<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:9525</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-18T16:22:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-01-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">105501-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:9525">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:9525</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-07T15:40:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:9525 Rechtbank Gelderland , 31-01-2025 / 105501-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:9525:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Openlijke geweldpleging. Ook rol aangever meegenomen in strafoverweging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:9525:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/105501-24</para>
      <para>Datum uitspraak	: 31 januari 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende aan de [adres] ( [postcode] ) in [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. J. Velthoven, advocaat in Tiel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 17 januari 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 26 november 2023 te [plaats 1] , gemeente [plaats 2] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, immers hebben verdachte en/of zijn mededader(s)</para>
    </parablock>
    <para>- met een glasscherf, althans een scherp en/of puntig voorwerp in het hoofd en/of achter het oor, althans in het lichaam van die [slachtoffer] gestoken en/of gesneden en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer] geduwd waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen en/of</para>
    <para>- ( terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) meermalen (met kracht) tegen/op het hoofd en/of in/tegen het gezicht en/of in/tegen de ribben en/of de rug, althans het lichaam van die [slachtoffer] geschopt en/of geslagen/gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
      <para>hij op of omstreeks 26 november 2023 te [plaats 1] , gemeente [plaats 2] openlijk, te weten, op/aan de [straatnaam] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [slachtoffer] door:</para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer] met een glasscherf, althans een scherp en/of puntig voorwerp in het hoofd en/of achter het oor te steken en/of te snijden en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer] te duwen, waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen en/of </para>
    <para>- ( vervolgens) die [slachtoffer] meermalen (met kracht) tegen/op het hoofd en/of in/tegen het gezicht en/of in/tegen de ribben en/of de rug, althans het lichaam te schoppen en/of te slaan/stompen.</para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_d414101a-953b-4d1e-9e80-501e8422cbc5" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte moet worden vrijgesproken van de primair ten laste gelegde poging zware mishandeling, omdat wettig en overtuigend bewijs daarvoor ontbreekt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie acht de subsidiair ten laste gelegde openlijke geweldpleging wettig en overtuigend bewezen. Verdachte en de medeverdachte hebben de ten laste gelegde geweldshandelingen tegen aangever [slachtoffer] gepleegd, met uitzondering van de eerste gedachtestreep met een glasscherf steken of snijden van aangever. Verdachte en de medeverdachte hebben ieder een significante bijdrage aan dit geweld geleverd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft om integrale vrijspraak van het aan verdachte tenlastegelegde verzocht. Voor het primair tenlastegelegde is geen wettig en overtuigend bewijs in het dossier. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde is aangevoerd dat de openlijke geweldpleging pas na de duw door de vrouw is begonnen. Mocht verdachte al eerder een duw hebben gegeven aan aangever, dan was dat enkel voor dat moment. Daarna is verdachte naar binnen gegaan. Hij heeft daarom geen significante rol gehad bij de openlijke geweldpleging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Aangever [slachtoffer] (hierna: aangever) heeft verklaard dat hij op 26 november 2023 omstreeks 00.32 uur samen met zijn 12-jarig zoontje in zijn voertuig reed in de richting van zijn oprit. Voor zijn woning zag hij een aantal mensen op de weg staan. Aan de overkant van de woning van aangever bevindt zich een dorpshuis waar een feestje aan de gang was. Aangever wilde parkeren en hij stak zijn auto achteruit zijn oprit in. Aangever kwam daarmee met zijn voertuig op zo’n acht meter afstand van de personen die zich voor het dorpshuis bevonden. Toen hij uitstapte kwam er een man naar hem toe die riep waarom hij hen kapot wilde rijden. Aangever heeft zijn auto onder de carport gezet, is vervolgens uitgestapt en naar de groep gelopen. Hij heeft aan de man gevraagd waarom hij zo tekeer ging tegen hem. Aangever wilde toen naar binnen lopen, maar hem werd nog iets nageroepen. Hij is daarop teruggelopen naar de groep. Toen hij bij de groep kwam werd hij eerst geslagen met een kapotte bierfles en vervolgens geduwd door een vrouw, waardoor hij uit balans raakte en voorover op de grond terecht kwam. Daarna is hij van alle kanten geschopt door zeven personen, waaronder tegen zijn hoofd. Kort daarna is het geweld gestopt. Aangever voelde overal pijn. Hij zat onder het bloed.