<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:3236</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-16T16:54:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05.028456.24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:3236">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:3236</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-12T10:10:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:3236 Rechtbank Gelderland , 25-04-2025 / 05.028456.24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:3236:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling voor het voorhanden hebben van MDMA.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:3236:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05.028456.24</para>
      <para>Datum uitspraak	: 25 april 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats] (Duitsland), </para>
      <para>wonende aan [adres 1] , [postcode] in [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. R.S.F. ten Kortenaar, advocaat in Apeldoorn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij in of omstreeks 19 januari 2024 tot en met 21 januari 2024 te Vaassen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere buitenkranen (in totaal ongeveer 150), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij en haar mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij in of omstreeks 19 januari 2024 tot en met 21 januari 2024 te Vaassen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere buitenkranen (in totaal ongeveer 150), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op of omstreeks 24 januari 2024 te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 923,24 gram netto, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of ongeveer 32,11 gram netto, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde amfetamine en/of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij in of omstreeks 13 tot en met 14 januari 2024 te Nunspeet, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere loodslabben (in totaal ongeveer 20 stuks) en/of één stuk loodstroken dak, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Gemeente Nunspeet, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat en/of die weg te nemen goed en/of goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op of omstreeks 21 januari 2024 te Emst, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, één of meerdere buitenkranen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_57241361-18c0-4f7d-b96c-5c5cc58fddff" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten 1 primair, 2 en 4. Voor feit 3 heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd nu daarvoor onvoldoende bewijs is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft vrijspraak van alle feiten bepleit. Hij heeft ten aanzien van feit 1 betoogd dat de enkele aanwezigheid van een aantal kranen in de woning waar verdachte verbleef,  onvoldoende is voor een bewezenverklaring. Wat betreft feit 2 blijkt niet uit het dossier van betrokkenheid en/of wetenschap van verdachte bij het voorhanden hebben van de MDMA en amfetamine. Met betrekking tot feit 3 zijn de camerabeelden dusdanig onduidelijk dat deze niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt. Ander bewijs voor de betrokkenheid van verdachte is er niet. Ten aanzien van feit 4 heeft de raadsman primair betoogd dat verdachte niet aan het signalement voldoet. Subsidiair meent de raadsman dat er geen sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking. Verdachte heeft op geen enkele wijze een bijdrage geleverd aan het delict. Meer subsidiair heeft de raadsman gesteld dat er geen sprake is van een voltooid delict nu de kranen het grondgebied van de eigenaar niet hebben verlaten. Verdachte heeft niet de feitelijke heerschappij over de kranen gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank feit 1 primair en subsidiair niet bewezen. Het enkele feit dat onder medeverdachte [medeverdachte 1] van de in beslag genomen kranen er één overeenkomt met een van de kranen die zijn weggenomen op camping de [slachtoffer 1] , is onvoldoende voor een bewezenverklaring van de diefstal of heling van 150 kranen van genoemde camping. Ander bewijs wat wijst op de betrokkenheid van verdachte ontbreekt. De rechtbank zal verdachte daarom integraal van dit feit vrijspreken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>Op 24 januari 2024 is binnengetreden in de woning aan de [adres 2] in [plaats] , het woonadres van [medeverdachte 1] .<footnote-ref linkend="_17243f64-c0a6-47f0-abab-9b258ac37fd6" /> Verbalisant zag op de vliering naast de opgang een dienblad met daarop een aantal pillen, 68 stuks. Hij herkende deze pillen als xtc. In de woonkamer in de buffetkast trof hij een gripzakje aan met daarin een brok MDMA.<footnote-ref linkend="_e912f361-e9fa-4621-80a8-2ddeea41e156" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In een gripzak zat een brok van een kristalachtige bruine substantie. De inhoud woog 8,07 gram en is indicatief positief getest op MDMA. Bij onderzoek door het NFI werd MDMA vastgesteld.<footnote-ref linkend="_0b1d06e4-34f7-4397-966c-51450f49d674" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In een gripzak zaten tabletten, 68 stuks en wat brokjes. Deze waren groen van kleur en hadden de vorm van een tijgerhoofd met de indruk ‘Kenzo’. Het nettogewicht was 24,04 gram. De pillen zijn indicatief positief getest op MDMA. Bij onderzoek door het NFI werd MDMA vastgesteld.