<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:1215</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-24T09:43:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-01-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05.069196.23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:1215">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:1215</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-24T09:33:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:1215 Rechtbank Gelderland , 08-01-2025 / 05.069196.23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:1215:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank veroordeelt een man tot een taakstraf van 160 uur voor een mishandeling en het plegen van openlijk geweld. De civiele vorderingen van twee benadeelde partijen zijn (al dan niet deels) toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:1215:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/069196-23</para>
      <para>Datum uitspraak	: 21 januari 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende aan de [adres 1] ( [postcode] ) in [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. T. de Heer, advocaat in Almere.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 14 augustus 2022 te [plaats], gemeente Epe openlijk, te weten, op/aan (de kruising van) de Schobbertsweg en/of de Achterdorperweg, in elk geval op of aan de openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen (een) perso(o)n(en), te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , door:</para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd en/of het lichaam te stompen en/of te slaan, en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd en/of het lichaam te stompen en/of te slaan;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 14 augustus 2022 te [plaats], gemeente Epe tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft mishandeld door:</para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd en/of het lichaam te stompen en/of te slaan, en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd en/of het lichaam te stompen en/of te slaan;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 14 augustus 2022 te [plaats], gemeente Epe tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 3] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,</para>
      <para>heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 3] (met kracht) tegen het hoofd gestompt en/of geslagen en/of (nadat die [slachtoffer 3] (daarbij) op de grond is gevallen en/of geduwd) die [slachtoffer 3] meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd en/of het bovenlichaam geschopt en/of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 14 augustus 2022 te [plaats], gemeente Epe openlijk, te weten, op/aan (de kruising van) de Schobbertsweg en/of de Achterdorperweg,, in elk geval op of aan de openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 3] , door die [slachtoffer 3] (met kracht) tegen het hoofd te stompen en/of te slaan en/of (nadat die [slachtoffer 3] (daarbij) op de grond is gevallen en/of geduwd) die [slachtoffer 3] meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd en/of het (boven)lichaam te schoppen en/of te trappen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 14 augustus 2022 te [plaats], gemeente Epe tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer 3] heeft mishandeld door die [slachtoffer 3] (met kracht) tegen het hoofd te stompen en/of te slaan en/of (nadat die [slachtoffer 3] (daarbij) op de grond is gevallen en/of geduwd) die [slachtoffer 3] meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd en/of het (boven)lichaam te schoppen en/of te trappen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>hij op of omstreeks 14 augustus 2022 te [plaats], gemeente Epe openlijk, te weten, op/aan (de kruising van) de Schobbertsweg en/of de Achterdorperweg, in elk geval op of aan de openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen (een) perso(o)n(en), te weten [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] , door:</para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd en/of het lichaam te stompen en/of te slaan, en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer 5] van de fiets te trappen en/of te stoten en/of te duwen en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal tegen het lichaam te schoppen en/of te trappen, en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer 6] meermalen, althans eenmaal tegen het lichaam te stompen en/of te slaan;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 14 augustus 2022 te [plaats], gemeente Epe tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] heeft mishandeld door:</para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd en/of het lichaam te stompen en/of te slaan, en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer 5] van de fiets te trappen en/of te stoten en/of te duwen en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal tegen het lichaam te schoppen en/of te trappen, en/of</para>
