<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:332</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-14T08:00:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-01-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">ARN 23/3644</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHARL:2025:6987" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#niet ontvankelijk">Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2025:6987, Niet ontvankelijk</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2025042804</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2025-0921</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2025/0968</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2025/24.2.2</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2025/852</rdf:li>
          <rdf:li>PJ 2025/67</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:332">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:332</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-25T10:44:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:332 Rechtbank Gelderland , 21-01-2025 / ARN 23/3644</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:332:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Afkoop pensioenaanspraak. Loon uit vroegere dienstbetrekking. Wet uitfasering pensioen in eigen beheer.</para>
        <para>Door een dividenduitkering kan de pensioenvennootschap niet meer voldoen aan haar verplichtingen ter zake van het bij haar ondergebrachte pensioen in eigen beheer van haar directeur-grootaandeelhouder. Dit leidt tot afkoop van de pensioenaanspraak waarbij de aanspraak wordt aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking. De Wet uitfasering pensioen in eigen beheer brengt hier geen verandering in.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:332:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: ARN 23/3644 </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>uitspraak van de meervoudige belastingkamer van</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tussen</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [belanghebbende] , te [plaats] , belanghebbende</title>
    <para>(gemachtigde: [naam gemachtigde] ),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Rotterdam, de inspecteur,</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid), </emphasis>in Den Haag, de Staat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 24 maart 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De inspecteur heeft aan belanghebbende voor het jaar 2017 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 1.216.350 en naar een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 600.000. Hierbij is bij afzonderlijke beschikkingen € 106.178 aan belastingrente en € 239.676 aan revisierente in rekening gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende gegrond verklaard. De inspecteur heeft daarbij de aanslag verminderd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 1.148.604. De in rekening gebrachte belastingrente en revisierente zijn verlaagd naar respectievelijk € 81.083 en € 226.127.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De inspecteur heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 9 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van belanghebbende en, namens de inspecteur, [persoon A] en [persoon B] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para />
    <para>1. Belanghebbende is geboren op [geboortedatum] 1959. Hij is enig aandeelhouder en bestuurder van [BV] (de BV). De BV heeft belanghebbende een pensioen toegezegd vanaf 65 jaar (het PEB). Tevens heeft belanghebbende een kapitaalverzekering bij [verzekeringsmaatschappij] ( [verzekeringsmaatschappij] ) afgesloten. Het verzekerde kapitaal bedraagt op de einddatum van 1 februari 2024 € 111.992.</para>
    <para />
    <para>2. Belanghebbende was tot 15 november 2011 gehuwd met mevrouw [persoon C] (de ex-echtgenote) en is op 20 december 2012 gehuwd met mevrouw [persoon D] (de echtgenote).</para>
    <para />
    <para>3. Op 7 januari 2013 is de opbouw van de pensioenrechten van belanghebbende met ingang van 1 januari 2013 stopgezet. Op 12 december 2013 is een nieuwe pensioenovereenkomst en een addendum daarop tussen belanghebbende en de BV gesloten. Hierin is overeengekomen dat de opbouw van het pensioen van belanghebbende vanaf 1 januari 2014 met terugwerkende kracht wordt voortgezet tot de pensioendatum van 18 januari 2024. Belanghebbende heeft alle stukken getekend. Zijn echtgenote heeft alleen het addendum getekend. </para>
    <para />
    <para>4. De balansen over de jaren 2016 en 2017 zagen er op basis van de aangiften vennootschapsbelasting als volgt uit:<?linebreak?></para>
    <informaltable>
      <tgroup cols="5">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <colspec colname="colD" />
        <colspec colname="colE" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry namest="colB" nameend="colE">
