<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:5079</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-30T12:46:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/05/448205 KG RK 25/154</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:5079">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:5079</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-30T12:45:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:5079 Rechtbank Gelderland , 09-04-2025 / C/05/448205 KG RK 25/154</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:5079:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Zowel afzonderlijk als in samenhang bezien leveren de door de verzoeker aangevoerde wrakingsgronden (processuele beslissingen van de rechter in deze zaak) geen zwaarwegende aanwijzingen op voor het aannemen van partijdigheid van de rechter. Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:5079:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer:	C/05/448205 / KG RK 25/154</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 9 april 2025	</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>hierna te noemen: verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot de wraking van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. A.J.M. van Breevoort,</emphasis>
      </para>
      <para>rechter in deze rechtbank</para>
      <para>hierna te noemen: de rechter. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het schriftelijke wrakingsverzoek van 24 februari 2025, door de wrakingskamer ontvangen op 26 februari 2025,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het schriftelijk verzoek om een externe wrakingskamer van 3 maart 2025,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de schriftelijke reactie van 5 maart 2025, waarin onder meer is vermeld dat de wrakingskamer geen aanleiding ziet de wraking door een externe wrakingskamer te laten behandelen. In deze brief is ook aangekondigd dat de behandeling van het wrakingsverzoek zal plaatsvinden op 26 maart 2025 om 15:30 uur,  </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de schriftelijke reactie op het wrakingsverzoek van de rechter van 17 maart 2025,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de oproepingsbrief van 18 maart 2025, waarin onder meer is vermeld dat de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek zal plaatsvinden op 26 maart 2025,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de schriftelijke uitbreiding van het wrakingsverzoek van 24 maart 2025 (door verzoeker genoemd het tweede wrakingsverzoek), door de wrakingskamer ontvangen op 25 maart 2025,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een e-mailbericht met verzoek om uitstel van verzoeker van 26 maart 2025 om 13:03 uur,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mededeling namens de voorzitter van de wrakingskamer van 26 maart 2025 dat de mondelinge behandeling niet wordt uitgesteld,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de wrakingskamer, gehouden op 26 maart 2025,</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Naar aanleiding van de brief van verzoeker van 24 februari 2025 heeft de wrakingskamer de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek, met inachtneming van de wens van verzoeker de behandeling zo laat mogelijk in de middag na 14:00 uur te plannen, vastgesteld op 26 maart 2025 om 15:30 uur. Bij e-mailbericht van 26 maart 2025 door de wrakingskamer ontvangen om 13:03 uur heeft verzoeker gevraagd om de mondelinge behandeling van 26 maart 2025 minstens twee weken uit te stellen zodat de rechter in de gelegenheid kan worden gesteld een schriftelijke reactie op het tweede wrakingsverzoek in te dienen en verzoeker zich onvoldoende heeft kunnen voorbereiden op de mondelinge behandeling, nu hij zich na ontvangst van de reactie van de rechter van 17 maart 2025, vrijwel uitsluitend heeft kunnen bezighouden met het opstellen van het tweede wrakingsverzoek. Verzoeker wijst op zijn medische klachten. Dit verzoek om uitstel is door de voorzitter van de wrakingskamer niet gehonoreerd om onnodige vertraging van de rechtspleging te voorkomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Bij de mondelinge behandeling was de rechter, met berichtgeving