    <para>- die [slachtoffer 6] meermalen, althans eenmaal tegen het lichaam te stompen en/of te slaan. </para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_253022d8-ad8e-4e38-b87c-24b68a022ada" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde onder feit 1 en wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair tenlastegelegde onder feit 1. Verdachte dient verder van het subsidiair tenlastegelegde onder feit 1 partieel te worden vrijgesproken van het medeplegen van de mishandeling. Verder heeft de officier van justitie gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde onder feit 2. Verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde onder feit 3. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft primair integrale vrijspraak bepleit omdat niet kan worden vastgesteld wat er die avond is gebeurd. Het politieonderzoek is onvolledig, de verschillende betrokkenen waren in zeer beschonken toestand en getuigenverklaringen zijn maanden later afgelegd. Met betrekking tot het tenlastegelegde onder feit 1 doet de verdediging subsidiair een beroep op noodweer omdat verdachte door de heftige emoties van zijn vriendin in de veronderstelling was dat zij ernstig werd lastig gevallen. Meer subsidiair verzoekt de verdediging om verdachte vrij te spreken van het primair tenlastegelegde onder feit 1 en van het bestanddeel medeplegen van het subsidiaire tenlastegelegde onder feit 1 omdat verdachte niet nauw en bewust heeft samengewerkt met medeverdachte [medeverdachte] . Met betrekking tot feit 2 en 3 verzoekt de raadsman verdachte vrij te spreken wegens onvoldoende wettig bewijs.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het tenlastegelegde onder feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>Aangever [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) verliet op 14 augustus 2022 een feest in [plaats] samen met [slachtoffer 2] .<footnote-ref linkend="_98c1aa9d-e92e-4284-ab34-208e9dc2f681" /> Zij zijn samen op een bankje gaan zitten op de kruising Schobbertsweg.<footnote-ref linkend="_2a261a3e-1cda-48a5-91ac-8046cdd9eb80" /> [slachtoffer 1] zag dat uit de richting van het feest twee meisjes en twee jongens kwamen aanfietsen [slachtoffer 1] zag dat een van de jongens een zwarte polo aanhad en naar hen toe liep. Hij zag dat deze jongen [slachtoffer 2] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ) vastpakte en hem een paar klappen gaf. Vervolgens zag [slachtoffer 1] dat de jongen voor hem stond en met zijn rechtervuist uithaalde. Hij voelde dat de jongen hem met kracht boven zijn linker wenkbrauw raakte. Vervolgens voelde [slachtoffer 1] bloed in zijn linkeroog. Hierna gaf de jongen [slachtoffer 2] nog een paar klappen.<footnote-ref linkend="_a009aa8a-4a4a-4130-b626-b49f23b82c69" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangever [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) heeft verklaard dat een man rechtstreeks op hem af liep en hem direct een vuistslag/stoot tegen zijn kaak gaf. Hij kreeg een scheut van pijn door zijn hoofd en had veel pijn aan zijn kaak. Daarna heeft [slachtoffer 2] nog een tweede slag gekregen. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat de man die hem aanviel een zwart T-shirt aan had. [slachtoffer 2] heeft verder verklaard dat hij schaafwonden en blauwe plekken heeft overgehouden aan de vuistslagen.<footnote-ref linkend="_0e375abe-4dd5-4e50-98e1-58c5ae3db8f0" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat hij op 14 augustus 2022 een zwarte polo aan had. Verdachte zag twee mannen op een bankje zitten en heeft hen geslagen.<footnote-ref linkend="_25ba2452-793c-4bd5-94ea-5544f2563ddb" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van bovengenoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank de navolgende feiten en omstandigheden vast. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] fietsten op 14 augustus 2022 in [plaats]. Zij zijn gaan zitten op een bankje op de kruising van de Schobbertsweg. Vervolgens kwamen verdachte en medeverdachte met hun (toenmalige) vriendinnen aanfietsen. Verdachte was de jongen in het zwarte shirt/polo en is op aangevers af komen lopen en heeft [slachtoffer 2] op zijn linker kaak geslagen. Verdachte heeft [slachtoffer 1] op zijn linker wenkbrauw geslagen. Daarna heeft verdachte [slachtoffer 2] nog een keer geslagen. Zowel [slachtoffer 2] als [slachtoffer 1] hebben lichamelijk letsel overgehouden aan de geweldshandelingen van verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank gaat over tot de bespreking van het primair ten laste gelegde openlijke geweldpleging. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat medeverdachte [medeverdachte] weliswaar aanwezig was bij het plegen van het geweld, maar niet is gebleken dat hij daaraan een voldoende significante bijdrage heeft geleverd. [slachtoffer 1] heeft immers verklaard dat medeverdachte [medeverdachte] – de jongen in het rode shirt – erbij stond, ernaar keek en in zijn ogen niets deed. Ondanks de door verdachte verrichte geweldshandelingen kan het vereiste bestanddeel ‘in vereniging’ voor openbare geweldpleging niet worden bewezen, zodat verdachte van het primair tenlastegelegde wordt vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank gaat over tot het bespreken van het subsidiair ten laste gelegde mishandeling in vereniging. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op voorgaande uiteenzetting kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] in vereniging geweld hebben gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , waardoor verdachte wordt vrijgesproken van het subsidiaire ten laste gelegde bestanddeel medeplegen van mishandeling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen is vast komen te staan dat verdachte [slachtoffer 2] tenminste tweemaal een vuistslag heeft gegeven en [slachtoffer 1] tenminste eenmaal heeft geslagen op zijn hoofd. Het verweer van de verdediging dat verdachte heeft gehandeld uit noodweer omdat [naam] – zijn toenmalige vriendin - werd belaagd door de mannen op het bankje acht de rechtbank niet aannemelijk geworden. [naam] heeft verklaard dat dat er een woordenwisseling had plaatsgevonden en dat zij daarna wegfietste. Hierdoor was er op dat moment geen noodzaak tot de verdediging van [naam] tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, dan wel het onmiddellijk dreigend gevaar daarvoor. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verweer wordt verworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de mishandeling van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het tenlastegelegde onder feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>Aangever [slachtoffer 3] (hierna: [slachtoffer 3] ) heeft verklaard dat hij op 14 augustus 2022 vanaf de [adres 2] in [plaats] naar huis fietste. Hij fietste de Achterdorperweg op en zag een groepje staan. [slachtoffer 3] zag twee jonge vrouwen schelden en schreeuwen. Hij sprak met een jongen in een rood shirt die voor zijn idee bij de twee vrouwen hoorde. [slachtoffer 3] voelde dat er iemand aan zijn kraag trok. Hij voelde op hetzelfde moment een harde klap tegen zijn rechterwang. Hij viel op de grond. Vervolgens zag en voelde [slachtoffer 3] dat de jongen met het rode shirt hem tegen zijn gezicht aan schopte. Hij voelde dat hij meerdere trappen kreeg in zijn linkerzij en voelde een doffe pijn.<footnote-ref linkend="_25e0b430-89e4-4464-88f2-d4c42329f283" /> [slachtoffer 3] heeft de volgende verwondingen opgelopen: een schaafwond op zijn linkerknie, een bloeduitstorting op het rechterjukbeen en rechterwang, een bloeding in het oogwit van zijn rechteroog, een bloeding aan de rechterkant van zijn tong en drukpijn aan de linkerzijde van zijn ribben.<footnote-ref linkend="_aa5a18ab-99b6-4a24-a136-cc8afeb20e5b" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Getuige [getuige] (hierna: [getuige] ) heeft verklaard dat hij een groepje langs de weg zag staan bestaande uit twee meiden en twee jongens. De twee meiden waren erg hysterisch aan het schelden en schreeuwen. De ene jongen droeg een rood shirt en de andere jongen een zwart shirt. [getuige] zag dat de jongen met het zwarte shirt [slachtoffer 3] van achteren naar de grond trok. [getuige] zag dat [slachtoffer 3] hierdoor op de grond viel waarna de jongen met het zwarte shirt op hem in begon te slaan met gebalde vuisten. [getuige] zag dat de jongen met het rode shirt meerdere malen op [slachtoffer 3] in schopte toen [slachtoffer 3] op de grond lag. Dit was voornamelijk gericht op het hoofd en bovenlichaam van [slachtoffer 3] .<footnote-ref linkend="_1d658938-0f18-4270-940d-17b11a2c1b8f" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat hij op 14 augustus 2022 een zwarte polo aan had. Ook heeft hij verklaard dat hij na het feest in [plaats] samen met medeverdachte [medeverdachte] en hun (toenmalige) twee vriendinnen naar huis fietste.<footnote-ref linkend="_161e63f0-5c2f-41c0-97a1-2874d41ad0b5" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank de navolgende feiten en omstandigheden vast. [slachtoffer 3] en [getuige] fietsten op 14 augustus 2022 op de openbare weg aan de Achterdorpweg in [plaats]. Zij stopten bij een groepje mensen bestaande uit twee jongens, waarvan één een rood shirt en de ander een zwart shirt droeg, en twee meisjes. De rechtbank stelt vast dat verdachte de jongen in het zwarte shirt is en medeverdachte [medeverdachte] de jongen in het rode shirt. De rechtbank baseert dit op het gegeven dat verdachte volgens zijn eigen verklaring onderdeel was van een groepje van twee jongens en twee meisjes en dat zowel [slachtoffer 3] en [getuige] verklaren dat de twee jongens in het rode en zwarte shirt aan wie zij de geweldshandelingen toeschrijven in continue gezamenlijkheid van twee meisjes verkeerden. Ook heeft verdachte verklaard dat hij een zwart shirt aan had die avond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt verder vast dat [slachtoffer 3] door verdachte aan zijn kraag naar de grond is getrokken. Toen [slachtoffer 3] op de grond lag heeft verdachte [slachtoffer 3] geslagen en heeft medeverdachte [medeverdachte] hem geschopt tegen het hoofd en bovenlichaam. [slachtoffer 3] heeft hierdoor lichamelijk letsel opgelopen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoewel [slachtoffer 3] door het geweld verwondingen heeft opgelopen, kan op grond van het dossier niet worden vastgesteld hoe vaak en met hoeveel kracht verdachte en medeverdachte hebben geslagen en geschopt. Noch blijkt uit het dossier wat de mogelijke gevolgen van deze verwondingen (zouden kunnen) zijn. De rechtbank kan gelet hierop niet zonder meer vaststellen dat de kans dat [slachtoffer 3] door de gedragingen van verdachte en de medeverdachte zwaar letsel op zou lopen, aanmerkelijk te noemen is. Derhalve wordt verdachte vrijgesproken van het primair ten laste gelegde medeplegen van poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 3] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank gaat over tot het bespreken van het subsidiair ten laste gelegde openlijke geweldpleging nu het primaire tenlastegelegde niet kan worden bewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de vastgestelde feiten en omstandigheden staat vast dat er sprake is geweest van geweld gericht tegen personen in het openbaar. De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is of verdachte en de medeverdachte in vereniging hebben gehandeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een bewezenverklaring van het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen is niet vereist dat de verdachte zelf alle feitelijke handelingen heeft verricht. Geweld wordt in vereniging gepleegd als de dader nauw en bewust samenwerkt met één of meer anderen en daarbij zelf een ‘significante of wezenlijke bijdrage’ aan de openlijke geweldpleging levert. Deze bijdrage kan onder andere bestaan uit het verrichten van één of meer gewelddadige handelingen. Voor de rechtbank staat vast dat de verdachte de agressor is geweest. Hij heeft [slachtoffer 3] naar de grond getrokken en heeft hem vervolgens geslagen. Het aandeel van verdachte in de uitoefening van het geweld in het openbaar is daarmee gegeven. Gelet op het de geweldshandelingen van medeverdachte [medeverdachte] - te weten het meermaals tegen het bovenlichaam en hoofd schoppen van [slachtoffer 3] - wordt voldaan aan het onderdeel ‘in vereniging’ en kan dit bewezen worden verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van het bovenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met medeverdachte [medeverdachte] schuldig heeft gemaakt aan het openlijk in verenging plegen van geweld tegen [slachtoffer 3] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak van het tenlastegelegde onder feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>Uit geen van de verklaringen van aangevers [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] is gebleken dat de geweldshandelingen tegen hen zijn gepleegd door verdachte dan wel het groepje waar verdachte onderdeel van uitmaakte. Noch kan dit worden vastgesteld uit andere bewijsmiddelen. De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen door wie en wanneer deze aangevers zijn geslagen. Er is geen bewijs dat verdachte, al dan niet in vereniging, geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] , waardoor de rechtbank hem van het primair ten laste gelegde openlijk geweld en het subsidiair tenlastegelegde medeplegen van mishandeling vrijspreekt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 subsidiaire en het onder feit 2 subsidiaire tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1 subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 14 augustus 2022 te [plaats], gemeente Epe <emphasis role="strike-through">tezamen en in vereniging met een of meer anderen, </emphasis>althans alleen [slachtoffer 1] en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> [slachtoffer 2] heeft mishandeld door:</para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer 1] <emphasis role="strike-through">meermalen,</emphasis> althans eenmaal tegen het hoofd <emphasis role="strike-through">en/of het lichaam te stompen en/of</emphasis> te slaan, en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    <para>- die [slachtoffer 2] meermalen, <emphasis role="strike-through">althans eenmaal</emphasis> tegen het hoofd en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> het lichaam te stompen en/of te slaan;</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2 subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 14 augustus 2022 te [plaats], gemeente Epe openlijk, te weten, op/aan (de kruising van) de Schobbertsweg en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis>de Achterdorperweg, <emphasis role="strike-through">in elk geval op of aan de openbare weg, </emphasis>in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer 3] , door die [slachtoffer 3] <emphasis role="strike-through">(met kracht) </emphasis>tegen het hoofd te stompen en/of te slaan en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis>(nadat die [slachtoffer 3] (daarbij) op de grond is gevallen en/of geduwd) die [slachtoffer 3] meermalen, <emphasis role="strike-through">althans eenmaal (met</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">kracht) </emphasis>tegen het hoofd en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> het (boven)lichaam te schoppen en/of te trappen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onder feit 1, subsidiair:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">mishandeling;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onder feit 2, subsidiair:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De overwegingen ten aanzien van straf </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot het verrichten van 200 uren taakstraf en bij niet of niet naar behoren uitvoeren daarvan te vervangen door 100 dagen hechtenis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank houdt bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd rekening met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit heeft plaatsgevonden. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank de landelijke oriëntatiepunten en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij acht wordt geslagen op het strafblad van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de mishandeling van twee mannen omdat hij verhaal ging halen zonder zelfs maar geverifieerd te hebben of er überhaupt iets was voorgevallen tussen zijn vriendin en zijn latere slachtoffer(s). Daarna heeft verdachte zich gezamenlijk met medeverdachte [medeverdachte] schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. Verdachte en medeverdachte besloten het recht in eigen hand te nemen door een man die zich in een kwetsbare positie bevond te slaan en te schoppen. Dergelijke feiten maken een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers en dragen bij aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving, in het bijzonder bij hen die daarvan slachtoffer of getuige zijn. De rechtbank neemt het verdachte eveneens kwalijk dat hij geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn daden. De rechtbank ziet, ondanks hetgeen door verdachte ter zitting is verklaard, geen enkele rechtvaardiging voor het gebruiken van dergelijk buitensporig fysiek geweld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders dan de officier van justitie komt de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van het medeplegen van een poging tot zware mishandeling, maar tot een bewezenverklaring van een mishandeling en openlijke geweldpleging. Daarom legt de rechtbank een lagere straf op aan verdachte dan geëist. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank weegt mee dat de redelijke termijn overschreden is, zonder dat het aan verdachte te wijten is dat hij zo lang op berechtiging heeft moeten wachten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegend acht de rechtbank een taakstraf voor de duur van 160 uren passend en geboden. Indien deze taakstraf niet of niet naar behoren wordt uitgevoerd zal dit vervangen worden door een hechtenis voor de duur van 80 dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>De beoordeling van de civiele vorderingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [slachtoffer 6]
        </emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De vordering is ter terechtzitting door de benadeelde partij ingetrokken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [slachtoffer 1]
        </emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 50,38 aan materiële schade en € 650,00 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [slachtoffer 3]
        </emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft in verband met feit 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 6.750,00 aan materiële schade en € 2500,00 aan smartengeld, waarvan reeds € 1.000,00 is vergoed door het Schadefonds Geweldsmisdrijven, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunten</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] niet behandeld hoeft te worden omdat deze vordering reeds is ingetrokken. </para>
      <para>De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] kan volledig worden toegewezen. </para>
      <para>De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 3] met betrekking tot de materiële schade moet niet-ontvankelijk worden verklaard. Er zijn veel vragen gesteld over de manier van het berekenen van de inkomensderving, waardoor de behandeling van de vordering een onevenredige belasting is voor het strafproces. Met betrekking tot het smartengeld kan een bedrag ter hoogte van € 1.500,00 worden toegewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen primair dienen te worden afgewezen gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair verzoekt de verdediging de vordering van [slachtoffer 3] met betrekking tot de materiële schade af te wijzen, omdat niet vast staat dat er schade is geleden. Met betrekking tot de immateriële schademoet worden uitgegaan van een gekneusde rib omdat uit het dossier niet is gebleken dat de rib van [slachtoffer 3] is gebroken. Hierdoor is er sprake van licht letsel en een lagere letselcategorie. Er is eveneens geen onderbouwing voor de gestelde psychische schade. De verdediging verzoekt dit bedrag vast te stellen op € 1.000,00. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overwegingen van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [slachtoffer 6]
        </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank komt niet toe aan de boordeling van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] nu deze vordering ter terechtzitting is ingetrokken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [slachtoffer 1]
        </emphasis>
      </para>
      <para>Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.</para>
