<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:8889</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-11T16:16:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/224820-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:8889">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:8889</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-05T10:38:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:8889 Rechtbank Gelderland , 17-09-2025 / 05/224820-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:8889:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Poging tot zware mishandeling van een medewerkster op de woongroep van verdachte met een pan. Bewezenverklaarde wordt verdachte in sterk verminderde mate toegerekend. Veroordeling tot een gevangenisstraf van 4 maanden, tbs met voorwaarden (dadelijk uitvoerbaar) en een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbenemende maatregel. Schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis – onder de voorwaarden verbonden aan de tbs -met ingang van het tijdstip waarop de klinische behandeling van verdachte start. Gedeeltelijke toewijzing van vordering benadeelde partij voor immateriële schadevergoeding. Gedeeltelijke afwijzing en niet-ontvankelijkverklaring van vordering benadeelde partij voor materiële schadevergoeding. Vrijspraak van poging doodslag en zware mishandeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:8889:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/224820-24</para>
      <para>Datum uitspraak	: 17 september 2025 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1977 in [geboorteplaats], </para>
      <para>op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfsplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. H.J.M. Nijenhuis, advocaat in Nijmegen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 9 juli 2024 te [plaats], gemeente Berg en Dal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] meermalen met een pan, althans met een hard voorwerp, met kracht op/tegen het hoofd, op/tegen de schouder(s), op/tegen de arm(en), en/of op/tegen de knie(ën), althans op/tegen het lichaam heeft geslagen en/of (daarbij) dreigend de woorden heeft toegevoegd: “ik ga je doodslaan, ik ga je doodslaan zolang totdat ik hier weg kan”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 9 juli 2024 te [plaats], gemeente Berg en Dal, aan [slachtoffer] opzettelijk met voorbedachten rade, zwaar lichamelijk letsel, te weten een gecompliceerde handbreuk en/of hoofdletsel, heeft toegebracht door die [slachtoffer] meermalen met een pan, althans met een hard voorwerp, met kracht op/tegen het</para>
      <para>hoofd, op/tegen de schouder(s), op/tegen de arm(en), en/of op/tegen de knie(ën), althans op/tegen het lichaam te slaan en/of (daarbij) dreigend de woorden toe te voegen: “ik ga je doodslaan, ik ga je doodslaan zolang totdat ik hier weg kan”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 9 juli 2024 te [plaats], gemeente Berg en Dal, ter uitvoering van het door  verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen meermalen met een pan, althans met een hard voorwerp, met kracht op/tegen het hoofd, op/tegen de schouder(s), op/tegen de arm(en) en/of op/tegen de knie(ën), althans op/tegen het lichaam heeft geslagen en/of (daarbij) dreigend de woorden heeft toegevoegd: “ik ga je doodslaan, ik ga je doodslaan zolang totdat ik hier weg kan”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen</para>
      <para>misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>nog meer subsidiair althans, indien al het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 9 juli 2024 te [plaats], gemeente Berg en Dal, [slachtoffer] heeft mishandeld door meermalen met een pan, althans met een hard voorwerp, met kracht op/tegen het hoofd, op/tegen de schouder(s), op/tegen de arm(en) en/of op/tegen de knie(ën), althans op/tegen het lichaam heeft geslagen; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_5bf92675-b171-4371-879d-156538e5c19b" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair en subsidiair ten laste gelegde feit. </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat voor het meer subsidiair ten laste gelegde feit voldoende wettig en overtuigend bewijs bestaat. Ten aanzien van het onderdeel dat ziet op de voorbedachte raad dient verdachte partieel te worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair en subsidiair ten laste gelegde feit. De primair ten laste gelegde poging tot doodslag kan niet worden bewezen verklaard, omdat verdachte geen opzet op de dood van aangeefster had. Ook kan niet worden bewezen dat verdachte heeft geroepen dat hij aangeefster zou doodslaan. </para>
      <para>Ten aanzien van de ten laste gelegde zware mishandeling dient verdachte ook te worden vrijgesproken. Het letsel van aangeefster kan niet worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel in de zin van de wet. </para>
      <para>De poging tot zware mishandeling kan volgens de raadsman bewezen worden verklaard. De raadsman heeft daarbij bepleit dat verdachte wel dient te worden vrijgesproken van het bestanddeel met voorbedachten rade. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
