<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:6026</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-01T11:57:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-03-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11241497</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:6026">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:6026</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-01T11:56:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:6026 Rechtbank Gelderland , 26-03-2025 / 11241497</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:6026:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dexia. Tussenpersoonzaak (verboden advisering). Afwijzing. Onvoldoende onderbouwd dat sprake was van een gepersonaliseerde aanbeveling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:6026:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaakgegevens: 11241497 \ EL EXPL 24-29</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 26 maart 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>handelende ten behoeve van de gemeenschap, in hoedanigheid van wettelijke erfgename van [naam erflater] (hierna: [naam erflater] ),</para>
      <para>eiseres in conventie in de hoofdzaak en in het incident,</para>
      <para>verweerster in reconventie in de hoofdzaak en in het incident,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiseres] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. G. van Dijk, Leaseproces,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DEXIA NEDERLAND B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd in Amsterdam,</para>
      <para>gedaagde in conventie in de hoofdzaak en in het incident,</para>
      <para>eiseres in reconventie in de hoofdzaak en in het incident,</para>
      <para>hierna te noemen: Dexia,</para>
      <para>gemachtigde: USG Legal Professionals B.V.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding, tevens houdende de incidentele vordering ex. artikel 843a Rv,<?linebreak?>- de conclusie van antwoord in het incident, tevens houdende de incidentele vordering </para>
        <para>ex. artikel 843a Rv, tevens houdende de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie,<?linebreak?>- de conclusie van antwoord in het incident, tevens houdende de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie,<?linebreak?>- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie,<?linebreak?>- de conclusie van dupliek in reconventie, tevens houdende akte uitlaten producties in conventie.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [naam erflater] heeft de volgende leaseovereenkomst (hierna: de overeenkomst) ondertekend waarop hij als lessee stond vermeld, met als wederpartij (de rechtsvoorgangster van) Dexia:</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="6">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <colspec colname="colE" />
          <colspec colname="colF" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>Nr.</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Contractnr.</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Datum</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Naam overeenkomst</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Looptijd</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Leasesom</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>I.</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>25301580</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>29-01-1999</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Direct Rendement Effect</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>180 mnd.</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 44.769,00</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Dexia heeft met betrekking tot de overeenkomst een eindafrekening opgesteld met het volgende resultaat:</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>Nr.</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Datum eindafrekening</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Resultaat</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Betaald</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>I.</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>09-08-2006</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>- € 3.056,38</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Ja, € 347,85 </para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Daarnaast is tussen [naam erflater] en Dexia de leaseovereenkomst met contractnummer ‘74034943’ tot stand gekomen, welke op 6 maart 2001 met een positief saldo is geëindigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Volgens opgave van Dexia heeft [naam erflater] op grond van de overeenkomst – al dan niet bij wijze van vooruitbetaling – in totaal een bedrag van € 13.365,24 aan maandtermijnen en een bedrag van € 347,85 wegens restschuld aan Dexia betaald. Volgens die opgave heeft [naam erflater] een bedrag van € 2.935,50 aan dividenden ontvangen en € 2.594,59 aan fiscaal voordeel genoten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>De gemachtigde van [naam erflater] , Leaseproces, heeft bij brief van </para>