<footnote-ref linkend="_15e1d089-a5d8-4508-bbd1-4a82d739a568" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [medeverdachte 1] heeft verklaard dat de MDMA die in de woonkamer is aangetroffen, van hem is.<footnote-ref linkend="_b3323d04-0807-43c5-9baf-5b9ab3faae99" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verbalisant [verbalisant 1] , in burger gekleed, was in verband met het opsporingsonderzoek op 24 januari 2024 in de woning van [medeverdachte 1] . Hij opende de voordeur en zag dat een man hem wenkte. Hij vroeg wat de man wilde. De man vroeg of [medeverdachte 1] , de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1] , er ook was. De man kwam “iets lekkers” halen, iets wat hij altijd haalde. Hij kwam pillen halen.<footnote-ref linkend="_8b2588b2-ddf6-4777-a489-397f11c4b68d" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat zij sedert een paar maanden in de woning van [medeverdachte 1] verbleef en dat zij toegang had tot alle ruimten. Ze maakte gebruik van de keuken, woonkamer, badkamer en de slaapkamer.<footnote-ref linkend="_9c40bf78-c7df-479b-ad11-9a44a96f9ce7" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht bewezen dat [medeverdachte 1] gelet op voornoemde bewijsmiddelen 32,11 gram MDMA aanwezig heeft gehad. [medeverdachte 1] heeft bekend dat de MDMA die in de woonkamer is aangetroffen van hem was. Gelet op de man die aan de deur kwam, naar [medeverdachte 1] vroeg en zei dat hij pillen kwam halen, is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1] wist van de pillen op de vliering. </para>
      <para>De rechtbank acht bewezen dat ook verdachte wist van voornoemde pillen op de vliering en  de MDMA tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] aanwezig heeft gehad. De 68 pillen met MDMA lagen dan wel op de vliering, maar waren niet opgeborgen in een kastje dan wel verstopt. De pillen lagen op een dienblad en leken daar tijdelijk te zijn neergelegd. Verdachte heeft verklaard dat zij toegang had tot alle ruimten. Het brokje MDMA is aangetroffen in de woonkamer, een ruimte waar ook [verdachte] gebruik van maakte. [verdachte] moet dus hebben geweten van de aanwezigheid van de MDMA.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht niet bewezen dat [verdachte] de ten laste gelegde amfetamine aanwezig heeft gehad. De amfetamine lag niet open en bloot in de keuken, maar lag in bami dozen in de vriezer. Hoewel verdachte heeft verklaard dat zij ook gebruik maakte van de keuken, kan de rechtbank hieruit niet zonder meer afleiden dat zij op de hoogte was van de inhoud van de in de vriezer aanwezige bami dozen. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat alleen het medeplegen ten aanzien van de MDMA is bewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>Evenals de officier van justitie en de raadsman acht de rechtbank onvoldoende bewijs in het dossier aanwezig voor een bewezenverklaring van feit 3. Verdachte zal daarom van dit feit worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 4</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank overweegt dat uit de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] volgt dat hij op camping [camping] buitenkranen heeft weggenomen. Niet blijkt dat verdachte daarbij enige betrokkenheid heeft gehad, nu niet kan worden vastgesteld dat de vrouw in de auto verdachte was. De rechtbank zal verdachte daarom van dit feit vrijspreken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 24 januari 2024 te [plaats] , <emphasis role="strike-through">althans in Nederland,</emphasis> tezamen en in vereniging met een <emphasis role="strike-through">of meer</emphasis> ander<emphasis role="strike-through">en</emphasis>, <emphasis role="strike-through">althans alleen,</emphasis> opzettelijk aanwezig heeft gehad <emphasis role="strike-through">ongeveer 923,24 gram netto, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of ongeveer </emphasis>32,11 gram netto, <emphasis role="strike-through">in elk geval een hoeveelheid</emphasis> van een materiaal bevattende MDMA, zijnde <emphasis role="strike-through">amfetamine en/of</emphasis> MDMA <emphasis role="strike-through">(telkens)</emphasis> een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I<emphasis role="strike-through">, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur met aftrek van het voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met een proeftijd van twee jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte woont inmiddels begeleid en heeft ambulante begeleiding. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal naar alle waarschijnlijkheid alleen maar averechts werken. De raadsman heeft verder naar voren gebracht dat in de woning van [medeverdachte 1] onnodig geweld is toegepast. Er was geen noodzaak om verdachte opzij te duwen. Dat moet worden verdisconteerd in de straf. Verzocht wordt een taakstraf van 60 tot 80 uur dan wel een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van MDMA. Algemeen bekend is dat het gebruik van harddrugs nadelig is voor de gezondheid. Bovendien gaat het gebruik van harddrugs vaak gepaard met verschillende vormen van (ernstige) criminaliteit, waardoor de samenleving ernstige schade wordt berokkend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de justitiële documentatie van verdachte in aanmerking genomen. Daaruit komt naar voren dat verdachte op 6 april 2024 een strafbeschikking heeft ontvangen voor een verkeersdelict. Artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht is daarom van toepassing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft ook het reclasseringsadvies van 23 december 2024 in aanmerking genomen. Gezien de proceshouding van verdachte kan de reclassering geen verband leggen tussen de verdenking en de persoonlijke omstandigheden. Hierdoor kan ook geen inschatting worden gemaakt van de risico’s. Wel kan worden gezegd dat verdachte een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt, waardoor de eerste stappen richting meer stabiliteit zijn gezet. </para>