      <para>Aangeefster [slachtoffer] heeft verklaard dat zij op 9 juli 2024 aan de [adres] in [plaats] aan het werk was op de woongroep “[woongroep]”. Aldaar zag zij die dag verdachte haar kantoor binnenlopen met een pan in zijn rechterhand. Zij zag dat hij direct op haar afliep en zij voelde en zag dat zij meerdere harde klappen op haar hoofd kreeg van hem. Ook hoorde zij hem zeggen “ik ga je doodslaan, ik ga je doodslaan net zolang tot dat ik hier weg kan”. Zij liep weg en voelde wederom meerdere klappen van de pan op haar hoofd, schouders en armen. Zij heeft aangegeven op haar hoofd, handen, linkerschouder, rechterbovenarm, rechterknie en beide onderarmen letsel te hebben opgelopen.<footnote-ref linkend="_ace96fa3-9a73-43af-8d7b-0b231a71af83" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de geneeskundige verklaring opgemaakt door mr. drs. M.E.B. Morsink, spoedeisendehulp-arts, is opgenomen dat bij aangeefster een gebroken middenhandsbeentje van de linkerhand en een zwelling op de behaarde hoofdhuid is waargenomen.<footnote-ref linkend="_3e1f6d45-a892-419a-b57d-219c8be17a38" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij aangeefster met een pan heeft geslagen.<footnote-ref linkend="_09ef3394-5bc7-43b4-8536-dd962164904a" /> Daarnaast heeft hij verklaard dat het best kan zijn dat hij heeft gezegd “ik ga je doodslaan”. Dat kan hij zich niet meer herinneren. Hij heeft verklaard dit misschien te hebben gezegd om iemand bang te maken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het primair en subsidiair tenlastegelegde</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte (voorwaardelijk) opzet op de dood van aangeefster had en spreekt verdachte van het primair ten laste gelegde vrij. Daarbij is onder meer van belang dat op basis van het dossier en hetgeen verdachte ter zitting heeft verklaard niet kan worden vastgesteld met wat voor soort pan verdachte aangeefster op haar hoofd heeft geslagen. Aangeefster spreekt weliswaar van een “koekenpan” maar verdachte weerspreekt dat, terwijl de pan in het opsporingsonderzoek niet terugkomt. Nu over de soort, de grootte en het gewicht van de pan geen verdere details bekend zijn  kan de rechtbank niet vaststellen dat het slaan met deze pan een aanmerkelijke kans op de dood met zich bracht. </para>
      <para>Ook is de rechtbank met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat niet kan worden bewezen dat er sprake was van zwaar lichamelijk letsel bij aangeefster als bedoeld in artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: ‘Sr’) en spreekt verdachte van het subsidiair ten laste gelegde vrij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het meer subsidiair tenlastegelegde </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat verdachte aangeefster meermalen met een pan, waarvan het soort, de grootte en het gewicht niet is komen vast te staan, heeft geslagen op haar hoofd, linkerschouder en armen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat op grond van het dossier en hetgeen verdachte ter zitting heeft verklaard niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte vol opzet had om aangeefster zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Voor een bewezenverklaring van een poging tot zware mishandeling moet dan tenminste vast komen te staan dat verdachte het voorwaardelijk opzet had om aangeefster zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens vaste jurisprudentie is sprake van voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg als verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dat gevolg zal intreden. Of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht. Het zal moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer gericht op een bepaald gevolg dat het - behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op het gevolg heeft aanvaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of de kans op het oplopen van zwaar lichamelijk letsel bij aangeefster aanmerkelijk was. Verdachte heeft aangeefster meermalen met een pan op onder meer haar hoofd geslagen. Naar algemene ervaringsregels bestaat er een aanmerkelijke kans dat hierdoor zwaar lichamelijk letsel kan ontstaan. In en rondom het hoofd bevinden zich namelijk verschillende vitale organen en weke delen. Door met een pan meermalen op het hoofd te slaan heeft verdachte deze kans naar uiterlijke verschijningsvorm aanvaard. De poging tot zware mishandeling wordt dan ook bewezenverklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat niet kan worden bewezen verklaard dat verdachte het feit heeft gepleegd met voorbedachte rade. Verdachte heeft wisselend verklaard over de gang van zaken voorafgaand aan het feit, waaronder over het moment waarop bij hem het idee zou zijn ontstaan om aangeefster met een pan te slaan. Uit het enkele feit dat verdachte weg wilde bij [woongroep] en daartoe zijn spullen had ingepakt, volgt niet zonder meer dat er op dat moment al sprake was van het plan aangeefster met een pan te slaan en dus evenmin dat sprake is geweest van een moment van kalm beraad ten aanzien van dit plan. De rechtbank spreekt verdachte daarom van dit deel van de tenlastelegging partieel vrij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wel bewezen dat verdachte de woorden “ik ga je doodslaan, ik ga je doodslaan zolang totdat ik hier weg kan” heeft uitgesproken. Aangeefster heeft gedetailleerd en consistent verklaard dat verdachte dit heeft gezegd. Ter terechtzitting heeft verdachte aangegeven niet zeker te weten of hij dit heeft uitgesproken, maar dat dit inderdaad het geval kan zijn geweest. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank spreekt verdachte ten slotte partieel vrij van het onderdeel van de tenlastelegging dat ziet op de knie, de schouder(s) en de arm(en). Ten aanzien van de knie is uit het dossier niet gebleken dat verdachte deze heeft geraakt. Ten aanzien van de schouder en de arm(en) is de rechtbank van oordeel dat uit de bewijsmiddelen wel volgt dat verdachte aangeefster op die lichaamsdelen met een pan heeft geslagen, maar niet vastgesteld kan worden dat er een aanmerkelijke kans bestond op zwaar lichamelijk letsel van deze lichaamsdelen, nu niet is vast komen te staan met wat voor een pan er is geslagen. Daarom kan ten aanzien van het slaan op de schouder en de armen niet wettig en overtuigend worden bewezen dat sprake is van een poging tot zware mishandeling.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">meer subsidiair </emphasis>
