<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:11906</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-26T15:51:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/05/442385 / HA ZA 24-521</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11906">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11906</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-26T15:51:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:11906 Rechtbank Gelderland , 22-10-2025 / C/05/442385 / HA ZA 24-521</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:11906:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geschil over advieswerkzaamheden voor realiseren bouwwerken die op last van de gemeente moeten worden verwijderd. Geen overeenkomst tot stand gekomen met inhoud die eiser stelt. Vorderingen afgewezen. Reconventionele vorderingen tot opheffing beslag en vergoeding van schade door onrechtmatig gelegd beslag toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:11906:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Gelderland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/05/442385 / HA ZA 24-521</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 22 oktober 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam eiser in conventie / verweerder in reconventie]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij in conventie,</para>
      <para>verwerende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser in conventie] ,</para>
      <para>advocaat: mr. A.M. Smetsers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam gedaagde in conventie / eiser in reconventie]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij in conventie,</para>
      <para>eisende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde in conventie] ,</para>
      <para>advocaat: mr. W. Blansjaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 19 februari 2025 en de daarin genoemde stukken;</para>
      <para>- de akte met aanvullende producties 18 tot en met 23 van [eiser in conventie] van 6 juni 2025;</para>
      <para>- de akte met aanvullende producties 26 en 27 van [gedaagde in conventie] van 10 juni 2025;</para>
      <para>- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 18 juni 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser in conventie] is eigenaar van het perceel aan de [adres] te [plaatsnaam] . Het perceel valt onder het bestemmingsplan ‘Buitengebied [regio] ’ en heeft deels de bestemming ‘Wonen’ en deels de bestemming ‘Agrarisch met waarden – natuur- en landschapswaarden’. Op het perceel staan meerdere opstallen, waaronder het woonhuis van [eiser in conventie] en een schuur die is verbouwd tot ‘bed and breakfast’.  </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde in conventie] exploiteert onder de naam [bedrijfsnaam] een eenmanszaak die diensten aanbiedt op het gebied van bouwkundig advies. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Medio 2019 hebben partijen met elkaar gesproken over door [gedaagde in conventie] voor [eiser in conventie] uit te voeren advieswerkzaamheden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij de stukken bevindt zich een offerte van [gedaagde in conventie] van 24 juni 2019, geadresseerd aan [eiser in conventie] , voor <emphasis role="italic">‘het verzorgen van het bouwkundig teken- en advieswerk inzake het realiseren van een chalet en het verbouwen van de garage naar twee zelfstandige wooneenheden’</emphasis>. In de offerte zijn deze twee werkzaamheden uitgesplitst in verschillende posten met daarbij steeds een bedrag aan kosten. Ten aanzien van de werkzaamheden voor de nieuwbouw van een chalet is het volgende opgenomen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Post A onderzoek bestemmingsplan chalet		€ 425,-</emphasis>
        </para>
        <para>- Opvragen bestemmingsplan. </para>
        <para>- Bepalen gebruiks- en bouwmogelijkheden van het chalet.</para>
        <para>- Onderzoeken mogelijkheden vergunningsvrij bouwen.</para>
        <para>- Opstellen rapportage.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Post B Ontwerp						€ 1.360,-</emphasis>
        </para>
        <para>- Ontwerpen chalet op basis van mogelijkheden bestemmingsplan en/of</para>
        <para>vergunningsvrij bouwen.</para>
        <para>- Bespreken ontwerp met klant.</para>
        <para>- Indien een vergunning noodzakelijk is aanvragen vooroverleg ten aanzien</para>
        <para>van bestemmingsplan en welstand.</para>
        <para>- Overleg met gemeente, ODRN en welstandcommissie.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Post C aanvraag omgevingsvergunning			€ 1.360,-</emphasis>
        </para>
        <para>- Indien de aanvraag niet vergunningsvrij mogelijk is uitwerken van het</para>
        <para>ontwerp tot een aanvraag omgevingsvergunning.</para>
        <para>- Constructieberekening en tekening.</para>
        <para>- Overige noodzakelijke bescheiden ten behoeve van de aanvraag</para>
        <para>omgevingsvergunning.</para>
        <para>- Indienen aanvraag om omgevingsvergunning.</para>
        <para>- Overleg met gemeente, ODRN en welstandcommissie.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 27 juni 2019 heeft [gedaagde in conventie] een ‘investeringsraming’ opgemaakt op naam van [eiser in conventie] , met de tekst: “Project: [adres] (chalet)”. De totaal geraamde kosten bedragen </para>