      <para>De rechtbank overweegt dat de schadeposten niet inhoudelijk zijn betwist. De schadeposten zijn voldoende onderbouwd en komen redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering ter hoogte van € 50,38 kan worden toegewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot het smartengeld oordeelt de rechtbank als volgt. Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden. Door de mishandeling heeft de benadeelde immers lichamelijk letsel opgelopen. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 650,00 vaststellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is vanaf 14 augustus 2022 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [slachtoffer 3]
        </emphasis>
      </para>
      <para>De schadeposten zijn onvoldoende onderbouwd. De precieze materiële schade aan inkomensderving die benadeelde heeft geleden, is onduidelijk. Het is niet vast komen te staan of de periode waarover het omzetverlies is berekend representatief is voor de periode waarin benadeelde geen werkzaamheden kon uitvoeren noch is gebleken in hoeverre benadeelde in staat was zijn werkzaamheden (deels) te verrichten. Benadeelde zal daarvoor de inkomensderving met aanvullende stukken moeten onderbouwen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens is de schadepost voor het smartengeld onvoldoende onderbouwd. Uit de stukken blijkt niet dat benadeelde partij een rib heeft gebroken en psychische schade heeft opgelopen van de openlijke geweldpleging. Ook dit zal door benadeelde moeten worden onderbouwd met aanvullende stukken. Bovendien heeft de benadeelde partij al € 1000,- omvangen van het Schadefonds Geweldsmisdrijven. In de vordering is onvoldoende onderbouwd waar het gevraagde additionele bedrag aan immateriële schade op is gebaseerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het aanvullen van de onderbouwing van de vorderingen zou aanhouding van de zaak vereisten. Dat levert voor het strafproces een onevenredige belasting op. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering verklaren. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 57, 141 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> spreekt verdachte vrij van de onder feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 ten laste gelegde feiten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> legt op een <emphasis role="bold">taakstraf van 160 (honderdzestig) uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 80 (tachtig) dagen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beslissing op de civiele vorderingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte in verband met het subsidiaire feit onder nummer 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van € 50,38 aan materiële schade en € 650,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 1] , een bedrag te betalen van € 700,38 aan materiële schade en smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 12 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para> verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk in de vordering. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Hollebrandse (voorzitter), mr. C.H. van Breevoort-de Bruin en mr. J.M.J.M. Doon, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Breed, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 januari 2025.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>mr. C.H. van Breevoort-de Bruin en de griffier zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen. </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_253022d8-ad8e-4e38-b87c-24b68a022ada" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2022370643, gesloten op 2 januari 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_98c1aa9d-e92e-4284-ab34-208e9dc2f681" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 11. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2a261a3e-1cda-48a5-91ac-8046cdd9eb80" label="3">
    <para> Proces-verbaal van aanvullend, p. 13. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_a009aa8a-4a4a-4130-b626-b49f23b82c69" label="4">
    <para> Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 11, 12. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_0e375abe-4dd5-4e50-98e1-58c5ae3db8f0" label="5">
    <para> Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , p. 16. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_25ba2452-793c-4bd5-94ea-5544f2563ddb" label="6">
    <para> Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 8 januari 2025. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_25e0b430-89e4-4464-88f2-d4c42329f283" label="7">
    <para> Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] , p. 18 t/m 20. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_aa5a18ab-99b6-4a24-a136-cc8afeb20e5b" label="8">
    <para> Geneeskundige verklaring [slachtoffer 3] , p. 23. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_1d658938-0f18-4270-940d-17b11a2c1b8f" label="9">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 43, 44. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_161e63f0-5c2f-41c0-97a1-2874d41ad0b5" label="10">
    <para> Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 8 januari 2025. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>