        <para>9 januari 2006 de nietigheid, vernietiging, dan wel ontbinding van de overeenkomst ingeroepen op grond van misbruik van omstandigheden, wanprestatie, dwaling, onrechtmatige daad en/of misleidende reclame. Tevens wordt het recht voorbehouden daartoe ook nog andere gronden aan te voeren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [naam erflater] is op 11 september 2012 overleden. [eiseres] is zijn wettelijke erfgename.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">3.	Het geschil in conventie en in reconventie in de hoofdzaak en in de incidenten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert (samengevat), althans zo begrijpt de kantonrechter, dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para>- in het incident: </para>
      <para> Dexia ex. artikel 843a Rv zal veroordelen het aanvraagformulier behorende bij de overeenkomst aan [eiseres] te verstrekken,</para>
      <para>- in de hoofdzaak:</para>
      <parablock>
        <para> voor recht zal verklaren dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld jegens [naam erflater] en/of toerekenbaar is tekortgeschoten,</para>
        <para> voor recht zal verklaren dat [naam erflater] schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van Dexia en zij is gehouden die schade te vergoeden,</para>
        <para> Dexia zal veroordelen tot voldoening aan [eiseres] van al datgene dat [naam erflater] aan Dexia heeft betaald onder de overeenkomst, met wettelijke rente,</para>
        <para> voor recht zal verklaren dat [eiseres] de door Dexia gevorderde restschuld niet is verschuldigd,</para>
        <para> Dexia zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van [eiseres] , met wettelijke rente,</para>
        <para> Dexia zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten, met wettelijke rente.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Dexia voert verweer tegen de vorderingen. Het verweer mondt uit in een tegenvordering, waarbij Dexia vordert (samengevat) dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:</para>
        <para> [eiseres] zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 751,70, met wettelijke rente vanaf 19 augustus 2006,</para>
        <para> voor recht zal verklaren dat Dexia met betrekking tot de overeenkomsten met contractnummers ‘25301580’ en ‘74034943’ niets meer aan [eiseres] is verschuldigd, met een veroordeling van [eiseres] in de proceskosten.<?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen en verweren van partijen zal hierna, voor zover nodig, nader worden ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">4.	De beoordeling in conventie en in reconventie in de hoofdzaak en in het incident </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Algemeen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het gaat in deze zaak om een financieel product dat tussen 1990 en 2003 in Nederland ongeveer één miljoen keer is verkocht, namelijk een effectenleaseovereenkomst. Kenmerk van dit product is, dat de afnemer van het product belegt met geleend geld. Na het instorten van de aandelenmarkt zijn vele afnemers geconfronteerd met restschulden en andere verliezen. In de afgelopen vijftien à twintig jaar zijn in Nederland hierover duizenden procedures gevoerd, waarbij Dexia vaak één van de procespartijen was. Door belangenbehartigers van afnemers en vertegenwoordigers van aanbieders van deze producten is, in het kader van de WCAM, een regeling getroffen, die bij beschikking van het Gerechtshof Amsterdam van 25 januari 2007 algemeen verbindend is verklaard. Enkele tienduizenden afnemers hebben deze regeling niet geaccepteerd en tijdig een opt-out-verklaring ingediend, onder wie [naam erflater] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De procedures hebben geleid tot veel jurisprudentie, waaronder verschillende richtinggevende arresten van de Hoge Raad. Deze jurisprudentie is bij de gemachtigden van partijen bekend.<footnote-ref linkend="_cb7da40d-d345-4cd3-ae2f-14574b56abbd" /> Deze jurisprudentie wordt bij de beoordeling van de vorderingen als leidraad genomen. Door partijen zijn geen (althans onvoldoende) bijzondere omstandigheden gesteld die in deze zaak een afwijking daarvan rechtvaardigen. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Toepassing van deze jurisprudentie leidt in het onderhavige geval tot de volgende conclusies:</para>
        <para>A.	er is sprake van huurkoop,</para>
        <para>B.	er is geen sprake van dwaling, misleidende reclame en/of misbruik van omstandigheden; evenmin is er sprake van (ver)nietig(baar)heid krachtens de Wck,</para>
        <para>C.	Dexia heeft haar bijzondere zorgplichten geschonden, in elk geval de waarschuwingsplicht, en daardoor onrechtmatig gehandeld,</para>
        <para>D.	[naam erflater] heeft schade geleden, bestaande uit betaalde termijnen en restschuld,</para>
        <para>E.	er is voldoende causaal verband aanwezig tussen de hiervoor bedoelde schade en de onrechtmatige daad van Dexia.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verjaring</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Voor zover Dexia stelt dat een eventuele vordering van [naam erflater] inmiddels is verjaard, wordt dit verweer niet gevolgd. In de jurisprudentie zijn bestendige oordelen te vinden voor wat betreft de stellingen en verweren van partijen die zien op de verjaring.<footnote-ref linkend="_9ac8a166-9971-40cd-9e26-48d554c66b24" /> Voor zover in deze zaak geen andere, afwijkende standpunten zijn ingenomen door één van de partijen, wordt op de aan (de gemachtigden van) partijen bekende overwegingen, ook in deze zaak geoordeeld dat er geen reden is om aan te nemen dat de verweren omtrent de verjaring doel treffen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tussenpersoon</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>
