<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:11838</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-12T13:51:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11431084 \ CV EXPL 24-9748</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11838">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11838</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-12T13:50:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:11838 Rechtbank Gelderland , 05-11-2025 / 11431084 \ CV EXPL 24-9748</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:11838:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huurrecht woonruimte. Vervolg op ECLI:NL:RBGEL:2025:11837. Eindvonnis na bewijslevering. Vordering voorzetting huur (7:268 lid 2 BW) afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:11838:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">GELDERLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11431084 \ CV EXPL  24-9748</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 5 november 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      <nr>1</nr> [naam eiser 1]</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">2 2. [naam eiser 2] , </bridgehead>
    <parablock>
      <para>laatstgenoemde wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partijen,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser 1] , [eiser 2] en gezamenlijk [eisers] .</para>
      <para>gemachtigde: mr. K.T. Ghaffari,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING VIVARE</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Arnhem,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Vivare,</para>
      <para>gemachtigde: mr. B.H.H.M. Ramakers.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- het tussenvonnis van 6 augustus 2025<?linebreak?>- de akte van [eisers] .<?linebreak?>- de akte van Vivare.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling van geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis</para>
        <para>van 6 augustus 2025. Bij dat vonnis is [eiser 2] toegelaten tot bewijslevering van de stelling dat hij samen met [eiser 1] een duurzame gemeenschappelijke huishouding voerde.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In zijn akte heeft [eiser 2] vijftien foto’s in het geding gebracht waaruit volgens hem voldoende blijkt dat in de periode 2013 tot en met 2018 sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [eiser 2] heeft de volgende toelichting bij de foto’s gegeven:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">’Op foto 1 en 1A is te zien dat de vader in de keuken staat om de afwas te doen. Zowel [eiser 2] als zijn vader kookten om de beurt en deden daarna samen de afwas. Op foto 2, 2A en 2B is te zien dat vader en zoon samen in de woonkamer een maaltijd nuttigen. Maar dat deden ze ook regelmatig met familie (zie foto’s 3, 3A en 3B). </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verder is op foto 4 te zien dat vader en zoon tijdens voetbalwedstrijden van het Nederlands elftal de wedstrijden samen bekeken in de woonkamer van het gehuurde, vaak in het bijzijn van hun familie. Op foto 5 tot en met 9 is te zien dat vader en [eiser 2] de verjaardag van het nichtje van [eiser 2] samen vieren. Verder is op foto 10 te zien dat [eiser 2] met zijn vader en diens vrienden meeging om buiten te wandelen of naar een café te gaan. Dit deden ze regelmatig samen, omdat de vader toen nog mobiel was. Tot slot zijn er nog een aantal foto’s waarop vader en zoon samen te zien zijn en vader met zijn kleinkinderen (foto’s 11 tot en met 15).’</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Vivare stelt zich op het standpunt dat [eiser 2] niet is geslaagd in de opdracht</para>
        <para>om aanvullend bewijs te leveren van de stelling dat hij met [eiser 1] een duurzame gemeenschappelijke huishouding voerde. Vivare betwist dat op de foto’s 1 en 1A te zien is dat de afwas door [eiser 1] wordt gedaan, laat staan dat uit die foto’s blijkt dat [eiser 2] en [eiser 1] om de beurt kookten en de afwas deden. Ook blijkt uit de foto’s 2, 2A en 2B en 3, 3A en 3B niet dat zij gezamenlijk een maaltijd nuttigen,  aldus Vivare. [eiser 2] is op de foto’s namelijk niet zichtbaar. Ook op foto’s 4 en 6 staat [eiser 2] zelf niet. De foto’s 5, 8 en 9 laten enkel zien dat zowel [eiser 2] als [eiser 1] aanwezig zijn op hetzelfde (familie)feest, dit maakt echter niet dat sprake is van een gemeenschappelijke huishouding, aldus wederom Vivare. Foto 10 is onduidelijk en daaruit blijkt ook niet dat [eiser 2] en [eiser 1] regelmatig samen gingen wandelen of naar het café gingen.</para>
        <para>Op de foto’s 11 tot en met 15 staan [eiser 2] en [eiser 1] en ook de kleinkinderen</para>
        <para>van [eiser 1] , hieruit blijkt eveneens niet dat sprake is van een gemeenschappelijke huishouding, aldus Vivare. Ten slotte wijst Vivare op discrepanties tussen stellingen ingenomen door [eiser 2] bij akte en stellingen van hem die zijn ingenomen bij dagvaarding en tijdens de mondelinge behandeling. Het gaat dan vooral om de reden voor het intrekken van [eiser 2] bij [eiser 1] en het jaar waar [eiser 2] bij zijn vader introk.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter overweegt als volgt. [eiser 2] stelt dat hij samen met zijn vader een duurzame gemeenschappelijke huishouding heeft gevoerd. Nu hij zijn vordering hierop baseert, rust op [eiser 2] een verzwaarde stelplicht. Het is gelet hierop aan [eiser 2] om extra goed te motiveren dat hier van sprake is. Pas tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser 2] verklaard dat in het begin sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding tussen hem en [eiser 1] , maar dat daarin eind 2018 een kantelpunt is gekomen toen [eiser 1] ziek werd. Vanaf dat moment was sprake van een éénzijdige zorgrelatie.</para>
        <para>De kantonrechter heeft daarom [eiser 2] in de gelegenheid gesteld aanvullend bewijs te leveren van zijn stelling dat het zorgaspect in de periode 2015 tot 2019 niet de hoofdmoot vormde van de relatie tussen [eiser 2] en [eiser 1] .</para>
        <para>De kantonrechter is van oordeel dat [eiser 2] dit door het enkel in het geding brengen van vijftien foto’s niet heeft aangetoond. Allereerst ontbreekt [eiser 2] op het merendeel van de foto’s. Ten tweede is het lastig om aan de hand van foto’s vast te stellen dat sprake is geweest van een duurzame gemeenschappelijke huishouding, temeer nu Vivare de door [eiser 2] gegeven toelichting bij de foto’s gemotiveerd heeft betwist. Getuigenverklaringen hadden wat dat betreft meer duidelijkheid kunnen verschaffen over de relatie van [eiser 1] en [eiser 2] in de periode 2015 tot 2019. Ten slotte heeft [eiser 2] ook geen duidelijke verklaring gegeven voor het feit dat hij in de dagvaarding nog stelt dat hij naar de ouderlijke woning is teruggekeerd met het doel om voor [eiser 1] te zorgen terwijl hij nu in de akte stelt dat [eiser 1] in 2015 in het geheel niet hulpbehoevend was. Dit rijmt niet met elkaar. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De conclusie is dan ook dat [eiser 2] niet is geslaagd in het leveren van het bewijs. De kantonrechter neemt daarom niet als vaststaand aan dat tussen [eiser 2] en [eiser 1] sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding. Aangezien niet aan de vereisten van artikel 7:268 lid 2 BW is voldaan, zal de kantonrechter overeenkomstig artikel 7:268 lid 3 aanhef en onder a BW de vordering van [eiser 2] afwijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [eisers] . zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Vivare worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>510,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2,5 punten × € 204,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>102,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>612,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Deze veroordeling zal hoofdelijk worden uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van [eisers] . af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eisers] . hoofdelijk in de proceskosten van € 612,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025.</para>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>61389 \ 51588</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>