<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:4594</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-10T15:12:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05.062928.25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:4594">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:4594</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-10T15:07:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:4594 Rechtbank Gelderland , 09-05-2025 / 05.062928.25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:4594:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling wegens mensensmokkel tot een gevangenisstraf van 30 dagen, waarvan 24 dagen voorwaardelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:4594:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/062928-25</para>
      <para>Datum uitspraak	: 9 mei 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats] (Thailand), </para>
      <para>wonende aan [adres] (België),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsvrouw: mr. M. Burgers, advocaat in Arnhem. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op of omstreeks 27 februari 2025 te Babberich, althans in Nederland, en/of Düsseldorf, althans in Duitsland een ander, te weten, [naam 1] , behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot en/of doorreis door Nederland en/of Duitsland, en/of die [naam 1] daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, terwijl zij, verdachte, wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang en/of die doorreis wederrechtelijk was, hebbende zij, verdachte,<?linebreak?>- contacten onderhouden en/of afspraken gemaakt over de wijze van (smokkel)transport </para>
      <para>van die [naam 1] ,<?linebreak?>- (vervolgens) met een voertuig naar de (verblijf)plaats van die [naam 1] in Duitsland gereden om hem in haar/het voertuig te laten plaatsnemen en/of<?linebreak?>- die [naam 1] in voornoemd voertuig vervoerd/gereden door Duitsland en/of over de grens met Nederland en/of door Nederland. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_a071a099-4db5-4ca8-86a7-7ea7feb2bf81" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit, nu niet kan worden bewezen dat verdachte wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat haar bijrijder geen verblijfsrecht had. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Op 27 februari 2025 zagen verbalisanten op de Rijksweg A12 te Babberich een auto met Belgisch kenteken rijden. Zij voerden een controle uit. De bestuurder van de auto betrof verdachte. De bijrijder bleek [naam 1] . Hij had een Thais paspoort. In het verleden had [naam 1] een Duits C visum, maar dat visum was verlopen sinds 12 januari 2024. De laatste stempel van inreizen was van 2 januari 2024. Hij verbleef sinds 12 januari 2024 illegaal in het Schengengebied.<footnote-ref linkend="_e580b08d-c99e-4df4-8be8-e36c901257aa" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft ter zitting verklaard dat zij de persoon die als bijrijder in haar auto zat (hierna: [naam 1] ) in haar auto vanuit Duitsland mee naar Nederland heeft genomen. Verdachte heeft verklaard dat een vriend haar had gevraagd om [naam 1] naar Schiphol te rijden. Zij had [naam 1] eerder in Stuttgart ontmoet in een café. De tweede keer dat ze hem zag was bij haar thuis. [naam 1] was de avond van tevoren al naar haar huis gekomen samen met de vriend van verdachte. [naam 1] wilde niet met de trein naar Schiphol. Verdachte heeft verklaard 400 euro voor de rit te hebben gekregen. [naam 1] gebruikte de telefoon van verdachte om in te checken voor zijn vlucht.<footnote-ref linkend="_6b33a047-ed5e-488d-9771-5bcfdc24d7ee" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat verdachte [naam 1] in haar auto vanuit Duitsland naar Nederland meenam. Dit betekent dat verdachte [naam 1] behulpzaam is geweest bij het verschaffen van de toegang tot Nederland en de doorreis door Duitsland en Nederland. Dat de toegang en de doorreis door Duitsland en Nederland van [naam 1] wederrechtelijk was, leidt de rechtbank af uit het gegeven dat hij geen geldige verblijfsstatus in het Schengengebied of een visum had.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang en doorreis wederrechtelijk was. De rechtbank overweegt daaromtrent als volgt. Verdachte heeft wisselende verklaringen afgelegd. Toen zij werd aangehouden, heeft zij verklaard dat zij [naam 1] onderweg bij een tankstation tegenkwam en hem niet kende, hij aan het huilen was en zij allebei naar Amsterdam moesten en zij hem heeft geholpen door hem een lift te geven. Een gelijkluidend verhaal heeft [naam 1] op zijn beurt verklaard bij zijn aanhouding. Pas toen verdachte werd geconfronteerd met onderzoeksbevindingen uit haar telefoon<footnote-ref linkend="_6e7644a2-7780-4c94-8a63-70b0f76eda98" />, heeft zij verklaard dat haar eerdere verklaring onjuist was en heeft zij verklaard dat zij [naam 1] reeds eerder had ontmoet en dat een vriend ( [naam 2] ) haar had gevraagd om [naam 1] naar Schiphol te brengen. [naam 2] en [naam 1] waren de avond tevoren naar haar woning gekomen, waarna verdachte en [naam 1] de ochtend erna zijn vertrokken. Zij heeft hiervoor 400 euro gekregen van [naam 1] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit dat verdachte en [naam 1] los van elkaar bij aanhouding een gelijkluidende en – zo bleek later uit de verklaring van verdachte en uit de onderzochte telefoongegevens – leugenachtige verklaring hebben afgelegd, duidt op afgestemd handelen. Het kan naar het oordeel van de rechtbank onder deze omstandigheden niet anders zijn dan dat verdachte wist of in ieder geval ernstige redenen had te vermoeden dat het niet in de haak was. Voor verdachte was er immers geen reden om een afgestemde, onjuiste verklaring af te leggen op het moment dat zij geen enkele weet zou hebben van het illegale verblijf van haar passagier. Dat zij daarnaast goed betaald werd voor de lift sterkt de rechtbank in haar overtuiging. Voor dit bedrag had [naam 1] immers ook een taxi kunnen nemen naar Schiphol vanuit Düsseldorf maar daar koos hij niet voor.