<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:11756</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-12T10:24:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/030704-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11756">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11756</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-09T11:24:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:11756 Rechtbank Gelderland , 08-09-2025 / 05/030704-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:11756:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling wegens mensensmokkel. Verdachte is behulpzaam geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Duitsland en Nederland, terwijl hij ernstige redenen had te vermoeden dat deze persoon illegaal in Nederland verbleef en het heen en weer reizen ook illegaal was. De rechtbank legt een taakstraf op van 80 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:11756:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05-030704-25</para>
      <para>Datum uitspraak	: 8 september 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1967 in [geboorteplaats] (Nigeria), </para>
      <para>wonende aan [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman: mr. Y. ten Tuijnte, advocaat in Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van </para>
      <para>25 augustus 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 27 januari 2025 te Babberich en/of Zevenaar en/of Amsterdam en/of elders in Nederland en/of Oberhausen en/of Düsseldorf en/of elders in Duitsland, een ander te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- [naam]</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland en/of Duitsland (zijnde andere lidstaten van de Europese Unie), of die [naam] daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl hij, verdachte, wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hebbende hij, verdachte:<?linebreak?>- contact onderhouden en/of afspraken gemaakt over de wijze van (smokkel)transport van die [naam] ,<?linebreak?>- (vervolgens) met een voertuig naar de (verblijf)plaats van die [naam] is gereden/gegaan om hem in zijn/dit voertuig plaats te laten nemen en/of<?linebreak?>- die [naam] in zijn/dit voertuig heeft vervoerd/gereden door Nederland en/of Duitsland met als eindbestemming Nederland.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_8b13c8d6-19d5-4fcb-9820-d402b3e23312" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 27 januari 2025 reed verdachte met zijn auto vanuit Duitsland de Nederlandse grens over. Bij een grenscontrole in Babberich, gemeente Zevenaar, werd het voertuig tot stilstand gebracht en door de Koninklijke Marechaussee gecontroleerd. Naast verdachte zat een passagier die zich legitimeerde als [naam] . Uit onderzoek bleek dat deze persoon in werkelijkheid [naam] was. Verdachte en [naam] verklaarden dat zij uit Düsseldorf kwamen en nu onderweg waren naar Amsterdam.<footnote-ref linkend="_a62d9790-d92a-4dd5-9d65-78e11e5dc4e4" /></para>
      <para>
        [naam] was in het bezit van een Ghanees paspoort en een Nederlands Schengen visum dat sinds 13 maart 2023 verlopen was. Zijn verblijf in Nederland, dan wel in de Europese Unie was dus illegaal.<footnote-ref linkend="_00420312-ebdf-4759-8ee5-f0b3c71d77c4" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Hiertoe is – kort gezegd – aangevoerd dat verdachte niet wist en ook geen ernstige redenen had te vermoeden dat [naam] illegaal in Nederland verbleef en dat zijn toegang tot Nederland of doorreis wederrechtelijk was. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Niet ter discussie staat dat [naam] geen verblijfspapieren had voor Nederland of een ander land binnen de Europese Unie en hij dus illegaal in Nederland verbleef. Vast staat ook dat verdachte als bestuurder samen met [naam] de grens tussen Duitsland en Nederland is overgereden. Daarmee is hij [naam] behulpzaam geweest bij het verschaffen van de toegang tot Nederland. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang wederrechtelijk was en overweegt hierover het volgende. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam] heeft verklaard dat verdachte lid is van de Ghanese gemeenschap en zij op zondag 26 januari 2025 met elkaar in contact zijn gekomen. Zij hebben elkaar ontmoet en hij heeft verdachte zijn probleem verteld, namelijk dat hij naar Duitsland wilde om zijn vrouw te bezoeken en daarna weer terug naar Nederland wilde, maar hij niet wist hoe hij in Duitsland kon komen. [naam] heeft zich aan verdachte voorgesteld als [naam] . Verdachte zei dat hij hem kon helpen en ze hebben telefoonnummers uitgewisseld. [naam] heeft verdachte ingehuurd om naar Duitsland te rijden. Hij zou hem hier op een later moment, als hij weer had kunnen werken, 100 euro voor betalen. Verdachte heeft hem gevraagd of hij illegaal was. [naam] heeft gezegd dat hij legaal was.