<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:3860</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-11T07:57:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB- 25_1688</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:3860">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:3860</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-11T07:54:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:3860 Rechtbank Gelderland , 20-05-2025 / AWB- 25_1688</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:3860:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voorlopige voorziening, omgevingsvergunning kleinschalig kamperen, afwijken omgevingsplan, stiltegebied, ETFAL</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:3860:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: ARN 25/1688</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van </bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker], uit [plaats], verzoeker</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Berkelland </bridgehead>
    <para>(gemachtigden: mr. I. Nikkels, ing. H. Smeenk, R.H.M. Groot Kormelinck).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij] uit [plaats] (de vergunninghouder).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Samenvatting</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van het college van 4 februari 2025 om een vergunning te verlenen voor het realiseren en plaatsen van drie pipowagens, hottubs en parkeerplaatsen op het perceel [locatie 1] te [plaats]. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Vergunninghouder woont op het perceel [locatie 1] te [plaats]. Hij heeft een vergunning aangevraagd om kleinschalig kamperen mogelijk te maken op het perceel, door het plaatsen van drie mobiele pipowagens. Bij iedere pipowagen wordt ook een mobiele hottub geplaatst. Verder zal op het perceel parkeergelegenheid gerealiseerd worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het college heeft met het besluit van 4 februari 2025 een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het afwijken van de regels uit het omgevingsplan betreffende het realiseren van een minicamping met drie pipowagens, hottubs en parkeerplaatsen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het bouwen, door middel van het plaatsen van drie pipowagens en hottubs. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het college heeft aan de omgevingsvergunning onder andere de volgende voorschriften verbonden:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>De minicamping bestaat uit drie verrijdbare pipowagens met bijbehorende mobiele hottubs, die tijdens het kampeerseizoen op het zuidelijke deel van het perceel mogen worden geplaatst.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Direct na afloop van het kampeerseizoen moeten de pipowagens en hottubs binnen de ligboxenstal worden geplaatst en niet meer in gebruik worden genomen tot aan de start van het nieuwe kampeerseizoen.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De pipowagen die nu aan de noordzijde van het perceel staat, wordt verplaatst naar het zuidelijke deel van het perceel.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De landschappelijke inpassing, zoals omschreven in het erfinrichtingsplan, dient conform dit plan te worden uitgevoerd.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Verzoeker woont aan de [locatie 2] in [plaats], ongeveer 100 meter ten oosten van het perceel van vergunninghouder. Verzoeker heeft, samen met andere omwonenden, bezwaar gemaakt tegen het besluit van 4 februari 2025. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 6 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigden van het college en de vergunninghouder. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Waar gaat deze zaak over?