      </para>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 9 juli 2024 te [plaats], gemeente Berg en Dal, ter uitvoering van het</para>
      <para>door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk <emphasis role="strike-through">en</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">met voorbedachten rade</emphasis> zwaar lichamelijk letsel toe te brengen meermalen met een</para>
      <para>pan<emphasis role="strike-through">, althans met een hard voorwerp,</emphasis> met kracht op/tegen het hoofd, <emphasis role="strike-through">op/tegen de</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">schouder(s), op/tegen de arm(en) en/of op/tegen de knie(ën), althans op/tegen het</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">lichaam</emphasis> heeft geslagen en<emphasis role="strike-through">/of (</emphasis>daarbij<emphasis role="strike-through">)</emphasis> dreigend de woorden heeft toegevoegd: “ik ga</para>
      <para>je doodslaan, ik ga je doodslaan zolang totdat ik hier weg kan”<emphasis role="strike-through">, althans woorden van</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">gelijke (dreigende) aard of strekking</emphasis>, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen</para>
      <para>misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">meer subsidiair: </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">poging tot zware mishandeling </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De overwegingen ten aanzien van straf en maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht. De officier van justitie heeft verder gevorderd dat aan verdachte de tbs-maatregel met voorwaarden wordt opgelegd, met de voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. De tbs-maatregel met voorwaarden dient dadelijk uitvoerbaar te worden verklaard. Voorts moet aan verdachte een 38z-maatregel worden opgelegd. Ten slotte dient de voorlopige hechtenis van verdachte te worden geschorst onder dezelfde voorwaarden als de voorwaarden van de tbs-maatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft met verwijzing naar de conclusies van de psycholoog en psychiater bepleit dat verdachte sterk verminderd toerekenbaar is vanwege zijn ziekte. Aan verdachte dient - eveneens gelet op de adviezen van de deskundigen - tbs met voorwaarden te worden opgelegd. Ten aanzien van de 38z-maatregel refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank. Ten slotte verzoekt de raadsman de voorlopige hechtenis op te heffen bij vonnis, zodat de behandeling van verdachte zo spoedig mogelijk kan beginnen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aard en ernst van het feit </emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling van een medewerkster op de woongroep waar hij verbleef. Het feit is gepleegd binnen een relatie waar vertrouwen en zorg voorop staan. Deze bijzondere relatie heeft verdachte zonder meer in ernstige zin geschonden. Hoewel het daadwerkelijk opgelopen letsel in juridische zin niet als zwaar lichamelijk letsel kwalificeert, zijn de gevolgen voor het slachtoffer groot. Zij geeft in haar schriftelijke slachtofferverklaring aan dat zij sinds het incident verschillende lichamelijke en psychische klachten ervaart, niet meer zelfstandig op locatie durft te werken en het moment vaak herbeleeft. Naast de gevolgen voor het slachtoffer specifiek, heeft het incident ook grote invloed op de woongroep, zowel voor de medewerkers, de bewoners als de omwonenden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De persoon van verdachte </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft met betrekking tot de persoon van verdachte kennisgenomen van de hierna te noemen rapporten.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft ten eerste acht geslagen op het Pro Justitia rapport opgemaakt door I. van Outheusden, psychiater, d.d. 21 juli 2025. Van Outheusden heeft gerapporteerd dat verdachte lijdt aan een ernstige, chronische en therapieresistente vorm van schizofrenie van het paranoïde type, waarbij sprake is van een chronisch-psychotisch toestandsbeeld. Deze stoornis was aanwezig ten tijde van het plegen van het feit. Bovendien was er toen sprake van een opvlammend psychotisch beeld, mogelijk geluxeerd door veranderingen in medicatie in de periode voorafgaand aan de pleegdatum. In die periode voelde verdachte zich meer bedreigd en vernederd, waardoor het verblijf in [woongroep] voor hem ondraaglijk werd. De wanhoop werd hem op een gegeven moment te veel en hij overwoog weg te lopen, maar op instigatie van de stemmen in zijn hoofd besloot hij een medewerker met een pan te slaan, zodat hij zou worden weggestuurd. </para>