<footnote-ref linkend="_68b4e8b6-efe6-47f9-9d3f-4ef5c21e1497" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat hij, hoewel van Nigeriaanse afkomst, (ook) deel uitmaakt van de Ghanese (kerk)gemeenschap in Nederland. Hij spreekt naast Engels ook de Ghanese taal Twi. Hij was naar eigen zeggen door een vriend uit die gemeenschap gevraagd iemand mee te nemen op een al geplande rit naar Duitsland en terug. Verdachte stelt dat hij niet heeft gevraagd wie deze persoon was, hoe die persoon heette en wat het doel van diens reis zou zijn. Tijdens het telefonisch contact voorafgaand aan het ophalen, noch bij het ophalen zelf van deze persoon in Diemen zouden ze zich aan elkaar hebben voorgesteld. Tijdens de twee uur durende autorit zouden ze weinig met elkaar hebben gesproken, enkel over de politieke situatie in Ghana. </para>
      <para>Verdachte zegt dat hij de man wel heeft gevraagd of hij zijn identiteitsbewijs bij zich had, maar dat was alleen omdat ze bij de grens gecontroleerd zouden kunnen worden. Hij zou de man op zijn woord hebben geloofd toen deze bevestigend antwoordde. Pas bij hun aanhouding zou verdachte voor het eerst de – valse – naam ( [naam] ) van de passagier hebben gehoord. De mannen zouden de benzinekosten volgens afspraak onderweg hebben gedeeld; van een (verdere) vergoeding zou geen sprake zijn geweest. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wie verklaart, waar beide verklaringen op essentiële punten uiteenlopen, nu naar waarheid, en wat kan daaruit worden afgeleid ten aanzien van de hiervoor geformuleerde vraag? De rechtbank overweegt daarover als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het ligt, zeker in de gegeven omstandigheden, voor de hand dat als je iemand voor een lange rit meeneemt naar Duitsland, ten minste informeert naar diens naam. [naam] verklaart dat hij zich heeft voorgesteld als [naam] . Die naam stemt overeen met de naam van het identiteitsbewijs dat hij aan de marechaussee toonde. Verdachte noemt bij de staandehouding zijn passagier [naam] en doet dat ook in het eerste verhoor. Pas in het tweede verhoor zegt hij dat hij die naam heeft gehoord van de politie. Verdachte ontkent dat hij de naam van zijn passagier voorafgaand aan de staandehouding kende. De rechtbank acht dit ongeloofwaardig.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het voorgaande volgt ook dat verdachte een gegronde reden had om te twijfelen over de werkelijke reden hem te vragen deze passagier mee te nemen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het lag, ook om die reden, voor de hand dat verdachte zijn passagier (door)vroeg naar de reden (juist) hem te vragen hem mee te nemen naar Duitsland. Verdachte moet hebben geweten dat de man die hij meenam van Ghanese afkomst was. De mannen spraken immers Twi met elkaar over de situatie in Ghana. [naam] verklaart in verband hiermee dat hij had toegelicht dat hij een “probleem” had en dat verdachte hem daarmee wilde “helpen”. Verdachte heeft naar eigen zeggen, behalve het ophaaladres, echter helemaal niets gevraagd. Ook op dit punt acht de rechtbank de verklaring van verdachte niet geloofwaardig en de verklaring van [naam] wel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens [naam] heeft verdachte aan hem gevraagd of hij illegaal was; [naam] zou hebben geantwoord dat hij legaal was. Volgens verdachte vroeg hij enkel of zijn passagier een identiteitsbewijs bij zich had en heeft hij genoegen genomen met het bevestigende antwoord. Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden hecht de rechtbank ook op dit punt geloof aan de verklaring van [naam] en gaat zij voorbij aan die van verdachte.      