        [naam erflater] heeft de overeenkomst met Dexia afgesloten via de tussenpersoon Spaarkrediet Centrale (hierna: de tussenpersoon). Tussen partijen is niet in geschil dat de tussenpersoon niet beschikte over de voor beleggingsadvieswerkzaamheden noodzakelijke vergunning. In de prejudiciële beslissing van 10 juni 2022<footnote-ref linkend="_bd4e94f0-624f-48e9-9ad7-6f410dd91fa0" /> heeft de Hoge Raad uitgelegd in welke gevallen Dexia heeft gecontracteerd in strijd met het verbod van artikel 41 NR 1999 (dan wel met het daarmee materieel overeenkomende artikel 25 NR 1995). Daarvan is volgens de Hoge Raad sprake als de afnemer een effectenleaseovereenkomst is aangegaan nadat de daarbij optredende tussenpersoon (zonder te beschikken over de daarvoor benodigde vergunning), tevens – naar Dexia wist of behoorde te weten – als financieel adviseur is opgetreden door advies te geven. Dexia stelt dat het gegeven beleggingsadvies naar het destijds geldende Europese recht niet vergunningplichtig was. In het vonnis van de rechtbank Overijssel van 22 juni 2021 (ECLI:NL:RBOVE:2021:2548), dat heeft geleid tot de hiervoor genoemde prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 10 juni 2022, heeft de rechtbank toegelicht, onder verwijzing naar een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 oktober 2019 (ECLI:NL:GHARL:2019:8462), dat en waarom geen sprake is van strijd met het toepasselijke Europese recht. Er is geen reden om thans anders te oordelen. De Hoge Raad heeft, zoals (de gemachtigden van) partijen bekend is, bepaald dat het moet gaan om een gepersonaliseerde aanbeveling, waarbij een aantal omstandigheden zijn genoemd, die bij de beoordeling daarvan van belang kunnen zijn. Ook indien niet wordt vastgesteld dat die omstandigheden zich voordoen, bestaat de mogelijkheid dat de tussenpersoon toch een gepersonaliseerde aanbeveling heeft gedaan als door de Hoge Raad bedoeld, namelijk een aanbeveling die is voorgesteld als geschikt voor de betrokken afnemer ook als dat onder omstandigheden als een ‘verkooppraatje’ kan worden gekarakteriseerd. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <parablock>
        <para>De stelplicht en bewijslast dat de tussenpersoon [naam erflater] heeft geadviseerd en dat Dexia wetenschap had of behoorde te hebben van het feit dat de tussenpersoon </para>
        <para>
          [naam erflater] , anders dan in algemene zin, een persoonlijk en specifiek op dit product toegesneden advies heeft verstrekt, rusten op [eiseres] als de partij die zich op de rechtsgevolgen van het onrechtmatig handelen van Dexia beroept. De door [eiseres] gestelde feiten en omstandigheden dienen voldoende concreet te zijn en zo mogelijk voorzien van onderbouwing. Voor zover Dexia de gestelde feiten en omstandigheden betwist, dient die betwisting eveneens voldoende gemotiveerd te zijn.<?linebreak?>Bij de beoordeling of de stellingen voldoende concreet en onderbouwd zijn en of het verweer voldoende gemotiveerd is weegt mee dat beide partijen al zeer lange tijd – in elk geval sinds de opt-out door [naam erflater] in 2007 – weten dat over de totstandkoming van de overeenkomst en de afwikkeling daarvan een gerechtelijke procedure gevoerd zal (kunnen) worden, zodat van hen verlangd mag worden de voor hun procespositie relevante informatie en stukken te hebben verzameld en bewaard.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] stelt over de feitelijke gang van zaken het volgende:</para>
        <para>
          [naam erflater] heeft op advies van een financieel adviseur van Spaarkrediet Centrale een Direct Rendement Effect van Bank Labouchere afgesloten.</para>
        <para>
          [naam erflater] is op kantoorbezoek geweest om de financiële situatie door te nemen met een financieel adviseur van Spaarkrediet Centrale. De echtgenote van [naam erflater] was ook bij dit gesprek aanwezig.</para>
        <para>Tijdens het gesprek heeft de adviseur van Spaarkrediet Centrale geïnformeerd naar de wensen en de financiële situatie van [naam erflater] . Zo is met de adviseur gesproken over het inkomen, pensioen en spaargeld van [naam erflater] . Daarnaast is met de adviseur gesproken over de wens van [naam erflater] om vermogen op te bouwen als financiële reserve en ter aanvulling op het pensioen. De adviseur gaf aan dat het mogelijk was om dit doel te bereiken en dat hij hier een geschikt product voor wist. De adviseur adviseerde aan de hand van de financiële ruimte van [naam erflater] om een Direct Rendement Effect met een maandelijkse inleg van ongeveer NLG 350,00 af te sluiten.</para>
        <para>De adviseur heeft [naam erflater] niet geïnformeerd over de specifieke risico's. Zo heeft hij er niet op gewezen dat met geleend geld werd belegd en dat bij tegenvallende koersontwikkelingen, de inleg geheel verloren kon gaan, en er bovendien een schuld kon ontstaan uit hoofde van de effectenleaseovereenkomst. Als [naam erflater] op deze risico's gewezen was had hij het Direct Rendement Effect nooit afgesloten.</para>
