)</emphasis> heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> zijn mededader<emphasis role="strike-through">(</emphasis>s<emphasis role="strike-through">) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/</emphasis>die weg te nemen geldbedrag<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)/goed(eren)</emphasis> onder zijn<emphasis role="strike-through">/haar/hun </emphasis>bereik heeft<emphasis role="strike-through">/hebben</emphasis> gebracht door middel van een valse sleutel, te weten de bankpassen van die [slachtoffer 1] en de bijbehorende pincodes, tot het gebruik waarvan hij, verdachte, en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> zijn mededader<emphasis role="strike-through">(</emphasis>s<emphasis role="strike-through">)</emphasis> niet gerechtigd, <emphasis role="strike-through">gemachtigd en/of bevoegd was/</emphasis>waren;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 6 februari 2024 in de gemeente Arnhem, <emphasis role="strike-through">althans in Nederland</emphasis>, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, <emphasis role="strike-through">althans alleen,</emphasis> met het oogmerk om zich en<emphasis role="strike-through">/of een ander</emphasis> wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen <emphasis role="strike-through">van een valse naam en/of</emphasis> van een valse hoedanigheid <emphasis role="strike-through">en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels</emphasis>,</para>
      <para>
        [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed<emphasis role="strike-through">, het verlenen van een dienst, het ter</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">inschuld</emphasis>, te weten</para>
    </parablock>
    <para>- een bankpas, en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    <para>- een contant geldbedrag (van in totaal € 1.500,-), door</para>
    <para>- die [slachtoffer 2] telefonisch te benaderen en zich voor te doen als bankmedewerker<emphasis role="strike-through">(s),</emphasis></para>
    <para>- die [slachtoffer 2] te melden dat de politie gebeld heeft en dat fraude is gepleegd met de bankrekening van die [slachtoffer 2] ,</para>
    <para>- die [slachtoffer 2] te melden: “Wij willen u graag helpen en beschermen voor het geld wat op uw rekening staat en wat u eventueel in huis heeft”, <emphasis role="strike-through">althans woorden van gelijke aard en/of strekking,</emphasis></para>
    <para>- die [slachtoffer 2] te melden dat zij haar bankpas en contant geld (uit de kluis van die [slachtoffer 2] ) in een envelop (met een code) moet verstrekken aan een collega<emphasis role="strike-through">/bankmedewerker</emphasis>,</para>
    <para>- zich (al dan niet in de hoedanigheid van bankmedewerker) te melden bij de woning van die [slachtoffer 2] ,</para>
    <para>- <emphasis role="strike-through">(</emphasis>aldaar<emphasis role="strike-through">)</emphasis> de voornoemde bankpas en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis>het contante geldbedrag in ontvangst te nemen, en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    <para>- <emphasis role="strike-through">(</emphasis>aldus<emphasis role="strike-through">) </emphasis>die [slachtoffer 2] te bewegen tot de afgifte van voornoemde goederen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks </emphasis>6 februari 2024 in de gemeente Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen<emphasis role="strike-through">, althans alleen</emphasis>, een geldbedrag <emphasis role="strike-through">(</emphasis>van in totaal € 500,<emphasis role="strike-through">-)</emphasis>, <emphasis role="strike-through">in elk geval enig goed, </emphasis>dat<emphasis role="strike-through">/die geheel of ten dele</emphasis> aan [slachtoffer 2] <emphasis role="strike-through">, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)</emphasis> toebehoorde<emphasis role="strike-through">(n)</emphasis> heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte <emphasis role="strike-through">en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of</emphasis> dat weg te nemen geldbedrag<emphasis role="strike-through">/goed onder </emphasis>zijn<emphasis role="strike-through">/haar/hun </emphasis>bereik heeft<emphasis role="strike-through">/hebben </emphasis>gebracht door middel van een valse sleutel, te weten de bankpas van die [slachtoffer 2] en de bijbehorende pincode, tot het gebruik waarvan hij, <emphasis role="strike-through">verdachte, en/of zijn mededader(s)</emphasis> niet gerechtigd, <emphasis role="strike-through">gemachtigd en/of bevoegd</emphasis> was<emphasis role="strike-through">/waren</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.</para>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 16 februari 2024 in de gemeente [plaats] opzettelijk heeft <emphasis role="strike-through">geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of </emphasis>afgeleverd en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> verstrekt <emphasis role="strike-through">en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,</emphasis> een hoeveelheid van ongeveer 65 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 3:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Medeplegen van oplichting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 4:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 5 (primair): </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, ten aanzien van alle tenlastegelegde feiten, zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 170 uren en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Reclassering. De officier van justitie komt tot deze eis op grond van de richtlijnen van het Openbaar Ministerie, de hoogte van de buit, het feit dat verdachte in de woning van de slachtoffers is geweest en het strafblad van verdachte.