      <para>Er lijkt geen redelijke overweging dan wel logische gedachtegang aan het handelen van verdachte vooraf te zijn gegaan. Het vermogen van verdachte om zijn wil in vrijheid te bepalen is sterk beperkt geweest door angst, woede en gestuwde agressie. Hierdoor kon hij de reikwijdte van zijn gedragingen niet overzien. Ergens wist hij wel dat zijn gedrag niet kon en dat hij iemand pijn zou doen, maar vanwege de ernstige stoornis in combinatie met de zeer beperkte, defectueuze empathische vermogens en de ontbrekende probleemoplossende vaardigheden, waarbij angst, woede en agressie hoog waren opgelopen, adviseert Van Outheusden het feit in sterk verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft ook acht geslagen op het Pro Justitia rapport opgemaakt door M.C. Overduin, psycholoog, d.d. 30 juni 2025. Overduin heeft gerapporteerd dat verdachte lijdt aan schizofrenie waarbij de psychotische symptomatologie in de onderzoekscontacten en de (recente) voorgeschiedenis op de voorgrond staat. In het verleden werden ook vermoedens van autismespectrumproblematiek en van een verstandelijke beperking vermeld. Gezien het structurele karakter van de stoornis was deze ook aanwezig ten tijde van het feit en beïnvloedde deze de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte. Na een lange periode van fluctuerend psychotisch functioneren, raakte verdachte - na onder andere wijzigingen in zijn medicatie - in toenemende mate ontregeld. Hij begon zich meer en meer bedreigd en (seksueel) misbruikt te voelen, vanuit de nog steeds aanwezige psychose. Om een uitplaatsing te forceren bedacht verdachte, onder invloed van zijn stemmetjes, dat hij iemand zou moeten slaan om dit te bereiken. </para>
      <para>Verdachte is vanuit de ernstige psychopathologie beperkt in zijn vermogens tot impuls- en emotieregulatie, realiteitstoetsing en probleemoplossende vaardigheden. Daarmee is hij aanzienlijk minder dan de gemiddelde mens in staat om de aard en ernst van zijn gedrag in te kunnen zien, en in het verlengde hiervan zijn gedrag bij te stellen. Dit maakt dat Overduin adviseert om het feit in (sterk) verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verenigt zich met bovenstaande bevindingen en conclusies van de deskundigen Van Outheusden en Overduin en neemt deze over. Dat betekent onder meer dat de rechtbank van oordeel is dat het bewezenverklaarde verdachte in sterk verminderd mate kan worden toegerekend.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank kan in het bijzonder gelet op de ernst van het bewezenverklaarde en in verband met een juiste normhandhaving, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Tegelijkertijd heeft de rechtbank oog gehad voor de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde heeft plaatsgevonden. De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte (mede) tot de delicten is gekomen door zijn stoornis en dat het bewezenverklaarde verdachte sterk verminderd kan worden toegerekend. Hoewel deze context de bewezenverklaarde feiten niet rechtvaardigt of anderszins tot strafuitsluiting leidt, zullen deze omstandigheden wel worden meegewogen bij het bepalen van de op te leggen sancties. Gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, de LOVS-oriëntatiepunten, het feit dat het om een poging gaat en de sterk verminderde toerekening van het feit aan verdachte, acht de rechtbank een gevangenisstraf van 4 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend. Dit is om voornoemde redenen korter dan de door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Terbeschikkingstelling van verdachte </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de verdachte ter beschikking dient te worden gesteld, zoals door de officier van justitie is gevorderd en door de raadsman is bepleit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de bij verdachte bestaande ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens wordt verwezen naar de passages hierboven ten aanzien van de persoon van verdachte. Verdachte lijdt aan een ononderbroken of continue paranoïde vorm van schizofrenie. Deze stoornis was ook aanwezig ten tijde van het bewezenverklaarde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van het bestaan van enig gevaar voor de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, geldt het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het Pro Justitia rapport van 21 juli 2025 komt naar voren dat Van Outheusden het risico op recidive in de vrije maatschappij inschat op hoog. Gezien de ernst van het psychiatrische (psychotische) toestandsbeeld aan de ene kant en de vrijwel afwezige interne beschermende factoren aan de andere kant, is verdachte vooral afhankelijk van externe beschermingsfactoren. Binnen een gestructureerde, veilige en voorspelbare omgeving, zoals een PPC of een gesloten (forensisch-psychiatrische) kliniek met voldoende beveiliging, begrenzing en toezicht en met een goed geborgde medicamenteuze behandeling wordt het risico op recidive op laag tot matig geschat. </para>
      <para>Om het recidivegevaar te kunnen beperken heeft verdachte blijkens het rapport van Van Outheusden een intensieve en langdurige gesloten klinische behandeling nodig die erop is gericht de chronische psychose weg te nemen of drastisch te verminderen. Hiervoor is instelling op Clozapine noodzakelijk. Na deze behandeling zal een eveneens langdurig resocialisatietraject moeten volgen, gevolgd door plaatsing in een intensieve vorm van begeleid wonen. Het juridische kader dat de benodigde interventies stevig kan borgen en hier het beste bij past is de tbs met voorwaarden. Aangezien verdachte wordt geacht zich aan de voorwaarden te houden en hij ook zelf heeft verklaard dit te zullen doen, is oplegging van dwangverpleging niet nodig. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de Pro Justitia rapportage van 30 juni 2025 blijkt dat Overduin het recidiverisico binnen een open woonlocatie of tijdens/na een kortdurend verblijf binnen een reguliere GGZ-afdeling inschat op matig tot hoog. Mocht op termijn de psychotische symptomatologie meer onder controle gebracht kunnen worden en de draagkracht en copingsvaardigheden van verdachte zijn toegenomen, dan zal dit een positief effect op het recidiverisico hebben, ook binnen een minder gesloten en intensieve zorg biedende setting. Binnen een klinisch forensische setting waarin naast voldoende beveiliging intensieve begeleiding en zorg kan worden geboden (waaronder bijstellen medicatiebeleid en monitoren van medicatiewijzigingen) wordt het risico op herhaling van gewelddadig (delict)gedrag als aanzienlijk lager ingeschat.</para>
