<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:11955</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-07-20T14:47:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/05/434839 / HZ ZA 24-141</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2026-0253</rdf:li>
          <rdf:li>VEAN-ERF-Updates.nl 2026-0253</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2026/128</rdf:li>
          <rdf:li>JERF 2026/84 met annotatie van Redactie</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11955">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11955</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-21T14:57:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:11955 Rechtbank Gelderland , 08-10-2025 / C/05/434839 / HZ ZA 24-141</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:11955:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindvonnis na tussenvonnis, ongeldige schenking door ontbreken toestemming erflaatster, vaststellen omvang legitieme.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:11955:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Gelderland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/05/434839 / HZ ZA 24-141</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 8 oktober 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">AMM BEWINDVOERING B.V. </emphasis>in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van mevrouw <emphasis role="bold">[naam eisende onderbewindgestelde]</emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: de bewindvoerder,</para>
      <para>advocaat: mr. A.C. de Bakker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [de gedaagde] ,</para>
      <para>advocaat: mr. J.W. Damstra.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 11 december 2024<?linebreak?>- het getuigenverhoor van 6 maart 2025<?linebreak?>- het getuigenverhoor van 4 juni 2025 </para>
      <para>- de conclusie na getuigenverhoor van de bewindvoerder</para>
      <para>- de conclusie na getuigenverhoor van [de gedaagde] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechtbank neemt over en blijft bij hetgeen zij heeft overwogen en beslist in haar tussenvonnis van 11 december 2024 (hierna: het tussenvonnis), tenzij in het navolgende uitdrukkelijk anders wordt overwogen en beslist.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft in het tussenvonnis aan [de gedaagde] opgedragen te bewijzen dat erflaatster toestemming heeft gegeven voor de door erflater aan hemzelf verrichte schenking van € 120.000,00. Anders dan [de gedaagde] bij conclusie na enquête betoogt, bestaat geen grond om de bewijsopdracht te wijzigen en de bewijslast bij de bewindvoerder te leggen. Zoals is overwogen in rechtsoverweging 4.23 en 4.24 van het tussenvonnis, is het aan [de gedaagde] om te bewijzen dat erflaatster toestemming heeft gegeven aan erflater voor het verrichten van de overboeking van € 120.000,00. [de gedaagde] beroept zich namelijk op de rechtsgevolgen van deze stelling, te weten dat deze overboeking kwalificeert als een rechtsgeldige schenking.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [de gedaagde] heeft vervolgens twee getuigen opgeroepen. De rechtbank heeft op 6 maart 2025 notaris mr. [notaris] gehoord. Op 4 juni 2025 is [de gedaagde] als (partij)getuige gehoord.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De notaris mr. [notaris] heeft – voor zover van belang – het volgende verklaard:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">[…]Verder heb ik met de medewerkster die het dossier behandelde, mevrouw [medewerker] , gesproken. Met de casus bedoel ik de schenkingsakte, het testament en het levenstestament die ik voor mevrouw [de erflaatster] in 2018 heb opgesteld. </emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik kende de heer en mevrouw [de erflaatster] niet. Ik heb daarna ook geen contact met hen gehad.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">[…]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">U vraagt mij of ik iets weet van een schenking van €120.000,00 in oktober 2019. Ik weet daar helemaal niets van. Dat is helemaal buiten mij om gegaan. Er is ook geen notariële akte van. In ieder geval niet door mij.[…]</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor het overige heeft mr. [notaris] zich op het verschoningsrecht beroepen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Uit de verklaring van mr. [notaris] blijkt dat hij geen kennis heeft van de gestelde schenking van € 120.000,00 door erflaatster aan erflater. De verklaring van mr. [notaris] kan daarom niet als bewijs dienen voor de door [de gedaagde] gestelde toestemming van erflaatster voor het doen van deze overboeking en dus ook niet voor de schenking.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Aan de verklaring van [de gedaagde] kan slechts beperkte bewijswaarde worden gehecht (artikel 164 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). [de gedaagde] is immers partij. Dit betekent dat zijn verklaring over de door hem te bewijzen feiten geen bewijs in zijn voordeel kan opleveren, tenzij deze ter aanvulling van onvolledig bewijs strekt. Van dat laatste is alleen sprake als er aanvullende bewijzen voorhanden zijn die zodanig sterk zijn en essentiële punten betreffen dat zij de partijgetuigenverklaring van [de gedaagde] voldoende geloofwaardig maken. Weliswaar is de beperking uit artikel 164 lid 2 (oud) Rv komen te vervallen bij de invoering van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht op 1 januari 2025. Deze beperking blijft echter op grond van het in artikel XIIA van voornoemde wet opgenomen overgangsrecht wel voor deze zaak gelden, nu de dagvaarding dateert van voor invoering van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Voor zover uit de verklaring van [de gedaagde] al zou blijken dat erflaatster aan erflater toestemming heeft gegeven om uit haar vermogen een schenking van € 120.000,00 aan hemzelf te verrichten, zijn hiervoor geen aanvullende bewijsmiddelen voorhanden. Zoals hiervoor reeds is overwogen, kan de enkele verklaring van [de gedaagde] geen bewijs in zijn voordeel opleveren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat [de gedaagde] niet is geslaagd in zijn bewijslevering, zodat niet is komen vast te staan dat erflaatster toestemming heeft gegeven voor de door erflater aan hemzelf verrichte schenking van € 120.000,00. Nu niet is komen vast te staan dat erflaatster toestemming heeft verleend, kan in het midden blijven of zij in 2019 nog wilsbekwaam was.