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande – in onderling verband en samenhang bezien – acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [naam 1] behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot en doorreis door Nederland en Duitsland en dat verdachte wist dat die inreis/doorreis wederrechtelijk was. Het verweer van de raadsvrouw wordt verworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 27 februari 2025 te Babberich, althans in Nederland, en/of Düsseldorf, althans in Duitsland een ander, te weten, [naam 1] , behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> doorreis door Nederland en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> Duitsland, en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> die [naam 1] daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, terwijl zij, verdachte, wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> die doorreis wederrechtelijk was, hebbende zij, verdachte,<?linebreak?>- contacten onderhouden en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> afspraken gemaakt over de wijze van (smokkel)transport </para>
      <para>van die [naam 1] ,<?linebreak?><emphasis role="strike-through">- (vervolgens) met een voertuig naar de (verblijf)plaats van die [naam 1] in Duitsland gereden om hem in haar/het voertuig te laten plaatsnemen en/of</emphasis><?linebreak?>- die [naam 1] in voornoemd voertuig vervoerd/gereden door Duitsland en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> over de grens met Nederland en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> door Nederland. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">mensensmokkel</emphasis>
        <emphasis role="bold">.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur met aftrek van het voorarrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft bepleit aan verdachte op te leggen een taakstraf van 80 uur. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel. Mensensmokkel maakt een ernstige inbreuk op de internationale rechtsorde en doorkruist het overheidsbeleid van bestrijding van illegaal verblijf en illegale toegang tot Nederland en andere Europese landen. Hoewel niet is gebleken dat verdachte de organisator was van de mensensmokkel, heeft zij hiermee wel een illegaal circuit in stand gehouden. De rechtbank neemt verdachte dit kwalijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat verdachte (onder meer) ter terechtzitting een schuldbewuste houding heeft aangenomen en er blijk van heeft gegeven het kwalijke van haar handelen in te zien. Verder weegt de rechtbank de kennelijk wat opportunistische rol van verdachte mee en tegelijkertijd het relatief geringe nadeel, nu de gesmokkelde vlak erna direct op het vliegtuig naar Thailand is gegaan en dus van een lang illegaal verblijf in het Schengengebied door toedoen van verdachte geen sprake is geweest. Er is ook geen sprake geweest van een vorm van mensensmokkel die gepaard is gegaan met uitbuiting of mensonterende omstandigheden van de gesmokkelde. Tot slot weegt de rechtbank mee dat verdachte niet eerder in Nederland, België of Duitsland door de strafrechter is veroordeeld blijkens de haar betreffende uittreksels uit de Justitiële Documentatie van 28 februari 2025 (Nederland), 28 februari 2025 (Duitsland) en 19 maart 2025 (België). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegende acht de rechtbank oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen, waarvan 24 dagen voorwaardelijk, met aftrek van het reeds ondergane voorarrest passend. De rechtbank zal de proeftijd bepalen op 2 jaar. De rechtbank hecht meer waarde aan een stevige waarschuwing die verdachte in de toekomst hopelijk zal weerhouden van een opportunistische keuze, dan aan het alsnog afstraffen met een werkstraf die gelet op haar woonplaats buiten Nederland niet makkelijk zal zijn te realiseren.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>De beoordeling van het beslag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal de teruggave van de telefoon Apple iPhone 13 Pro Max (blauw) aan de rechthebbende gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c en 197a van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen;</para>
    <para />
    <para> bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 24 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit; </para>
    <para />
    <para> beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; </para>
    <para />
    <para> gelast de teruggave van de telefoon Apple iPhone 13 Pro Max (blauw) aan de rechthebbende. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A. Bonder (voorzitter), mr. M.E. Snijders en mr. G.L.C. van den Bosch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.L.M. van Schaik, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 mei 2025. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. G.L.C. van den Bosch en mr. L.L.M. van Schaik zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_a071a099-4db5-4ca8-86a7-7ea7feb2bf81" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de KMar Brigade Oostgrens -Midden/Afhandelunit MZNM, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL27NM/25-000860, gesloten op 3 maart 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e580b08d-c99e-4df4-8be8-e36c901257aa" label="2">
    <para> Proces-verbaal, p. 5-7.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6b33a047-ed5e-488d-9771-5bcfdc24d7ee" label="3">
    <para> Verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 25 april 2025. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_6e7644a2-7780-4c94-8a63-70b0f76eda98" label="4">
    <para> Proces-verbaal, p.53.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>