      <para>Ter beperking van het recidivegevaar concludeert Overduin dat verdachte een langdurige (forensische) klinische behandeling nodig heeft. Naast (medicamenteuze) behandeling is het van belang om voldoende structuur, begrenzing en ondersteuning te bieden. Gelet op de wijze waarop verdachte binnen het PPC functioneert, wordt in eerste instantie gedacht aan plaatsing in een FPK. Hierna kan het beveiligingsniveau op den duur worden afgebouwd. Niet uit te sluiten valt dat verdachte levenslang afhankelijk is van een omgevingsprothese met controle en structuur. Oplegging van tbs met voorwaarden acht Overduin een geschikt juridisch kader om de zorg vorm te geven. Deze maatregel maakt het mogelijk om verdachte enerzijds, indien geïndiceerd, langdurig de forensische specialistische zorg te bieden die hij nodig heeft, maar af te schalen in beveiligingsniveau en een (forensisch) resocialisatietraject te starten als dit verantwoord wordt. Het is niet waarschijnlijk dat verdachte het hoge beveiligingsniveau van de tbs met dwangverpleging nodig heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op het reclasseringsrapport d.d. 20 augustus 2025. De reclassering schat het recidiverisico in op gemiddeld tot hoog. Gelet op de hardnekkigheid van de jarenlange psychiatrische problematiek, schat de reclassering in dat wanneer verdachte een regulier psychiatrisch traject volgt, er te snel toegewerkt wordt naar resocialisatie. Waar in het reguliere kader tekort aan tijd bestaat om zijn diagnostiek, medicatiebeleid en eventuele risicosignalen goed in kaart te brengen zal dit binnen een tbs-kader beter lukken. Ook wordt er binnen de tbs met voorwaarden gefaseerd toegewerkt naar resocialisatie. Hierdoor kan het recidiverisico effectiever worden verkleind. Ondanks dat er vooralsnog sprake lijkt van een therapieresistente vorm van schizofrenie en de reclassering vraagtekens zet bij de betrouwbaarheid van (vrijwillige) medicatie-inname, adviseert de reclassering (terughoudend) positief over oplegging van tbs met voorwaarden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het bewezenverklaarde feit een misdrijf is als bedoeld in artikel 37a, eerste lid, onder 2, van het Wetboek van Strafrecht waarvoor terbeschikkingstelling mogelijk is. De rechtbank is van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling eist. De ernst van het bewezenverklaarde en het door de deskundigen hoog ingeschatte recidiverisico heeft de rechtbank daarbij in aanmerking genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde feit is een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Op grond van artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht is de maatregel dan ook bij een eventuele omzetting naar een terbeschikkingstelling met dwangverpleging niet in duur tot 4 jaar gemaximeerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het reclasseringsadvies 20 augustus 2025 wordt geadviseerd tbs met voorwaarden op te leggen. In het rapport zijn de volgende voorwaarden geformuleerd: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>geen strafbaar feit plegen; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>meewerken aan reclasseringstoezicht; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>meewerken aan een time-out; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>niet naar het buitenland; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>opname in een zorginstelling; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ambulante behandeling; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>begeleid wonen of maatschappelijke opvang. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de opname in een zorginstelling merkt de reclassering op dat het op het moment van rapporteren nog niet duidelijk is waar verdachte zou kunnen worden geplaatst. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich bereid verklaard tot medewerking aan de door de reclassering geformuleerde voorwaarden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen stelt de rechtbank voorwaarden betreffende het gedrag. De rechtbank neemt de voorwaarden over die de reclassering heeft geadviseerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dadelijke uitvoerbaarheid </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte weer een dergelijk misdrijf zal begaan. Psychiater Van Outheusden schat het recidiverisico in de vrije maatschappij in op hoog. Psycholoog Overduin schat het recidiverisico binnen een open woonlocatie of tijdens/na een kortdurend verblijf binnen een reguliere GGZ-afdeling in op matig tot hoog. De reclassering schat de kans op een misdrijf met schade voor personen in op gemiddeld tot hoog en adviseert de tbs met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren. </para>
