<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:4110</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-26T08:56:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05.137052.23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:4110">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:4110</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-19T13:38:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:4110 Rechtbank Gelderland , 09-05-2025 / 05.137052.23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:4110:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeelde heeft zich in 20 gevallen schuldig gemaakt aan het medeplegen van oplichting en diefstal (bankhelpdeskfraude). Hiervoor ontving hij 40% van de criminele opbrengst. Een bedrag van € 19.721,60 wordt als wederrechtelijk verkregen voordeel aan veroordeelde toegerekend en moet door hem worden terugbetaald aan de staat.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:4110:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/137052-23 (ontneming)</para>
      <para>Datum uitspraak	: 9 mei 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de meervoudige kamer </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde]   </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende aan [adres] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. N.A.F. van den Heuvel, advocaat te Helmond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) wordt geschat en dat de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 18.641,60.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting van 1 oktober 2024 heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering aanhangig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is op de openbare terechtzitting van 25 april 2025 onderzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft ter terechtzitting de vordering aangepast. In het proces-verbaal van bevindingen ten aanzien van de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel is sprake van een totaalbedrag van € 46.604,00.<footnote-ref linkend="_407cfd85-f48f-47e5-8152-319b6dca1193" /> Daar moet € 100,00 vanaf, omdat bij zaak 1 € 100,00 te veel gerekend is (€ 2.200,00 in plaats van € 2.100,00). Met betrekking tot zaak 6 dient bij het in aanmerking genomen bedrag van € 1.750,00 een bedrag van € 2.810,00 aan contanten te worden opgeteld. Het totaalbedrag wordt zodoende € 49.314,00. Daarvan mocht verdachte, zoals hij heeft verklaard, 40%, dus een bedrag van<?linebreak?>€ 19.725,60, zelf houden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie verzoekt primair de ontnemingsvordering toe te wijzen voor een bedrag van € 19.725,60 en de betalingsverplichting vast te stellen op dat bedrag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair verzoekt hij het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel bij toekenning van de vorderingen van de benadeelde partijen in de onderliggende strafzaak met de toegekende bedragen te verminderen dan wel, als aan de orde, op nihil te stellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de hoogte van het wederrechtelijke verkregen voordeel, maar de rechtbank wel verzocht het ontnemingsbedrag op nihil te stellen als de vorderingen van de benadeelde partijen in de onderliggende strafzaak worden toegewezen en het ontnemingsbedrag overstijgen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van de vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 9 mei 2025 tegen veroordeelde vonnis gewezen waarbij hij ter zake van het medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd, en gekwalificeerde diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd, is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 28 maanden, waarvan 15 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en onder oplegging van bijzondere voorwaarden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 36e, derde lid, Sr kan op vordering van het openbaar ministerie bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene die is veroordeeld wegens een misdrijf dat naar de wettelijke omschrijving wordt bedreigd met een geldboete van de vijfde categorie, de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, indien aannemelijk is dat dat misdrijf of andere strafbare feiten op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hiervoor genoemde feiten waarvoor veroordeelde is veroordeeld, zijn misdrijven die naar de wettelijke omschrijving worden bedreigd met een geldboete van de vijfde categorie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten uit de strafbare feiten waarvoor hij is veroordeeld en baseert zich op de volgende bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank, locatie Arnhem, van </para>
    <para>9 mei 2025 in de onderliggende strafzaak;</para>
    <para>- de stukken behorend bij het onderliggende strafdossier.<footnote-ref linkend="_1c70ab62-b137-42a6-840d-c386fb597b52" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelde is in de periode van 24 augustus 2022 tot en met 6 februari 2023 betrokken geweest bij in totaal 20 gevallen van bankhelpdeskfraude. Hij haalde in samenwerking met (een) ander(en) bankpassen, contant geld, sieraden en een iPad bij de slachtoffers op om vervolgens met de bankpassen grote geldbedragen te pinnen. Hiervoor ontving hij, zo heeft hij verklaard, 40% van de criminele opbrengst. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de aangiftes blijkt dat de volgende bedragen van de slachtoffers zijn weggenomen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Zaken</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. [slachtoffer 1]</para>
