<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:11938</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-23T13:29:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/142170-25 + 21.001888.23 tul</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11938">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11938</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-19T15:28:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:11938 Rechtbank Gelderland , 22-08-2025 / 05/142170-25 + 21.001888.23 tul</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:11938:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kopje: veroordeling voor diefstal en diefstal met verbreking tot de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaar. Toewijzing van de verzoeken tot schadevergoeding van de benadeelde partijen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:11938:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummers: 05.142170.25 + 21.001888.23 tul</para>
      <para>Datum uitspraak	: 22 augustus 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]  </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>op dit moment gedetineerd in de P.I. in [plaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. R.J. Laatsman, advocaat in Oss.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op of omstreeks 8 mei 2025 te Nijmegen</para>
      <para>een accu (van een elektrische bakfiets), in elk geval enig goed, </para>
      <para>dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) </para>
      <para>heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, </para>
      <para>terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of </para>
      <para>die weg te nemen accu onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op of omstreeks 14 maart 2025 te Malden, gemeente Heumen</para>
      <para>een elektrische fiets (merk/type: Batavus Finez E-Go), in elk geval enig goed, </para>
      <para>dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n)</para>
      <para>heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,</para>
      <para>terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of</para>
      <para>die weg te nemen fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_1362599b-356c-4874-9810-46ddc1fa785a" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, </para>
      <para>van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- het proces-verbaal van aangifte p. 24;</para>
    <para>- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 augustus 2025.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, </para>
      <para>van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- het proces-verbaal van aangifte p. 6-7;</para>
    <para>- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 augustus 2025.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Partiële vrijspraak</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank ziet geen wettig en overtuigend bewijs dat verdachte de diefstal heeft gepleegd door middel van braak en/of verbreking. Verdachte wordt hiervan daarom vrijgesproken. Daarbij merkt de rechtbank op dat verdachte heeft verklaard dat hij het fietsslot heeft geopend  met een loopsleutel. Diefstal door middel van een valse sleutel is echter niet ten laste gelegd. Gekwalificeerde diefstal kan daarom niet worden bewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 8 mei 2025 te Nijmegen</para>
      <para>een accu (van een elektrische bakfiets), <emphasis role="strike-through">in elk geval enig goed, </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">dat/</emphasis>die <emphasis role="strike-through">geheel of ten dele</emphasis> aan [aangever 1] , <emphasis role="strike-through">in elk geval aan een ander </emphasis>toebehoorde<emphasis role="strike-through">(n) </emphasis></para>
      <para>heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, </para>
      <para>terwijl verdachte <emphasis role="strike-through">zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of </emphasis></para>
      <para>die weg te nemen accu onder zijn bereik heeft gebracht door middel van <emphasis role="strike-through">braak en/of</emphasis> verbreking;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 14 maart 2025 te Malden, gemeente Heumen</para>
      <para>een elektrische fiets (merk/type: Batavus Finez E-Go), <emphasis role="strike-through">in elk geval enig goed, </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">dat/</emphasis>die <emphasis role="strike-through">geheel of ten dele</emphasis> aan [aangever 2] <emphasis role="strike-through">, in elk geval aan een ander</emphasis> toebehoorde<emphasis role="strike-through">(n)</emphasis></para>
      <para>heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen<emphasis role="underline">,</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">die weg te nemen fiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">diefstal.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een onvoorwaardelijke maatregel tot</para>
      <para>plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) wordt opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft verzocht een voorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen en verdachte nog een kans te geven. Verdachte is gemotiveerd voor klinische opname en een voorwaardelijk kader is daarbij een goede stok achter de deur. Het aantal vermogensdelicten dat verdachte pleegt is dalende zodat geen sprake (meer) is van stelselmatige overlast. Diefstal van een elektrische fiets en een accu zijn geen ernstige feiten. Verdachte is nog nooit behandeld in verband met zijn problematiek en heeft daarvoor ook geen hulpverlening gehad. Hoewel verdachte in het verleden hulpmijdend is geweest, wil verdachte op dit moment wel hulp. Een onvoorwaardelijke ISD-maatregel is daarom strijdig met het beginsel van subsidiariteit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een elektrische fiets en een accu van een elektrische bakfiets. Het slot van de accu had hij met gereedschap open gewrikt, waardoor er ook schade aan de behuizing van de accu is ontstaan. De gedupeerden hadden hun fietsen afgesloten geparkeerd bij een winkelcentrum. Verdachte heeft, terwijl zij boodschappen deden, hun kostbare spullen gestolen om te verkopen en zo snel geld te verdienen. Daarbij komt dat het om essentiële vervoersmiddelen gaat die op dat moment niet meer gebruikt kunnen worden door de eigenaren. Verdachte heeft hiermee gezorgd