vooraf, niet aanwezig. Verzoeker is niet verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>De wrakingskamer heeft op 26 maart 2025 om 14:30 uur telefonisch aan verzoeker medegedeeld dat de mondelinge behandeling niet wordt uitgesteld. De wrakingskamer heeft vervolgens, toen verzoeker om 15:30 uur niet aanwezig was, de start van de behandeling uitgesteld tot 15:45 uur. Vervolgens is de wrakingskamer ervan op de hoogte geraakt dat verzoeker verwachtte niet eerder dan 16:15 uur op de rechtbank te zijn. De wrakingskamer heeft om 15:55 uur de zaak behandeld en het onderzoek gesloten. De voorzitter heeft vervolgens de griffie van de wrakingskamer verzocht verzoeker hiervan telefonisch op de hoogte te brengen. De griffie heeft geen telefonisch contact met verzoeker gekregen, omdat verzoeker de verbinding verbrak en nadien de telefoon niet meer opnam.  Kort na 16:30 uur heeft verzoeker zich bij de rechtbank gemeld, waarna hem door de bode is meegedeeld dat de zaak al was behandeld en het onderzoek is gesloten. Vervolgens heeft verzoeker opnieuw telefonisch contact opgenomen met de griffie van de wrakingskamer. Telefonisch is verzoeker meegedeeld dat:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">hij al vanaf begint maart 2025 wist dat de zaak op 26 maart 2025 om 15:30 uur overeenkomstig zijn wens was ingepland;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">dat het uitstelverzoek pas is gedaan op de dag van de zitting, in hetzelfde dagdeel als de zitting;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">dat hij om 14:30 uur telefonisch is bericht dat het uitstelverzoek is afgewezen;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">dat hij heeft meegedeeld dat hij pas om 15:45 uur in de trein zat terwijl de zitting toen al gestart had moeten zijn;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">dat de wrakingskamer 25 minuten op hem heeft gewacht en vervolgens de zaak om 15:55 uur heeft behandeld en het onderzoek heeft gesloten;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">dat over twee weken schriftelijk uitspraak zal worden gedaan.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>Na de mondelinge behandeling heeft de wrakingskamer op 30 maart 2025 een informatieverzoek van verzoeker ontvangen, waarin verzoeker vraagt om (1) de mededeling van de wrakingskamer die hem kort na 16:30 uur telefonisch is medegedeeld op 26 maart 2025, (2) alle schriftelijke berichten die de wrakingskamer en medewerker [… 1] hebben gewisseld op 26 maart 2025, (3 en 4) alle schriftelijke berichten die de wrakingskamer en resp. rechter mr. A.J.M. van Breevoort en de wederpartij in de bodemprocedure mr. [belanghebbende] hebben gewisseld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6</nr>
      <para>De wrakingskamer ziet geen reden om interne correspondentie tussen leden van de wrakingskamer en mevrouw [… 1] met verzoeker te delen, nu dit geen gedingstukken zijn. Daar komt bij dat de door verzoeker bedoelde telefonische mededeling in deze beslissing is opgenomen (zie hierboven). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7</nr>
      <para>Verzoeker heeft reeds een afschrift ontvangen van de stukken die in de wrakingszaken zijn gewisseld tussen rechter mr. A.J.M. van Breevoort en de wrakingskamer. Andere stukken zijn niet gewisseld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8</nr>
      <para>Op 8 april 2025 heeft verzoeker via een e-mailbericht gevraagd de behandeling van het wrakingsverzoek te heropenen. De wrakingskamer ziet geen reden voor een heropening van (de behandeling van) het wrakingsverzoek. Verzoeker heeft een uitgebreid verzoekschrift ingediend en ook zijn aanvulling (het ‘tweede wrakingsverzoek’) is in de beslissing betrokken. Dat verzoeker op hetzelfde dagdeel van de zitting van de wrakingskamer heeft verzocht om uitstel, zonder kennelijk rekening te houden met de mogelijkheid dat het verzoek zal worden afgewezen, komt voor zijn risico. Ook bij een mededeling om 14:30 uur moet het voor verzoeker mogelijk zijn geweest de zitting die is begonnen om 15:55 uur bij te wonen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.9</nr>
