<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:11954</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-21T15:10:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/05/442846 / HZ ZA 24-356</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11954">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11954</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-21T15:09:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:11954 Rechtbank Gelderland , 17-09-2025 / C/05/442846 / HZ ZA 24-356</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:11954:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aanneming van werk, opzegging aannemingsovereenkomst</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:11954:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Gelderland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/05/442846 / HZ ZA 24-356</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 17 september 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam eiser conventie / verweerder in reconventie]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij in conventie,</para>
      <para>verwerende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [de eiser in conventie] ,</para>
      <para>advocaat: mr. R.G.J. Geurts,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam gedaagde in conventie / eiser in reconventie]
        </emphasis>, h.o.d.n. [gedaagd bedrijf] ,</para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij in conventie,</para>
      <para>eisende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [de gedaagde in conventie] ,</para>
      <para>advocaat: mr. I.L. Conijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 12 maart 2025</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 8 juli 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De kern van de zaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [de eiser in conventie] is eigenaar van een woning gelegen aan de [adres] te [plaatsnaam] . [de gedaagde in conventie] exploiteert een hoveniersbedrijf gespecialiseerd in tuinontwerp, aanleg en onderhoud. [de gedaagde in conventie] heeft in 2024 in opdracht van [de eiser in conventie] hovenierswerkzaamheden verricht aan de tuin bij de woning van [de eiser in conventie] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Tijdens de werkzaamheden is tussen partijen een geschil ontstaan over de planning, de uitvoering en de kosten van de werkzaamheden. De samenwerking is op 3 april 2024 op initiatief van [de eiser in conventie] beëindigd. De werkzaamheden waren op dat moment nog niet afgerond.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [de eiser in conventie] vordert – samengevat – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
        <para>I. [de gedaagde in conventie] te veroordelen om aan [de eiser in conventie] te betalen een bedrag van € 44.113,94,</para>
        <para>II. [de gedaagde in conventie] te veroordelen om aan [de eiser in conventie] te betalen de wettelijke rente over </para>
        <para>€ 44.113,94 vanaf de dag van de dagvaarding, dan wel een door de rechtbank te bepalen redelijke datum, tot de dag van volledige betaling,</para>
        <para>III. [de gedaagde in conventie] te veroordelen om aan [de eiser in conventie] te betalen de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 1.216,14,</para>
        <para>IV. [de gedaagde in conventie] te veroordelen tot betaling van de proceskosten,</para>
        <para>V. [de gedaagde in conventie] te veroordelen tot betaling van de nakosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [de gedaagde in conventie] voert verweer. [de gedaagde in conventie] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [de eiser in conventie] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [de eiser in conventie] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [de eiser in conventie] in de kosten van deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [de gedaagde in conventie] vordert na eisvermindering – samengevat – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
        <para>I. Voor recht te verklaren dat de tussen partijen gesloten overeenkomsten op </para>
        <para>3 april 2024 zijn opgezegd door [de eiser in conventie] ,</para>
        <para>II. [de eiser in conventie] te veroordelen tot betaling van € 11.495,93, aan [de gedaagde in conventie] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de datum van het vonnis,</para>