      <para>Gelet op het hoge recidiverisico en het advies van de deskundigen en de reclassering beveelt de rechtbank dat de te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn. De rechtbank acht het van groot belang dat de noodzakelijke en passende behandeling in het kader van de tbs met voorwaarden zo spoedig mogelijk van start kan gaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel </emphasis>
      </para>
      <para>Ter bescherming van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen zal de rechtbank verder een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht opleggen. Hiermee wordt de mogelijkheid gecreëerd om verdachte ook na afloop van de tbs met voorwaarden onder toezicht te stellen, indien dat in verband met dan bestaande risico's noodzakelijk is ter bescherming van anderen dan wel ter bescherming van de algemene veiligheid van personen of goederen. Aan de wettelijke vereisten voor oplegging van deze maatregel is voldaan en de rechtbank ziet in de (persisterende) problematiek van verdachte ook de noodzaak hiertoe. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorlopige hechtenis </emphasis>
      </para>
      <para>Met de oplegging door de rechtbank van de tbs-maatregel (met voorwaarden) is sprake van oplegging van een maatregel die vrijheidsbeneming kan meebrengen, zodat de rechtbank niet gehouden is het bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen op grond van artikel 72 lid 3 Sv. De rechtbank schorst het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het tijdstip waarop de klinische behandeling van de verdachte start in de nader te bepalen zorginstelling dan wel in een (tijdelijke) overbruggingskliniek. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze schorsing van de voorlopige hechtenis acht de rechtbank nodig, omdat omzetting van de dadelijk uitvoerbare tbs-maatregel met voorwaarden in een tbs-maatregel met verpleging van overheidswege (bij overtreding van de voorwaarden van de maatregel) niet mogelijk is zolang dit vonnis niet onherroepelijk is. De rechtbank zal aan de schorsing van de voorlopige hechtenis dezelfde voorwaarden verbinden als aan de tbs met voorwaarden. Als de verdachte dan de in het kader van de tbs-maatregel te stellen voorwaarden (en daarmee de schorsingsvoorwaarden) niet naleeft terwijl dit vonnis nog niet onherroepelijk is, kan de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis worden bevolen. Op die manier kunnen ook in die situatie de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen worden gewaarborgd. Gelet op het hoge recidiverisico van verdachte acht de rechtbank dit noodzakelijk. De rechtbank verwijst in verband met het voorgaande naar het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1729 (r.o. 6.4.2-6.5).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft verzocht om de voorlopige hechtenis bij vonnis op te heffen, zodat de behandeling van verdachte zo spoedig mogelijk kan beginnen. Gelet op bovenstaande oordeelt de rechtbank anders. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>De beoordeling van de civiele vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer] (hierna: de benadeelde) heeft in verband met het tenlastegelegde een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde vordert € 42.706,81 aan materiële schade en € 50.000,00 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij tot een hoogte van € 2.756,85 aan materiële schade en tot een hoogte van € 3.5000,00 aan immateriële schade kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat de arbeidsvermogensschade is gevorderd namens de besloten vennootschap. De besloten vennootschap is geen direct betrokkene in deze procedure. Nu dit deel van de vordering niet ziet op schade van de benadeelde partij, moet dit deel van de vordering worden afgewezen, aldus de officier van justitie. </para>
      <para>Het gevorderde eigen risico over 2024 kan worden toegewezen tot een hoogte van € 69,09.  Het gevorderde eigen risico over 2025 kan worden toegewezen voor een bedrag van € 227,76. Het gevorderde eigen risico over 2026 is te ongewis. </para>
      <para>Ten aanzien van de gevorderde kosten voor huishoudelijke hulp is niet duidelijk geworden welk deel hiervan aan de gedraging van verdachte kan worden toegerekend. De officier van justitie heeft gesteld dat het normbedrag voor de eerste drie maanden huishoudelijke hulp kan worden toegewezen, namelijk voor een bedrag van € 2.460,00.  </para>
      <para>Voor het overige gevorderde aan materiële schade en smartengeld heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging </emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering ten aanzien van de gevorderde arbeidsvermogensschade een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert en de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk in dit deel van de vordering dient te worden verklaard. </para>
      <para>Het gevorderde eigen risico over 2024 komt niet voor toewijzing in aanmerking, omdat de eigen bijdrage niet (volledig) is gebruikt in verband met het strafbare feit. Zo blijkt uit de bijlage die ter onderbouwing is gevoegd dat sprake is van kosten die op een behandeling in januari 2024 zien, vóór het strafbare feit. Voorts is de onderbouwing van het betaalde eigen risico over 2025 onvoldoende onderbouwd, omdat de gegevens van de huisarts van de periode vanaf februari 2025 ontbreken.</para>