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. De voorzieningenrechter is in haar beoordeling beperkt tot de inhoud van het besluit dat voorligt. In deze zaak is dat het besluit van 4 februari 2025, de omgevingsvergunning voor het plaatsen van drie pipowagens, hottubs en realiseren van een parkeerplaats ten behoeve van een mini-camping op het perceel van [locatie 1] te [plaats]. Verzoeker heeft in zijn bezwaargronden ook zijn bezwaren geuit over andere zaken, die niet direct zien op het besluit van 4 februari 2025. Voorbeelden hiervan zijn de bezwaren gericht tegen het huidige gebruik van de al aanwezige pipowagen, de verbouwing van gebouwen op het perceel en de wijziging van de bestemming op het perceel naar ‘wonen’. De door verzoeker gestelde overtredingen van de vergunninghouder, nu en in het verleden, zijn niet direct relevant voor de beoordeling van de rechtmatigheid van de verleende omgevingsvergunning. De voorzieningenrechter neemt dit dan ook niet mee in haar beoordeling. Zij zal haar beoordeling beperken tot de bezwaargronden van verzoeker die direct verband houden met de omgevingsvergunning voor de minicamping.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wat is de relevante wet- en regelgeving?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. Op de locatie [locatie 1] in [plaats] geldt het omgevingsplan gemeente Berkelland. Het omgevingsplan bestaat uit een tijdelijk deel, waarin onder meer alle bestemmingsplannen zijn opgenomen die voor 1 januari 2024 golden. Op de locatie was voor 1 januari 2024 het bestemmingsplan Buitengebied Berkelland 2020 van kracht. Dit bestemmingsplan is dus onderdeel van het tijdelijk deel.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten.<footnote-ref linkend="_9542ce96-1f59-42ee-90cc-1142763ca47f" /> Onder een omgevingsplanactiviteit valt onder meer een activiteit die in strijd is met het (tijdelijk deel van) het omgevingsplan. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan beoordelingsregels. Deze beoordelingsregels vormen het toetsingskader dat geldt wanneer het college de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit verleent. Een omgevingsvergunning voor een buitenlandse omgevingsplanactiviteit wordt alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.<footnote-ref linkend="_f260c746-829d-49c2-a3c5-3212f4be6428" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Op de beoogde locatie van de pipowagens en hottubs geldt de bestemming ‘Agrarisch’. Het college heeft bepaald dat pipowagens vergelijkbaar zijn met stacaravans, waardoor de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor kleinschalig kamperen<footnote-ref linkend="_1e09302c-161f-4286-a8d2-e60659fb0a4c" /> niet van toepassing is. Daarom is een mini-camping met pipowagens een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Het college heeft beoordeeld of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties door analoge toepassing van de criteria voor het kleinschalig kamperen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het college komt bij de beslissing om al dan niet toepassing te geven aan de hem toegekende bevoegdheid om in afwijking van het omgevingsplan een omgevingsvergunning te verlenen, beleidsruimte toe en moet de betrokken belangen afwegen. De voorzieningenrechter oordeelt daarom niet zelf of verlening van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De voorzieningenrechter beoordeelt aan de hand van de gronden of het besluit in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met de verlening van de omgevingsvergunning te dienen doelen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Heeft het bezwaar van verzoeker een redelijke kans van slagen?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>5. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Om dit te beoordelen beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoeker of het college redelijkerwijs de omgevingsvergunning voor het realiseren van de mini-camping heeft kunnen verlenen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De pipowagens</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>6. Verzoeker stelt dat de al aanwezige pipowagen te groot is (31,5 m2) en daarom niet past binnen de omgevingsvergunning, waarin 20 tot 25 m2 is toegestaan per wagen. Daarnaast zijn de pipowagens niet mobiel. Ze worden gestut en aangesloten op de nutsvoorzieningen. Dit maakt dat het gebouwen zijn. Het maximale bouwvlak voor bewoning is al benut en dat wordt nu uitgebreid. Ook is er geen ontheffing aangevraagd voor bouwen op grond waarop geen bouwbestemming rust. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Het college heeft er in het verweerschrift op gewezen dat bij de aanvraag voor de drie wagens een totaaloppervlakte is aangegeven van 75 m2. Op de zitting heeft het college aangegeven dat dit in bezwaar nog duidelijker opgenomen zal worden in de omgevingsvergunning. Met de huidige wagen en de twee beoogde wagens komt het totaal op 73,28 m2. Het college geeft tot slot aan dat handhavend kan worden opgetreden als de wagens niet voldoen aan de omgevingsvergunning, omdat de totale oppervlakte groter is dan 75 m2. Daarnaast staan de wagens op wielen en mogen ze alleen tijdens het kampeerseizoen aanwezig zijn. Ondersteuning van de wagens en aansluiting op nutsvoorzieningen maakt dit niet anders. Tot slot is er juist een omgevingsvergunning verleend voor de plaatsing in strijd met de bestemming.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>Het betoog van verzoeker slaagt niet. De voorzieningenrechter ziet geen reden om aan te nemen dat het college de omgevingsvergunning niet had mogen verlenen voor het gebruik van de al aanwezige wagen. Anders dan verzoeker stelt is in het besluit niet bepaald dat de wagens maximaal een oppervlakte mogen hebben van 25m2 per stuk. In de toelichting bij de aanvraag is dit als een indicatie gegeven. Uit het landschapsplan, ook onderdeel van de aanvraag en het besluit, volgt dat er drie wagens komen, waarbij de afmetingen van de huidige wagen staan aangegeven (12,6 bij 2,5 meter). Daarnaast komt er een wagen van 8 bij 2,5 meter en een derde wagen van maximaal 25m2. Gelet op dat wat het college op de zitting heeft toegelicht, zal de totaliteit van het oppervlakte van de wagens samen niet meer mogen bedragen dan 75 m2. . Het ligt op de weg van vergunninghouder om hier in de aanschaf van de wagens rekening mee te houden en anders ligt het op de weg van het college om dit vergunningvoorschrift te handhaven. Er is wat dit betreft voor de voorzieningenrechter nu geen reden om aan te nemen dat de plannen van vergunninghouder op voorhand al niet passen binnen de verleende omgevingsvergunning. Verder blijkt uit de aanvraag voldoende dat het gaat om mobiele wagens. Dat de wagens gedurende het gebruik gestut worden en aangesloten zijn op nutsvoorzieningen, neemt niet weg dat ze buiten het kampeerseizoen verwijderd kunnen en moeten worden. Het ligt op de weg van het college om erop toe te zien dat dit daadwerkelijk gebeurt. Tot slot overweegt de voorzieningenrechter dat de wagens niet op het vlak met de woonbestemming komen te staan. Dat nieuwe bebouwing op dat vlak niet toegestaan zou zijn – wat daar ook van zij – is dan ook niet relevant voor de plaatsing van de wagens. Het college wijst er terecht op dat er juist (buitenplanse) toestemming is verleend voor het plaatsen van de wagens op de grond met een bestemming ‘Agrarisch’. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Stiltegebied</emphasis>
        </para>
        <para>7. Verzoeker stelt dat de plannen niet verenigbaar zijn met de normen die gelden voor het stiltegebied. In het stiltegebied geldt een geluidsnorm van maximaal 40 dB. Er is geen toestemming vanuit de provincie Gelderland voor het overschrijden van die normen. Verhoging van het omgevingsgeluid door een camping past niet in het provinciale beleid.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>In het besluit heeft het college bepaald dat binnen een stiltegebied gebiedseigen activiteiten zijn toegestaan, zoals kleinschalige kampeerterreinen. De kleinschalige omvang, de lengte van het kampeerseizoen en de doelgroep maken dat er geen aantasting zal zijn van het stiltegebied. Het college heeft in zijn verweerschrift gesteld dat ook binnen een stiltegebied activiteiten worden verricht. In de omgevingsverordening geldt een vrijstelling voor een kampeerterrein in een stiltegebied.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>Niet in geschil is dat het perceel gelegen is in een stiltegebied. In artikel 37.12 van het bestemmingsplan is bepaald dat de gronden met de aanduiding ‘milieuzone – stiltegebied’ tevens bestemd zijn voor het bewaren en bevorderen van stilte en rust, tenzij er sprake is van een gebiedseigen activiteit zoals (onder andere) kleinschalige kampeerterreinen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>Het betoog van verzoeker slaagt niet. De voorzieningenrechter ziet geen reden om aan te nemen dat het college vanwege de ligging in het stiltegebied de omgevingsvergunning niet had mogen verlenen. Het college heeft hierbij terecht gewezen op de regel dat kleinschalig kamperen een gebiedseigen activiteit is in het stiltegebied. Ook de Omgevingsverordening Gelderland geeft geen aanleiding voor een ander oordeel. Er geldt een verbod voor het gebruiken van een toestel dat het ervaren van natuurlijke geluiden kan verstoren en het buiten de openbare weg bevinden met een motorvoertuig of bromfiets.