        <para>III. [de eiser in conventie] te veroordelen in de proceskosten, inclusief nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de datum van het vonnis.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        [de eiser in conventie] voert verweer. [de eiser in conventie] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [de gedaagde in conventie] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [de gedaagde in conventie] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [de gedaagde in conventie] in de kosten van deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie en in reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Omdat de vorderingen in conventie en in reconventie nauw met elkaar samenhangen, bespreekt de rechtbank deze gezamenlijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [de eiser in conventie] (althans zijn advocaat) heeft meerdere omvangrijke producties overgelegd waarin [de eiser in conventie] de standpunten van [de gedaagde in conventie] bespreekt. In zijn processtukken heeft [de eiser in conventie] in algemene bewoordingen opgenomen dat de inhoud van deze producties daarin als herhaald en ingelast moet worden beschouwd. Daarbij verwijst [de eiser in conventie] niet naar specifieke in deze producties opgenomen feiten. De eisen van een behoorlijke rechtspleging brengen mee dat een partij die een beroep wil doen op uit bepaalde producties blijkende feiten en omstandigheden, dit op een zodanige wijze moet doen dat voor de rechter duidelijk is welke stellingen hem ter beoordeling worden voorgelegd en dat voor de wederpartij duidelijk is waartegen zij zich moet verweren (vgl. HR 23 oktober 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0729 en HR 8 januari 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2810). De rechter heeft slechts te letten op de feiten waarop een partij ter ondersteuning van haar standpunt een beroep heeft gedaan. De enkele omstandigheid dat uit door een partij overgelegde stukken een bepaald feit blijkt, impliceert niet dat zij zich ter ondersteuning van haar standpunt op dat feit beroept (vgl. HR 10 december 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1176). De algemene opmerking om de gehele inhoud van een productie als herhaald en ingelast te beschouwen, is gelet op het voorgaande onvoldoende duidelijk. De rechtbank zal daarom geen acht slaan op de producties waarin [de eiser in conventie] de standpunten van [de gedaagde in conventie] bespreekt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Partijen hebben een aannemingsovereenkomst gesloten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [de eiser in conventie] en [de gedaagde in conventie] hebben begin 2024 een overeenkomst van aanneming van werk gesloten betreffende een door [de gedaagde in conventie] te realiseren tuinrenovatie. Deze overeenkomst valt uiteen in verschillende losse opdrachten die partijen zijn overeengekomen. De overeenkomst begon met een offerte van 17 januari 2024 voor de levering en realisatie van een bamboeschutting. Voorafgaand aan de start van de werkzaamheden is de opdracht aan [de gedaagde in conventie] uitgebreid met het leveren en installeren van tuinverlichting. Hiervoor heeft [de gedaagde in conventie] op 26 januari 2024 een offerte gestuurd. Op 1 februari 2024 heeft [de gedaagde in conventie] een derde offerte aan [de eiser in conventie] gestuurd betreffende diverse in de offerte genoemde werkzaamheden voor een uitgebreidere tuinrenovatie. Op 12 februari 2024 is [de gedaagde in conventie] begonnen met de werkzaamheden. Vervolgens heeft [de gedaagde in conventie] op 15 februari 2024 een aanvullende offerte aan [de eiser in conventie] gestuurd voor verlichting en op 25 maart 2025 voor het leveren en plaatsen van cortenstalen randen ten behoeve van de omzetting van borderbeplanting. Bij voornoemde overeengekomen werkzaamheden was deels sprake van een vaste aanneemsom. Ook is een deel van de werkzaamheden uitgevoerd op regiebasis.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [de gedaagde in conventie] is niet tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [de eiser in conventie] stelt dat [de gedaagde in conventie] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. Hij heeft dit echter onvoldoende onderbouwd. [de eiser in conventie] heeft aangevoerd dat [de gedaagde in conventie] afspraken over wanneer de werkzaamheden zouden aanvangen en de facturering niet is nagekomen. [de eiser in conventie] heeft niet geconcretiseerd wat de betreffende geschonden afspraken zouden zijn en [de gedaagde in conventie] betwist dat hij afspraken niet is nagekomen. Verder heeft [de eiser in conventie] aangevoerd dat het uitgevoerde werk van [de gedaagde in conventie] diverse gebreken zou bevatten, zonder dit nader te onderbouwen. [de gedaagde in conventie] betwist dat het door hem geleverde werk gebrekkig is en voert terecht aan dat de werkzaamheden nog niet waren afgerond. Dat de werkzaamheden van [de gedaagde in conventie] gebrekkig zouden zijn is bovendien niet te rijmen met WhatsAppberichten die [de eiser in conventie] gedurende de werkzaamheden aan [de gedaagde in conventie] heeft gestuurd. Uit deze correspondentie tussen 14 februari en 28 maart 2024 volgt – zoals [de gedaagde in conventie] terecht heeft aangevoerd – het beeld dat [de eiser in conventie] tevreden was met de tot dat moment uitgevoerde werkzaamheden. Van een tekortkoming in de nakoming door [de gedaagde in conventie] is gelet op het voorgaande niet gebleken. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [de eiser in conventie] heeft de aanneemovereenkomst opgezegd</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Partijen zijn het erover eens dat de overeenkomst tussen hen is beëindigd. Zij verschillen van mening over de juridische grondslag en gevolgen van deze beëindiging. Volgens [de eiser in conventie] heeft hij de overeenkomst ontbonden. [de gedaagde in conventie] voert aan dat [de eiser in conventie] de overeenkomst heeft opgezegd. Op 2 april 2024 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [de eiser in conventie] en [de gedaagde in conventie] over – onder andere – de verrichte werkzaamheden tot dat moment en de nog resterende werkzaamheden. Vervolgens heeft [de gedaagde in conventie] op 3 april 2024 aan [de eiser in conventie] een overzicht gestuurd van werkzaamheden die nog verricht moesten worden. Diezelfde dag heeft [de eiser in conventie] de medewerkers van [de gedaagde in conventie] weggestuurd van zijn perceel en hen de verdere toegang tot zijn perceel ontzegd. De advocaat van [de eiser in conventie] heeft vervolgens per e-mail van 5 april 2024 aan [de gedaagde in conventie] – voor zover relevant – het volgende geschreven:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">[…]Op 3 april 2024 heeft cliënt aangegeven geen gebruik meer te willen maken van uw diensten […] Ook dat maakt dat cliënt niet langer met u wil samenwerken, hetgeen wat cliënt betreft dan ook niet meer tot de mogelijkheden behoort en ook niet kan behoren.”</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vervolgens heeft de advocaat van [de eiser in conventie] aan de advocaat van [de gedaagde in conventie] op 28 mei 2024 een e-mail gestuurd waarin namens [de eiser in conventie] een beroep op ontbinding van de overeenkomst wordt gedaan.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Uit de e-mail van de advocaat van 5 april 2024 volgt dat [de eiser in conventie] op 3 april 2024 heeft aangegeven geen gebruik meer te willen maken van de diensten van [de gedaagde in conventie] . Anders dan [de eiser in conventie] stelt, volgt hieruit niet dat [de eiser in conventie] de werkzaamheden tijdelijk wenste stil te leggen tot partijen overeenstemming over het vervolg zouden bereiken. Naast dat [de gedaagde in conventie] betwist dat hij hiermee zou hebben ingestemd, blijkt uit de e-mail van de advocaat van [de eiser in conventie] ondubbelzinnig dat verdere samenwerking voor [de eiser in conventie] is uitgesloten. [de eiser in conventie] kon de overeenkomst op 3 april 2024 niet rechtsgeldig ontbinden. Nu nakoming niet blijvend onmogelijk was, was daarvoor immers vereist dat [de gedaagde in conventie] op 3 april 2024 in verzuim was (artikel 6:265 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). Gesteld noch gebleken is dat [de gedaagde in conventie] op 3 april 2024 in verzuim was. [de eiser in conventie] was op 3 april 2024 als opdrachtgever wel bevoegd de overeenkomst op te zeggen (artikel 7:764 BW). De mededelingen van [de eiser in conventie] op 3 april 2024, in samenhang met de e-mail van zijn advocaat van 5 april 2024, moet gelet op het voorgaande worden begrepen als een opzegging van de overeenkomst. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Nu [de eiser in conventie] de overeenkomst op 3 april 2024 heeft opgezegd, kon hij deze niet op 28 mei 2024 buitengerechtelijk ontbinden. Een reeds opgezegde aannemingsovereenkomst kan namelijk niet meer worden ontbonden. Ontbinding veronderstelt immers een verplichting tot nakoming en die verplichting is door de opzegging van de overeenkomst door [de eiser in conventie] vervallen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [de gedaagde in conventie] heeft recht op de aanneemsom verminderd met zijn besparingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Omdat [de eiser in conventie] de aannemingsovereenkomst heeft opgezegd, dient hij op grond van artikel 7:764 lid 2 BW de gehele aanneemsom te betalen, verminderd met de besparingen voor [de gedaagde in conventie] . Het is daarbij aan [de eiser in conventie] om te stellen en bewijzen dat [de gedaagde in conventie] besparingen heeft door de opzegging. [de gedaagde in conventie] heeft in dit kader een mededelingsplicht om [de eiser in conventie] in staat te stellen aan zijn bewijslast te voldoen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>
        [de gedaagde in conventie] heeft gesteld dat partijen voor zijn werkzaamheden een prijs van € 94.707,55 zijn overeengekomen. Hij heeft dit onderbouwd met een overzicht van de overeengekomen werkzaamheden en de bijbehorende kosten. [de eiser in conventie] heeft slechts in algemene bewoording aangevoerd dat voornoemd bedrag totaal onherleidbaar is. [de eiser in conventie] heeft dit niet nader gemotiveerd. Evenmin is duidelijk wat volgens [de eiser in conventie] de overeengekomen aanneemsom zou zijn. [de eiser in conventie] heeft gelet hierop onvoldoende gemotiveerd betwist dat de overeengekomen aanneemsom € 94.707,55 bedraagt, zodat de rechtbank van deze overeengekomen prijs uitgaat. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>
