<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:5971</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-05T12:19:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB- 25_2969</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#procesverbaal">Proces-verbaal</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:5971">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:5971</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-05T12:16:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:5971 Rechtbank Gelderland , 17-07-2025 / AWB- 25_2969</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:5971:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Coffeeshop; schorsing gedoogverklaring; tijdverloop; bezwaar redelijke kans van slagen; toewijzing voorlopige voorziening.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:5971:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: ARN 25/2969</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 juli 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] en [eiseres]  h.o.d.n. [naam bedrijf]</emphasis>, uit [plaats], verzoekers</para>
      <para>(gemachtigde: mr. J. Nagtegaal),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de burgemeester van Apeldoorn </bridgehead>
    <para>(gemachtigden: mr. A. Aziz en H. Terwel).</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Samenvatting</bridgehead>
    <para>1. Deze uitspraak gaat over de schorsing van de gedoogverklaring voor het exploiteren van coffeeshop [naam coffeeshop] voor de duur van twee maanden. Verzoekers zijn het hier niet mee eens. Zij verzoeken daarom om een voorlopige voorziening en voeren daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt hij aan de hand van de gronden van verzoekers.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe en schorst het besluit van de burgemeester tot zes weken na het door de burgemeester te nemen besluit op bezwaar. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. </para>
    </paragroup>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop<?linebreak?></title>
    <para>2. Met het bestreden besluit van 3 juli 2025 heeft de burgemeester de gedoogverklaring voor het exploiteren van coffeeshop [naam coffeeshop] met ingang van 7 juli 2025 voor de duur van twee maanden geschorst. Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen en het besluit van 3 juli 2025 te schorsen.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 17 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [persoon A] (dochter van verzoekers), de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigden van de burgemeester. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Totstandkoming van het bestreden besluit</title>
    <para />
    <para>3. Verzoekers exploiteren aan de [locatie] in [plaats] een coffeeshop. De burgemeester heeft hiervoor (laatstelijk) op 23 april 2024 aan verzoekers een gedoogverklaring verleend. Aan deze gedoogverklaring zijn voorwaarden verbonden, waaronder de voorwaarde (8) dat in de inrichting maximaal 500 gram softdrugs aanwezig mag zijn, de voorwaarde (17) dat verzoekers voorlichtingsmateriaal omtrent het gebruik van softdrugs in de inrichting voor iedereen zichtbaar ter beschikking moeten stellen en daarover informatie moeten verstrekken, de voorwaarde (21) dat in de inrichting een actuele lijst van overig personeel, niet zijnde leidinggevende aanwezig moet zijn, en (25) dat alle aanwijzingen door of namens de burgemeester gegeven dienen te worden opgevolgd.<?linebreak?>4.	Op 1 november 2024 is door gemeentelijk toezichthouders een reguliere controle uitgevoerd bij de coffeeshop. Tijdens deze controle is vastgesteld dat het totale gewicht wiet en/of hasj bij de verkoopbalie 482,15 gram bedroeg. In de koelkast lagen 37 cupcakes en 12 stuks snoep die softdrugs bevatten. Dit leidt tot een totaal gewicht van 12,3 gram. De toezichthouders hebben na deze constatering herhaaldelijk gevraagd of dit alles was wat aanwezig was in de coffeeshop waarop door de aanwezige leidinggevende bevestigend is geantwoord. Bij nadere controle van de overige ruimten in de coffeeshop werd nog een koelkast aangetroffen met daarin 107 cupcakes en 40 snoepjes wat een gewicht van 36, 1 gram softdrugs betreft. Voor een derde keer is gevraagd of dit alles is, waarop opnieuw bevestigend werd geantwoord. Vervolgens is de productieruimte gecontroleerd waar joints en een emmer met joints zijn aangetroffen. Dit betrof 200 joints en een bakje met restanten. Het totaal gewicht softdrugs was 40,8 gram. De totale hoeveelheid aanwezige softdrugs in de coffeeshop was 571,35 gram. Dit is 71,35 gram meer dan maximaal is toegestaan. Tijdens de controle is tevens geconstateerd dat er geen voorlichtingsmateriaal aanwezig was bij de coffeeshop. Dit is, zo stelt de burgemeester, de derde opeenvolgende controle waarbij dit is geconstateerd. De burgemeester stelt vast dat de voorschriften 8, 17, 21 en 25 van de gedoogverklaring zijn overtreden. </para>
    <para />
    <para>5. De burgemeester heeft in de overtreding van deze voorschriften aanleiding gezien de gedoogverklaring met ingang van 7 juli 2025 voor de duur van 2 maanden te schorsen. Dit besluit heeft hij op 3 juli 2025 aan verzoekers door uitreiking van het besluit bekend gemaakt. <?linebreak?><emphasis role="bold">Beoordeling door de voorzieningenrechter</emphasis><?linebreak?></para>
    <para>6. De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang als in een lokaal een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, van de Opiumwet wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.<footnote-ref linkend="_5f52879f-1b63-4ac0-81cb-ce454de90388" /></para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1. 7.</nr>