voor veel schade en overlast voor de betrokkenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van het reclasseringsrapport van 25 juli 2025 over verdachte. Beschreven is dat sprake is van een langdurig, uitgebreid en hardnekkig delictpatroon. Reden waarom verdachte is besproken in het Zorg- en Veiligheidshuis Nijmegen, waar hij bekend staat als een zorgmijdende, stelselmatige dader. Belangrijke risicofactoren zijn de financiële situatie van verdachte, het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats, langdurig middelengebruik en zijn pro-criminele houding. De reclassering acht een streng en langdurig kader nodig om het hoge risico op delictgedrag te beheersen. Ambulante behandeling volstaat niet. Alleen klinische behandeling heeft kans van slagen. In het verleden heeft verdachte consequent geen medewerking verleend aan reclasserings- en hulpverleningstrajecten waardoor de opgelegde interventies niet van de grond zijn gekomen. De reclassering twijfelt daarom of zijn recente motivatie voor klinische behandeling in een voorwaardelijk kader intrinsiek is of dat deze voortkomt uit de omstandigheid dat een ISD-maatregel boven zijn hoofd hangt. Gelet op de twijfels over de haalbaarheid van een voorwaardelijk traject en over de uitvoerbaarheid van een eventueel plan van aanpak, heeft de reclassering de oplegging van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel geadviseerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De ISD-maatregel kan worden opgelegd als aan een aantal voorwaarden is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 38m, eerste lid, onder 1° en 2°, van het Wetboek van Strafrecht en de voorwaarden zoals die zijn opgenomen in de Richtlijn van het Openbaar Ministerie voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers. De bewezenverklaarde feiten zijn misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Verdachte is in de vijf jaren voorafgaande aan deze feiten (meer) dan drie keer wegens een misdrijf onherroepelijk veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf, dan wel een taakstraf. Gelet op de persoon van verdachte, zoals beschreven in het reclasseringsrapport, en de vele veroordelingen die hij op zijn naam heeft staan, moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte opnieuw een misdrijf zal begaan. Daar verdachte keer op keer voor schade en overlast zorgt, moet de maatschappij tegen hem worden beschermd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft een voorwaardelijke ISD-maatregel overwogen als door de verdediging bepleit, maar acht dit geen haalbare optie. Voorop staat dat er geen bijzondere voorwaarden zijn geadviseerd vanuit de reclassering. Hierdoor kan de rechtbank op dit moment geen klinische behandeling opleggen, terwijl deze behandeling noodzakelijk is om het recidiverisico terug te dringen. Voorts, in het geval de reclassering zou worden gevraagd een plan van aanpak op te stellen, brengt dit traject naar het oordeel van de rechtbank te veel onzekerheden met zich. Er moet daarvoor onderzoek plaatsvinden door het NIFP nu recente diagnostiek ontbreekt en daarnaast staat niet vast dat er een indicatiestelling zal worden afgegeven en dat binnen afzienbare tijd een geschikte kliniek wordt gevonden met een beschikbare behandelplek. Alleen het proces voor het opstellen van een plan van aanpak duurt hierdoor al maanden, waarna een langdurig en intensief behandeltraject nog moet beginnen. Mede gelet op de jarenlange afwijzende houding van verdachte ten opzichte van interventies, heeft de rechtbank niet het vertrouwen dat verdachte de benodigde motivatie heeft om dit behandeltraject al die tijd vol te kunnen houden, zelfs niet als hem een ISD-maatregel boven zijn hoofd hangt.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op al het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel passend en noodzakelijk is. Dat klinische behandeling tot nu toe niet van de grond is gekomen, is enkel te wijten aan de niet meewerkende opstelling van verdachte. Eerdere veroordelingen hebben hem er kennelijk ook niet van weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen. Er zijn geen andere alternatieven zodat een onvoorwaardelijke ISD-maatregel een ultimum remedium is. Naar het oordeel van de rechtbank eist de veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal de ISD-maatregel opleggen voor de duur van twee jaar. De rechtbank ziet geen aanleiding om te bepalen dat de voorlopige hechtenis op de duur van de maatregel in mindering wordt gebracht, dit om de behandel- en resocialisatiemogelijkheden in het kader van de op te leggen maatregel niet te doorkruisen. Verder overweegt de rechtbank dat verdachte ook gedurende een onvoorwaardelijke ISD-maatregel hulp kan krijgen en kan werken aan de door hem ter terechtzitting verklaarde intentie om wat van zijn leven te maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu aan verdachte een onvoorwaardelijke ISD-maatregel wordt opgelegd, wordt het verzoek van de raadsman om opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>De beoordeling van de civiele vorderingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [aangever 1] heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.056,60 aan materiële schade. De schade bestaat uit € 749,- voor een nieuwe accu, € 31,10 voor een nieuwe behuizing van het accuslot in verband met herstel, € 47,50 aan arbeidskosten en € 229,- voor een extra slot om de accu. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [aangever 2] heeft in verband met feit 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.024,75 aan materiële schade. De schade bestaat uit de kosten voor de aanschaf van een nieuwe fiets van € 2.516,50, waarop de uitkering van de verzekering voor de gestolen fiets, een bedrag van € 1.491,75, in mindering is gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder hebben de benadeelde partijen verzocht om toekenning van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunten</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen kunnen worden toegewezen, met uitzondering van de door [aangever 1] gevorderde schade voor een extra accuslot. Voorts heeft de officier van justitie toekenning van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [aangever 1] heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de post voor een extra accuslot moet worden afgewezen omdat de schadevergoeding niet méér mag bedragen dan de daadwerkelijk geleden schade. Voor de overige schade is verzocht om matiging vanwege de vermoedelijke ouderdom van de fiets en daarmee de accu. </para>