              <para>Balans per 31 december 2016 (€)</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colB">
              <para>Materiële vaste activa</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>710</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Aandelenkapitaal</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>18.151</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colB">
              <para>Financiële vaste activa</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>90.000</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Winstreserve</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>961.160</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colB">
              <para>Vorderingen</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>1.212.080</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Pensioenvoorziening</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>290.019</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colB">
              <para>Liquide middelen</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>1.639</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Kortlopende schulden</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>35.099</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colB">
              <para>Totaal</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>1.304.429</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Totaal</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>1.304.429</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="5">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <colspec colname="colD" />
        <colspec colname="colE" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry namest="colB" nameend="colE">
              <para>Balans per 31 december 2017 (€)</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colB">
              <para>Materiële vaste activa</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>1.209</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Aandelenkapitaal</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>18.151</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colB">
              <para>Financiële vaste activa</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>0</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Winstreserve</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>325.473</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colB">
              <para>Vorderingen</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>580.887</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Pensioenvoorziening</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>290.019</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colB">
              <para>Liquide middelen</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>52.809</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Kortlopende schulden</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>1.262</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colB">
              <para>Totaal</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>634.905</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>Totaal</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>634.905</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para>5. Eind 2016 bestaat de post ‘Vorderingen’ voor € 1.100.000 uit de vordering in verband met de verkoop van een deelneming. Eind 2017 bedraagt deze vordering € 460.000.</para>
    <para />
    <para>6. Op 4 mei 2017 heeft de BV € 600.000 dividend uitgekeerd aan belanghebbende.</para>
    <para />
    <para>7. Op verzoek van belanghebbende heeft [verzekeringsmaatschappij] op 8 augustus 2017 de overdracht van het bij haar verzekerde pensioenkapitaal bevestigd en € 96.841 aan belanghebbende overgemaakt.</para>
    <para />
    <para>8. Belanghebbende en zijn ex-echtgenote hebben op 6 september 2017 informatieformulieren Afkoop of omzetting van pensioen in eigen beheer beiden kruislings getekend en opgestuurd aan de Belastingdienst. Op beide formulieren staat verder hetzelfde vermeld/ingevuld: </para>
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para />
              <para>Aangekruist: Gefaciliteerde afkoop</para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Datum van afkoop:</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>6-9-2017</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Fiscale balanswaarde 1-1-2015:</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>€ 88.487</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Fiscale balanswaarde 31-12-2015:</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>€ 92.200</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Fiscale balanswaarde op moment afkoop:</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>€ 96.841</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Commerciële balanswaarde op moment afkoop:</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>€ 96.841</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para>9. Op 22 februari 2018 zijn belanghebbende en de ex-echtgenote onder andere overeengekomen dat de ex-echtgenote recht heeft op het tijdens het huwelijk in eigen beheer in de BV opgebouwde pensioen, waaronder het bijzonder partnerpensioen. Ook zijn nadere afspraken gemaakt over de vaststelling van de omvang van de vereveningsaanspraak van de ex-echtgenote. </para>