<footnote-ref linkend="_dc4e39d1-1bb7-49fa-a1f6-2af58436a613" /> Dit verbod is niet van toepassing op activiteiten op kampeerterreinen.<footnote-ref linkend="_9f6bb82a-fe42-4bb9-baad-7c04400ae832" /> Uit de toelichting bij artikel 4.56 van de omgevingsverordening volgt:  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Stiltegebieden garanderen geen volledige stilte. Ook binnen stiltegebieden of in de nabijheid ervan worden activiteiten verricht, die eigen zijn aan het hebben van een bedrijf. Denk aan agrarische bedrijvigheid, natuurbeheer (bosonderhoud) en verblijfs- of dagrecreatie. Deze in de onderdelen a tot en met f bedoelde menselijke activiteiten brengen onvermijdelijk een bepaalde mate van geluid(hinder) met zich mee, maar worden desondanks vrijgesteld van het verbod in artikel 4.55.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op de expliciete vermelding van activiteiten op kampeerterreinen als vrijgestelde activiteit in de verordening, en de vermelding van verblijfs- of dagrecreatie in de toelichting ziet de voorzieningenrechter geen reden om aan te nemen dat de beoogde mini-camping in strijd is met de provinciale Omgevingsverordening. De voorzieningenrechter volgt verzoeker niet in zijn stelling dat er een geluidsemissiegrens van 40 dB geldt. Van belang hierbij is dat de omgevingsverordening de juridisch bindende regels van de provincie Gelderland bevat. De beleidsdocumenten waar verzoeker naar verwijst hebben geen directe juridische werking. Het college is bij de vergunningverlening dan ook niet gebonden aan de geluidsnormen die staan opgenomen in het beleid. Anders dan verzoeker stelt is de provincie ook geen bevoegd gezag bij de verlening van de omgevingsvergunning. Het college moet rekening houden met de provinciale omgevingsverordening en heeft dat ook gedaan via artikel 37.12 van het bestemmingsplan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Fauna Roeteringsbroek en Groene Ontwikkelzone</emphasis>
        </para>
        <para>8. Verzoeker vreest dat de gebruikers van de mini-camping een afschrikwekkende werking zullen hebben op de aanwezige fauna in het naastgelegen bos Roeteringsbroek en de Groene Ontwikkelzone, zuidelijke deel van het perceel in ligt. In deze gebieden zijn beschermde diersoorten aanwezig, zoals groene boomkikkers en kamsalamanders. Daarnaast zijn er reeën die gebruik maken van de ecologische verbindingszone, die afgeschrikt worden door de aanwezigheid van mensen en menselijk geluid.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>Het college verwijst in het verweerschrift naar een veldonderzoek, verricht door een toezichthouder van de provincie Gelderland. Uit het verslag van bevindingen volgt dat het plaatsen van de wagens geen invloed heeft op Roeteringsbroek. Ook op de genoemde diersoorten heeft het plaatsen van de wagens geen of zeer beperkte invloed.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>Het betoog van verzoeker slaagt niet. Het college heeft uit mogen gaan van de bevindingen van de toezichthouder, zoals beschreven in het verslag. Uit dit verslag volgt dat er geen nadelige gevolgen voor beschermde diersoorten verwacht worden, gelet op de afstand en het beschikbare landhabitat. De toezichthouder heeft dat ook onderbouwd in zijn verslag. Van belang is daarbij dat Roeteringsbroek niet toegankelijk is voor recreatie. Na onderzoek concludeert de toezichthouder dat het plaatsen van de pipowagens geen invloed heeft op het natuurgebied. Verzoeker heeft dit niet (onderbouwd) weerlegd. De voorzieningenrechter ziet in wat verzoeker heeft aangevoerd geen reden om te twijfelen aan de bevindingen van de toezichthouder.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verkeer</emphasis>
        </para>
        <para>9. Verzoeker voert aan dat de vijf parkeerplaatsen die beoogd zijn voor de pipowagens niet voldoende parkeerruimte biedt. Er is geen rekening gehouden met de auto’s van de vergunninghouder, leveranciers of bezoekers van gasten. De weg langs het perceel van de vergunninghouder is smal en ongeschikt om langs de zijde te parkeren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.1.</nr>