<footnote-ref linkend="_213079e9-12b3-45d6-903c-9683b184f69e" />  Zijn hoofd is gehecht, zijn ribben waren gekneusd, er kwam bloed uit zijn oor en hij had een scheur in zijn oogkas.<footnote-ref linkend="_bce94f61-738f-4314-ab65-63d1b3427ca1" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de camerabeelden vanaf de woning van aangever is te zien dat op 26 november 2023 de bestuurder van het voertuig (de rechtbank begrijpt: aangever) naar een groep toeloopt en dat er om 00.16 uur een worsteling ontstaat. Doordat het beeld donker wordt kan niet goed worden gezien wat er precies gebeurt. Te zien is dat aangever wordt vastgepakt en wordt geduwd door een vrouw. Aangever komt hierdoor ten val en belandt op zijn linkerzij op de grond. Aangever weert hierbij af met zijn handen naar voren. Vervolgens komt er een man die aangever een trap geeft met zijn rechtervoet op de linkerkant van het hoofd van aangever. Er staan zes personen om hem heen. Na de trap komt er een andere man die aangever bij zijn bovenlijf grijpt en naar de grond probeert te duwen. Daarna schopt de eerste man aangever een aantal keer. Ook een tweede man schopt aangever. Een derde man probeert hem ook te schoppen, maar niet is te zien of aangever wordt geraakt. Aangever kan vervolgens opstaan en weglopen.<footnote-ref linkend="_1a17b544-9f9a-488d-9501-1fd9aa894cfb" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij op 26 november 2023 in het dorpshuis aan de [straatnaam] in [plaats 1] aanwezig was voor een feest van zijn nicht. Verdachte werd door zijn broer [medeverdachte] (medeverdachte) op een gegeven moment naar buiten gehaald, omdat er een bestuurder was (de rechtbank begrijpt: aangever) die op medeverdachte was ingereden. Buiten vroeg verdachte aan aangever waar hij mee bezig was en noemde hem pannenkoek. Aangever kwam op verdachte af en daarop heeft verdachte hem met de vuist geslagen en naar de grond geduwd. Daarna is verdachte weer naar binnen gegaan.<footnote-ref linkend="_c27f3aaf-d3e8-45a0-a886-0f50fda04878" /> Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij aangever van zich af heeft geduwd. Het slaan kan hij zich niet herinneren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat hij op 26 november 2023 voor het dorpshuis aan de [straatnaam] in [plaats 1] op de openbare weg aanwezig is geweest. Hij was daar voor een verjaardag. Er was een persoon (de rechtbank begrijpt: aangever) op hem ingereden toen hij voor het dorpshuis stond en die persoon is later dreigend op hem afgekomen. Verdachte, zijn broer [verdachte] , werd daarop door aangever bij zijn keel gegrepen. [medeverdachte] heeft aangever vervolgens naar de grond gehouden, omdat aangever wild werd en [medeverdachte] niet door aangever geslagen wilde worden. Hij deed dat met zijn been boven op het lichaam van aangever en hij hield zijn handen vast.<footnote-ref linkend="_b3f56eb7-caed-4850-9e0e-60a2716ae2b1" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak zware mishandeling</emphasis>
      </para>
      <para>Op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting ontbreekt het wettig bewijs en heeft de rechtbank evenmin de overtuiging gekregen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een poging tot zware mishandeling van aangever. Redengevend hiervoor is dat de rechtbank anders dan in de verklaringen van aangever en zijn zoon geen aanknopingspunten ziet voor bewijs van het slaan met een kapotte bierfles door verdachte of een van de andere betrokkenen. De beelden bevestigen die verklaringen niet en er zijn ook geen resten van een bierfles aangetroffen. Ten aanzien van het schoppen van aangever heeft de rechtbank onvoldoende vast kunnen stellen over de kracht waarmee dit gebeurde en de aard van bijvoorbeeld het schoeisel waarmee werd geschopt om de conclusie te kunnen trekken dat er een aanmerkelijke kans bestond op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij aangever. De rechtbank zal verdachte daarom van het primair tenlastegelegde vrijspreken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Openlijke geweldpleging</emphasis>
      </para>
      <para>Van openlijke geweldpleging is sprake bij geweld, gepleegd in vereniging, dat voor derden zichtbaar was of had kunnen zijn en waardoor de openbare orde is verstoord. Geweld wordt in vereniging gepleegd als de dader nauw en bewust samenwerkt met één of meer anderen en daarbij zelf een significante of wezenlijke bijdrage aan de openlijke geweldpleging levert. Deze bijdrage kan onder andere bestaan uit het verrichten van één of meer gewelddadige handelingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt op grond van het vorenstaande allereerst dat er op 26 november 2023 voor het dorpshuis op de openbare weg de [straatnaam] in [plaats 1] geweld heeft plaatsgevonden, dat kan worden gekwalificeerd als openlijke geweldpleging. Het geweld was gericht tegen aangever, waarbij hij is geslagen, geduwd en getrapt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vraag die de rechtbank vervolgens dient te beantwoorden is of verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met één of meer anderen en daarbij zelf een significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het geweld. De rechtbank overweegt het volgende. