<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:9371</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-29T13:57:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ARN 24/4970</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:9371">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:9371</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-29T13:54:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:9371 Rechtbank Gelderland , 06-11-2025 / ARN 24/4970</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:9371:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het beroep van eiseres tegen de korting op het ziekengeld en de terugvordering van ziekengeld op grond van de Ziektewet (ZW) is ongegrond. Aan eiseres is ziekengeld uitbetaald over zowel de arbeidsongeschiktheidsuren, als over de uren dat zij salaris heeft ontvangen van haar werkgever. Het UWV mocht daarom de korting op het ziekengeld toepassen en het ziekengeld terugvorderen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:9371:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: ARN 24/4970 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tussen</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres], uit [plaats], eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. A.A.M. van der Zandt),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen</emphasis>, het UWV </para>
      <para>(gemachtigde: mr. drs. N.A. Kuilderd).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Samenvatting</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen de korting op het ziekengeld en de terugvordering van ziekengeld op grond van de Ziektewet (ZW). Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de korting op het ziekengeld en de terugvordering van het ziekengeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV een juiste beslissing heeft genomen. Aan eiseres is ziekengeld uitbetaald over zowel de arbeidsongeschiktheidsuren, als over de uren dat zij salaris heeft ontvangen van haar werkgever. Het UWV mocht daarom de korting op het ziekengeld toepassen en het ziekengeld terugvorderen. Eiseres krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Met het besluit van 19 december 2023 heeft het UWV besloten tot de korting op het ziekengeld van eiseres over de periode van 2 juni 2023 tot en met 31 juli 2023. Met het besluit van 8 januari 2024 heeft het UWV besloten tot de terugvordering van het ziekengeld over de periode van 2 juni 2023 tot en met 31 juli 2023. Met het besluit van 9 januari 2024 heeft het UWV besloten dat eiseres het te veel ontvangen bedrag aan ziekengeld moet terugbetalen. Het gaat om een bedrag van € 857,75 bruto. Met het bestreden besluit van 11 juni 2024 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij de besluiten van 19 december 2023 en </para>
      <para>8 januari 2024 gebleven. Met het bestreden besluit is het besluit van 9 januari 2024 gewijzigd, waarbij het door eiseres terug te betalen bedrag is vastgesteld op € 539,57 netto. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 13 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De totstandkoming van het bestreden besluit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Eiseres was werkzaam bij [naam bedrijf]. Per 2 juni 2023 meldt zij zich ziek voor dit werk. Aansluitend ontvangt zij ziekengeld van het UWV. Per 31 juli 2023 is eiseres hersteld gemeld en wordt haar recht op ziekengeld beëindigd.</para>
    <para />
    <para>4. Met het besluit van 19 december 2023 besluit het UWV tot de korting op het ziekengeld van eiseres in de periode van 2 juni 2023 tot en met 31 juli 2023 (de periode in geding), omdat zij inkomsten uit arbeid heeft ontvangen. Met het besluit van 8 januari 2024 besluit het UWV tot de terugvordering van een bedrag van € 857,75 bruto. Dit is het bedrag aan ziekengeld dat eiseres ten onrechte heeft ontvangen van het UWV in de periode in geding. Met het besluit van 9 januari 2024 heeft het UWV beslist dat eiseres het een bedrag van € 857,75 moet terugbetalen.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Op 5 februari 2024 heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen het besluit van 8 januari 2024. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Het UWV heeft dit bezwaar ook opgevat gericht te zijn tegen het besluit van </para>
        <para>19 december 2023. Met het bestreden besluit is het UWV bij de besluiten van 19 december 2023 en 8 januari 2024 gebleven. Het UWV heeft aanleiding gezien om te beslissen dat eiseres de terugvordering van het bedrag van € 857,75 bruto, kan voldoen met een nettobedrag van € 539,57 en heeft ambtshalve het besluit van 9 januari 2024 gewijzigd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Wat is in geschil?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>5. Uit het dossier en hetgeen tijdens de zitting is besproken, begrijpt de rechtbank het volgende. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres in de maanden juni 2023 en juli 2023 deels heeft gewerkt, en deels arbeidsongeschikt was. De vraag die voorligt, is of het UWV een juiste korting op het ziekengeld van eiseres heeft toegepast en een juist bedrag aan ziekengeld heeft teruggevorderd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>6. Loonspecificaties 8 en 10 zien op de maand juni 2023. Uit loonspecificatie 8 blijkt dat de werkgever van eiseres zowel de gewerkte uren heeft uitbetaald, als de uren dat zij arbeidsongeschikt was. Loonspecificatie 10 betreft een correctie hierop. In loonspecificatie 10 is opgenomen dat de betaling voor de uren dat eiseres arbeidsongeschikt was (het gaat om een nettobedrag van € 422,17) wordt verrekend. </para>
      <parablock>