      <para>De reclassering ziet geen mogelijkheden voor interventies. Interventies worden ook niet direct noodzakelijk geacht omdat verdachte inmiddels in beeld is bij hulpverlenende instanties waarbij gewerkt wordt naar meer stabiliteit.</para>
      <para>De reclassering adviseert toepassing van het volwassenenstrafrecht. Er komen geen argumenten naar voren die voor toepassing van het jeugdstrafrecht pleiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Rekening houden met de aard en ernst van het strafbare feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte acht de rechtbank een taakstraf van 80 uur passend en geboden met aftrek van voorarrest. Een deel daarvan, te weten 40 uur, zal in voorwaardelijke vorm worden opgelegd om te voorkomen dat verdachte opnieuw strafbare feiten pleegt. Deze straf is lager dan door de officier van justitie gevorderd, omdat de rechtbank minder feiten bewezen acht. De rechtbank ziet gaan aanleiding om rekening te houden met het wegduwen van verdachte toen de politie de woning van [medeverdachte 1] betrad. De rechtbank acht het toegepaste geweld niet disproportioneel. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>De beoordeling van de civiele vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [benadeelde] heeft in verband met feit 3 namens de gemeente Nunspeet een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert <?linebreak?>€ 1.500,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunten</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij moet worden afgewezen, nu verdachte van feit 3 wordt vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat de vordering niet is onderbouwd. De benadeelde partij moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overweging van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte is vrijgesproken van feit 3. Daarom zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard. De rechtbank zal daarbij bepalen dat de kosten worden gecompenseerd in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen: </para>
    </parablock>
    <para>-	9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht;</para>
    <para>-	2 en 10 van de Opiumwet.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> spreekt verdachte vrij van de onder 1 primair en subsidiair, 3 en 4 ten laste gelegde feiten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte het overige ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> legt op een taakstraf van 80 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 dagen;<?linebreak?></para>
    <para> bepaalt dat een gedeelte van deze taakstraf, te weten 40 uren, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten in het geval verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit; <?linebreak?></para>
    <para> beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht; <?linebreak?></para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart de benadeelde partij gemeente Nunspeet niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de benadeelde partij en verdachte ieder hun eigen kosten dragen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.P. Sno (voorzitter), mr. A. Bril en mr. J.L. Wesstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C.M. Althoff, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 april 2025.</para>
              <para />
              <para>Mr. Wesstra is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_57241361-18c0-4f7d-b96c-5c5cc58fddff" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024037390, gesloten op 1 september 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_17243f64-c0a6-47f0-abab-9b258ac37fd6" label="2">
    <para> Proces-verbaal van binnentreding in een woning, p. 106.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e912f361-e9fa-4621-80a8-2ddeea41e156" label="3">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 83-84.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0b1d06e4-34f7-4397-966c-51450f49d674" label="4">
    <para> Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 206-207; NFI-rapport, p. 213.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_15e1d089-a5d8-4508-bbd1-4a82d739a568" label="5">
    <para> Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 207-208; NFI-rapport, p. 214.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b3323d04-0807-43c5-9baf-5b9ab3faae99" label="6">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 290.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8b2588b2-ddf6-4777-a489-397f11c4b68d" label="7">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 120.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9c40bf78-c7df-479b-ad11-9a44a96f9ce7" label="8">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [verdachte] , p. 336.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>