        <para>€ 94.434,45 inclusief btw. In het document is verder, voor zover relevant, het volgende opgenomen:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">2. Bouwkosten </emphasis>
        </para>
        <para>	Bouwkosten post 1 				volgens budgetraming	€ 67.000,00</para>
        <para>	(...)</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">3. Inrichtingskosten</emphasis>
        </para>
        <para>	Keuken						in bouwkosten</para>
        <para>	Stoffering verblijfs- en verkeersruimten € 30,-/m2	in bouwkosten</para>
        <para>	Meubels</para>
        <para>	Openhaard / gashaard / houtkachel</para>
        <para>	(...)</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">4. Voorbereidings- en begeleidingskosten</emphasis>
        </para>
        <para>	(...)</para>
        <para>	Architect					teken/ en advieswerk	€ 3.145,00</para>
        <para>	Stedebouwkundigen</para>
        <para>	(...)</para>
        <para>	Wijziging bestemmingsplanprocedures		LET OP! Dit is nog niet opgenomen</para>
        <para>	(...)</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">5. Heffingen</emphasis>
        </para>
        <para>	(...)</para>
        <para>	Leges omgevingsvergunning			2,00%			€ 3.225,00</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Op 10 augustus 2019 heeft [gedaagde in conventie] een factuur aan [eiser in conventie] gestuurd voor “bouwkundig teken- en advieswerk inzake de [adres] [plaatsnaam] ” voor een bedrag van € 815,75 inclusief btw. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Bij e-mailbericht van 1 november 2019 heeft [gedaagde in conventie] een factuur aan [eiser in conventie] verstuurd voor “het verzorgen van de kadastrale splitsing van het perceel” voor een bedrag van € 420,00 inclusief btw. In het e-mailbericht heeft [gedaagde in conventie] het volgende geschreven:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>	‘Ik heb een factuur van het kadaster ontvangen voor de kadastrale splitsing.</para>
        <para>Hierbij mijn factuur hiervoor.</para>
        <para>Ik ga het rapport nu aanpassen.</para>
        <para>Zodra dit gereed is maken we een afspraak en kunnen we het nog even doornemen alvorens het vooroverleg aan te vragen.’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Bij e-mailbericht van 4 november 2019 heeft [gedaagde in conventie] [eiser in conventie] een adviesrapport en tekeningen gestuurd ten aanzien van de garage (in deze procedure aangeduid als ‘het bijgebouw’). Hij heeft in het bericht het volgende geschreven:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘Hierbij het aangepaste rapport en tekening om van het bijgebouw een zelfstandige woning te maken.</para>
        <para>Indien je hiermee akkoord bent kan ik op basis van deze stukken het vooroverleg aanvragen.’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Medio 2022 heeft [eiser in conventie] op het achterste deel van zijn perceel een chalet (dat dienst doet als accommodatie voor een bed and breakfast, hierna ook: B&amp;B), een zwembad, een sauna, een overdekte looproute en erfafscheidingen gerealiseerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Bij e-mailbericht van 2 juni 2023 heeft [gedaagde in conventie] een makelaarskantoor (en [eiser in conventie] in cc) als volgt bericht:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>	‘ [eiser in conventie] heeft mij gevraag contact met u op te nemen inzake de B&amp;B aan de [adres]</para>
        <para> in [plaatsnaam] .</para>
        <para>In 2020 is een omgevingsvergunning verleend voor de B&amp;B in de voormalige garage</para>
        <para>naast de woning.</para>
        <para>Deze vergunning is door de Omgevingsdienst afgehandeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De blokhut achter de woning is vergunningsvrij geplaats, een vergunning is dus ook</para>
        <para>niet aanwezig.</para>
        <para>De bedoeling was destijds dat de blokhut voor privé gebruik zou zijn.’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Bij e-mailbericht van 6 september 2023 heeft [gedaagde in conventie] [eiser in conventie] als volgt bericht:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>	‘De tekst in de brief is niet helemaal juist. </para>
        <para>	Hierbij de gecorrigeerde alinea. </para>
        <para>Voorafgaand aan de bouw van de blokhut is uitvoerig ter plaatse overleg geweest met dhr [gedaagde in conventie] van [bedrijfsnaam] te [plaatsnaam] over het bouwen van de blokhut die vergunningsvrij mag worden neergezet binnen de bestemming “wonen”.’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>Bij e-mailbericht van 7 september 2023 heeft [eiser in conventie] daarop gereageerd met <emphasis role="italic">‘ok dank zal het aanpassen (...).’</emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>Bij brief van 18 april 2024 heeft de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (hierna: ODRN) [eiser in conventie] , voor zover relevant, als volgt bericht:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘Uit de inspectie is gebleken dat er een bijgebouw (met daarin een bed and breakfast), een sauna, een tunnel (overdekte looproute), een zwembad en erfafscheidingen op het perceel aanwezig zijn. U heeft hiervoor echter geen vergunning aangevraagd of verkregen. Daardoor is er sprake van een illegale situatie en zijn wij van plan om handhavend op te treden. </para>