      <para>7.	Omdat de burgemeester gelet op de door hem afgegeven gedoogverklaring een hoeveelheid van 500 gram softdrugs gedoogt, kan hij pas tot oplegging van een last onder bestuursdwang overgaan als in strijd met de gedoogverklaring wordt gehandeld. Als de burgemeester vervolgens gebruik wil maken van de bevoegdheid om een lokaal op grond van de Opiumwet te sluiten, geldt daarvoor het beoordelings- en toetsingskader van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dat kader is beschreven in de uitspraken van 28 augustus 2019<footnote-ref linkend="_92ffbf56-e7ed-411c-baf2-18959d44946a" />, 6 juli 2022<footnote-ref linkend="_12e802cd-5672-48a1-90b3-31636bb05b83" /> en 16 juli 2025<footnote-ref linkend="_f54464ea-8df4-40fe-bebe-d6a6e317ec1d" />. Hierbij moet beoordeeld worden of sluiting van het lokaal in het concrete geval geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>Verzoekers hebben op de zitting gevraagd zo snel mogelijk uitspraak te doen. Zij leiden schade als gevolg van het bestreden besluit. De voorzieningenrechter heeft daarom besloten mondeling uitspraak te doen. Daarbij laat de voorzieningenrechter in het midden of verzoekers de aan de gedoogverklaring verbonden voorschriften hebben overtreden, zoals de burgemeester hen verwijt. Verder laat hij in het midden of verzoekers in 2023 in strijd hebben gehandeld met de verleende gedoogverklaring en of de burgemeester bevoegd is om de gedoogverklaring op grond van artikel 13b van de Opiumwet te schorsen. In zijn uitspraak gaat de voorzieningenrechter uit van de premisse dat verzoekers in strijd hebben gehandeld met de gedoogverklaring en dat de burgemeester bevoegd is om handhavend op te treden en de gedoogverklaring te schorsen. Deze rechtsvragen moeten in bezwaar wel beoordeeld worden. Voor de uitspraak van de voorzieningenrechter is het antwoord op deze vragen evenwel in dit geval niet van belang.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>7. Ervan uitgaande dat de burgemeester bevoegd is om handhavend op te treden moet worden beoordeeld of schorsing in de gegeven omstandigheden geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is. In dat kader overweegt de voorzieningenrechter het volgende. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>Uit het dossier blijkt dat de controle in de coffeeshop op 1 november 2024 heeft plaatsgevonden. Het voornemen tot schorsing van de gedoogverklaring is na ruim zes maanden op 16 mei 2025 aan verzoekers bekendgemaakt en het bestreden besluit is vervolgens op 3 juli 2025 bekendgemaakt. Op de zitting heeft de gemachtigde van de burgemeester toegelicht dat op het moment van controle al twee andere coffeeshops in [plaats] gesloten waren, waarvan één in verband met verkoop aan minderjarigen. Als ook de coffeeshop van verzoekers gesloten zou worden, zouden drie van de vijf coffeeshops in [plaats] tegelijkertijd gesloten zijn. Dit zou hoogstwaarschijnlijk leiden straatverkoop en tot openbare orde problemen. Sluiting van de coffeeshop waar aan minderjarigen was verkocht had volgens de burgemeester prioriteit. Daarom is ervoor gekozen de gedoogverklaring voor exploitatie van de coffeeshop van verzoekers later in 2025 te schorsen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>De burgemeester heeft dus in het belang van de openbare orde acht maanden gewacht voordat hij tot schorsing van de gedoogverklaring heeft besloten. Schorsing van de gedoogverklaring acht maanden nadat is vastgesteld dat de aan de gedoogverklaring verbonden voorschriften zijn geschonden, terwijl vervolgens in het belang van de openbare orde met schorsing van de gedoogverklaring is gewacht, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet meer in het belang is van de openbare orde en veiligheid. Schorsing van de gedoogverklaring draagt daarom redelijkerwijs niet meer bij aan het bereiken van het doel dat met een schorsing wordt gediend. Dat betekent dat schorsing van de gedoogverklaring niet geschikt is. Het betoog van verzoekers slaagt om die reden. <?linebreak?>Dit betekent overigens niet dat de burgemeester niet met een lichter middel kan optreden, zoals bijvoorbeeld een waarschuwing of een last onder dwangsom. De burgemeester heeft hier niet voor gekozen en de voorzieningenrechter heeft dit dan ook niet beoordeeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>8. Omdat schorsing van de gedoogverklaring in dit geval niet geschikt is om het beoogde doel te bereiken, heeft het bezwaar al om die reden redelijke kans van slagen. Het bestreden besluit zal dan ook naar verwachting in bezwaar niet (ongewijzigd) in stand blijven. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat het besluit van 3 juli 2025 is geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter ziet aanleiding te bepalen dat de burgemeester het griffierecht moet vergoeden en dat verzoekers ook een vergoeding krijgen van hun proceskosten. De burgemeester moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde geldt een vast bedrag per proceshandeling met een waarde van € 907,-. Omdat de gemachtigde een verzoek om voorlopige voorziening heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen leidt dit tot een totaal van € 1.814,-.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>schorst het besluit van 3 juli 2025 tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 385,- aan verzoekers moet vergoeden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de burgemeester in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van <?linebreak?>€ 1.814,-.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2025 door mr. W.P.C.G. Derksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.Y Snoeren-Bos, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</bridgehead>
  <footnote id="_5f52879f-1b63-4ac0-81cb-ce454de90388" label="1">
    <para> Dit staat in artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_92ffbf56-e7ed-411c-baf2-18959d44946a" label="2">
    <para> ABRvS 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2912</para>
  </footnote>
  <footnote id="_12e802cd-5672-48a1-90b3-31636bb05b83" label="3">
    <para> ABRvS 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1911</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f54464ea-8df4-40fe-bebe-d6a6e317ec1d" label="4">
    <para> ABRvS 15 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>