      <para>De gevorderde kosten voor huishoudelijke hulp zijn eveneens onvoldoende onderbouwd en moeten worden afgewezen. Niet is onderbouwd dat benadeelde zwaar beperkt was de eerste drie maanden na het incident, maar het normbedrag hiervoor wordt wel gevorderd. Daarnaast blijkt uit de gegevens van de huisarts dat benadeelde op 17 september 2024 twee dagen per week in de ochtend is gaan werken. Waarom toen geen deel van het huishouden weer kon worden opgepakt, is onduidelijk. Complicerend daarnaast is dat er schijnbaar wederom een incident met een bewoner heeft plaatsgevonden na het incident met verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade van € 50.000,00 wordt primair verzocht deze af te wijzen wegens onvoldoende onderbouwing en subsidiair wordt verzocht deze vordering te matigen, waarbij met verwijzing naar rechtspraak wordt aangegeven dat een bedrag van € 1.500,00 redelijk wordt geacht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overwegingen van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Materiële schade </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Arbeidsvermogensschade </emphasis>
      </para>
      <para>Als gevolg van het letsel stelt de benadeelde partij een tijd niet te hebben kunnen werken bij haar werkgever “[woongroep] ” (hierna: de bv). Naar de rechtbank begrijpt, vordert de benadeelde partij arbeidsvermogensschade bestaande uit de kosten van de bv voor de uren die zij niet heeft kunnen werken en daardoor zijn opgevuld door haar collega’s. De rechtbank begrijpt deze stelling dan ook zo dat sprake is van een vordering van de bv en dus niet van een vordering van de benadeelde partij persoonlijk. Het rechtstreekse verband tussen de gedraging van verdachte en de gestelde door de benadeelde partij  geleden schade ontbreekt. De rechtbank wijst dit deel van de vordering ter hoogte van € 28.758,14 af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Eigen risico</emphasis>
      </para>
      <para>Over de jaren 2024 en 2025 heeft de benadeelde partij een gecombineerd bedrag van € 543,67 aan betaald eigen risico gevorderd. De rechtbank begrijpt dat over het jaar 2024 een bedrag van € 315,91 aan eigen risico wordt gevorderd en over het jaar 2025 een bedrag van in totaal € 227,76.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de stukken bij de vordering is gebleken dat de benadeelde partij in 2024 een bedrag van € 315,91 aan eigen risico heeft betaald. Uit de overgelegde stukken volgt dat de nota uit 2024 ter hoogte van € 315,91 betrekking heeft op een behandeling van 3 januari 2024, welke datum is gelegen vóór het strafbare feit. De rechtbank is dan ook van oordeel dat dit deel van de gevorderde schade tegenover de gemotiveerde betwisting onvoldoende is onderbouwd.  De rechtbank zal de benadeelde partij in dit deel van de vordering dan ook niet-ontvankelijk verklaren. </para>
      <para>De twee nota’s ter onderbouwing van het gevorderde eigen risico over 2025 hebben betrekking op psychologische behandelingen en bedragen tezamen € 227,76. Dit deel van de vordering zal de rechtbank toewijzen, nu tegenover de betwisting voldoende is gesteld en onderbouwd dat deze schade door benadeelde als gevolg van het bewezenverklaarde is geleden. </para>
      <para>Over het jaar 2026 vordert de benadeelde partij nog te betalen eigen risico ter hoogte van € 385,00. Het betreft toekomstige schade, reden waarom de rechtbank de benadeelde in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk zal verklaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Huishoudelijke hulp en verzorging </emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij heeft een bedrag van € 13.020,00 gevorderd voor huishoudelijke hulp en verzorging. De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde, gelet op de gemotiveerde betwisting van de verdediging, onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd dat dit bedrag voor vergoeding in aanmerking komt. De rechtbank zal de benadeelde in dit deel van de vordering dan ook niet-ontvankelijk verklaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Smartengeld</emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verdachte het oogmerk had het nadeel toe te brengen, </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad, of </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>Om te spreken van een aantasting in persoon op andere wijze moet sprake zijn van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen de hiervoor genoemde categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door het slaan van verdachte met een pan op het hoofd, de schouder en de armen van de benadeelde heeft zij immers lichamelijk letsel in de vorm van (onder andere) een gebroken middenhandsbeentje, zwelling op de hoofdhuid, een hersenschudding en meerdere blauwe plekken opgelopen. Ook heeft de benadeelde geestelijk letsel in de vorm van PTSS, zoals vastgesteld door de psycholoog. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 3.500,00 vaststellen. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige ten aanzien van het smartengeld niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte is vanaf 9 juli 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag aan immateriële schade verschuldigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de bedragen van € 148,67 en € 79,09 (eigen risico 2025) geldt dat niet is gesteld per wanneer de betreffende bedragen opeisbaar waren. De rechtbank wijst daarom de wettelijke rente over deze bedragen van in totaal € 227,76 toe met ingang van 7 augustus 2025, te weten de datum van het indienen van de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf en maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 37a, 38, 38a, 38z, 45 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> spreekt verdachte vrij van het primair en subsidiair ten laste gelegde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte  het meer subsidiair ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">4 maanden</emphasis>;</para>
