<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:8892</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-10T13:55:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/286922-24.ontn</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:8892">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:8892</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-10T13:50:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:8892 Rechtbank Gelderland , 17-10-2025 / 05/286922-24.ontn</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:8892:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontnemingsvordering gedeeltelijk toegewezen. Wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 10.000,00 en betalingsverplichting op dat bedrag vastgesteld. Uitgangspunt 1 eerdere oogst</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:8892:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/286922-24</para>
      <para>Datum uitspraak	: 17 oktober 2025 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de meervoudige kamer </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] (Koninkrijk der Nederlanden), </para>
      <para>wonende aan [adres] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsvrouw: mr. J.G.T. Stapelbroek-Klooken, advocaat in Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en dat de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 106.567,65.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is op de openbare terechtzitting van 3 oktober 2025 onderzocht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft ter terechtzitting de vordering aangepast en heeft gevorderd dat het voordeel in totaal op € 128.076,78  dient te worden vastgesteld en de betalingsverplichting ten aanzien van verdachte dient te worden vastgesteld op € 42.692,26. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat, indien verdachte wordt veroordeeld, verdachte enkel een bedrag van € 500,00 heeft verdiend voor haar geboden hulp en het door verdachte genoten voordeel op dit bedrag moet worden vastgesteld. Voor zover de rechtbank aansluiting zoekt bij het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel, dient de berekening te worden gemaakt op basis van 1.100 in plaats van 1.409 hennepplanten. Ten slotte verzoekt de verdediging rekening te houden met de spraakberichten die op de telefoon van verdachte zijn ontvangen waaruit blijkt dat de oogst tegenviel, met de forse schuldenproblematiek van verdachte en, indien bewezen, met de beperkte omvang van de rol van verdachte ten aanzien van de hennepkwekerij. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van de vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van vandaag is veroordeelde veroordeeld ter zake van: </para>
      <para>- medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Eén eerdere oogst </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht aannemelijk dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten gedurende langere tijd voorafgaande aan de dag van de ontdekking van de hennepkwekerij (terwijl alleen die dag ten laste is gelegd). In zoverre leunt de ontnemingsvordering op “andere strafbare feiten” zoals bedoeld in artikel 36e lid 2 van het Wetboek van Strafrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank gebruikt als grondslag voor de schatting van de hoogte van dit wederrechtelijk verkregen voordeel het Rapport berekening wederrechtelijke verkregen voordeel ex artikel 36e lid 2 Wetboek van Strafrecht (hierna: het ontnemingsrapport).<footnote-ref linkend="_6f357e3b-c984-4d8a-acb6-8ad6728e7320" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het ontnemingsrapport wordt ervan uitgegaan dat er in de hennepkwekerij één eerdere oogst heeft plaatsgevonden. Dit is vastgesteld aan de hand van de aangetroffen op kalk gelijkende afzetting op het zeil, de onderzijde van de plantenpotten en het bevloeiingssysteem, stof op de koolstoffilters en andere voorwerpen. De rechtbank baseert zich verder op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.<footnote-ref linkend="_20544866-a191-4080-bd0e-ffc301e65d18" /> Zo kan de eerdere oogst tevens worden vastgesteld aan de hand van (de beschrijving van de) camerabeelden van 24 oktober 2023 waarop te zien is dat tien personen uit een busje worden geladen door medeverdachte [medeverdachte 2] en medeverdachte [medeverdachte 1] in combinatie met camerabeelden van 25 oktober 2023 waarop te zien is dat medeverdachte [medeverdachte 2] met een onbekend gebleven persoon met drie grote tassen en één grote doos het pand uit loopt. Daarnaast wordt in het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij geverbaliseerd dat bij de hennepkwekerij droge resten van hennepplanten en afvalzakken met potgrond, waarin zich gebruikte stekblokjes/rondjes en wortelresten bevonden, zijn aangetroffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank concludeert dat de genoemde omstandigheden duiden op één eerdere oogst. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel </emphasis>
      </para>
      <para>Uit het proces-verbaal van bevindingen betreffende de uitgelezen telefoon van veroordeelde blijken enkele gesprekken met ‘ [naam] ’, die veroordeelde heeft aangewezen als medeverdachte [medeverdachte 2] . In een van de spraakberichten van medeveroordeelde [medeverdachte 2] aan veroordeelde zegt [medeverdachte 2] : <emphasis role="italic">“Als ik nou een kleinere heb, gewoon met tien lampjes ofzo</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">pak je ook veertigduizend euro snap je? Maar dan alleen voor jezelf snap je? Die</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">eigenaar vijf/zesduizend hou je misschien vierendertigduizend over voor jezelf. Nu,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">kerel ik heb uhh.. jij tienduizend, hij vijftienduizend, die betalen, nieuwe stekjes</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">vijfduizend, zesduizend.”</emphasis> Het standpunt van de verdediging dat veroordeelde geen geld of slechts € 500,- zou hebben ontvangen, acht de rechtbank gelet op het voorgaande, maar ook op basis van de aangetroffen foto van stapels contant geld in de telefoon van veroordeelde daags na de hennepoogst, onaannemelijk. Verdachte heeft geen enkele verklaring willen geven voor deze foto, die, gegeven haar breed uitgemeten slechte financiële omstandigheden, toch op z’n minst opmerkelijk is.</para>
      <para>Op basis van dit spraakbericht schat de rechtbank het bedrag dat veroordeelde heeft ontvangen voor haar betrokkenheid bij de hennepkwekerij op € 10.000,00. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt op grond van het voorgaande het geschatte voordeel ten aanzien van veroordeelde vast op een bedrag van € 10.000,00 en zal haar veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de Staat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het vonnis is verdachte hoofdelijk veroordeeld tot betaling van schadevergoeding. Indien zij aan deze veroordeling heeft voldaan, kan zij ingevolge artikel 36e lid 9 Sr op de voet van artikel 6:6:26 Sv vermindering vragen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van <emphasis role="bold">€ 10.000,00 (zegge: tienduizend euro)</emphasis>; </para>
    <para />
    <para>- stelt de <emphasis role="bold">betalingsverplichting </emphasis>tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op <emphasis role="bold">€ 10.000,00 (zegge: tienduizend euro)</emphasis>; </para>
    <para />
    <para>- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van dit bedrag;<?linebreak?></para>
    <para>- bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering op 200 dagen; </para>
    <para />
    <para>- wijst het anders of meer gevorderde af. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. J.M. Breimer (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. Y. Rikken, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.A. Rombouts, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 oktober 2025. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_6f357e3b-c984-4d8a-acb6-8ad6728e7320" label="1">
    <para> Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van de politie Eenheid Oost-Nederland, rapportnummer PL0600-2023598999-1, opgemaakt op 27 juni 2024, p. 141-147 van het hierboven vermelde proces-verbaal. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_20544866-a191-4080-bd0e-ffc301e65d18" label="2">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Eenheid Oost-Nederland opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2023599183, gesloten op 9 september 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>