        <para>
          [naam erflater] had geen ervaring met beleggen of kennis van complexe financiële producten en</para>
        <para>vertrouwde daarom volledig op de deskundigheid van de adviseur en zijn advies. Om deze reden heeft [naam erflater] het advies van de adviseur opgevolgd en een Direct Rendement Effect met een maandelijkse inleg van NLG 350,63 afgesloten. De aanvraag voor het Direct Rendement Effect is door de adviseur in orde gemaakt en de uiteindelijke overeenkomst is op een later moment ondertekend.</para>
        <para>Het opvolgen van het advies heeft voor [naam erflater] desastreus uitgepakt. In plaats van het voorgespiegelde vermogen dat zou worden opgebouwd, is [naam erflater] de betaalde inleg geheel</para>
        <para>kwijtgeraakt. Daarnaast heeft [naam erflater] een restschuld aan de overeenkomst overgehouden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft, ter onderbouwing van zijn stellingen, gewezen op de volgende stukken die in het geding zijn gebracht:</para>
      <para>- een kopie van de overeenkomst van 29 januari 1999 met contractnummer 25301580, voorzien van het adviseursnummer: <emphasis role="italic">ATP710 Spaarkrediet Centrale</emphasis>,</para>
      <para>- een kopie van een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel van </para>
      <para>14 januari 2019 van Assurantiekantoor [naam assurantiekantoor] (blijkens het uittreksel tijdens het aangaan van de overeenkomst handelende onder de naam ‘De Spaar- &amp; Kredietcentrale’), waaruit blijkt dat de tussenpersoon zich ten tijde van het aangaan van de overeenkomst bezighield met ‘het adviseren en bemiddelen bij het tot stand komen van verzekeringen en financieringen, met al hetgeen daartoe behoort en/of daarmede verband houdt, alles in de ruimste zin des woords’.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiseres] neemt vrijwel alleen algemene stellingen in over de gestelde advisering aan [naam erflater] . Het gaat om wat tussen [naam erflater] en de tussenpersoon is besproken. Daarover is niets concreets gesteld. [naam erflater] heeft de overeenkomst in 1999 gesloten en op </para>
        <para>9 januari 2006 is deze door de gemachtigde van (toen) [naam erflater] betwist. [naam erflater] is in 2012 overleden en, zonder nadere toelichting – die ontbreekt – valt niet in te zien waarom hetgeen concreet is voorgevallen niet op basis van een (al dan niet op schrift gesteld) relaas van [naam erflater] kan worden onderbouwd. Er zijn wel enkele stukken door [eiseres] overgelegd, maar deze stukken vormen, gelet op het gemotiveerde verweer van Dexia, onvoldoende onderbouwing voor de stellingen van [eiseres] , zodat niet geconcludeerd kan worden dat sprake is geweest van vergunningplichtige advisering door de tussenpersoon. Hierbij speelt mee dat [naam erflater] reeds voorafgaand aan het aangaan van de onderhavige overeenkomst op eigen initiatief, en dus zonder betrokkenheid van een tussenpersoon, een effectenleaseovereenkomst met Dexia heeft gesloten. Het had op de weg van [eiseres] gelegen om te onderbouwen dat de totstandkoming van de onderhavige overeenkomst wezenlijk anders is verlopen dan die van de andere overeenkomst. Dit geldt temeer nu [eiseres] haar feitelijke stellingen (omtrent de concrete situatie van [naam erflater] ) enkel heeft onderbouwd met een kopie van de overeenkomst. Daarop is weliswaar het adviseursnummer van de tussenpersoon te zien, hetgeen voldoende aantoont dat de tussenpersoon betrokken is geweest bij de totstandkoming van de overeenkomst, maar dat is op zichzelf onvoldoende om [eiseres] zonder meer te volgen in haar stelling dat de tussenpersoon buiten zijn bevoegdheid is getreden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De incidentele vordering van [eiseres]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>
        [eiseres] vordert Dexia op te dragen om een afschrift te verstrekken van het aanvraagformulier behorende bij de overeenkomst. [eiseres] stelt slechts dat daaruit de betrokkenheid van de tussenpersoon volgt. Deze betrokkenheid is echter niet in geschil, zodat een rechtmatig belang bij de vordering ontbreekt. De kantonrechter zal deze vordering dan ook afwijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <parablock>
        <para>De proceskosten van dit incident komen voor rekening van [eiseres] omdat zij in het ongelijk wordt gesteld. De proceskosten aan de zijde van Dexia worden tot op heden begroot op € 82,00.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Buitengerechtelijke incassokosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>
