<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:9141</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-05T17:00:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ARN 24/6377</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:9141">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:9141</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-31T16:13:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:9141 Rechtbank Gelderland , 30-10-2025 / ARN 24/6377</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:9141:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Deze uitspraak gaat over de ontvankelijkheid van het bezwaar van eiser. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een aan de derde-partij verleende omgevingsvergunning maar het college heeft het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij geen belanghebbende is. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college eiser terecht niet als belanghebbende heeft aangemerkt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:9141:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: ARN 24/6377 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tussen</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser], uit [plaats 1], eiser</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. S. Hoekstra).</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij] B.V. uit [plaats 2] </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. L.P. Quist).</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Samenvatting</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Deze uitspraak gaat over de ontvankelijkheid van het bezwaar van eiser. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een aan de derde-partij verleende omgevingsvergunning maar het college heeft het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij geen belanghebbende is. Eiser is het niet eens met dit besluit. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het college het bezwaar van eiser op goede gronden niet-ontvankelijk heeft verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college eiser terecht niet als belanghebbende heeft aangemerkt. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 3. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Bij besluit van 23 januari 2024 is er een tijdelijke omgevingsvergunning<footnote-ref linkend="_3df6081c-3680-4123-9d6a-28a4f3f7dec6" /> voor 10 jaar verleend voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten op het perceel nabij [locatie 1] in [plaats 1]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het college heeft met het besluit van 31 juli 2024 het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser volgens het college geen belanghebbende is. Hij zal namelijk geen feitelijke gevolgen van enige betekenis ondervinden van het bouwplan. De bouwlocatie ligt op 350 meter van zijn woning en daartussen bevinden zich drie woon/werkgebouwen van ongeveer gelijke hoogte als het bouwplan zodat eiser daar geen zicht op heeft. Ook verder acht het college niet aannemelijk dat eiser feitelijke gevolgen van enige betekenis zal ondervinden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 22 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van het college en de gemachtigde van de derde-partij. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Belanghebbendheid van eiser </emphasis>
      </para>
      <para>3. Eiser stelt dat het college hem ten onrechte niet als belanghebbende heeft aangemerkt bij de tijdelijke omgevingsvergunning. Ten eerste stelt hij dat het project waarvoor de vergunning is verleend vooruitloopt op een omgevingsplan voor de ruimere omgeving. De grens van dat plangebied ligt slechts op 170 meter van zijn woning. Er is ook direct zicht op dat plangebied. Verder zal het project waarvoor een omgevingsvergunning is verleend zorgen voor veel extra verkeersbewegingen langs zijn woning. Uit de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 19 juli 2024<footnote-ref linkend="_84406ab9-1e36-434d-b4f5-a5c10dd473b2" /> blijkt volgens eiser dat iemand in een soortgelijk geval als belanghebbende is aangemerkt. Daarnaast stelt eiser dat hij belanghebbende is omdat hij meerdere malen per dag langs het project komt, dat op een prominente en beeldbepalende plaats ligt. Tot slot wijst hij erop dat hij is uitgenodigd voor een informatieavond over de omgevingsvergunning. In de uitnodiging stond dat ‘direct betrokkenen’ waren uitgenodigd, zodat het college niet later kan oordelen dat hij geen belanghebbende is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>In artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Alleen wie een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang heeft dat rechtstreeks betrokken is bij het bestreden besluit, is belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geldt als uitgangspunt dat degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit toestaat, in beginsel belanghebbende is bij dat besluit. Het criterium "gevolgen van enige betekenis" dient als correctie op dit uitgangspunt. <footnote-ref linkend="_906e53a1-080d-4f97-a3fa-a65cf972c848" /> Gevolgen van enige betekenis ontbreken als de gevolgen wel zijn vast te stellen, maar de gevolgen van de activiteit voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van betrokkene dermate gering zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt. Daarbij wordt acht geslagen op de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (onder andere geur, geluid, licht, trilling, emissie en risico) van de activiteit die het besluit toestaat, waarbij die factoren zo nodig in onderlinge samenhang worden bezien. Ook aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>4. De beroepsgrond slaagt niet. Eiser woont op ongeveer 350 meter afstand van de bouwlocatie op de hoek van de [locatie 2] en de [locatie 1], waaraan ook de bouwlocatie zich bevindt. Tussen de bouwlocatie en het perceel van eiser bevinden zich 3 woon/werkgebouwen van ongeveer gelijke hoogte als het bouwplan (ca. 10 meter). Eiser heeft geen zicht op het bouwplan en er zijn ook geen milieugevolgen te verwachten door de tijdelijke huisvesting van de arbeidsmigranten. Voor zover eiser aanvoert dat de omgevingsvergunning zal leiden tot veel extra verkeersbewegingen langs zijn woning overweegt de rechtbank dat de toename van verkeersstromen voor de woning van eiser niet leiden tot gevolgen van enige betekenis. Dit komt omdat de [locatie 1] de verbindingsweg is tussen de snelweg A1 en het dorp [plaats 1] met ongeveer 12.000 inwoners. Er is al sprake is van veel verkeersbewegingen en de toename in verkeer door 100 arbeidsmigranten die naar en van hun werk reizen zal nauwelijks merkbaar zijn. De situatie in de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant is daarnaast niet vergelijkbaar met de voorliggende omgevingsvergunning. In die uitspraak overwoog de rechtbank dat iemand belanghebbende is omdat de te verwachten rij- en looproutes van de arbeidsmigranten naar het bedrijventerrein langs zijn woning zouden lopen. In die zaak betrof het echter de huisvesting van 400 arbeidsmigranten, terwijl het hier gaat om de huisvesting van circa 80 tot 100 arbeidsmigranten. Daarbij leidt de rechtbank uit die uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant af dat daar sprake was van een relatief kleine weg met weinig verkeer, terwijl hier al sprake is van een drukke verbindingsweg. </para>
        <para>Ten aanzien van hetgeen eiser aanvoert over de prominente ligging van het project stelt de rechtbank vast dat de omstandigheid dat eiser meerdere malen per dag langs het project komt hem niet in voldoende mate onderscheidt van anderen om te kunnen spreken van een persoonlijk belang. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Voor zover eiser heeft aangevoerd dat hij als belanghebbende moet worden aangemerkt omdat hij is uitgenodigd voor een informatieavond over de omgevingsvergunning volgt de rechtbank dit niet. Dat op de informatiepagina over de omgevingsvergunning stond dat directe betrokkenen zouden worden uitgenodigd maakt niet dat eiser ook belanghebbende is in de zin van de Awb. Het komt vaker voor dat bestuursorganen met een ruimere kring mensen spreken dan alleen de belanghebbenden in juridische zin. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De beroepsgrond dat dit project onderdeel vormt van een toekomstig omgevingsplan en dat hij daarbij inspraak moet kunnen hebben, maakt dat niet anders. Het gaat nu om de ontvankelijkheid van eiser als belanghebbende bij dit besluit. Als er in de toekomst ontwikkelingen zijn waarbij hij wel belanghebbende is, kan hij daar op dat moment tegen opkomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. Omdat het college eiser op goede gronden niet als belanghebbende heeft aangemerkt is het beroep ongegrond. Dat betekent dat de rechtbank niet toekomt aan de overige door eiser aangevoerde beroepsgronden. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. van der Straaten, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. J. van Oosterhout , griffier.</para>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_3df6081c-3680-4123-9d6a-28a4f3f7dec6" label="1">
    <para> Met toepassing van artikel 2.1., aanhef, eerste lid, onder c in samenhang met artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 2°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), in samenhang met  artikel 4, elfde lid van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_84406ab9-1e36-434d-b4f5-a5c10dd473b2" label="2">
    <para> ECLI:NL:RBOBR:2024:3437.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_906e53a1-080d-4f97-a3fa-a65cf972c848" label="3">
    <para> ECLI:NL:RVS:2017:2271.  </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>