    <para />
    <para> beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; </para>
    <para />
    <para> gelast dat verdachte <emphasis role="bold">ter beschikking wordt gesteld</emphasis> en stelt voor de duur van de terbeschikkingstelling de volgende voorwaarden betreffende het gedrag van verdachte:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para> verdachte maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit; </para>
      <para> verdachte werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verdachte meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verdachte laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van verdachte vast te stellen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verdachte houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om verdachte te helpen bij het naleven van de voorwaarden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verdachte helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verdachte werkt mee aan huisbezoeken;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verdachte geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verdachte vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verdachte werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met verdachte, als dat van belang is voor het toezicht; </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para> Als de reclassering dat nodig vindt en verdachte daarmee instemt, kan verdachte voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of verdachte deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar; </para>
      <para> verdachte gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, zonder toestemming van de reclassering; </para>
      <para> verdachte laat zich opnemen in een FPK en/of FPA of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname start meteen na detentie. De opname duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing; </para>
      <para> verdachte werkt mee aan een ambulante behandeling, indien dit nodig is, te bepalen door de reclassering. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt; </para>
      <para> verdachte verblijft in een beschermd, begeleid wonen of maatschappelijke opvang te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem/haar heeft opgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> geeft de reclassering opdracht verdachte bij de naleving van de opgelegde voorwaarden hulp en steun te verlenen; </para>
    <para />
    <para> beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is;</para>
    <para />
    <para> legt een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht op;</para>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">schorst het bevel tot voorlopige hechtenis - onder dezelfde voorwaarden zoals verbonden aan de maatregel van terbeschikkingstelling</emphasis> - met ingang van het tijdstip waarop de klinische behandeling van de verdachte start in de nader te bepalen zorginstelling dan wel in een (tijdelijke) overbruggingskliniek.</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte in verband met het bewezen verklaarde feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 227,76 aan materiële schade en € 3.500,00 aan smartengeld, ten aanzien van het bedrag van € 227,76 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 augustus 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald en ten aanzien van het bedrag van € 3.500,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 juli 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para> wijst de vordering tot materiële schade voor zover deze ziet op de gevorderde arbeidsvermogensschade (van € 28.758,14) af;</para>
    <para />
    <para> verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schadevergoeding en smartengeld;</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer], een bedrag te betalen van € 227,76 aan materiële schade en € 3.500,00 aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente over het bedrag van € 227,76 vanaf 7 augustus 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald en vermeerderd met de wettelijke rente over het bedrag van € 3.500,00 vanaf 9 juli 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 47 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. van Leeuwen (voorzitter), mr. A. Bonder en mr. S. Jansen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.A. Rombouts, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 september 2025.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>mr. S. Jansen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_5bf92675-b171-4371-879d-156538e5c19b" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024317701, gesloten op 11 juli 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ace96fa3-9a73-43af-8d7b-0b231a71af83" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte, p. 6-9.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_3e1f6d45-a892-419a-b57d-219c8be17a38" label="3">
    <para> De geneeskundige verklaring opgemaakt door mr. drs. M.E.B. Morsink van 30 juli 2024, p. 3 (aanvullend procesdossier). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_09ef3394-5bc7-43b4-8536-dd962164904a" label="4">
    <para> De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 september 2025. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>