        [eiseres] voert aan dat zij nog recht heeft op een vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Zulke vergoeding is niet aan de orde. Niet gebleken is dat er meer of andere werkzaamheden aan de orde zijn geweest dan die, welke genoemd zijn in het arrest van de Hoge Raad van 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:590.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie in conventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat [eiseres] onvoldoende naar voren heeft gebracht om haar te volgen in de stelling dat Dexia jegens [naam erflater] onrechtmatig heeft gehandeld en/of toerekenbaar is tekortgeschoten en dat Dexia [eiseres] nog een vergoeding is verschuldigd. De vorderingen van [eiseres] zullen daarom worden afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vorderingen Dexia in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>Gelet op de beoordeling in conventie zal de door Dexia gevorderde verklaring voor recht die ziet op de overeenkomst met contractnummer 25301580 worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft in reconventie niet weersproken dat zij in verband met de restschuld nog € 751,70 aan Dexia moet betalen. De daartoe strekkende vordering van Dexia is daarom toewijsbaar. Tegen de gevorderde wettelijke rente heeft [eiseres] geen verweer gevoerd, zodat ook dit deel van de vordering zal worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <para>Dexia vordert verder voor recht te verklaren dat Dexia ook met betrekking tot de overeenkomst met contractnummer 74034943 aan al haar verplichtingen heeft voldaan en niets meer aan [eiseres] verschuldigd is. Aangezien [eiseres] tegen deze vordering geen verweer heeft gevoerd, zal de kantonrechter deze toewijzen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De incidentele vordering van Dexia</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.17.</nr>
      <parablock>
        <para>Dexia vordert dat [eiseres] wordt veroordeeld om het intakeformulier van haar gemachtigde aan Dexia te verstrekken. Uit het voorgaande volgt dat Dexia in het gelijk zal worden gesteld. Zij heeft dan ook geen belang meer bij dit stuk in deze procedure, zodat de vordering zal worden afgewezen. De proceskosten zullen worden gecompenseerd.<?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.18.</nr>
      <para>Omdat Dexia inhoudelijk gelijk krijgt, is [eiseres] aan te merken als de in het ongelijk te stellen partij. Zij zal worden veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten). De proceskosten van Dexia worden in conventie begroot op:</para>
      <para>- salaris gemachtigde           	€	542,00 (2,00 x tarief € 271,00)</para>
      <para>- nakosten                             	<emphasis role="underline">€	135,00</emphasis> (plus de kosten van betekening als na te </para>
      <parablock>
        <para>						melden)</para>
        <para>Totaal                                    	€	677,00</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.19.</nr>
      <para>Omdat het partijdebat in reconventie is samengevallen met het debat in conventie worden de kosten in reconventie tot op heden begroot op nihil.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident van [eiseres]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van Dexia, tot op heden begroot op € 82,00,</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in het incident van Dexia</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>wijst de vordering af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten, in die zin dat ieder van de partijen de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">in conventie </emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst de vorderingen af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 677,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiseres] ook de kosten van betekening betalen,</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>veroordeelt [eiseres] om aan Dexia een bedrag van € 751,70 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 19 augustus 2006 totdat alles is betaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>verklaart voor recht dat Dexia met betrekking tot de overeenkomsten met contractnummers 25301580 en 74034943 aan al haar verplichtingen heeft voldaan en derhalve niets meer aan [eiseres] verschuldigd is,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten, in die zin dat ieder van de partijen de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">in conventie en in reconventie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10.</nr>
      <para>verklaart de veroordelingen onder rov 5.6.-5.8. uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2025.</para>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>560 \ 61512</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_cb7da40d-d345-4cd3-ae2f-14574b56abbd" label="1">
    <para>In het bijzonder gaat het om de arresten van de Hoge Raad van 28 maart 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC2837), 5 juni 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BH 2815), 29 april 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BP4003), 3 februari 2017 (ECLI:NL:HR: 2017:164) en 12 april 2019 (ECLI:NL:HR:2019:590) en de arresten van het gerechtshof Amsterdam van 1 december 2009 (ECLI:NL: GHAMS:2009:BK4981) en 1 april 2014 (ECLI:NL:GHAMS:2014:1135).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9ac8a166-9971-40cd-9e26-48d554c66b24" label="2">
    <para> Zie onder meer gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 november 2020 ECLI:NL:GHARL:2020:8992, gerechtshof Amsterdam, 25 januari 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:1462 en gerechtshof Den Bosch 10 januari 2023, ECLI:NL:GHSHE:2023:23.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bd4e94f0-624f-48e9-9ad7-6f410dd91fa0" label="3">
    <para> Hoge Raad 10 juni 2022, ECLI :NL:HR:2022:862.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>