<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:12036</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-06T09:50:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-04-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/05/440926 / FA RK 24-2982</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:12036">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:12036</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-06T09:49:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:12036 Rechtbank Gelderland , 10-04-2025 / C/05/440926 / FA RK 24-2982</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:12036:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervolg op beschikking 24 januari 2025. Provisionele voorziening (223 Rv). Verzoeken moeder tot voorlopige toevertrouwing van de minderjarige aan de moeder en vervangende toestemming voor verblijf van de minderjarige in Turkije afgewezen. Moeder verblijft tegen de afspraken in met de minderjarige in Turkije. Verzoeken van de moeder passen niet bij de geldende voorlopige zorgregeling zoals vastgelegd in de beschikking van 24 januari 2025 in de bodemprocedure. Voorlopige zorgregeling blijft van kracht en ouders moeten daar uitvoering aan geven.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:12036:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaakgegevens:	C/05/440926 / FA RK 24-2982</para>
      <para>Datum uitspraak:	10 april 2025</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking provisionele voorzieningen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam moeder] </emphasis>(hierna: de moeder),</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>advocaat mr. E. Gürcan te Arnhem,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam vader] </emphasis>(hierna: de vader),</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>advocaat mr. R.A.H. Vullings te Nijmegen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van de procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verdere procesverloop blijkt uit de volgende stukken:</para>
      <para>- het aanvullend verzoek tot wijziging gezag namens de vader, ingekomen bij de griffie op 7 januari 2025;</para>
      <para>- de beschikking van 24 januari 2025;</para>
      <para>- een bericht namens de moeder, ingekomen bij de griffie op 17 februari 2025;</para>
      <para>- een aanvullend verzoek met bijlagen namens de vader, ingekomen bij de griffie op 20 maart 2025;</para>
      <para>- een verweerschrift en wijziging verzoeken met bijlagen namens de vader, ingekomen bij de griffie op 21 maart 2025;</para>
      <para>- een wijziging verzoek en <emphasis role="underline">aanvullende provisionele verzoeken</emphasis> met bijlagen namens de moeder, ingekomen bij de griffie op 22 maart 2025;</para>
      <para>- een F9-formulier met bijlage namens de moeder, ingekomen bij de griffie op 23 maart 2025;</para>
      <para>- een pleitnotitie namens de vader, overgelegd en voorgedragen tijdens de zitting op 27 maart 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Voor het eerdere verloop van deze procedure wordt verwezen naar de beschikking van deze rechtbank van 24 januari 2025. De rechtbank heeft bij deze beschikking (in de provisionele voorziening), voor de duur van de bodemprocedure, een voorlopige zorgregeling vastgesteld, inhoudende:</para>
      <para />
      <para>- dat [het kind] met ingang 3 januari 2025 bij de vader verblijft:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>in de ene week (week 1) van maandagochtend tot en met dinsdagavond 18.30 uur, van woensdagavond 18.30 uur tot donderdagavond 18.30 uur en vanaf zaterdagochtend 09.00 uur tot maandagochtend in week 2;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>in de andere week (week 2) van maandagochtend tot dinsdagavond 18.30 uur, van woensdagavond 18.30 uur tot donderdagavond 18.30 uur en vanaf zondagavond 18.30 uur tot maandagochtend in de daaropvolgende week (week 1);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>waarbij geldt dat de vader op deze dagen samen met [het kind] in zijn woning in [woonplaats] verblijft om voor haar te zorgen en de moeder elders verblijft;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para>- dat [het kind] met ingang van 3 januari 2025 bij de moeder verblijft:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>in de ene week (week 1) van dinsdagavond 18.30 uur tot woensdagavond 18.30 uur en van donderdagavond 18.30 uur tot zaterdagochtend 09.00 uur;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>in de andere week (week 2) van dinsdagavond 18.30 uur tot woensdagavond 18.30 uur en van donderdagavond 18.30 uur tot zondagavond 18.30 uur;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>waarbij geldt dat de moeder op deze dagen samen met [het kind] in de woning van de vader in [woonplaats] verblijft om voor haar te zorgen en de vader elders verblijft.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Ook hebben de ouders afspraken gemaakt over de kerstvakantie 2024.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarnaast heeft de rechtbank bij deze beschikking (in de bodemprocedure) de vader vervangende toestemming verleend voor deelname van [het kind] aan het Rijksvaccinatieprogramma, voor zover het betreft de vaccinaties die aangeboden worden tot 24 maanden. De rechtbank heeft de beslissing over het hoofdverblijf, de zorgregeling, de vervangende toestemming voor verhuizing en het gezag aangehouden tot de zitting van 27 maart 2025. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De zaak is meervoudig behandeld op de zitting van 27 maart 2025. De hierna bij 3.1. vermelde provisionele verzoeken van de moeder zijn gelijktijdig behandeld met de bodemprocedure. Tijdens deze zitting zijn gehoord:</para>
      <para>- de vader, bijgestaan door mr. R.A.H. Vullings;</para>
      <para>- de advocaten van de moeder, mr. E. Gürcan en mr. M.T.N. Whiterod;</para>
      <para>- een vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De moeder heeft in het bericht van 17 februari 2025 verzocht om digitaal deel te nemen aan de zitting van 27 maart 2025 omdat zij met [het kind] in Turkije verblijft. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De moeder heeft  ook een provisioneel verzoek ingediend over kinderalimentatie. Dit verzoek (en de verzoeken van de ouders om kinderalimentatie in de bodemprocedure) zal, gelet op de in acht te nemen verweertermijnen, behandeld worden op een nader te bepalen zitting. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Uit de relatie tussen de ouders is geboren het minderjarige kind:<?linebreak?></para>