    <para />
    <para>10. Belanghebbende heeft op 16 april 2018 een e-mail gestuurd naar de inspecteur over de afkoop van het bij [verzekeringsmaatschappij] opgebouwde pensioen. Belanghebbende schrijft hierin dat hij met deze afkoop niet had gerealiseerd dat hij hiermee ook het PEB had afgekocht. Hij vraagt hoe de afkoop van het bij [verzekeringsmaatschappij] opgebouwde pensioen kan worden opgelost zonder fiscale sanctie. Als voorzet stelt hij voor om het bijzonder partnerpensioen af te kopen, waarvan de waarde op 31 maart 2017 € 67.746 bedroeg. In de e-mail staat dat het afgekochte bedrag van [verzekeringsmaatschappij] € 62.931 bedraagt.</para>
    <para />
    <para>11. De inspecteur en belanghebbende hebben daarna via e-mail over het voorstel van belanghebbende gecorrespondeerd. Belanghebbende heeft hierbij ook nadere stukken overgelegd.</para>
    <para />
    <para>12. Op 20 juli 2018 heeft de inspecteur belanghebbende een e-mail gestuurd. In deze e-mail staat het volgende:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>“Voorop staat dat door de gedeeltelijk afkoop het gehele pensioen eigenlijk is afgekocht en moet worden belast tegen de waarde in het economisch verkeer verhoogd met revisierente.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wil de “vergissing” recht kunnen worden gezet, zal in ieder geval de ex-echtgenote mee moeten willen werken!<?linebreak?>Zij zou op het afkoopmoment formeel recht moeten hebben op het juiste bedrag aan bijzonder nabestaandenpensioen.<?linebreak?>Wat was dit mondeling overeengekomen bij de (gedeeltelijke) afkoop?</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als het bijzonder partnerpensioen was afgekocht, dan moet het gehele bedrag alsnog bij haar worden verloond (waarbij de afkoopkorting misschien anders moet worden berekend). De verloning bij hem moet worden teruggedraaid en het geld dat hij ontving, moet daadwerkelijk aan de vennootschap worden terugbetaald (dus niet in rekening-courant verrekend) Correctiebericht indienen voor de loonheffingen. En herstelde informatieformulieren moeten worden ingestuurd”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>13. Belanghebbende heeft niet meer gereageerd op deze laatste e-mail.</para>
    <para />
    <para>14. Op 29 december 2020 heeft de gemachtigde aan de inspecteur twee informatieformulieren Afkoop of omzetting van pensioen in eigen beheer gestuurd. Belanghebbende heeft deze op 21 februari 2020 getekend en de ex-echtgenote op 9 maart 2020. Op het eerste formulier staat vermeld/ingevuld: </para>
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para />
              <para>Aangekruist: Gefaciliteerde afkoop</para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Datum van afkoop:</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>31-3-2017</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Fiscale balanswaarde 1-1-2015:</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>€ 62.111</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Fiscale balanswaarde 31-12-2015:</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>€ 65.171</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Fiscale balanswaarde op moment afkoop:</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>€ 241.600</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Commerciële balanswaarde op moment afkoop:</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>€ 241.600</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Op het tweede formulier staat het volgende vermeld/ingevuld:</para>
    </parablock>
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colB">
              <para>Aangekruist: Omzetting in een ODV</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Datum van omzetting:</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>31-12-2019</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Fiscale balanswaarde 1-1-2015:</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>€ 470.460</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Fiscale balanswaarde 31-12-2015:</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>€ 426.202</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Fiscale balanswaarde op moment afkoop:</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>€ 441.065</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Commerciële balanswaarde op moment afkoop:</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>€ 986.930</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para>15. Op 23 september 2021 heeft de inspecteur aangekondigd om van de ingediende aangifte IB/PVV 2017 af te wijken, omdat volgens hem sprake is van een afkoop van het PEB. De aanslag IB/PVV 2017 is met dagtekening 15 oktober 2021 opgelegd. Het belastbaar inkomen uit werk en woning is hierin vastgesteld op € 1.216.350, waarvan € 1.198.382 de waarde in het economisch verkeer van het pensioen is.</para>