    <para>2. [slachtoffer 2] </para>
    <para>3. [slachtoffer 3]</para>
    <para>4. [slachtoffer 4]</para>
    <para>5. [slachtoffer 5] </para>
    <para>6. [slachtoffer 6]</para>
    <para>7. [slachtoffer 7]</para>
    <para>8. [slachtoffer 8]</para>
    <para>9. [slachtoffer 9]</para>
    <para>10. [slachtoffer 10]</para>
    <para>11. [slachtoffer 11]</para>
    <para>12. [slachtoffer 12]</para>
    <para>13. [slachtoffer 13]</para>
    <para>14. [slachtoffer 14]</para>
    <para>15. [slachtoffer 15]</para>
    <para>16. [slachtoffer 16]</para>
    <para>17. [slachtoffer 17]</para>
    <para>18. [slachtoffer 18]</para>
    <para>19. [slachtoffer 19]</para>
    <para>20. [slachtoffer 20]</para>
    <para>
      <emphasis role="underline">Gepinde bedragen</emphasis>:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>€  2.100,00 </para>
      <para>€  2.800,00  </para>
      <para>€  1.500,00  </para>
      <para>€  2.250,00  </para>
      <para>€     950,00  </para>
      <para>€  1.750,00  </para>
      <para>€  1.200,00  </para>
      <para>€  1.120,00  </para>
      <para>€     950,00  </para>
      <para>€  1.950,00  </para>
      <para>€  2.370,00  </para>
      <para>€  1.665,00</para>
      <para>€  1.200,00  </para>
      <para>€  1.950,00  </para>
      <para>€  1.949,00  </para>
      <para>€  1.650,00  </para>
      <para>€  2.750,00  </para>
      <para>€  1.200,00  </para>
      <para>€  1.200,00  </para>
      <para>€     800,00  </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Contante bedragen</emphasis>:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>    € 13.200,00  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>    €   2.800,00  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In totaal is hiermee een bedrag van € 49.304,00 verkregen. De rechtbank komt op een (iets) lager bedrag dan de officier van justitie, omdat zij vaststelt dat het contant weggenomen geld in zaak 6 € 10,00 lager ligt dan het bedrag waarvan de officier van justitie is uitgegaan. 40% van dat totale bedrag wordt als wederrechtelijk verkregen voordeel aan veroordeelde toegerekend. De rechtbank is van oordeel dat het procesdossier voor het bepalen van de opbrengst van de overige weggenomen goederen onvoldoende aanknopingspunten biedt, zodat de opbrengst van deze goederen buiten het wederrechtelijk verkregen voordeel zal worden gehouden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelde heeft niet gesteld dat hij kosten heeft gemaakt en daarvan is de rechtbank ook overigens niet gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen tot een bedrag van € 19.721,60.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank merkt op dat op grond van artikel 36e, lid 9, Sr de aan benadeelde derden in rechte toegekende vorderingen, alsmede de verplichting tot betaling van een som geld aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer als bedoeld in artikel 36f Sr, in mindering worden gebracht op de omvang van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, maar slechts voor zover die zijn voldaan. In het vonnis in de onderliggende strafzaak is veroordeelde veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partijen ABN AMRO Bank N.V., ING Bank N.V., Coöperatieve Rabobank U.A, Volksbank N.V., [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] . Het totaalbedrag van de toegekende bedragen is hoger dan het vastgestelde wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is echter geen sprake van de situatie dat de toegekende bedragen al zijn voldaan. De ontnemingsbeslissing wordt immers gelijktijdig gewezen met het vonnis in de strafzaak. De situatie zal dus pas aan de orde komen in de executiefase. Daarom zal de rechtbank niet nu al het toegekende totaalbedrag aan schadevergoeding in mindering brengen op het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Betalingsverplichting</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank stelt het bedrag dat door veroordeelde dient te worden betaald aan de Staat vast op € 19.721,60.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 19.721,60;<?linebreak?></para>
    <para>- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van dit bedrag aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;<?linebreak?></para>
    <para>- bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering op </para>
    <para>394 dagen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. J.M. Moorman (voorzitter), mr. K.A.M. van Hoof en mr. R.P.W van de Meerakker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. U. Posthumus, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 mei 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Mr. J.M. Moorman is buiten staat de uitspraak mede te ondertekenen</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_407cfd85-f48f-47e5-8152-319b6dca1193" label="1">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen van 9 december 2023.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1c70ab62-b137-42a6-840d-c386fb597b52" label="2">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2022568732, gesloten op 30 mei 2023, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>