      <para>Het college heeft in het verweerschrift toegelicht dat de vijf parkeerplaatsen bestemd zijn voor gebruikers van de pipowagens. Dit is in aanvulling op de al bestaande parkeermogelijkheden op het terrein.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2.</nr>
      <para>Het betoog van verzoeker slaagt niet. Op de plankaart in het landschapsplan is aangegeven dat de vijf parkeerplaatsen bestemd zijn voor de gasten. De voorzieningenrechter ziet geen reden om aan te nemen dat deze plekken ook bedoeld zijn voor andere gebruikers. Met vijf parkeerplaatsen voor bezoekers van drie pipowagens is ruim voldaan aan het vereiste aantal parkeerplaatsen. Het gaat om een dusdanig kleinschalige activiteit dat van leveranciers of bezoekers van gasten naar verwachting niet of nauwelijks sprake zal zijn. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Participatie</emphasis>
        </para>
        <para>10. Verzoeker vindt dat de vergunninghouder geen degelijke participatie-activiteiten heeft ondernomen naar de omwonenden toe. De vergunninghouder heeft het college hierover onjuist geïnformeerd. Er is geen draagvlak voor de plannen van vergunninghouder.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.1.</nr>
      <para>Het college heeft in het verweerschrift gereageerd dat het enkel informeren van omwonenden voldoende is in het kader van participatie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.2.</nr>
      <para>Het betoog van verzoeker slaagt niet. In de Omgevingswet is bepaald dat de gemeenteraad gevallen van activiteiten kan aanwijzen, waarin participatie van en overleg met derden verplicht is, voordat een aanvraag voor omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden ingediend.<footnote-ref linkend="_efaac32f-5783-4d21-aa13-5832249a7536" /> De raad van de gemeente Berkelland heeft geen gevallen aangewezen, waarbij participatie verplicht is gesteld.<footnote-ref linkend="_5abaeab6-fccc-4c5e-af95-4b218065f340" /> Uit het betoog van verzoeker begrijpt de voorzieningenrechter dat de vergunninghouder omwonenden wel geïnformeerd heeft over de plannen. Dat zij geen inspraak hebben gehad op de plannen of het daar niet mee eens zijn, maakt niet dat de omgevingsvergunning niet verleend had mogen worden nu participatie niet verplicht is gesteld. Participatie beoogt weliswaar om burgers in een vroegtijdig stadium te betrekken bij de besluitvorming, maar dat betekent niet dat een plan alleen door kan gaan bij  unanieme steun of draagvlak onder alle omwonenden.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>11. Het bezwaar van verzoeker en de omwonenden heeft geen redelijke kans van slagen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Dat betekent dat de omgevingsvergunning tijdens de bezwaarprocedure in werking blijft. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y.A.J. van Egmond, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</bridgehead>
  <footnote id="_9542ce96-1f59-42ee-90cc-1142763ca47f" label="1">
    <para> Dat is bepaald in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Omgevingswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f260c746-829d-49c2-a3c5-3212f4be6428" label="2">
    <para> Dat is bepaald in artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1e09302c-161f-4286-a8d2-e60659fb0a4c" label="3">
    <para> Artikel 3.1.1, onder i, in samenhang met artikel 3.6.3 van het bestemmingsplan. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_dc4e39d1-1bb7-49fa-a1f6-2af58436a613" label="4">
    <para> Artikel 4.55 van de Omgevingsverordening Gelderland.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9f6bb82a-fe42-4bb9-baad-7c04400ae832" label="5">
    <para> Artikel 4.56, onder c van de Omgevingsverordening Gelderland.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_efaac32f-5783-4d21-aa13-5832249a7536" label="6">
    <para> Dit is bepaald in artikel 16.55, zevende lid, van de Omgevingswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5abaeab6-fccc-4c5e-af95-4b218065f340" label="7">
    <para> Verzamelbesluit Omgevingswet, gemeenteblad van Berkelland, 2021 – 481341.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>