<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:12038</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-11T10:42:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/740305-15 TBS-maatregel verl.</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:12038">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:12038</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-06T14:34:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:12038 Rechtbank Gelderland , 04-07-2025 / 05/740305-15 TBS-maatregel verl.</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:12038:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>TBS-maatregel met twee jaar verlengd. Betrokkene laat positieve veranderingen zien, maar traject van behandelonderdelen niet binnen één jaar afgerond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:12038:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK GELDERLAND</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
      <para>Parketnummer: 05.740305.15</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 4 juli 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing </emphasis>van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [betrokkene]  , hierna: betrokkene,</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedag] 1982 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>verblijvende in het FPC [kliniek] te [verblijfplaats] (hierna: de kliniek).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. I.R. Rigter, advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <parablock>
      <para>Betrokkene is op 8 maart 2016 bij vonnis van de rechtbank Gelderland veroordeeld vanwege</para>
      <para>het misdrijf poging tot moord tot drie jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met</para>
      <para>bevel tot verpleging van overheidswege. Deze maatregel is ingegaan op 9 juni 2017 en</para>
      <para>laatstelijk verlengd bij beslissing van de rechtbank van 30 juni 2023 met twee jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vordering van 6 mei 2025, bij de griffie van deze rechtbank ingekomen op dezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de volgende processtukken:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het advies van psychiater M.M. Sprock van 27 februari 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het advies van psycholoog A.J. de Groot van 12 maart 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het adviesrapport van de kliniek van 15 april 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een afschrift van de wettelijke aantekeningen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting van 20 juni 2025 zijn gehoord:</para>
    </parablock>
    <para>- betrokkene;</para>
    <para>- zijn raadsman mr. I.R. Rigter, </para>
    <para>- deskundige L. van Dijk, GZ-psycholoog en hoofdbehandelaar, en</para>
    <para>- de officier van justitie, mr. G. Steeghs.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De standpunten </title>
    <para>De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. De officier van justitie heeft gezien dat betrokkene grote veranderingen heeft doorgemaakt, maar vraagt zich af deze veranderingen zijn bewerkstelligd door <emphasis role="italic">life events</emphasis>, de betrokkenheid van het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE) of de dwangmedicatie. Dit dient de komende twee jaar verder te worden uitgezocht en getest door de kliniek. Het traject gaat om die reden nog een tijd duren, waardoor de officier van justitie een verlenging van twee jaren vordert. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van betrokkene heeft zich niet verzet tegen verlenging van de</para>
      <para>terbeschikkingstelling met twee jaren. De raadsman heeft daarbij opgemerkt dat betrokkene realistische verwachtingen heeft ten aanzien van het verdere verloop van het traject en de onderbouwing van de adviezen begrijpt. De raadsman heeft verder opgemerkt dat hoewel de belastbaarheid van betrokkene het afgelopen jaar is toegenomen, voor betrokkene niet vaststaat dat deze positieve lijn is bewerkstelligd door de dwangmedicatie. De raadsman heeft de deskundige van de kliniek verzocht om met betrokkene in gesprek te gaan over het mogelijk afbouwen van de dwangmedicatie, zoals door de psychiater is geopperd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">Indexdelict</emphasis>
      </para>
      <para>De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege poging tot moord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat de maatregel van terbeschikkingstelling is opgelegd in verband</para>
      <para>met een veroordeling voor een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de</para>
      <para>onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De maatregel is dus niet gemaximeerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Stoornis </emphasis>
      </para>
      <para>Uit de rapporten van de kliniek, de psycholoog en de psychiater blijkt dat betrokkene lijdt aan een autismespectrumstoornis en een (persisterende) depressieve stoornis (in remissie). De kliniek heeft in haar rapport toegevoegd dat hoewel zij in het verleden indicaties zag dat betrokkene leed aan een waanstoornis, de kliniek hier inmiddels geen aanwijzingen meer voor ziet, net zoals de psycholoog en de psychiater hebben geconstateerd. Deze diagnose is wat de kliniek betreft dan ook komen te vervallen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De stoornissen, te weten de autismespectrumstoornis en de (persisterende) depressieve stoornis (in remissie), zijn nog altijd aanwezig. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verloop van de maatregel</emphasis>
      </para>