      <para>De vordering van benadeelde partij [aangever 2] moet volgens de raadsman worden afgewezen omdat gezien de leeftijd van de weggenomen fiets, alleen de vervangingswaarde voor vergoeding in aanmerking komt en deze al is uitgekeerd door de verzekering.  </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overweging van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vordering benadeelde partij [aangever 1]</emphasis>
      </para>
      <para>Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij [aangever 1] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat de schadepost voor een extra slot om nieuwe diefstal van de accu te bemoeilijken, niet kan worden aangemerkt als rechtstreekse schade in de zin van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en daarom niet toewijsbaar is. De overige schade acht de rechtbank voldoende onderbouwd en redelijk. Uit hetgeen de benadeelde partij ter zitting gemotiveerd naar voren heeft gebracht, volgt dat de accu ten tijde van de diefstal circa één jaar oud was. De rechtbank ziet dan ook geen grond voor matiging. </para>
      <para>De rechtbank zal de vordering toewijzen tot € 827,60, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 mei 2025, de datum van het feit. Voor het overige deel van de vordering zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren. Zij kan dit deel van de vordering nog voorleggen aan de civiele rechter. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht het wenselijk dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan benadeelde [aangever 1] bevordert. De rechtbank zal daarom aan verdachte de maatregel tot schadevergoeding ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen tot € 827,60, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 mei 2025. Toegekende proceskosten, tot nu toe begroot op nul, zijn daar niet bij ingegrepen. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 16 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vordering benadeelde partij [aangever 2]</emphasis>
      </para>
      <para>Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [aangever 2] overweegt de rechtbank als volgt. Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Uit hetgeen ter zitting is besproken volgt dat de fiets ruim 3 jaar oud was ten tijde van de diefstal. Gelet hierop komt alleen de vervangingswaarde en niet de nieuwwaarde van de fiets voor vergoeding in aanmerking. Vast staat dat de verzekering een vergoeding van </para>
      <para>€ 1.491,75 heeft uitgekeerd aan benadeelde. Nu de vervangingswaarde van de fiets kennelijk reeds door de verzekering is vergoed, moet de benadeelde niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Zij kan de vordering nog voorleggen aan de civiele rechter. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Beslag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal de teruggave van de in beslag genomen tang (goednummer 3449399) aan verdachte gelasten omdat geen sprake is van de gevallen als genoemd in de artikelen 33a of 36c, waardoor de tang niet voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer in aanmerking komt. Daarbij overweegt de rechtbank dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte dit voorwerp heeft gebruikt bij het plegen van het bewezenverklaarde. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 21.001888.23)</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij onherroepelijk geworden arrest van hof Arnhem-Leeuwarden van 25 juli 2024 is verdachte ter zake van vermogensdelicten veroordeeld tot (onder meer) een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken met een proeftijd van 2 jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan  soortgelijke strafbare feiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de rechtbank aan verdachte een ISD-maatregel oplegt, acht zij het – evenals de officier van justitie – niet opportuun om daarnaast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf te gelasten. De rechtbank zal de vordering daarom afwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 38m, 38n, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>12</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> legt op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaar;</para>
    <para />
    <para> wijst af het verzoek tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">vordering benadeelde partij [aangever 1]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte in verband met feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij <emphasis role="bold">[aangever 1]</emphasis> van € 827,60 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 mei 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;</para>
    <para />
    <para> verklaart de benadeelde partij <emphasis role="bold">[aangever 1] </emphasis>voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade;</para>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij [aangever 1] in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 1] , een bedrag te betalen van € 827,60 aan materiële schade. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 mei 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 16 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">vordering benadeelde partij [aangever 2]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> verklaart de benadeelde partij <emphasis role="bold"> in</emphasis> verband met feit 2 niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> gelast de teruggave van de tang (goednummer 3449399) aan verdachte;</para>
    <bridgehead role="italic">vordering na voorwaardelijke veroordeling</bridgehead>
    <para />
    <para> wijst af de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de bij arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 25 juli 2024 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 4 weken in parketnummer 21-001888-23.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Veldhuizen, voorzitter, en mr. E.H.T. Rademaker en </para>
              <para>A. Bril, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 augustus 2025.                                                   </para>
              <para />
              <para>De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_1362599b-356c-4874-9810-46ddc1fa785a" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025214093, gesloten op 10 mei 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>