<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:6887</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-21T11:27:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/05/447424 / HZ ZA 25-38</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:6887">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:6887</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-21T11:27:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:6887 Rechtbank Gelderland , 30-04-2025 / C/05/447424 / HZ ZA 25-38</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:6887:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aanneming van werk, onjuiste mededelingen, gebreken, omvang schade.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:6887:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Gelderland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/05/447424 / HZ ZA 25-38</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 30 april 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiser sub 1] , </title>
    <parablock>
      <para>te [woonplaats] ,<?linebreak?>2. <emphasis role="bold">[eiser sub 2]</emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partijen,</para>
      <para>hierna samen te noemen: [eisers] ,</para>
      <para>advocaat: mr. M. Arraiss,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde sub 1] , </title>
    <parablock>
      <para>te [woonplaats] ,<?linebreak?>2. <emphasis role="bold">[gedaagde sub 2]</emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partijen,</para>
      <para>hierna samen te noemen: [gedaagden] ,</para>
      <para>advocaat: mr. F.J.M. Kobossen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij tussenvonnis van de kantonrechter van deze rechtbank van 20 november 2024 is geoordeeld dat [gedaagden] gehouden is de schade te vergoeden die [eisers] als gevolg van de onjuiste mededelingen met betrekking tot de aanwezigheid van gevelisolatie heeft geleden. [eisers] is in de gelegenheid gesteld de omvang van die schade nader te onderbouwen door aan te geven welke werkzaamheden nodig zijn om de gevels alsnog deugdelijk te laten isoleren en welke kosten daarmee gepaard gaan. Naar aanleiding hiervan heeft [eisers] zijn eis vermeerderd bij akte van 10 december 2024. [gedaagden] heeft hierop gereageerd bij akte van 31 december 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Bij tussenvonnis van de kantonrechter van deze rechtbank van 5 februari 2025 is de eiswijziging van [eisers] toegestaan. Daarbij is de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, doorverwezen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank op grond van artikel 71 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op hetgeen is weergegeven onder rechtsoverweging 1.2 van dit vonnis, komt de rechtbank inhoudelijk toe aan de beoordeling van de vordering van [eisers] inhoudende dat:</para>
        <para>
          [gedaagden] zal worden veroordeeld tot betaling van een hoofdsom van € 59.588,15, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;</para>
        <para>
          [gedaagden] zal worden veroordeeld tot betaling van:</para>
      </parablock>
      <para>- een bedrag van € 1.370,88 aan buitengerechtelijke incassokosten;</para>
      <para>- de proceskosten en de nakosten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Omvang van de schade</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Partijen hebben zich bij akte uitgelaten over welke werkzaamheden nodig waren om de gevels alsnog deugdelijk te laten isoleren en welke kosten daarmee gepaard gaan. [eisers] stelt dat met het isoleren van de gevels aanzienlijke kosten gemaakt zijn, omdat de gevels slechts geïsoleerd konden worden door de gevels te demonteren en door deze vervolgens opnieuw te stukadoren en te schilderen. [gedaagden] betwist kennelijk dat [eisers] een opdracht heeft verstrekt tot het laten uitvoeren van de gestelde werkzaamheden. [gedaagden] motiveert deze betwisting door aan te voeren dat geen factuur is overgelegd. [eisers] heeft echter ter onderbouwing van de kosten van de volgens hem benodigde werkzaamheden om de gevels deugdelijk te isoleren een factuur van aannemersbedrijf [bedrijf 1] overgelegd (productie 20). De betwisting door [gedaagden] treft derhalve geen doel en de rechtbank gaat daaraan voorbij. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagden] stelt dat aan [eisers] maximaal ten titel van schade € 3.195,00 toekomt. [gedaagden] voert hiertoe aan dat er 213 m2 isolatie aangebracht moest worden en dat spouwmuurisolatie van € 15,00 per m2 volstaat om aan de overeenkomst te voldoen. De rechtbank begrijpt dat [gedaagden] hiermee bedoelt dat het aanbrengen van isolatie van € 15 per m2 voldoende was geweest om de gevels alsnog deugdelijk te isoleren. [gedaagden] onderbouwt dit met schermafbeeldingen met prijzen die hij heeft gevonden op internet. In de door [gedaagden] aangevoerde prijs van € 15,00 per m2 wordt enkel rekening gehouden met de kosten voor het aanbrengen van spouwmuurinstallatie. Het door [eisers] gestelde noodzakelijke demonteren en terugplaatsen van de gevels, stukadoren en schilderen van de gevels wordt door [gedaagden] niet betwist. In het licht van de stelling van [gedaagden] dat spouwmuurisolatie van € 15,00 per m2 volstaat om de gevels deugdelijk te isoleren, had het op zijn weg gelegen om te onderbouwen dat het demonteren, terugplaatsen, stukadoren en schilderen niet noodzakelijk was voor deugdelijke isolatie van de gevels. Nu [gedaagden] dit niet heeft gedaan, staat de noodzaak van deze werkzaamheden vast. Het is de rechtbank echter onduidelijk hoe [eisers] in de akte van 10 december 2024 en aannemersbedrijf [bedrijf 1] op haar factuur tot de bedragen van € 49.885,21 inclusief btw voor stukadoren, schilderen en arbeid en € 13.592,84 inclusief btw voor materialen zijn gekomen. De optelsommen van de afzonderlijke posten op de factuur komen namelijk niet uit op voornoemde bedragen. Ook de door [eisers] overgelegde begrotingsstaat (productie 21) verduidelijkt dit niet. De rechtbank zal daarom op basis van de posten op de factuur de schade berekenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Ten aanzien van het demonteren en terugplaatsen van de gevels, stukadoren en schilderen van de gevels, zal de rechtbank de optelsom van € 2.733,75 (post demonteren en terugplaatsen gevels), € 25.250,75 (post stukadoren gevels) en € 8.015,50 (post schilderen gevels), te vermeerderen met 9% btw, toewijzen. De rechtbank zal derhalve een bedrag van € 39.240,00 inclusief btw aan schadevergoeding toewijzen voor het demonteren en terugplaatsen van de gevels, stukadoren en schilderen van de gevels.