        <para>Uit loonspecificatie 9 (die ziet op de maand juli 2023) blijkt dat de werkgever in die maand (alleen) de gewerkte uren heeft uitbetaald. </para>
        <para>Verder blijkt uit het dossier dat eiseres het bedrag van € 422,17 (netto) aan haar werkgever heeft terugbetaald in drie termijnen.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>7. Met het besluit van 28 juli 2023 is aan eiseres ziekengeld toegekend per 2 juni 2023. In dit besluit is het dagloon vastgesteld op € 40,85. Dit dagloon is gebaseerd op de volledige arbeidsomvang van eiseres bij haar werkgever. De bruto-uitkering is 90% van het dagloon.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit de betaalspecificatie van het UWV van 31 juli 2023 blijkt dat over de periode in geding (2 juni 2023 tot en met 31 juli 2023) een bedrag aan ziekengeld is betaald van </para>
        <para>€ 1.530,57 bruto. Dit bedrag is gebaseerd op het dagloon, zoals genoemd in het besluit van 28 juli 2023, keer het aantal werkdagen van eiseres in de maanden juni en juli 2023 (ongeveer 21 werkdagen per maand). </para>
        <para>De rechtbank concludeert hieruit dat aan eiseres ziekengeld is uitbetaald over zowel de arbeidsongeschiktheidsuren, als over de uren dat zij salaris heeft ontvangen van haar werkgever.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>8. Uit het besluit van 19 december 2023 blijkt dat een korting is toegepast op het ziekengeld van eiseres. Uit de bijlage bij dit besluit begrijpt de rechtbank dat het UWV de inkomsten die eiseres in de maanden juni en juli 2023 van haar werkgever heeft ontvangen voor de gewerkte uren, op het dagloon in mindering heeft gebracht. Het UWV heeft vervolgens een bruto-uitkering per dag vastgesteld waarop eiseres recht had. Die bruto-uitkering ziet dus op de uren dat eiseres arbeidsongeschikt was in de maanden juni en juli 2023. Met het besluit van 8 januari 2024 heeft het UWV vervolgens het teveel betaalde bedrag aan ziekengeld teruggevorderd. Over de door eiseres gewerkte uren bij haar werkgever wordt immers geen ziekengeld uitbetaald. Het gaat om een terug te vorderen brutobedrag van € 857,75. </para>
      <para />
      <para>9. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, concludeert de rechtbank dat er geen aanleiding is om te oordelen dat het UWV een onjuiste korting heeft toegepast of een onjuist bedrag heeft teruggevorderd. Eiseres heeft ook geen beroepsgronden aangevoerd die zijn gericht tegen de berekeningen door het UWV. </para>
      <para />
      <para>10. Eiseres heeft gesteld dat zij aan zowel haar werkgever, als aan het UWV moest terugbetalen en dat zij daardoor dubbel heeft terugbetaald. De rechtbank kan eiseres hierin niet volgen. Eiseres heeft aan haar werkgever het bedrag terugbetaald dat zij ten onrechte (van haar werkgever) had ontvangen voor de uren dat zij arbeidsongeschikt was in juni 2023. De terugvordering door het UWV gaat over iets anders. Het UWV heeft bij besluit van 28 juli 2023 ziekengeld toegekend voor alle uren die eiseres bij haar werkgever in dienst was, dus ook voor de uren in juni en juli 2023 die zij gewerkt heeft en salaris heeft ontvangen van haar werkgever. Eiseres heeft voor de gewerkte uren dus zowel van haar werkgever salaris ontvangen, als van het UWV ziekengeld ontvangen. Het UWV heeft dat gedeelte van het ziekengeld teruggevorderd.</para>
      <para />
      <para>11. Eiseres heeft ook gesteld dat het bedrag dat zij moet terugbetalen aan het UWV niet klopt, omdat zij bij haar werkgever elke maand ongeveer € 700 à € 800 aan salaris ontving. Zij heeft in de maanden juni en juli 2023 uiteindelijk een veel lager bedrag overgehouden.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.1.</nr>
      <para>Uit de loonstroken die zien op de maanden juni en juli 2023 blijkt dat eiseres bedragen van respectievelijk € 470,27 en € 453,40 heeft ontvangen aan salaris (netto). Het UWV heeft over deze maanden een brutobedrag van € 1.530,57 aan ziekengeld aan eiseres uitgekeerd. In het besluit van 8 januari 2024 is een bedrag van € 857,75 teruggevorderd door het UWV. Dat betekent dat eiseres dit brutobedrag teveel heeft ontvangen aan ziekengeld. De rechtbank heeft geen aanleiding om te veronderstellen dat de terugvordering van dit bedrag onjuist is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>11.2.</nr>
      <para>De rechtbank merkt op dat uit de loonstroken over de maanden juni en juli 2023 blijkt dat bij de werkgever nauwelijks loonheffing werd ingehouden. Uit de betaalspecificatie van het UWV van 31 juli 2023 blijkt dat bij het UWV een substantieel deel aan loonheffing is ingehouden. Tijdens de zitting is aan de orde geweest dat de reden hiervoor waarschijnlijk is, dat bij de werkgever de loonheffingskorting werd toegepast, en bij het UWV niet. Dat heeft met belastingtechnische aspecten te maken. Dit betekent niet dat de besluitvorming door het UWV onjuist is. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>12. Met het besluit van 9 januari 2024 heeft het UWV het door eiseres terug te betalen bedrag vastgesteld op € 857,75 bruto. Met het bestreden besluit heeft het UWV dit bedrag aangepast naar € 539,57 netto. Eiseres heeft tijdens de zitting gesteld dat zij een bedrag van ongeveer € 1.000 heeft terugbetaald aan het UWV. Het UWV heeft hierover aangegeven dat er nog andere vorderingen openstonden en dat deze waarschijnlijk samengevoegd zijn. </para>
        <para>Hier heeft de rechtbank geen zicht op. De rechtbank kan slechts beoordelen of het teruggevorderde nettobedrag van € 539,57 klopt. Niet gebleken is dat dit bedrag onjuist is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. Post, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. J.M. van Kouwen, griffier.</para>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>