      <para>De e-mail ontvangen op 9 april 2025 om 01:59 uur geeft de betreffende rechter geen aanleiding zich te verschonen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Verzoeker heeft in zijn verzoekschrift verzocht om behandeling door een externe wrakingskamer bestaande uit rechters van een ander arrondissement die geen enkele relatie hebben (gehad) met de rechter. Dit verzoek is door de wrakingskamer afgewezen, zoals is vermeld in de brief van 5 maart 2025. De leden van de wrakingskamer staan vrij om het verzoek te behandelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak</para>
        <para>met nummer 10685481 CV EXPL 23-2499 tussen advocaat [… 2] en verzoeker. In die procedure vordert de advocaat betaling van zijn facturen. Verzoeker heeft deze facturen onbetaald gelaten om dat hij kort gezegd niet tevreden is over de wijze waarop de advocaat zijn belangen heeft behartigd in een procedure tussen verzoeker en zijn zus over de verdeling van de nalatenschap van zijn moeder. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Verzoeker baseert zijn wrakingsverzoek op negen wrakingsgronden. Deze gronden zullen hierna bij de beoordeling kort worden weergeven en besproken. Verder merkt verzoeker op dat het voor hem niet mogelijk was het wrakingsverzoek eerder in te dienen en dat hem enige bedenktijd mocht worden gegund zeker nu alle wrakingsgronden in één keer moeten worden voorgedragen. Verzoeker verwijst daarbij naar de medische verklaringen van 15 december 2022, 11 mei 2023 en 21 februari 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tijdigheid wrakingsverzoek</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Het verzoek moet worden gedaan zodra de omstandigheden die daarvoor aanleiding hebben gegeven zich hebben voorgedaan. Na indiening van het verzoek wordt de procedure direct geschorst. Zo wordt voorkomen dat de rechter proceshandelingen verricht gedurende een periode waarvan later wordt vastgesteld dat hij toen niet over de vereiste onpartijdigheid beschikte. Ook is beoogd onnodige vertraging van de rechtspleging te voorkomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De door verzoeker aangevoerde omstandigheden zijn aan hem bekend geworden op 17 februari 2025 en het verzoek is gedaan op 24 februari 2025. Verzoeker procedeert in persoon zodat hem enige tijd kan worden gegund om de gang van zaken op zich in te laten werken en om al dan niet juridisch advies in te winnen. Gelet op deze omstandigheid en het feit dat de wrakingsgronden zoveel mogelijk tegelijkertijd moeten worden voorgedragen, is het tijdsverloop van een week naar het oordeel van de wrakingskamer in deze zaak acceptabel. Verzoeker is dan ook ontvankelijk in zijn verzoek gericht tegen de rechter. In zijn brief van 24 maart 2025 heeft verzoeker een ‘tweede wrakingsverzoek’ geformuleerd. Feitelijk is het een reactie op de door de rechter gegeven schriftelijke reactie van 17 maart 2025 in de wrakingszaak. Het bevat een nadere duiding van de al eerder in de brief van 24 februari 2025 naar voren gebrachte wrakingsgronden. De wrakingskamer zal dit ‘tweede wrakingsverzoek’, of deze nadere gronden dan ook niet buiten beschouwing laten, maar in deze beslissing betrekken.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De wrakingsgronden</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Verzoeker komt op tegen de brief van de rechter van 17 februari 2025, omdat daarin ten onrechte zou zijn vermeld dat verzoeker geen tegenvordering heeft ingediend. Verzoeker voert hiertoe, zoals gezegd, in totaal negen wrakingsgronden aan. Deze wrakingsgronden zijn onder te brengen in twee categorieën, te weten (a) door de rechter (niet) genomen (onwelgevallige) procesbeslissingen en (b) kritiek op de rechtspraak in het algemeen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>a) <emphasis role="italic">door de rechter (niet) genomen (onwelgevallige) procesbeslissingen</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Volgens verzoeker heeft de rechter ten onrechte de mededeling gedaan dat verzoeker niet of niet tijdig een tegenvordering heeft ingediend. Daarmee heeft de rechter het recht op effectieve toegang tot de rechter ten aanzien van verzoeker geschonden. Ook heeft de rechter ten onrechte de indruk gewekt dat verzoeker pas met zijn brief van 12 februari 2025 een eis