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de verklaring van verdachte die hij heeft afgelegd bij de politie en waarin hij heeft verklaard aangever te hebben geduwd en geslagen. Dat hij ter terechtzitting het slaan zich niet meer kan herinneren maakt dit niet anders.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder andere uit de verklaring van aangever en de camerabeelden volgt dat aangever door meerdere personen werd geduwd en geschopt en dat een persoon hem ervan weerhoudt op te staan, nadat hij op de grond is geduwd. Op grond van de beelden is niet vast te stellen wie wie is, omdat de personen niet duidelijk herkenbaar zijn en verdachten zeggen zichzelf niet te herkennen, maar dat zowel verdachte als zijn broer er op dat moment bij aanwezig waren kan op grond van elk van hun eigen verklaringen worden vastgesteld. Uit de verklaring van verdachte volgt dat hij zich bevond in een gezelschap met zijn broer en dat hij aangever heeft geslagen en geduwd. Verdachte is daarmee het geweld begonnen. Uit de verklaring van medeverdachte volgt dat hij aangever naar de grond heeft gehouden en zijn handen heeft vastgehouden, waardoor ook (waarschijnlijk) andere (onbekend gebleven) personen vervolgens geweld tegen hem konden uitoefenen. De rechtbank concludeert dat dit ook op de beelden te zien is geweest. De rechtbank concludeert dat verdachte met vorengaande een significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de aanval van hem, medeverdachte en de (waarschijnlijk) onbekend gebleven personen op aangever. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting ontbreekt het wettig bewijs en heeft de rechtbank evenmin de overtuiging gekregen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het steken en/of snijden met een glasscherf of een puntig voorwerp. De rechtbank verwijst naar wat hierover is overwogen bij de bespreking van het primair ten laste gelegde feit. De rechtbank zal verdachte daarom van de eerste gedachtestreep vrijspreken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
      <para>De subsidiair ten laste gelegde openlijke geweldpleging in vereniging is wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van de eerste gedachtestreep.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 26 november 2023 te [plaats 1] , gemeente [plaats 2] openlijk, te weten, op<emphasis role="strike-through">/aan</emphasis> de [straatnaam] , <emphasis role="strike-through">in elk geval op of aan de openbare weg en/of</emphasis> op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [slachtoffer] door:</para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="strike-through">die [slachtoffer] met een glasscherf, althans een scherp en/of puntig voorwerp in het hoofd en/of achter het oor te steken en/of te snijden en/of</emphasis></para>
    <para>- die [slachtoffer] te duwen, waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>-<emphasis role="strike-through"> (</emphasis>vervolgens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> die [slachtoffer] meermalen <emphasis role="strike-through">(met kracht)</emphasis> tegen<emphasis role="strike-through">/op</emphasis> het hoofd en<emphasis role="strike-through">/of in/</emphasis>tegen het gezicht en<emphasis role="strike-through">/of in/tegen</emphasis> de ribben en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> de rug<emphasis role="strike-through">, althans het lichaam</emphasis> te schoppen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> te slaan/stompen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Subsidiair:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Openlijke geweldpleging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Beroep op noodweer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunten</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat een noodweersituatie zich niet heeft voorgedaan, zodat verdachte geen beroep op noodweer toekomt. Verdachte is de eerste die geweldshandelingen heeft gepleegd. Er is geen sprake geweest van een situatie waarin gesproken kan worden van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte een beroep op noodweer toekomt. Aangever is op verdachte afgelopen en maakte daarbij een handgebaar. Verdachte heeft zichzelf mogen verdedigen tegen het dreigende gevaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Beoordeeld moet worden of verdachte een beroep op noodweer toekomt. Voor noodweer, ingevolge artikel 41, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, is vereist dat de verdediging is gericht tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van het eigen lijf of een anders lijf, eerbaarheid of goed. Van een dergelijke aanranding kan ook sprake zijn bij een onmiddellijk dreigend gevaar voor een aanranding. De gestelde aanranding moet dan echter een zekere objectieve toetsing kunnen doorstaan: de enkele vrees is