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft bepleit dat rekening wordt gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het feit dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van toepassing is. Verdachte is in staat een taakstraf uit te voeren en hij is bereid zich te conformeren aan eventueel op te leggen bijzondere voorwaarden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de diefstal van een pinpas, een geldbedrag en sieraden van [slachtoffer 2] . Bovendien heeft hij niet alleen met die pinpas van [slachtoffer 2] gepind en zo geld gestolen, dat heeft hij ook met de gestolen pinpas van [slachtoffer 1] gedaan. Tenslotte heeft verdachte 65 gram hasj de PI [plaats] binnengebracht en aan een gedetineerde aldaar afgeleverd. Verdachte heeft op doortrapte wijze de bankpas van [slachtoffer 2] , een bejaarde en kwetsbare dame, ontvreemd. Hij heeft met deze bankpas en met de bankpas van [slachtoffer 1] , eveneens een oudere dame, geldbedragen opgenomen ten laste van de rekeningen van genoemde slachtoffers. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft in deze zaken puur uit financieel gewin gehandeld en heeft geen rekening gehouden met de mogelijke gevolgen daarvan voor de slachtoffers. Hij heeft deze door hun hoge leeftijd kwetsbare mensen als gemakkelijke prooi gezien. Met zijn optreden heeft hij het vertrouwen van de slachtoffers in de medemens, van wie ouders mensen in toenemende mate afhankelijk zijn, in ernstige mate geschaad. Nu de oplichting en het ophalen van pas, geld en sieraden bij [slachtoffer 2] thuis in haar woning gebeurde, was de inbreuk op haar gevoel van veiligheid des te groter. Uit de verklaringen van beide slachtoffers blijkt dat deze misdrijven daadwerkelijk grote gevolgen hebben op hun levens. Ze zijn hun gevoel van veiligheid kwijt en worden beperkt in was zij kunnen en durven. Dergelijke feiten leiden bovendien tot maatschappelijke onrust, bijvoorbeeld onder ouderen in het algemeen. De rechtbank rekent verdachte deze feiten ernstig aan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank rekent verdachte de feiten des te zwaarder aan nu hij blijkens zijn justitiële documentatie van 25 december 2024 in het verleden al eerder ter zake van soortgelijke feiten onherroepelijk is veroordeeld. </para>
      <para>De reclassering adviseert in haar rapport van 20 januari 2025 toch niet over te gaan tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Dit zou zijn recidivebeperkende, beschermende factoren, waaronder een ambulante behandeling die hij zou moeten en willen ondergaan dwarsbomen en de kans op herhaling vergroten, mede door het verlies van zijn woning. Reclassering adviseert tot oplegging van een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, te weten een meldplicht, ambulante behandeling en begeleid wonen of maatschappelijke opvang. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoewel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelet op de ernst van de feiten passend zou zijn geweest, acht de rechtbank dit gelet op het reclasseringsadvies en de omstandigheid dat verdachte al in juni 2024 is verhoord en toen niet in voorarrest heeft gezeten op dit moment niet meer opportuun. De door de officier van justitie gevorderde straf doet echter naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende recht aan de ernst van de feiten en de impact op de slachtoffers. De rechtbank acht daarom een zwaardere straf passend en geboden dan door de officier van justitie is gevorderd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal aan verdachte de maximale taakstraf van 240 uren opleggen. Daarnaast zal de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden opleggen, met een proeftijd van 3 jaren en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>De beoordeling van de civiele vorderingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volgende benadeelde partijen hebben in verband met de tenlastelegging een vordering tot schadevergoeding ingediend. </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [slachtoffer 1] vordert in verband met feiten 1 en 2 een bedrag ad € 6.100,00 aan materiële schade en een bedrag ad € 850,00 aan smartengeld; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [slachtoffer 2] vordert in verband met feiten 3 en 4 een bedrag ad € 1.500,00 aan materiële schade en een bedrag ad € 1.000,00 aan smartengeld, </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beide benadeelde partijen vragen om vermeerdering met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunten</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft zich ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering, gezien de bepleite vrijspraak. Subsidiair stelt de verdediging dat de immateriële schade moet worden gematigd tot een bedrag van € 500,00. </para>
      <para>Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2] heeft de verdediging bepleit dat de immateriële schade moet worden gematigd tot een bedrag van € 500,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overweging van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van de vordering van benadeelde [slachtoffer 1]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Materiële schade</emphasis>
      </para>
      <para>Nu de rechtbank tot vrijspraak komt ten aanzien van het onder feit 1 tenlastegelegde feit met betrekking tot benadeelde [slachtoffer 1] , zal de rechtbank de benadeelde ook niet-ontvankelijk verklaren in de door haar ingediende vordering tot schadevergoeding voor zover het de materiële schade betreft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Immateriële schade</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank kan zonder nadere onderbouwing en bewijslevering, waarvoor binnen het strafproces geen ruimte is, nu dit daarvan een onevenredige belasting zou betekenen, niet vaststellen dat sprake was van een aantasting in de persoon als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek (BW) of van een andere in dat artikel genoemde grond voor een dergelijke vergoeding. Dit geldt te meer nu de rechtbank verdachte vrijspreekt van het onder feit 1 tenlastegelegde. De rechtbank zal benadeelde daarom ook voor wat betreft de gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk verklaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van de vordering van benadeelde [slachtoffer 2]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Materiële schade</emphasis>