in reconventie heeft willen instellen. Het gaat om de juridische interpretatie van het door verzoeker gestelde in de conclusie van antwoord van 24 november 2023. De rechter gaat in zijn reactie op het wrakingsverzoek ten onrechte voorbij aan de omstandigheid dat in het proces-verbaal van de zitting van 29 oktober 2024 verzoeker als ‘eiser in reconventie’ is aangeduid. Het verweer van de rechter dat daarbij sprake is van een verschrijving van de griffier toont de onzorgvuldige werkwijze aan. Ook heeft de rechter ten onrechte gesteld dat de wederpartij niet heeft gereageerd op de tegenvordering. Door de reactie van de rechter van 17 maart 2025 is bij verzoeker de vrees ontstaan dat de rechter niet volledig open zou staan voor zijn standpunten in de bodemprocedure en daarmee is de schijn van partijdigheid gewekt, aldus verzoeker. De rechter laat met zijn reactie van 17 maart 2025 volgens verzoeker blijken dat hij tijdens de mondelinge behandeling tekortgeschoten is door de tegenvordering niet aan de orde te stellen. <?linebreak?>De opsomming die verzoeker maakt komt er in de kern op neer dat verzoeker vindt dat de rechter een onjuiste beslissing heeft genomen en daarom vooringenomen is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>De juistheid van de rechterlijke beslissing kan echter alleen worden beoordeeld als daartegen een rechtsmiddel (zoals hoger beroep) is aangewend. De wrakingsprocedure is daarvoor niet bestemd, omdat het daarin uitsluitend gaat over de (schijn van) vooringenomenheid van de rechter. Alleen als de beslissing gelet op de motivering of de wijze van totstandkoming zo onjuist of onbegrijpelijk is dat deze uitsluitend door vooringenomenheid kan worden verklaard, is er grond voor wraking. De aangevoerde grond haalt deze hoge drempel niet. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>b) <emphasis role="italic">algemene kritiek op de rechtspraak</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8</nr>
      <para>Verzoeker voert eveneens als wrakingsgrond aan dat de persoonlijke instelling en overtuiging van de rechter zodanig zijn, dat daardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden en dat de rechter in feite een onzelfstandige productiemedewerker in dienst van de rechtbank is, in plaats van een onafhankelijke professional. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9</nr>
      <para>Verzoeker heeft kennelijk geen vertrouwen in de onafhankelijkheid van de rechter. Vooropgesteld wordt dat een wrakingsverzoek gericht tegen de hele rechtspraak of alle rechters (van een rechtbank) niet-ontvankelijk is omdat alleen de behandelend rechter kan worden gewraakt. Voor zover deze wrakingsgrond enkel is gericht tegen de behandelend rechter overweegt de wrakingskamer dat dit geen grond oplevert voor wraking. De rechters in Nederland worden voor het leven benoemd en staan niet in een hiërarchische verhouding tot collega’s of andere medewerkers dan wel bestuursleden van een rechtbank, juist om hun onafhankelijkheid te waarborgen. Het is niet gebleken dat de rechter in strijd met de wet- en regelgeving verzoeker in zijn toegang tot de rechter heeft beperkt. Het tijdsverloop binnen de procedure waarop verzoeker wijst, maakt dit niet anders. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Slotsom</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10</nr>
      <para>Zowel afzonderlijk als in samenhang bezien leveren de door de verzoeker aangevoerde wrakingsgronden geen zwaarwegende aanwijzingen op voor het aannemen van partijdigheid van de rechter. Omdat van enige (schijn van) partijdigheid niet is gebleken, wordt het wrakingsverzoek tegen de rechter afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer van de rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- wijst het verzoek tot wraking van de rechter af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beslissing is gegeven door mr. A.F. Germs-de Goede, voorzitter, mr. Y. van Wezel en mr. L.M. Vogel, leden in tegenwoordigheid van de griffier [… 2] en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2025.</para>
              <para />
              <para />
              <para>de griffier						de voorzitter</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>