onvoldoende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank dient vervolgens de vraag te beantwoorden of het handelen van verdachte nodig was voor de noodzakelijke verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat zich geen noodweersituatie heeft voorgedaan. Uit het procesdossier en het verhandelde ter zitting is gebleken dat aangever naar de groep is gelopen waarin zich ook verdachte en medeverdachte bevonden. Niet is gebleken dat aangever op dat moment geweld heeft gebruikt of aanstalten maakte dat te gaan doen. De beelden geven geen enkele aanleiding om dit te veronderstellen. Van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding was dan ook geen sprake. Dat betekent dat de rechtbank het beroep op noodweer verwerpt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 weken, waarvan 8 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarden op te leggen reclasseringstoezicht, een gedragsinterventie bestaande uit een training cognitieve vaardigheden en een ambulante behandeling, en voorts tot het verrichten van 200 uren werkstraf subsidiair 100 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft verzocht indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt van het subsidiair tenlastegelegde, rekening te houden met de persoon van verdachte. Uit het reclasseringsrapport blijkt dat hij geen makkelijke start heeft gehad in zijn leven, maar dat hij nu alles op de rit heeft. Als hij de gevangenis in moet dan is hij mogelijk zijn werk kwijt. Verzocht wordt een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, waarvan één dag onvoorwaardelijk gelet op het geldende taakstrafverbod met daarnaast oplegging van een werkstraf. Verdachte verdient een kans.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Verdachte heeft, samen met zijn broer en anderen, fors geweld gebruikt tegen aangever. Dit is een ernstig feit waarbij een onaanvaardbare inbreuk is gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangever. Doordat het feit in het openbaar heeft plaatsgevonden, heeft dit feit ook angst en onrust in de samenleving veroorzaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoewel dit geweld nooit had mogen worden gebruikt en buitenproportioneel is, weegt de rechtbank aangevers rol mee. Aangever heeft immers de confrontatie opgezocht en had er ook voor kunnen kiezen om deze niet op te zoeken of in ieder geval niet kunnen teruglopen nadat hij met de groep had gesproken en de discussie voorbij leek te zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het reclasseringsrapport van 27 december 2024 volgt dat verdachte een belaste voorgeschiedenis heeft. Sinds twee jaren is er meer rust op de verschillende leefgebieden. Hij heeft een woning, werk en een inkomen, staat onder bewind en er zijn geen signalen van middelengebruik. Geadviseerd wordt een gedragsinterventie en ambulante behandeling op te leggen, nu verdachte opnieuw in beeld is gekomen voor een geweldsfeit. De kans op recidive wordt als gemiddeld ingeschat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft verder acht geslagen op het strafblad van verdachte van 10 december 2024, waaruit blijkt dat verdachte recentelijk voor een soortgelijk feit is veroordeeld tot een taakstraf van 60 uren. Verdachte heeft deze taakstraf voldaan. Het taakstrafverbod is daarom van toepassing. Dit maakt dat een taakstraf alleen samen met een gevangenisstraf kan worden opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegende vindt de rechtbank een gevangenisstraf van 30 dagen waarvan 29 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar passend, met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Daarnaast zal zij aan verdachte een werkstraf voor de duur van 150 uur opleggen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>De beoordeling van de civiele vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met het feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 379,86 aan materiële schade en € 2.500,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunten</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de materiële schade volledig en ten aanzien van de immateriële schade tot een bedrag van € 1.000,-, kan worden toegewezen en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
      <para>Voor het overige deel aan immateriële schade heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering ten aanzien van de kapotte hoodie dient te worden afgewezen. Ten aanzien van de immateriële schade dient de vordering te worden gematigd tot een bedrag van maximaal € 500,- tot € 750,-. Voor het overige moet de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overweging van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks materiële schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de geclaimde kosten voor een kapotte hoodie, een kapotte telefoon, het eigen risico en de reiskosten zijn gemaakt ten gevolge van het bewezenverklaarde. Dit deel van de vordering, te weten € 379,86, zal worden toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij vordert een vergoeding van door hem geleden immateriële schade vanwege de psychische gevolgen die de gebeurtenis en het ontstane letsel heeft gehad en nog