        [de gedaagde in conventie] heeft bij nadere akte uiteengezet welke besparingen hij heeft kunnen realiseren door de opzegging van de overeenkomst. Hij voert aan dat hij zijn personeel niet eerder op andere projecten heeft kunnen inzetten dan de geplande datum waarop de werkzaamheden bij [de eiser in conventie] afgerond zouden moeten zijn. Wat betreft arbeid zijn dus geen besparingen gerealiseerd door de opzegging, aldus [de gedaagde in conventie] . Ter onderbouwing hiervan heeft [de gedaagde in conventie] verklaringen van de betreffende medewerkers, de heer [medewerker 1] en de heer [medewerker 2] , overgelegd. [de gedaagde in conventie] heeft hiermee voldaan aan de op hem rustende mededelingsplicht in het kader van artikel 7:764 lid 2 BW. [de eiser in conventie] heeft niet gesteld – en evenmin is gebleken – dat [de gedaagde in conventie] door de opzegging arbeidskosten heeft kunnen besparen. De rechtbank gaat er daarom van uit dat [de gedaagde in conventie] geen arbeidskosten heeft kunnen besparen door de opzegging.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>Betreffende de materialen zijn wel besparingen gerealiseerd, aldus [de gedaagde in conventie] . Zo kon een deel van de ingekochte materialen nog worden geretourneerd (bijvoorbeeld bamboepanelen en cortenstaal). Daarbij heeft [de gedaagde in conventie] bij het bepalen van de besparingen wel rekening gehouden met de transportkosten voor het retourneren die hij heeft moeten maken. Verder heeft [de gedaagde in conventie] een aantal materialen niet hoeven inkopen, zodat ook daarmee besparingen zijn gerealiseerd. In totaal voert [de gedaagde in conventie] aan dat hij betreffende materialen voor € 4.765,37 aan besparingen heeft gerealiseerd. Rekening houden met een post minderwerk van € 3.270,50 resteert van de overeengekomen aanneemsom volgens [de gedaagde in conventie] nog een bedrag van € 86.671,68. Nu [de eiser in conventie] reeds € 75.175,75 heeft betaald, resteert nog een bedrag van € 11.495,93, aldus [de gedaagde in conventie] . Ook ten aanzien van de besparingen op materialen heeft [de gedaagde in conventie] voldaan aan zijn mededelingsplicht. [de eiser in conventie] heeft niet gesteld – en evenmin is gebleken – dat [de gedaagde in conventie] als gevolg van de opzegging meer of andere besparingen heeft betreffende materialen dan [de gedaagde in conventie] zelf heeft aangevoerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande heeft [de eiser in conventie] niet voldaan aan de op hem rustende stelplicht ten aanzien van de door [de gedaagde in conventie] gerealiseerde besparingen. De vordering van [de gedaagde in conventie] zal derhalve worden toegewezen. Ook de door [de gedaagde in conventie] gevorderde wettelijke rente over zijn vordering zal worden toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [de eiser in conventie] heeft niet onverschuldigd betaald</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>
        [de eiser in conventie] heeft zijn vordering deels gebaseerd op onverschuldigde betaling. Hij stelt dat hij heeft betaald voor onverrichte arbeid en niet geleverde materialen. Nu [de gedaagde in conventie] als gevolg van de opzegging door [de eiser in conventie] recht heeft op vergoeding van de volledige aanneemsom minus besparingen, heeft [de eiser in conventie] niet onverschuldigd betaald aan [de gedaagde in conventie] .</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [de eiser in conventie] moet de proceskosten van [de gedaagde in conventie] betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>
        [de eiser in conventie] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [de gedaagde in conventie] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.325,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris advocaat</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>2.428,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punt × € 1.214,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>278,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>4.031,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van [de eiser in conventie] af,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>verklaart voor recht dat de tussen partijen gesloten overeenkomsten op 3 april 2024 zijn opgezegd door [de eiser in conventie] ,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [de eiser in conventie] tot betaling van € 11.495,93 aan [de gedaagde in conventie] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na dit vonnis tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in conventie en in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>veroordeelt [de eiser in conventie] in de proceskosten van € 4.031,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [de eiser in conventie] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>veroordeelt [de eiser in conventie] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.3, 5.4 en 5.5 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.A. Bierbooms en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2025</para>
                <para />
                <para>RG/PB</para>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>