      </para>
      <para>De vordering is ten aanzien van de materiële schade door de verdediging inhoudelijk niet betwist. Nu deze naar het oordeel van de rechtbank verder voldoende is onderbouwd en redelijk voorkomt, is zij van oordeel dat het gevorderde bedrag aan materiële schade, ter hoogte van € 1.500,00, kan worden toegewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Immateriële schade</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden. De rechtbank heeft daarbij gekeken naar de aard en de ernst van het bewezenverklaarde feit en de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij. Er is gesteld dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze, als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek en dit is door de verdediging niet betwist. De rechtbank begroot de door de benadeelde geleden schade naar billijkheid op een bedrag van € 500,00. Voor het overige wordt de vordering van de benadeelde partij afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen: </para>
    </parablock>
    <para>-	9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 47, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht;</para>
    <para>-	3 en 11 van de Opiumwet.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> spreekt verdachte vrij van het onder feit 1 ten laste gelegde feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> legt op een taakstraf van <emphasis role="underline">240 uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;</para>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van <emphasis role="underline">4 maanden</emphasis>;<?linebreak?></para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden: <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para> stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para> zich na het onherroepelijk worden van het vonnis binnen drie werkdagen meldt bij de reclassering IrisZorg. Hij meldt zich op de Nieuwe Oeverstraat 65 in Arnhem, telefoonnummer 088-6061311. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de opdrachten en aanwijzingen die hij krijgt van de reclassering. Het meewerken aan huisbezoeken is onderdeel van de meldplicht;</para>
      <para> zich laat begeleiden door een nader te identificeren instelling, te bepalen door de reclassering. De begeleiding duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de begeleiding; </para>
      <para> werkt mee aan een plaatsing bij een nader te indiceren instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering, indien dit vanuit het nog op te leggen toezicht noodzakelijk blijkt. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> stelt als overige voorwaarden dat: </para>
    <parablock>
      <para>o verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;</para>
      <para>o verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan;<?linebreak?></para>
    <para> verklaart de benadeelde partij <emphasis role="underline">[slachtoffer 1] </emphasis>niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade/smartengeld;<?linebreak?></para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte in verband met de feiten onder nummers 3 en 4 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij <emphasis role="underline">[slachtoffer 2] </emphasis>van € 1.500,00 aan materiële schade en € 500,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 februari 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para> wijst voor het overige deel de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] af;</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 2] , een bedrag te betalen van € 2.000,00 aan materiële schade en smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 februari 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 30 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), mr. A.A.M. Bögemann en mr. E.H.T. Rademaker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.I. Tuk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 februari 2025.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para>De voorzitter en de oudste rechter zijn buiten staat het vonnis mede te ondertekenen. </para>
  </section>
  <footnote id="_503f8ed6-dfb1-4746-9273-0f395684b192" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600 2024211414, gesloten op 18 juni 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c4c95898-b318-4c99-b019-7be3a8b4e402" label="2">
    <para> De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 21 januari 2025 en het proces-verbaal van aangifte, p. 98 en 99. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_56c00f8f-866a-4808-9cde-16bdc1bd6d15" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van de drugstest, p. 103.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2b20b38a-cf33-4c91-a1be-e62b78110056" label="4">
    <para> De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 21 januari 2025. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_00e8a64a-dec4-49aa-8b8d-7cc2347fc783" label="5">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 106. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_6deb5124-4f5e-4cf8-88ee-5fc7cb27b161" label="6">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 109 t/m 111. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_8f7e14ba-572c-4c64-90c1-645c1d1f730c" label="7">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte, p. 99. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>