heeft. De rechtbank is van oordeel dat verdachte samen met zijn mededader een ernstige inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de benadeelde partij en zijn gevoel van veiligheid. Gelet op de ernst van de normschending, de impact en de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een aantasting van de persoon zoals bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht, alles afwegende, een bedrag van € 750,00 billijk en zal de vordering tot vergoeding van de immateriële schade tot dat bedrag toewijzen en voor het overige niet-ontvankelijk verklaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is vanaf 26 november 2023 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat verdachte en medeverdachte ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover medeverdachte de schade heeft vergoed.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 141 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> spreekt verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">30 (dertig) dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten <emphasis role="bold">29 (negenentwintig) dagen</emphasis>, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de <emphasis role="bold">proeftijd van drie jaren</emphasis> niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden: <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para> stelt als bijzondere voorwaarden:</para>
    <para />
    <para>- <emphasis role="bold">Meldplicht bij reclassering</emphasis></para>
    <para>Verdachte meldt zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland locatie Stieltjesstraat 1 te Nijmegen op het telefoonnummer 088-8041405. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. Huisbezoeken kunnen onderdeel uitmaken van de meldplicht.</para>
    <para>- <emphasis role="bold">Gedragsinterventie cognitieve vaardigheden+</emphasis></para>
    <para>Verdachte neemt actief deel aan de gedragsinterventie CoVa+ of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider.</para>
    <para>- <emphasis role="bold">Ambulante behandeling</emphasis></para>
    <para>Indien na afronding van de CoVa+ blijkt dat een behandeling bij forensische psychiatrische polikliniek Kairos noodzakelijk wordt geacht, werkt verdachte mee aan een behandeling aldaar of bij een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.</para>
    <para />
    <para> stelt als overige voorwaarden dat:</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para> geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan;<?linebreak?></para>
    <para> legt op een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> van <emphasis role="bold">150 (honderdvijftig) uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 (vijfenzeventig) dagen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vordering benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte in verband met het feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van <emphasis role="bold">€ 379,86 (driehonderdnegenenzeventig euro en zesentachtig cent)</emphasis> aan materiële schade en <emphasis role="bold">€ 750,- (zevenhonderdvijftig euro)</emphasis> aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 november 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para> verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot immateriële schade;</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van <emphasis role="bold">€ 1.129,86</emphasis> (duizend honderdnegenentwintig euro en zesentachtig cent) aan materiële schade en immateriële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 november 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen <emphasis role="bold">21 (eenentwintig) dagen</emphasis> gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para> bepaalt dat als de medeverdachte (een deel van) het schadebedrag betaalt dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.</para>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Snijders (voorzitter), mr. W. Bruins en mr. A. de Gooijer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. Teger, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 31 januari 2025.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_d414101a-953b-4d1e-9e80-501e8422cbc5" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2023546334, gesloten op 28 maart 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_213079e9-12b3-45d6-903c-9683b184f69e" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 8-10.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bce94f61-738f-4314-ab65-63d1b3427ca1" label="3">
    <para> Geneeskundige verklaring, p. 16-19.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1a17b544-9f9a-488d-9501-1fd9aa894cfb" label="4">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 36-37.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c27f3aaf-d3e8-45a0-a886-0f50fda04878" label="5">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 62-63.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b3f56eb7-caed-4850-9e0e-60a2716ae2b1" label="6">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , p. 54-56.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>