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Aangezien de toestemming van erflaatster ontbrak, betreft de door erflater aan hemzelf verrichte betaling geen rechtsgeldige schenking (gelet op hetgeen is overwogen in rechtsoverweging 4.23 van het tussenvonnis). Nu evenmin een andere rechtsgrond voor de overboeking is gesteld of gebleken, is, zoals de bewindvoerder terecht heeft aangevoerd,  sprake van onverschuldigde betaling. De door erflater verrichte betaling moet daarom worden terugbetaald aan de nalatenschap van erflaatster. De daartoe strekkende vordering van de bewindvoerder zal worden toegewezen. Nu [de gedaagde] geen zelfstandig verweer heeft gevoerd tegen de gevorderde wettelijke rente, zal ook deze worden toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Nalatenschap erflater</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Dat de overboeking van erflaatster aan erflater niet kan worden aangemerkt als schenking, heeft gevolgen voor de (omvang van de) nalatenschap van erflater. Aangezien erflater ten onrechte een bedrag van € 120.000,00 heeft ontvangen, moet dit bedrag door de nalatenschap van erflater worden terugbetaald aan de nalatenschap van erflaatster. Daardoor moet bij het vaststellen van de omvang van de nalatenschap van erflater een passivapost van € 120.000,00 worden meegenomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Verder heeft [de gedaagde] bij zijn opstelling van de omvang van de nalatenschap van erflater rekening gehouden met een belastingschuld van € 35.248,00. Dit betreft de schenkbelasting voor de aangegeven schenking van € 120.000,00. Zoals door (de advocaten van) partijen tijdens de mondelinge behandeling aangegeven, kan voor deze schenkbelasting aan de Belastingdienst een herziening worden gevraagd, aangezien voornoemde overboeking geen schenking betreft. Dit betekent dat bij het vaststellen van de omvang van de nalatenschap van erflater voornoemde belastingschuld niet zal worden meegenomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande en op hetgeen is overwogen onder rechtsoverwegingen 4.2 tot en met 4.18 van het tussenvonnis, is de omvang van de nalatenschap van erflater als volgt:</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="2">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="bold">Activa</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Banksaldi</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 101.433,15</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Auto</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 34.321,00</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Appartement Duitsland</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 39.667,00</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Woning [plaatsnaam]</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 175.000,00</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">Totaal activa</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 350.421,15</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="bold">Passiva</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Hypotheekschuld woning [plaatsnaam]</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 17.500,00</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Uitvaartkosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 10.633,66</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Belastingschulden</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 20.425,00</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Leningen derden</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 12.000,00</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Kosten en openstaande nota’s</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 4.637,15</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Verdelingsschuld ex-vrouw</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 44.234,41 (€ 42.672,41 + € 1.562,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>IB en Zvw 2019</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 7.266,00</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Schuld nalatenschap erflaatster</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 120.000,00</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>
                  <emphasis role="italic">Totaal passiva</emphasis>
                </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€ 236.696,22</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>De legitimaire massa omvat derhalve € 113.724,93 (€ 350.421,15 - € 236.696,22). [de eiser] heeft als legitimaris recht op de helft van voornoemd bedrag, zijnde € 56.862,47. [de gedaagde] heeft op 23 maart 2022 reeds een bedrag van € 72.652,00 betaald aan [de eiser] . Nu [de eiser] al meer heeft ontvangen dan waarop zij recht heeft en een eventuele wettelijke rente eerst met ingang van de datum van de dagvaarding (10 april 2024) verschuldigd zou zijn geweest, zal de vordering van de bewindvoerder strekkende tot betaling van het restant van de legitieme portie en een bedrag van € 11.349,39 aan reeds verschenen wettelijke rente, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 november 2023, worden afgewezen</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>Nu beide partijen deels in het ongelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [de gedaagde] tot betaling aan de nalatenschap van erflaatster van een bedrag van € 120.000,00, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf datum dagvaarding tot de dag der algehele voldoening,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis wat betreft de onder 3.1. genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M. Stempher en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2025.</para>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>RG/Ma</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>