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Met betrekking tot de isoleerwerkzaamheden zelf heeft [eisers] met de overgelegde factuur van aannemersbedrijf [bedrijf 1] gesteld dat materiaalkosten, isolatieplaten en bevestigingsmateriaal € 8.627,50 bedroegen exclusief 21% btw. De arbeid voor het monteren van de isolatie kostte volgens de factuur € 12.372,50 exclusief 9% btw. De totale kosten voor isolatie bedroegen volgens de factuur derhalve € 22.811,78 inclusief btw. [gedaagden] betwist dit en voert aan dat isolatie van € 15,00 per m2 voldoende is om de gevels deugdelijk te isoleren. Ter onderbouwing hiervan heeft [gedaagden] meerdere screenshots van internet overgelegd waaruit deze richtprijs volgt. [eisers] heeft niet onderbouwd dat het door haar gerealiseerde niveau van isolatie noodzakelijk is om de gevels deugdelijk te isoleren en dat dus niet met een goedkopere optie kon worden volstaan. Het had – zeker gelet op de gemotiveerde betwisting door [gedaagden] – op de weg van [eisers] gelegen om de noodzaak van de kosten die met de uitgevoerde isolatiewerkzaamheden gepaard gaan te onderbouwen aan de hand van een deskundigenrapport of nadere toelichting van aannemersbedrijf [bedrijf 1] . Nu [eisers] dit niet heeft gedaan, zal de rechtbank op dit punt de door [gedaagden] aangevoerde noodzakelijke kosten voor het deugdelijk isoleren van de gevels, ten bedrage van € 3.195,00 (213m2 x € 15,00 per m2) als vaststaand aannemen en dat bedrag toewijzen als schadevergoeding voor het isoleren van de gevels.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [gedaagden] stelt verder dat een nieuw voor oud correctie moet worden toepast, inhoudende dat een mindering van 10% moet worden aangebracht op de door [gedaagden] te betalen schadevergoeding. Ter onderbouwing hiervan voert [gedaagden] aan dat de woning in vier jaar geleden door [eisers] gekocht is, zodat een aftrek van 10% redelijk en juist is. Een nieuw voor oud verweer wordt toegewezen wanneer de woning door de door [eisers] gestelde isolatiewerkzaamheden een verbetering heeft ondergaan vergeleken met de situatie waarin [eisers] zou hebben verkeerd als hij bij overdracht van de woning goed geïsoleerde gevels had gehad. De verbetering van de woning door de isolatiewerkzaamheden is gesteld noch gebleken. Tevens is niet onderbouwd waarom aftrek van 10% aan de schadeplicht van [gedaagden] redelijk en juist is. Van [gedaagden] mag worden verwacht dat hij had onderbouwd waaruit de verbetering van de woning van [eisers] bestaat, bijvoorbeeld aan de hand van hoe oud de herstelde zaken waren en wat de verwachte levensduur was van de herstelde zaken op het moment van herstel. De rechtbank gaat daarom voorbij aan het door [gedaagden] opgeworpen nieuw voor oud verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>
        [eisers] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De hoofdvordering (schadevergoeding) valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De rechtbank zal daarom de gevorderde vergoeding toetsen aan de oriëntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vorderingen uit het Rapport BGK-integraal, zij het met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. [eisers] heeft gesteld buitengerechtelijke kosten gemaakt te hebben en [eisers] heeft vergoeding daarvan gevorderd. Voldaan dient te worden aan het vereiste dat alleen redelijke kosten die in redelijkheid zijn gemaakt kunnen worden toegewezen. In dit geval is niet gebleken dat niet aan dit vereiste is voldaan, zodat de rechtbank de gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal toewijzen. Daarom zal een bedrag van € 1.370,88 worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Tot slot blijkt uit de akte van [eisers] van 10 december 2024 dat de kosten van het slopen en de afvoer van de schoorsteen ten bedrage van € 1.046,40 inclusief 9% btw en het lood-, zink- en dakwerk ten bedrage van € 2.843,50 inclusief 21% btw in mindering moeten worden gebracht op het gefactureerde bedrag. De slotsom is derhalve dat de rechtbank € 38.545,10 aan schadevergoeding zal toewijzen </para>
        <para>(€ 39.240,00 + € 3.195,00 - € 1.046,40 - € 2.843,50).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>
        [gedaagden] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>131,83</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>681,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris advocaat</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>2.428,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2,0 punten × € 1.214,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>178,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>3.418,83</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para>
        <emphasis role="bold">3.	De beslissing</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 38.545,10, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 20 april 2023, tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 1.370,88 aan buitengerechtelijke kosten,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten van € 3.418,83, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. K.H.A. Heenk en in het openbaar uitgesproken op <?linebreak?>30 april 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>JV/KH</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>