        <para>(...)</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Legalisatieonderzoek</emphasis>
        </para>
        <para>(...)</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Principeverzoek</emphasis>
        </para>
        <para>Op 20 november 2023 heeft u een principeverzoek ingediend bij de gemeente [gemeentenaam] . Het college van burgemeester en wethouders besloot op 27 februari 2024 om niet in te stemmen met uw verzoek tot legalisatie. De redenen hiervoor waren als volgt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>U bouwde de voorziening in de bestemming 'Agrarisch met waarden – natuur en landschapswaarden'. Er is in deze bestemming geen bouwvlak aanwezig. Dit betekent dat er geen bouwwerken gerealiseerd mogen worden. Zelfs als u de voorzieningen binnen uw woonbestemming zou bouwen, is er teveel bebouwing aanwezig op uw perceel. We vinden het toevoegen van bebouwing in het buitengebied niet gewenst.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarnaast bieden we ruimte voor een B&amp;B bij woningen en agrarische bedrijven. Een B&amp;B zien we als een nevenactiviteit. Dit betekent dat de B&amp;B ondergeschikt is aan de hoofdfunctie. In uw situatie is de hoofdfunctie wonen. Om te borgen dat een activiteit ondergeschikt blijft, stellen we in ons beleidskader Recreatie en Horeca in het buitengebied regels. Een B&amp;B mag twee logeereenheden hebben en een maximaal oppervlak van 70 m2. Het toevoegen van een derde logeereenheid met een dergelijk oppervlak vinden</para>
        <para>we niet passend bij een woning.</para>
        <para>(...)</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit betekent dat de situatie op uw perceel niet legaliseerbaar is middels vergunningverlening achteraf. </para>
        <para>(...)</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het voorgenomen besluit</emphasis>
        </para>
        <para>Wij zijn van plan u te verplichten om binnen twaalf weken na verzending van het besluit last onder dwangsom de overtredingen met de Omgevingswet blijvend te beëindigen op het perceel gelegen aan de [adres] te [plaatsnaam] . </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit kunt u doen door de volgende herstelmaatregel:</para>
        <para>	1. Het verwijderen en het vervolgens verwijderd houden van de volgende bouwwerken:</para>
        <para>- het bijgebouw (met daarin een bed and breakfast);</para>
        <para>- de sauna;</para>
        <para>- de tunnel (overdekte looproute);</para>
        <para>- het zwembad;</para>
        <para>- de erfafscheidingen. (...)’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>Op 1 mei 2024 heeft [eiser in conventie] een zienswijze ingediend tegen het hiervoor genoemde voorgenomen besluit en daarin meegedeeld dat hij per 31 augustus 2024 het gebruik van het bijgebouw als derde bed and breakfast zal beëindigen en de sauna, de tunnel (overdekte looproute), overkapping en de erfafscheidingen zal afbreken. Verder heeft hij meegedeeld dat hij een nieuw principeverzoek zal indienen om het achterste deel van het perceel van bestemming te laten wijzigen naar de bestemming ‘wonen’ en om het bijgebouw en het zwembad te legaliseren binnen die besteming. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <para>Bij brief van 11 juni 2024 heeft de ODRN [eiser in conventie] , samengevat, bericht dat zij het plan om een nieuw principeverzoek in te dienen heeft voorgelegd aan de afdeling ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente [gemeentenaam] en te horen heeft gekregen dat het college niet bereid is om medewerking te verlenen aan het legaliseren van het bijgebouw, zelfs niet als deze in de bestemming ‘wonen’ zou liggen, omdat er al een groot bijgebouw op het perceel aanwezig is. Dit betekent dat er geen concreet zicht is op legalisatie, zodat de ODRN blijft bij haar voorgenomen besluit om te gaan handhaven. De begunstigingstermijn wordt aangepast naar 31 oktober 2024. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.16.</nr>
      <para>Bij brief van 29 augustus 2024 heeft de advocaat van [eiser in conventie] [gedaagde in conventie] geïnformeerd over het besluit van de gemeente [gemeentenaam] en hem aansprakelijk gesteld vanwege een ernstig tekortschieten in de uitvoering van de op [gedaagde in conventie] rustende werkzaamheden. [gedaagde in conventie] wordt verzocht contact op te nemen met zijn assuradeur en [eiser in conventie] van een reactie te voorzien. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.17.</nr>
      <para>Bij brief van 24 september 2024 heeft de advocaat van [gedaagde in conventie] op de hiervoor genoemde brief, kort samengevat, gereageerd dat [gedaagde in conventie] aansprakelijkheid afwijst omdat [eiser in conventie] hem een advies heeft laten opstellen aan de hand van een geschetste situatie, maar feitelijk, zonder nader overleg met [gedaagde in conventie] , een andere situatie heeft gerealiseerd zodat de consequenties daarvan voor rekening van [eiser in conventie] komen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.18.</nr>