    <para />
    <para>16. Bij uitspraak op bezwaar met dagtekening 24 maart 2023 heeft de inspecteur het bezwaar gegrond verklaard en, onder andere, het belastbaar inkomen uit werk en woning verlaagd tot € 1.148.604. De afkoop van het PEB is voor een waarde in het economisch verkeer van € 1.130.636 in de heffing betrokken. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>17. De rechtbank beoordeelt of de aanslag IB/PVV 2017 niet te hoog is vastgesteld. Meer in het bijzonder gaat het hierbij om het antwoord op de volgende vragen:</para>
    <para>- is het PEB door de dividenduitkering van 4 mei 2017 prijsgegeven?</para>
    <para>- heeft de inspecteur in zijn e-mailbericht van 20 juli 2018 een toezegging gedaan op grond waarvan het PEB niet in de heffing mag worden betrokken, en zo ja, zijn hieraan voorwaarden verbonden die belanghebbende had moeten volgen? </para>
    <para />
    <para>18. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>19. Belanghebbende heeft aangevoerd dat hij vooruitlopend op de omzetting van het PEB in een oudedagsverplichting (ODV) op grond van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer (Wet Uitfasering) rekening mocht houden met de afstempeling van het pensioen in eigen beheer naar de fiscale waarde. In dat geval was er voldoende winst beschikbaar om de dividenduitkering van € 600.000 te doen.</para>
      <para>19. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende, gelet op de pensioenovereenkomst met addendum van 12 december 2013, ook vanaf 1 januari 2013 pensioen in eigen beheer heeft opgebouwd. De inspecteur heeft in dat geval onbetwist gesteld dat de commerciële waarde van de pensioenaanspraken op 4 mei 2017 € 1.198.392 bedraagt en dat het balanstotaal na de dividenduitkering op die dag € 645.355 bedraagt. Verder staat vast dat belanghebbende voor of op 4 mei 2017 het PEB niet op grond van de Wet Uitfasering heeft afgestempeld en afgekocht of omgezet in een ODV.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>21. De rechtbank is van oordeel dat het PEB door de dividenduitkering is prijsgegeven. Door de dividenduitkering is de BV namelijk niet meer in staat om aan haar pensioenverplichtingen te voldoen. Immers, de pensioenverplichting bedraagt bijna het dubbele van het balanstotaal na de dividenduitkering. Dit betekent dat de pensioenaanspraak van belanghebbende is afgekocht en de aanspraak (tegen de commerciële waarde) wordt aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking.<footnote-ref linkend="_7f949568-7197-4f26-8c7e-7e423ec230ed" /></para>
    <para />
    <para>22. Het betoog van belanghebbende leidt niet tot een ander oordeel. De Wet Uitfasering bood de mogelijkheid om van 1 april 2017 tot en met 31 december 2019 de commerciële pensioenverplichting fiscaal geruisloos af te stempelen naar de fiscale balanswaarde. Het afstempelen van de pensioenverplichting moest direct worden gevolgd door hetzij een gefaciliteerde afkoop hetzij een omzetting in een ODV.<footnote-ref linkend="_8a47aa0e-ff12-4759-97d6-8cc56ab2008b" /> Dat vooruitlopend op de omzetting kon worden afgestempeld om een dividenduitkering mogelijk te maken, berust dus op een onjuiste rechtsopvatting. </para>
    <para />
    <para>23. Het beroep is ongegrond. Nu het PEB voor 8 augustus 2017 (de datum van overdracht van het bij [verzekeringsmaatschappij] verzekerde pensioenkapitaal) is prijsgegeven, komt de rechtbank komt niet toe aan het beroep op het vertrouwensbeginsel. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Schadevergoeding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>24. Belanghebbende vordert een bedrag van € 10.000 als vergoeding voor geleden materiële en immateriële schade. </para>
    <para />
    <para>25. Voor zover dit verzoek ziet op de vergoeding van materiële schade, oordeelt de rechtbank als volgt. Ingevolge het overgangsrecht van artikel V in verbinding met artikel IV van de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten<footnote-ref linkend="_4d3046fd-e8df-44d3-a99c-b0bc43a95da1" /> is de regeling voor schadevergoeding bij onrechtmatig overheidshandelen, zoals neergelegd in de artikelen 8:88 tot en met 8:95 van de Awb, (nog) niet van toepassing op besluiten van de Belastingdienst (met uitzondering van besluiten betreffende de vennootschapsbelasting). Dit brengt mee dat het verzoek om schadevergoeding moet worden beoordeeld in het licht van artikel 8:73 van de Awb (oud).</para>
    <para />