      <para>Betrokkene verblijft sinds juni 2017 in [kliniek] . Betrokkene laat in de afgelopen periode een duidelijke verandering zien door opener te zijn in het contact en het laten zien van meer sociale vaardigheden. De vijandigheid is vrijwel geheel afgenomen en de communicatie en samenwerking met betrokkene zijn sterk verbeterd. Tevens is de draagkracht van betrokkene sterk toegenomen. Dit heeft opening gegeven om betrokkene te behandelen. Die verandering hangt samen met de start van de dwangmedicatie in augustus 2022 en het besluit om het CCE om advies te vragen. De adviesvraag zag op mogelijke behandelinterventies, verbetering van de samenwerking met betrokkene en de vraag hoe betrokkene kan leren om hulp te vragen en deze te accepteren. Dit traject is recent succesvol afgerond en heeft geleid tot veel verandering. Sinds de inzet van de dwangbehandeling, de toevoeging van Venlafaxine (een antidepressivum) in de zomer van 2024 en het CCE-traject is een duidelijke vooruitgang te zien in de samenwerking met betrokkene. Betrokkene heeft meegewerkt aan het opstellen van een risicosignalering en de delictanalyse, waardoor er nu zicht is op de risicofactoren en vroegsignalen. Ook volgt hij verschillende therapieën, waaronder een EMDR-behandeling, en rondde hij er een aantal af. Daarnaast wordt de huidige koers in de behandeling voortgezet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman en betrokkene hebben tijdens de zitting te kennen gegeven dat zij in gesprek wensen te gaan over de afbouw van de dwangmedicatie. De deskundige van de kliniek heeft toegezegd dat er een driegesprek zal volgen over de dwangmedicatie en de mogelijke afbouw hiervan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Inmiddels is betrokkene drie keer op verlof geweest na toestemming voor een opbouw van het begeleide verlof. Betrokkene heeft echter nog geen toestemming voor enkel begeleide verloven door een vrouwelijke medewerker. Wanneer betrokkene na een evaluatie in de fase van enkel begeleid verlof komt, zal hij worden aangemeld bij FPA [plaats] . Ter voorbereiding op plaatsing aldaar zal hij de fase onbegeleid verlof moeten doorlopen. Gezien het verloop van de afgelopen jaren en de fase van de behandeling vindt de kliniek het lastig om een prognose te geven. De verwachting is dat in de komende twee jaren stappen gezet kunnen worden in afschaling van het beveiligingsniveau. De psycholoog onderschrijft deze opvatting en merkt op dat het begeleid verlof functioneel kan zijn in de voorbereiding van een gecombineerde aanvraag onbegeleid en transmuraal verlof ten behoeve van overplaatsing naar de FPA [plaats] . De psychiater merkt op dat betrokkene nog een weg te gaan heeft in de noodzakelijke uitbreiding van zijn vrijheden alvorens uitstroom naar een FPA aan de orde kan zijn. Dit zal nog geruime tijd in beslag nemen, zodat niet te verwachten is dat over een jaar de fase van voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging aan de orde zal zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien de huidige fase van de behandeling, de behandeldoelen en de te nemen stappen in de</para>
      <para>resocialisatie, wordt voortzetting van de maatregel noodzakelijk geacht, evenals het verblijf binnen een FPC. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Recidivegevaar</emphasis>
      </para>
      <para>De psychiater merkt op dat het recidiverisico bij voortzetting van de maatregel wordt ingeschat als laag. Er is op dit moment voldoende toezicht en controle op het functioneren van betrokkene en voldoende aandacht voor de balans tussen de draagkracht en draaglast. Bij beëindiging van de maatregel vallen er belangrijke beschermende factoren weg, zodat het recidiverisico op de langere termijn kan oplopen naar hoog. Bij beëindiging van de maatregel is betrokkene aangewezen op zichzelf waardoor eenzaamheids- en insufficiëntiegevoelens weer de kop op zullen steken. Door de autismeproblematiek heeft betrokkene beperkte copingvaardigheden, cognitieve vervormingen en een beperkte draagkracht, waardoor het recidiverisico bij het wegvallen van het klinisch verblijf zal oplopen naar hoog. Het is niet uit te sluiten dat betrokkene dan door het ontstaan van wanhoop in eenzelfde kokervisie terecht zal komen als die waarbinnen het indexdelict is ontstaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De psycholoog schat het recidiverisico zonder externe steun, toezicht, controle en structuur in als matig, maar merkt op dat het risico deels ongewis is. Betrokkene streeft nog steeds een intieme relatie met seksualiteit na en ziet het aangaan en onderhouden van een dergelijke relatie als hoofddoel van de behandeling. Door zijn beperkte copingsvaardigheden zou de spanning bij betrokkene kunnen oplopen, zeker als daarbij gevoelens van eenzaamheid, onlust en negatieve betrekkingsideeën omhoog komen en de depressie weer de overhand zou nemen. Als de frustratie over het niet hebben van een intieme relatie met seksualiteit oploopt, lijkt er een matige tot hoge kans op recidive te kunnen zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de</para>
      <para>terbeschikkingstelling onverminderd is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank overweegt dat uit de adviezen en hetgeen ter zitting is besproken is gebleken dat betrokkene in de afgelopen twee jaren positieve veranderingen heeft laten zien. Betrokkene heeft de afgelopen periode verschillende behandelingen gevolgd en de dwangmedicatie is voortgezet. Daarnaast is het CCE betrokken geweest bij de behandeling van betrokkene en is dit traject nu afgerond. Dit alles heeft geleid tot positieve gedragsveranderingen bij betrokkene. Met de start van het begeleid verlof is betrokkene begonnen aan de volgende stap binnen zijn maatregel, die hopelijk leidt tot overplaatsing naar de FPA [plaats] . De komende periode, waarin mogelijk kan worden toegewerkt naar afbouw van de dwangmedicatie, zal worden gebruikt om te zien hoe betrokkene zich beweegt binnen het begeleide verlof en later ook het onbegeleide verlof. Wanneer betrokkene de status van enkel begeleid verlof bereikt zal de intake bij FPA [plaats] worden opgestart. Betrokkene laat zelfinzicht zien en geeft er blijk van te begrijpen dat het traject naar de afronding van de tbs-maatregel nog een tijd zal duren. De verwachting is niet dat alle behandelonderdelen binnen één jaar afgerond zullen zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen</para>
      <para>en de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel vereist. De</para>
      <para>rechtbank zal de terbeschikkingstelling, overeenkomstig de vordering, de adviezen en het</para>
      <para>standpunt van betrokkene, met twee jaren verlengen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene]  met<emphasis role="bold"> 2 (twee) jaren.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beslissing is gegeven door mr. W. Bruins, als voorzitter, mr. I. de Bruin en mr. H.C. Leemreize, als rechters in tegenwoordigheid van mr. V. Buscop, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 juli 2025.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. </para>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>