      <para>Krachtens daartoe op 27 september 2024 verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft [eiser in conventie] conservatoir beslag gelegd op het onverdeelde aandeel van [gedaagde in conventie] in zijn woning en derdenbeslag onder (onder meer) de ING Bank ten laste van [gedaagde in conventie] . </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser in conventie] vordert – zakelijk weergegeven – dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>I. voor recht verklaart dat sprake is geweest van een overeenkomst van opdracht (als bedoeld in titel 7.7 BW) tussen [eiser in conventie] (als opdrachtgever) en [gedaagde in conventie] (als opdrachtnemer), en dat [gedaagde in conventie] op basis daarvan [eiser in conventie] geadviseerd heeft over de planologische (on)haalbaarheid van de plannen van [eiser in conventie] , waarbij het advies dat [gedaagde in conventie] gegeven heeft (in concreto de stelling dat de bouwwerken (de opstal, het zwembad, de overdekte looproute en de erfafscheiding) vergunningvrij konden worden gerealiseerd, en dat de plaats op het perceel van [eiser in conventie] waar deze bouwwerken zouden moeten komen uitdrukkelijk door [gedaagde in conventie] zijn</para>
        <para>aangewezen;</para>
        <para>II. voor recht verklaart dat het advies dat [gedaagde in conventie] gegeven heeft onjuist is geweest en in strijd met hetgeen van een deskundige partij mag worden verwacht;</para>
        <para>III. om die reden voor recht verklaart dat [gedaagde in conventie] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser in conventie] en schadeplichtig is;</para>
        <para>IV. oordeelt dat de omvang van deze schade nader op te maken is bij staat;</para>
        <para>V. [gedaagde in conventie] veroordeelt in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na dagtekening van het vonnis;</para>
        <para>VI. [gedaagde in conventie] veroordeelt in de kosten van het aan deze procedure voorafgaande gelegde conservatoire beslag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na dagtekening van dit vonnis.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser in conventie] legt aan zijn vorderingen, kort samengevat, ten grondslag dat tussen hem en [gedaagde in conventie] een overeenkomst tot stand is gekomen, uit hoofde waarvan [gedaagde in conventie] hem heeft geadviseerd over de haalbaarheid van de bouwplannen. [gedaagde in conventie] is ernstig tekort geschoten in de uitvoering van zijn verplichtingen. Als [gedaagde in conventie] hem juist had geadviseerd, had [eiser in conventie] de bouwwerken niet gerealiseerd, aldus [eiser in conventie] . Hij stelt dan ook dat [gedaagde in conventie] gehouden is de door hem geleden schade te vergoeden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde in conventie] betwist dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen met de inhoud die [eiser in conventie] stelt. Hij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser in conventie] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser in conventie] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser in conventie] in de proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde in conventie] vordert – zakelijk weergegeven – dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>I. [eiser in conventie] veroordeelt alle ten laste van [gedaagde in conventie] gelegde conservatoire beslagen, waaronder onder de ING Bank, de Rabobank, de Volksbank, de ABN Amrobank en op de onroerende zaak aan de [adres] te [plaatsnaam] , binnen zeven dagen na dit vonnis op te (doen) heffen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per dag dat [eiser in conventie] daarmee in gebreke blijft;</para>
        <para>II. [eiser in conventie] veroordeelt tot betaling van de door [gedaagde in conventie] geleden schade van € 660,00, te vermeerderen met wettelijke rente;</para>
        <para>III. [eiser in conventie] veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na dagtekening van dit vonnis.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde in conventie] legt aan de vordering ten grondslag dat, nu de vordering van [eiser in conventie] niet bestaat, sprake is van vexatoir beslag. De beslagen moeten dan ook worden opgeheven. [eiser in conventie] heeft met het leggen van de beslagen onrechtmatig gehandeld en is gehouden de geleden schade van € 660,00 te vergoeden, aldus [gedaagde in conventie] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>
        [eiser in conventie] voert verweer. Bij (gedeeltelijke) toewijzing van de vorderingen in conventie verzoekt hij de rechtbank de reconventionele vorderingen af te wijzen, met veroordeling van [gedaagde in conventie] in de proceskosten. In het geval van afwijzing van de vorderingen in conventie verzoekt hij de rechtbank de beslagen zelf op te heffen. Het opleggen van een dwangsom is volgens hem niet nodig en de hoogte daarvan is buitenproportioneel. [eiser in conventie] betwist dat sprake is van door [gedaagde in conventie] geleden schade als gevolg van het beslag. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Tussen partijen staat in deze procedure vast dat zij medio 2019 contact hebben gehad over door [gedaagde in conventie] in opdracht van [eiser in conventie] uit te voeren (advies)werkzaamheden. Ook staat vast dat [eiser in conventie] in 2022 verschillende bouwwerken heeft gerealiseerd op het achterste deel van zijn perceel, dat op basis van het geldende bestemmingsplan een agrarische bestemming had. Het gaat om een chalet dat dienst deed als accommodatie voor een bed and breakfast, een zwembad, een sauna, een overdekte looproute en verschillende erfafscheidingen (hierna gezamenlijk: de bouwwerken). Niet in geschil is dat voor deze bouwwerken geen omgevingsvergunning is aangevraagd, dat de bouwwerken strijdig waren met het bestemmingsplan en op last van de gemeente weer moesten worden verwijderd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [eiser in conventie] houdt [gedaagde in conventie] in deze procedure aansprakelijk voor de schade die hij als gevolg daarvan heeft geleden. Volgens hem is tussen partijen een overeenkomst tot stand gekomen, op basis waarvan [gedaagde in conventie] zich jegens [eiser in conventie] als raadgevend adviseur heeft verbonden ten aanzien van de bouwkundige, financiële en juridische haalbaarheid van de bouwplannen van [eiser in conventie] . [eiser in conventie] stelt dat bij [gedaagde in conventie] van meet af aan bekend was dat hij een chalet wilde bouwen voor bedrijfsmatig gebruik, namelijk als te verhuren B&amp;B. [gedaagde in conventie] heeft vervolgens het advies gegeven dat de bouwwerken vergunningsvrij konden worden gerealiseerd en de plaats op het perceel daarvoor zelfs specifiek aangewezen. Op dat advies mocht [eiser in conventie] vertrouwen, gelet op de wijze waarop [gedaagde in conventie] zijn bedrijf en expertise presenteert, aldus [eiser in conventie] . Hij stelt dat het advies van [gedaagde in conventie] onjuist en onzorgvuldig is gebleken, zodat [gedaagde in conventie] om die reden is gehouden de kosten voor het verwijderen van alle bouwwerken te vergoeden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde in conventie] heeft dit alles gemotiveerd betwist. Volgens hem is geen overeenkomst tussen partijen tot stand gekomen met de inhoud die [eiser in conventie] stelt. Hij heeft toegelicht dat hij door [eiser in conventie] in eerste instantie is benaderd voor zowel de verbouw van de garage als het realiseren van een chalet, maar dat hij voor het laatstgenoemde onderdeel geen advieswerkzaamheden heeft verricht. Hij heeft, op verzoek van [eiser in conventie] , enkel kosteloos twee globale berekeningen gemaakt die hij niet bij [eiser in conventie] in rekening heeft gebracht. Hij voert aan dat [eiser in conventie] jaren later een veel groter chalet heeft laten bouwen, op een andere locatie en met een andere gebruiksbestemming dan besproken. [gedaagde in conventie] voert aan dat hij hierbij op geen enkele wijze betrokken is geweest, netzomin als bij het zwembad, de sauna, de looproute en de erfafscheidingen. Hij betwist dan ook dat hij aansprakelijk is voor de kosten van verwijdering van de bouwwerken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. Om te kunnen beoordelen of [gedaagde in conventie] jegens [eiser in conventie] is tekortgeschoten en een onjuist advies heeft gegeven, zoals [eiser in conventie] stelt, moet allereerst komen vast te staan wat partijen zijn overeengekomen en wat de rechten en verplichtingen uit die overeenkomst waren. Daarbij geldt dat de stelplicht en bewijslast op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv op [eiser in conventie] rust. [eiser in conventie] beroept zich immers op het bestaan van een overeenkomst en het tekortschieten van [gedaagde in conventie] in een daaruit voortvloeiende verplichting. Het is dan ook aan [eiser in conventie] om voldoende onderbouwd te stellen wat partijen hebben afgesproken over omvang en inhoud van de door [gedaagde in conventie] voor [eiser in conventie] te verrichten werkzaamheden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De rechtbank stelt daarbij het volgende voorop. [eiser in conventie] presenteert in deze procedure, zoals ook blijkt uit zijn onder I. gevorderde verklaring voor recht, alle bouwwerken als één geheel, en stelt dat [gedaagde in conventie] heeft geadviseerd over ‘de plannen’ als ware het één project. [eiser in conventie] heeft echter niet gesteld dat [gedaagde in conventie] advies zou geven over de bouw van een zwembad, sauna, overdekte looproute en erfafscheidingen, en ook in de tussen partijen uitgewisselde documenten en correspondentie wordt hieraan geen woord gewijd. De enkele uitlating van [eiser in conventie] ter zitting dat voor [gedaagde in conventie] steeds duidelijk was welke wensen [eiser in conventie] had, is onvoldoende om [eiser in conventie] ’ voorstelling van zaken omtrent de adviesrelatie aan te nemen. Ter zitting heeft [eiser in conventie] ook niet kunnen toelichten waaruit blijkt dat hij [gedaagde in conventie] heeft betrokken bij deze bouwwerken. Dat hij aan [gedaagde in conventie] heeft gevraagd of hij een bepaald soort zwembad kon laten bouwen, en dat [gedaagde in conventie] daarop heeft geantwoord dat dit vergunningsvrij was zolang het niet overdekt was, is niet voldoende. Uit die enkele opmerking blijkt niet dat voor [gedaagde in conventie] duidelijk was dat een zwembad concreet deel uitmaakte van de bouwplannen van [eiser in conventie] en al helemaal niet dat partijen daarover advieswerkzaamheden waren overeengekomen. Ten aanzien van de overige bouwwerken heeft [eiser in conventie] in het geheel niet toegelicht wat partijen daarover hebben besproken en wanneer. Dat het zwembad, de sauna, de looproute en de erfafscheidingen deel uitmaakten van een overeenkomst van opdracht tussen partijen, kan dus niet worden aangenomen. Daarmee ontbreekt de grondslag voor toewijzing van de vorderingen van [eiser in conventie] voor zover zij op deze bouwwerken zien. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Ten aanzien van het chalet geldt het volgende. [gedaagde in conventie] heeft gemotiveerd betwist dat partijen daarover advieswerkzaamheden zijn overeengekomen. Hij heeft aangevoerd dat [eiser in conventie] hem in eerste instantie heeft benaderd voor twee separate zaken: het wijzigen van de bestemming van een bijgebouw (de garage), waarin [eiser in conventie] twee wooneenheden wilde realiseren, en het bouwen van een chalet van 60m2. Volgens [gedaagde in conventie] heeft hij daarop de in het geding gebrachte offerte (zie r.ov. 2.4) uitgebracht en hebben partijen ten aanzien van de garage een overeenkomst gesloten, uit hoofde waarvan [gedaagde in conventie] werkzaamheden heeft verricht en in rekening heeft gebracht bij [eiser in conventie] . [gedaagde in conventie] heeft verwezen naar het uitvoerige adviesrapport dat hij voor de bestemmingswijziging van de garage heeft opgesteld. Dat is anders voor het chalet, aldus [gedaagde in conventie] . [eiser in conventie] heeft dat onderdeel van de offerte niet geaccepteerd en hem gevraagd alleen globaal de kosten te begroten voor het vergunningsvrij bouwen van een chalet van 60m2. [gedaagde in conventie] diende er daarbij, zo voert hij aan, vanuit te gaan dat het chalet voor privégebruik zou zijn, dat de bestaande schuur van 15m2 zou worden afgebroken en dat het chalet op het deel van het perceel zou komen waar de woonbestemming gold. [gedaagde in conventie] heeft ter onderbouwing van zijn standpunt verwezen naar het document ‘investeringsraming’ (zie r.ov. 2.4) en naar een door hem overgelegde ‘QuickScan’. Volgens [gedaagde in conventie] heeft hij, onbetaald en onverplicht, voor [eiser in conventie] een berekening gemaakt van de kosten en de totale toegestane bebouwing op het perceel. Hij heeft ook een grove schets gemaakt van een chalet van 60m2, waarna zijn bemoeienis met dit deel van de bouwplannen van [eiser in conventie] ophield, aldus [gedaagde in conventie] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>
        [eiser in conventie] heeft tegen dit betoog van [gedaagde in conventie] onvoldoende ingebracht. Hij heeft weliswaar, pas tijdens de mondelinge behandeling, aangevoerd dat hij de door [gedaagde in conventie] overgelegde offerte nooit heeft ontvangen, maar hij heeft niet weersproken dat [gedaagde in conventie] ten aanzien van de garage een uitvoerig adviesrapport heeft opgeleverd en ten aanzien van het chalet slechts de investeringsraming, de QuickScan en de grove schets aan hem heeft overhandigd. [eiser in conventie] heeft evenmin voldoende weersproken dat [gedaagde in conventie] deze werkzaamheden (in tegenstelling tot de werkzaamheden voor de garage) niet in rekening heeft gebracht. Dat [eiser in conventie] hiervoor zou hebben betaald, blijkt ook onvoldoende uit de facturen van [gedaagde in conventie] die in de procedure zijn overgelegd. Op de eerste factuur staat dat het werkzaamheden betreft voor ‘ [adres] ’. [gedaagde in conventie] heeft onweersproken aangevoerd dat dit de kosten betreffen van de advieswerkzaamheden voor de garage. De andere factuur is specifiek voor het verzorgen van de splitsing van de percelen. [eiser in conventie] heeft weliswaar gesteld dat deze splitsing nodig was voor de bouw van het chalet als derde B&amp;B, maar dat blijkt nergens uit. In het adviesrapport voor de garage is immers uiteengezet dat splitsing noodzakelijk was omdat [eiser in conventie] in de garage twee wooneenheden wilde realiseren, hetgeen vanwege het geldende bestemmingsplan niet mogelijk was op één perceel. [eiser in conventie] heeft verder niets overgelegd wat erop wijst dat [gedaagde in conventie] naast de globale investeringsraming, de QuickScan en de schets ook meer uitvoerige en betaalde advieswerkzaamheden voor het chalet heeft uitgevoerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Uit de inhoud van de genoemde stukken valt ook niet af te leiden dat [gedaagde in conventie] verdergaande advieswerkzaamheden ten aanzien van het chalet heeft verricht. Op de investeringsraming zijn slechts enkele posten ingevuld. Bij de post ‘stedenbouwkundige’ is niets opgenomen en bij de post ‘wijziging bestemmingsplanprocedures’ staat een waarschuwing dat hier nog niets is opgenomen (en overigens ook geen advies dat een wijziging niet nodig zal zijn). De post ‘leges omgevingsvergunning’ is daarentegen wel ingevuld met een bedrag. Daaruit blijkt ook niet dat [gedaagde in conventie] , na onderzoek te hebben gedaan, [eiser in conventie] heeft geadviseerd dat het chalet vergunningsvrij mocht worden geplaatst. Ook uit de QuickScan volgt niet dat [gedaagde in conventie] zou adviseren over de planologische haalbaarheid van het chalet dat uiteindelijk is gerealiseerd, te weten een chalet van 94m2 dat dienst deed als B&amp;B en in de agrarische bestemming is gebouwd. In de QuickScan staat bij het bebouwingsgebied immers <emphasis role="italic">‘achtererfgebied (woonfunctie)’</emphasis>. Bij de berekening is een chalet van 60m2 als nieuw bouwwerk vermeld en ook is genoemd dat de bestaande schuur wordt afgebroken. Ten slotte vormt de aangeleverde tekening van [gedaagde in conventie] ook onvoldoende onderbouwing voor de stellingen van [eiser in conventie] . [gedaagde in conventie] heeft onweersproken toegelicht dat dit slechts een grove schets betreft, waarmee [eiser in conventie] prijzen voor een prefab chalet kon opvragen bij leveranciers. [gedaagde in conventie] heeft verwezen naar de tekening die zich bij de stukken bevindt, met als datum 10 juli 2019. Daarop is enkel een voor-, zij- en achteraanzicht van een chalet te zien en een plattegrond. In de tekening zijn, zoals [gedaagde in conventie] onweersproken aanvoert, geen constructieberekeningen, houtafmetingen en informatie over de fundatie of de kapconstructie opgenomen. Dat [gedaagde in conventie] in januari 2022 een aangepaste tekening heeft verzonden, heeft hij verklaard door toe te lichten dat [eiser in conventie] hem plotseling berichtte met de vraag of hij een wijziging in de indeling van het chalet kon doorvoeren. [gedaagde in conventie] heeft dat gedaan en heeft op 12 januari 2022 per e-mail een aangepaste tekening verzonden. [eiser in conventie] heeft dit niet gemotiveerd weersproken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Ten slotte vormt ook de overgelegde correspondentie tussen partijen, waarop [eiser in conventie] zich beroept, onvoldoende onderbouwing voor zijn stellingen. Uit de periode waarin partijen intensiever met elkaar contact hadden, medio 2019, zijn alleen e-mailberichten overgelegd die zien op de werkzaamheden omtrent de garage (zie 2.7 en 2.8). De e-mailberichten van 2 juni en 6 september 2023 (zie 2.10 en 2.11), waarin [gedaagde in conventie] schrijft dat de blokhut vergunningsvrij is geplaatst, hetgeen toegestaan was binnen de woonbestemming, zijn van vier jaar na dato. Het chalet was toen ook al door [eiser in conventie] geplaatst. Daaruit volgt niet dat [gedaagde in conventie] de opdracht had in 2019 specifieke advieswerkzaamheden voor het chalet te verrichten. Uit het bericht blijkt juist dat [gedaagde in conventie] onderscheid maakte tussen de B&amp;B in de voormalige garage van de woning en de blokhut in de tuin, en dat die blokhut volgens [gedaagde in conventie] binnen de bestemming “wonen” vergunningsvrij zou worden neergezet. [eiser in conventie] heeft dat in zijn e-mailbericht als reactie daarop ook niet weersproken, maar enkel geschreven “ok dank zal het aanpassen”. De stelling van [eiser in conventie] dat de opmerking over de woonbestemming niet in de oorspronkelijke mail stond maar later door [gedaagde in conventie] daaraan is toegevoegd, is niet behoorlijk onderbouwd. De rechtbank gaat daaraan dan ook voorbij. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Het voorgaande brengt de rechtbank tot de volgende conclusie. In het licht van de uitvoerige betwisting van [gedaagde in conventie] , die steun vindt in de overgelegde documenten, heeft [eiser in conventie] zijn stellingen onvoldoende feitelijk onderbouwd. Dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen met de inhoud die [eiser in conventie] stelt, namelijk dat [gedaagde in conventie] voor [eiser in conventie] advieswerkzaamheden zou verrichten ten aanzien van de planologische (on)mogelijkheden van het te bouwen chalet, is niet vast komen te staan. Om die reden komt de rechtbank niet toe aan de vragen welk advies [gedaagde in conventie] [eiser in conventie] exact heeft gegeven en of dat advies al dan niet bestuursrechtelijk onjuist is geweest. De afmetingen van het uiteindelijk gebouwde chalet zijn dan niet relevant, en hetzelfde geldt voor het bewijsaanbod van [eiser in conventie] voor zover dat ziet op het verslag van een gesprek tussen partijen in het bijzijn van een architect, omdat dat berust op de hiervoor verworpen stelling dat [gedaagde in conventie] [eiser in conventie] heeft geadviseerd dat het chalet mocht worden geplaatst achter op het perceel. De overgelegde verklaring van de heer [betrokkene] kan het voorgaande niet anders maken. Nog daargelaten dat [gedaagde in conventie] de inhoud en geloofwaardigheid van deze verklaring gemotiveerd heeft betwist, geeft het enkele feit dat [gedaagde in conventie] op het perceel met [eiser in conventie] heeft overlegd geen inzicht in de inhoud van de gestelde overeenkomst. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de getuige zelf verklaart een zakelijke relatie van [eiser in conventie] te zijn, de verklaring pas anderhalf jaar na het gestelde gesprek tussen partijen heeft opgemaakt en verklaart te hebben ‘gezien’ dat partijen aan het overleggen waren over de plaats van de blokhut. Daaruit blijkt niet dat hij het gesprek woordelijk heeft kunnen volgen. Ook blijkt uit de verklaring niet dat de plaats waarover partijen hebben overgelegd in de agrarische bestemming lag, waar [eiser in conventie] later feitelijk heeft gebouwd. [betrokkene] spreekt immers ook van een chalet ‘achter de woning’. Ook om deze redenen acht de rechtbank de verklaring niet van belang. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>De conclusie is dat alle vorderingen Van [eiser in conventie] in conventie zullen worden afgewezen. De verdere standpunten van partijen, onder meer over de hoogte van de door [eiser in conventie] gestelde geleden schade, kunnen onbesproken blijven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <para>