    <para>26. Het verzoek ziet op vergoeding van gemaakte kosten die samenhangen met de onderhavige procedure. Artikel 8:73 van de Awb (oud) geeft de rechtbank alleen bij een gegrond beroep de mogelijkheid een partij te veroordelen tot schadevergoeding. Zoals hiervoor is overwogen, zal het beroep ongegrond worden verklaard. Het verzoek van belanghebbende wordt daarom afgewezen. </para>
    <para />
    <para>27. Voor zover het verzoek ziet op de vergoeding van geleden immateriële schade gaat de rechtbank bij de beoordeling van dat verzoek uit van de regels die de Hoge Raad hiervoor heeft gegeven in de arresten van 19 februari 2016<footnote-ref linkend="_05699916-9994-4d30-812a-93965b395cd2" /> en 14 juni 2024<footnote-ref linkend="_d902190d-098c-4f9d-b444-ebb9eaecdffc" />. Op grond van een beleidsregel van de Minister van Justitie en Veiligheid is het niet nodig de Staat om een reactie te vragen op het verzoek.<footnote-ref linkend="_9f4edf86-e764-4db8-a068-203d506bc403" /></para>
    <para />
    <para>28. De inspecteur heeft het bezwaarschrift van belanghebbende ontvangen op 3 november 2021. De periode tussen deze datum en de uitspraak van de rechtbank is afgerond vijftien maanden langer dan twee jaar. De redelijke termijn is dus (afgerond) met vijftien maanden overschreden, oftewel naar boven afgerond driemaal een half jaar. Dit betekent dat recht bestaat op een schadevergoeding van € 1.500. De uitspraak op bezwaar van de inspecteur dateert van 24 maart 2023. De bezwaarfase heeft dus (afgerond) elf maanden te lang geduurd. De inspecteur moet daarom van de totale schadevergoeding 11/15e deel betalen oftewel € 1.100. De Staat moet de rest betalen, dus € 400.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>29. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat de aanslag en de rentebeschikkingen gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt een vergoeding voor immateriële schade toegekend. Het griffierecht wordt vergoed, omdat belanghebbende in april 2023 heeft verzocht om vergoeding van immateriële schade en de redelijke termijn op 3 november 2023 is verstreken.<footnote-ref linkend="_fefd3f11-a392-4d50-be21-2c1e9220ca3c" /></para>
    <para />
    <para>30. Voor het verzoek om vergoeding voor immateriële schade krijgt belanghebbende een vergoeding van zijn proceskosten. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 226,75 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde van € 907 en een wegingsfactor 0,25<footnote-ref linkend="_0ee2743a-cd30-4c5e-9e4a-f3b376f8da7f" />). De Staat en de heffingsambtenaar moeten elk de helft van dit bedrag betalen. Voor een integrale proceskostenvergoeding, waar belanghebbende om heeft verzocht, bestaat geen aanleiding. Van overige voor vergoeding in aanmerking komende kosten is de rechtbank niet gebleken. </para>
    <bridgehead role="bold">Beslissing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep ongegrond;</para>
    <para>- veroordeelt de Staat en de inspecteur tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van respectievelijk € 400 en € 1.100;</para>
    <para>- veroordeelt de Staat en de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende, tot een bedrag van respectievelijk € 113,38 en € 113,37;</para>
    <para>- bepaalt dat de Staat en de inspecteur ieder de helft van het betaalde griffierecht van € 50 aan belanghebbende dienen te vergoeden;</para>
    <para>- wijst het verzoek om vergoeding van door belanghebbende geleden materiële schade af.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A.L. Heldens, voorzitter, mr. A.P. Vaatstra en mr. P.J. Tikken, rechters, in aanwezigheid van mr. H.H. Ruis, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzitter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_7f949568-7197-4f26-8c7e-7e423ec230ed" label="1">
    <para> Artikel 19b, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8a47aa0e-ff12-4759-97d6-8cc56ab2008b" label="2">
    <para> Artikel 38n, tweede lid, van de Wet LB (tekst 1 januari 2017).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4d3046fd-e8df-44d3-a99c-b0bc43a95da1" label="3">
    <para> Staatsblad 2013, 50.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_05699916-9994-4d30-812a-93965b395cd2" label="4">
    <para> ECLI:NL:HR:2016:252.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d902190d-098c-4f9d-b444-ebb9eaecdffc" label="5">
    <para> ECLI:NL:HR:2024:853.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9f4edf86-e764-4db8-a068-203d506bc403" label="6">
    <para> Beleidsregel van de Minister van Veiligheid en Justitie van 8 juli 2014, nr. 436935, Staatscourant 2014, 20210, en de Regeling van de Minister van Justitie en Veiligheid van 27 oktober 2017, Staatscourant 2017, 62751.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fefd3f11-a392-4d50-be21-2c1e9220ca3c" label="7">
    <para> Hoge Raad 31 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:567.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0ee2743a-cd30-4c5e-9e4a-f3b376f8da7f" label="8">
    <para> Vgl. Hoge Raad 10 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1526.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>