<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:4703</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-26T11:45:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11373377</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:4703">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:4703</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-26T11:45:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:4703 Rechtbank Gelderland , 28-05-2025 / 11373377</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:4703:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>overeenkomst van opdracht, schade o.g.v. artikel 7:401 BW, beroep op verrekening</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:4703:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">GELDERLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11373377 \ CV EXPL  24-8518</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 28 mei 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>eisende partij in conventie,</para>
      <para>gedaagde partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.J. Meijer,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij in conventie,</para>
      <para>eisende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>gemachtigde: TVM rechtshulp B.V.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding met producties;<?linebreak?>- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in voorwaardelijke reconventie;<?linebreak?>- de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie;</para>
      <para>- de conclusie van repliek in voorwaardelijke reconventie;<?linebreak?>- de conclusie van dupliek in voorwaardelijke reconventie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil in conventie </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert in conventie – samengevat – [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan hem van een bedrag van € 3.541,32, bestaande uit € 3.105,82 aan hoofdsom en € 435,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 3.105,82 vanaf 5 juli 2024, danwel 19 september 2024, danwel de datum van de dagvaarding tot de dag van volledige betaling en te vermeerderen met de wettelijke rente over € 435,50 indien [gedaagde] dit bedrag niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis voldoet, met veroordeling van [gedaagde] in de proces- en nakosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] legt hieraan ten grondslag dat tussen partijen een overeenkomst van opdracht bestaat op grond waarvan hij in opdracht van [gedaagde] diverse werkzaamheden als schipper heeft verricht. [gedaagde] is toerekenbaar tekort geschoten in haar betalingsverplichting uit hoofde van deze overeenkomst van opdracht door een bedrag van € 3.105,82 onbetaald te laten. Nu de betalingstermijn is verstreken, is [gedaagde] in verzuim en daarom wettelijke (handels)rente en buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. Zij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil in voorwaardelijke reconventie</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] vordert voorwaardelijk in reconventie, namelijk in het geval de kantonrechter het beroep op verrekening in conventie afwijst, – samengevat – [eiser] te veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag van € 3.643,46, bestaande uit € 3.198,60 aan hoofdsom, € 444,86 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 3.198,60 vanaf 11 september 2024 tot de dag van volledige betaling, met veroordeling van [eiser] in de proces- en nakosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] legt hieraan ten grondslag dat zij schade heeft geleden als gevolg van het handelen van [eiser] . [eiser] zou op enig moment, na onenigheid met een matroos, het schip hebben verlaten. Hij zou daarbij verkeerd hebben aangemeerd en het schip niet schoon hebben achtergelaten. De schade is als volgt opgebouwd:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>probleem oplossen in Eefde 		€    420,00</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>km Groesbeek-Eefde-Groesbeek	€      34,50</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>kosten verkeerd afmeren		€    250,00</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>schoonmaakkosten			€    801,80</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>stilliggen schip voor schoonmaak	<emphasis role="underline">€ 1.692,30</emphasis></para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para>Totaal					€ 3.198,60 (exclusief btw)</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [eiser] voert verweer. Hij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [gedaagde] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het geschil in conventie en in reconventie</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Aangezien de vorderingen in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie nauw met elkaar samenhangen, bespreekt de kantonrechter deze gezamenlijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] in opdracht van [gedaagde] werkzaamheden heeft verricht als schipper op grond van een overeenkomst van opdracht. De voor deze werkzaamheden verzonden factuur van € 3.105,82 is onbetaald gebleven. [gedaagde] heeft de verschuldigdheid van dit bedrag niet betwist. Het door [gedaagde] gevoerde verweer van verrekening houdt in feite een erkenning van het bestaan van een schuld jegens [eiser] in, aangezien het bestaan van die schuld een voorwaarde is om tot verrekening over te gaan. De vordering in conventie zal dan ook worden toegewezen, behoudens voor zover het beroep op verrekening slaagt. Hetgeen ten grondslag is gelegd aan het verrekeningsverweer is gelijk aan de grondslag van de voorwaardelijke eis in reconventie. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Ter onderbouwing van het beroep op verrekening en de vordering in reconventie heeft [gedaagde] gesteld dat zij schade heeft geleden als gevolg van het handelen van [eiser] . [eiser] zou op enig moment, na onenigheid met een matroos, het schip hebben verlaten. Hij zou daarbij verkeerd hebben aangemeerd en het schip niet schoon hebben achtergelaten. [gedaagde] noemt daarbij geen rechtsgrond op grond waarvan de schade op [eiser] kan worden verhaald. Gezien de door [gedaagde] ingenomen stelling, zal de kantonrechter de schadevorderingen beoordelen aan hand van de verplichting van [eiser] om bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht te nemen (artikel 7:401 BW). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De werkzaamheden met betrekking tot het oplossen van een probleem tussen [eiser] en een matroos (schadeposten a en b) zijn werkzaamheden die behoren tot het takenpakket van een opdrachtgever en vallen niet onder de reikwijdte van artikel 7:401 BW. Niet is gesteld of anderszins gebleken dat [eiser] de directe oorzaak was van het probleem met de matroos. De schadeposten a en b dienen dan ook voor rekening van [gedaagde] te blijven. De vordering tot betaling van deze schadeposten wordt om die reden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De kosten voor het verkeerd afmeren (schadepost c) worden eveneens afgewezen. De e-mail van [bedrijf 1] , de eigenaar van het schip waaraan verkeerd was afgemeerd, stelt [gedaagde] weliswaar aansprakelijk en noemt dat het <emphasis role="italic">“alleszins redelijk (zou) zijn hiervoor een vergoeding te ontvangen ter waarde van 250euro”</emphasis>, maar dit wordt verder niet onderbouwd. [gedaagde] heeft bovendien nagelaten concreet te stellen welke foutieve handeling [eiser] heeft gemaakt en welke concrete (contractuele) norm hij daarmee zou hebben geschonden. Niet is gesteld immers dat met het afmeren het schip door [eiser] een maritieme regel is geschonden, dan wel dat hij met het afmeren niet zou hebben gehandeld als een goed opdrachtnemer. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De schoonmaakkosten en de kosten van het stilliggen van het schip (schadepost d en e) komen evenmin voor vergoeding in aanmerking. Op de door [gedaagde] overgelegde foto’s is, zonder nadere toelichting, niet meer te zien dan een kookplaat met wat “kruimels”, een bank met wat “witte streepjes”, een besturingspaneel waarop een volle asbak staat, een raam met vingerafdrukken, wat spullen op een bank, een magnetron met etensresten en een wasruimte met enkele gebruikelijke was- en schoonmaakmiddelen. Niet is gesteld of anderszins gebleken dat [eiser] (contractueel) verplicht was ervoor zorg te dragen dat het schip te allen tijde schoon zou moeten zijn. Uit de stellingen van partijen komt verder naar voren dat [eiser] tezamen met tenminste één matroos op het schip verbleef. Dat [eiser] de aanwezige ‘vervuiling’ zou hebben veroorzaakt is door [gedaagde] niet gesteld. Een juridische grondslag voor toewijzing van de gevorderde korst ontbreekt. Met [eiser] is de kantonrechter bovendien van oordeel dat dit de benoemde ‘vervuiling’ geen schoonmaakkosten van € 801,80 en stilliggeld van € 1.692,30 rechtvaardigen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande passeert de kantonrechter het verrekeningsverweer van [gedaagde] .  In conventie zal daarom een bedrag van € 3.105,82 worden toegewezen. De hierover gevorderde wettelijke handelsrente wordt toegewezen vanaf <?linebreak?>19 september 2024 (de eerstgenoemde dag na de vervaldatum van de factuur, zijnde <?linebreak?>4 augustus 2024) tot de dag van volledige betaling.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft aannemelijk gemaakt dat door hem buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. De hoogte van het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is lager dan de tarieven die zijn weergegeven in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Hoewel niet direct van toepassing, geldt dat deze tarieven geacht worden redelijk te zijn. Dit lagere bedrag van € 435,50 wordt daarom toegewezen. De hierover gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Aangezien de voorwaarde waaronder de voorwaardelijke vordering in reconventie is ingesteld is vervuld, zal de kantonrechter deze vordering beoordelen. Aangezien [gedaagde] aan haar vordering in reconventie hetzelfde ten grondslag heeft gelegd als aan haar verrekeningsverweer, zal de kantonrechte de vorderingen van [gedaagde] in reconventie afwijzen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is zowel in conventie als in reconventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden in conventie begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>112,37</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>248,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>238,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(1 punt × € 238,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>119,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>717,37</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>De proceskosten van [eiser] worden in reconventie begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>238,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × factor 0,5 × € 238,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>238,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van <?linebreak?>€ 3.541,32, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente (artikel 6:119a BW) over € 3.105,82 met ingang van 19 september 2024 tot de dag van volledige betaling en te vermeerderen met de wettelijke rente (artikel 6:119 BW) over € 435,50, indien [gedaagde] laatstgenoemd bedrag niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis heeft voldaan, vanaf de vijftiende dag na betekening tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 717,37, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van [gedaagde] af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 238,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2025.</para>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>44356 \ 51588</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>