        <para>- <emphasis role="bold">[naam kind] ,</emphasis> geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , hierna te noemen [het kind] .</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vader heeft [het kind] erkend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [het kind] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De relatie tussen de ouders is geëindigd. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek en het verweer</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De moeder heeft op 22 maart 2025 provisionele verzoeken ingediend. Zij verzoekt de rechtbank bij wijze van voorlopige voorziening, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat:</para>
        <para>I. [het kind] voorlopig wordt toevertrouwd aan de moeder; </para>
        <para>II. de moeder vervangende toestemming te verlenen om voor de duur van de procedure met [het kind] in Turkije te verblijven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De vader heeft verweer gevoerd en heeft – kort samengevat – verzocht de provisionele verzoeken van de moeder af te wijzen. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De provisionele verzoeken van de moeder zijn gelijktijdig behandeld met de bodemprocedure op 27 maart 2025. De provisionele voorziening en de bodemprocedure hebben hetzelfde zaaknummer (namelijk C/05/440926 FA RK 24-2982). In deze beschikking zal de rechtbank alleen beslissen op de hiervoor bij 3.1. vermelde provisionele verzoeken. De beschikking in de bodemprocedure volgt op uiterlijk 8 mei 2025.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wettelijk kader</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Op grond van artikel 223 Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een provisionele voorziening treft voor de duur van het geding. Voorwaarde is dat deze vordering samenhangt met de hoofdvordering. In een verzoekschriftprocedure kan een provisionele voorziening worden verzocht naar analogie van artikel 223 Rv (HR 5 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3533).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat de voorlopige voorzieningenprocedure is gericht op het verkrijgen van een ordemaatregel in een situatie waarin een beslissing in de hoofdzaak niet kan worden afgewacht en waarin een zekere mate van spoedeisendheid aan de orde is. Gelet hierop zal de rechtbank volstaan met een beknopte motivering. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De voorliggende verzoeken van de moeder hangen samen met de verzoeken in de bodemprocedure, omdat in de bodemprocedure vergelijkbare verzoeken voorliggen. De moeder verzoekt de rechtbank te bepalen dat [het kind] voor de duur van het geding aan haar wordt toevertrouwd en dat zij voor de duur van het geding in Turkije kan verblijven met [het kind] . </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inhoudelijk</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De rechtbank heeft bij beschikking van 24 januari 2025 een voorlopige zorgregeling vastgesteld, die de ouders onderling tijdens de zitting op 20 december 2024 zijn overeengekomen. De ouders hebben tijdens (een schorsing van) deze zitting zorgvuldig en uitvoerig met elkaar, en met de advocaten, gesproken en daaruit is een regeling in de vorm van een birdnesting in de woning van de vader in [woonplaats] voortgekomen. De ouders hebben afgesproken dat deze voorlopige zorgregeling in zou gaan op 3 januari 2025, zodat de moeder eerst van 27 december 2024 tot 3 januari 2025 samen met [het kind] naar Turkije kan gaan. De moeder en [het kind] zijn op 3 januari 2025 niet terug naar Nederland gekomen waardoor er geen uitvoering gegeven kan worden aan de door ouders overeengekomen voorlopige zorgregeling. Sindsdien verblijft de moeder met [het kind] , tegen de afspraken in, in Turkije. De moeder is van mening dat zij niet terug kan naar Nederland omdat zij zich, vanwege intieme terreur in de thuissituatie van de vader, niet veilig voelt. De vader heeft hier een andere visie op en heeft via de Centrale Autoriteit om de terugkeer van [het kind] naar Nederland gevraagd. Dit onderwerp is te complex voor een voorlopige voorzieningenprocedure omdat dit een zorgvuldige behandeling vergt. Dit onderwerp zal daarom worden behandeld in de bodemprocedure. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>In de beschikking van 24 januari 2025 is als gezegd een voorlopige zorgregeling vastgesteld. De rechtbank stelt vast dat er geen wijziging van deze voorlopige zorgregeling is verzocht. Dit betekent dat zowel de vader als de moeder zich aan deze regeling dienen te houden. Het feit dat de moeder om haar moverende redenen tegen de afspraken in niet terug naar Nederland komt met [het kind] is onvoldoende reden voor niet nakoming van de voorlopige zorgregeling. Het verzoek van de moeder om [het kind] aan haar toe te vertrouwen en haar vervangende toestemming te geven om met [het kind] in Turkije te mogen verblijven, past niet bij de voorlopige zorgregeling. Om deze reden wijst de rechtbank deze provisionele verzoeken van de moeder af. De voorlopige zorgregeling zoals vastgelegd in de beschikking van 24 januari 2025 blijft van kracht en de ouders moeten daar uitvoering aan geven. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de hiervoor bij 3.1. vermelde verzoeken van de moeder tot het treffen van provisionele voorzieningen af. </para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beschikking is gegeven door mr. C.M. Koopman, kinderrechter, als voorzitter, en mr. E.L. de Jongh en mr. J.P. Mesman, kinderrechters, en in tegenwoordigheid van J.H. van den Brink als griffier en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2025.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:</para>
                <para>-	door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
                <para>-	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
                <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>