        [eiser in conventie] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde in conventie] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>320,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris advocaat</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.228,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 614,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.548,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>
        [gedaagde in conventie] heeft in reconventie opheffing van de door [eiser in conventie] gelegde conservatoire beslagen gevorderd. Nu de vorderingen van [eiser in conventie] in conventie zullen worden afgewezen, ligt opheffing van de beslagen in de rede, zoals [eiser in conventie] ook heeft erkend. Het gaat om derdenbeslagen op de bankrekeningen van [gedaagde in conventie] , waarvan hij hinder ondervindt. Daarom weegt naar het oordeel van de rechtbank zijn belang bij opheffing van de beslagen zwaarder dan het belang van [eiser in conventie] bij handhaving daarvan, zoals [eiser in conventie] ook niet heeft betwist. [eiser in conventie] heeft de rechtbank, in het geval van afwijzing van de vorderingen in conventie, verzocht de beslagen zelf op te heffen, waartoe de rechtbank ook zal overgaan. Bij de vordering tot het opleggen van een dwangsom ontbreekt dan belang, zodat deze zal worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>Ten aanzien van de door [gedaagde in conventie] gevorderde schadevergoeding van € 660,00 geldt het volgende. [gedaagde in conventie] stelt dat hij als gevolg van het onrechtmatig gelegde beslag de vooraf verschuldigde kosten van een geboekte cruisevakantie niet heeft kunnen voldoen, waardoor hij de vakantie heeft moeten annuleren en de aanbetaling van € 660,00 niet heeft teruggekregen. [eiser in conventie] is uit hoofde van artikel 6:162 BW gehouden die schade te vergoeden, aldus [gedaagde in conventie] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt dat op de beslaglegger een risicoaansprakelijkheid rust voor de gevolgen van het door hem gelegde beslag indien de vordering waarvoor beslag is gelegd geheel ongegrond is. Die situatie doet zich hier voor. [eiser in conventie] heeft echter aangevoerd dat het causaal verband tussen het gelegde beslag en de gestelde schade ontbreekt, nu de volledige som voor de cruisevakantie pas op 28 februari 2025 diende te worden betaald en er daarmee vijf maanden waren gelegen tussen de datum van beslaglegging en de verschuldigdheid van de reissom, in welke periode [gedaagde in conventie] had kunnen proberen de beslagen opgeheven te krijgen. [gedaagde in conventie] heeft daartegenover ter zitting aangevoerd dat de beslagen zijn gelegd op alles wat hij en zijn vrouw hadden, dat hij met zijn rug tegen de muur stond, dat hij had gespaard voor de inkomstenbelasting, dat hij die belasting niet kon betalen door het beslag, dat hij noodgedwongen een krediet moest nemen en bij familie moest bedelen, en dat hij de financiële sores bijna niet meer te boven kwam. Dat alles is door [eiser in conventie] verder niet meer weersproken. Verder heeft [gedaagde in conventie] met recht aangevoerd dat de schadebeperkingsplicht van [gedaagde in conventie] niet zover gaat dat een kort geding moet worden gestart om een onrechtmatig beslag op te laten heffen. Het causale verband tussen het onrechtmatig gelegde beslag en de door [gedaagde in conventie] gestelde schade van € 660,00, welke schade als zodanig niet is bestreden, staat dus vast. De vordering van [gedaagde in conventie] wordt toegewezen. De gevorderde wettelijke rente is niet afzonderlijk betwist en wordt eveneens toegewezen vanaf 3 oktober 2024, de datum van beslaglegging.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.17.</nr>
      <para>
        [eiser in conventie] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde in conventie] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris advocaat</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>307,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(1 punt × factor 0,5 × € 614,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>307,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.18.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van [eiser in conventie] af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser in conventie] in de proceskosten van € 1.548,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser in conventie] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser in conventie] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>heft op alle ten laste van [gedaagde in conventie] gelegde conservatoire beslagen, waaronder onder de ING Bank, de Rabobank, de Volksbank, de ABN Amrobank en op de onroerende zaak aan de [adres] te [woonplaats] ,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser in conventie] tot betaling van € 660,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 oktober 2024;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser in conventie] in de proceskosten van € 307,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser in conventie] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser in conventie] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Dit vonnis is gewezen door mr. D. Rijpma en in het openbaar uitgesproken en ondertekend door mr. I.W.M. Olthof op 22 oktober 2025.</para>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>