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank constateert dat [naam] in zijn verhoor heeft geprobeerd verdachte uit de wind te houden onder meer door te verklaren dat hijzelf degene is die fout is geweest en hij de politie vroeg de chauffeur alstublieft met rust te laten. Uit het feit dat [naam] expliciet zelf de schuld op zich heeft willen nemen, volgt naar het oordeel van de rechtbank dat hij geen reden of bedoeling had verdachte te belasten door het afleggen van een onjuiste verklaring; integendeel. Wat [naam] in tweede instantie heeft verklaard – nadat hij had toegegeven eerder niet naar waarheid te hebben verklaard – vindt bovendien steun in objectieve, verifieerbare gegevens, zoals telefoongegevens. Ook dat draagt bij aan de betrouwbaarheid van de (nadere) verklaring van [naam] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit wat hiervoor is weergegeven volgt dat [naam] door het ontbreken van een verblijfsstatus kennelijk niet op andere wijze naar Duitsland kon reizen. Hij stelt dat hij bereid was en heeft afgesproken verdachte hiervoor te betalen. Dit past bij het feit dat de mannen onbekenden voor elkaar waren en het voor [naam] de enige manier was om naar zijn familie in Duitsland te kunnen reizen; blijkbaar het probleem dat hij verdachte voorlegde. Zeker voor verdachte, die in het verleden zelf procedures heeft doorlopen om een verblijfsstatus in Nederland te krijgen, mag bekend worden verondersteld dat iemand zonder verblijfsstatus niet legaal de grens over kan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam] heeft verklaard dat verdachte heeft gevraagd of hij illegaal was (en dat hij ontkennend heeft geantwoord). Ook op dit punt hecht de rechtbank geloof aan de (nadere) verklaring van [naam] . De rechtbank kan niet met voldoende mate van zekerheid vaststellen dat verdachte (al) wist dat [naam] illegaal was. Maar hoewel [naam] op deze laatste vraag heeft geantwoord dat hij legaal was, had verdachte in de geschetste omstandigheden hierop ten minste door moeten vragen, en moeten nagaan of wat zijn passagier daarover zei, klopte. Anders gezegd: op grond van voornoemde omstandigheden, in samenhang bezien, moet verdachte ernstige redenen hebben gehad te vermoeden dat [naam] illegaal in Nederland verbleef en dat heen en weer reizen naar Duitsland (dus) ook illegaal was. Op verdachte rustte daarom een verzwaarde onderzoeksplicht. Die plicht heeft hij veronachtzaamd.</para>
      <para>
        <?linebreak?>De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [naam] behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Duitsland en Nederland, terwijl hij ernstige redenen had te vermoeden dat een en ander wederrechtelijk was.. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 27 januari 2025 te Babberich en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> Zevenaar en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> Amsterdam <emphasis role="strike-through">en/of elders in Nederland en/of Oberhausen</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> Düsseldorf <emphasis role="strike-through">en/of elders in Duitsland</emphasis>, een ander te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- [naam]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot <emphasis role="strike-through">of doorreis door</emphasis> Nederland en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> Duitsland (zijnde <emphasis role="italic">een </emphasis>andere lidstaat<emphasis role="strike-through">en</emphasis> van de Europese Unie), <emphasis role="strike-through">of die [naam] daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl hij, verdachte, <emphasis role="strike-through">wist of</emphasis> ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang <emphasis role="strike-through">of die doorreis</emphasis> wederrechtelijk was,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hebbende hij, verdachte:<?linebreak?>- contact onderhouden en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> afspraken gemaakt over de wijze van (smokkel)transport van die [naam] ,<?linebreak?>- <emphasis role="strike-through">(</emphasis>vervolgens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> met een voertuig naar de <emphasis role="strike-through">(</emphasis>verblijf<emphasis role="strike-through">)</emphasis>plaats van die [naam] is gereden<emphasis role="strike-through">/gegaan</emphasis> om hem in zijn<emphasis role="strike-through">/dit</emphasis> voertuig plaats te laten nemen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis><?linebreak?>- die [naam] in zijn<emphasis role="strike-through">/dit</emphasis> voertuig heeft vervoerd/gereden door Nederland en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> Duitsland met als eindbestemming Nederland.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">mensensmokkel.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft bepleit aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, omdat dit er toe zal leiden dat hij zijn baan en daardoor mogelijk zijn woning zal kwijtraken. Hierbij is gewezen op het feit dat verdachte zijn leven op orde heeft, hij niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten en de reclassering adviseert geen gevangenisstraf op te leggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel van een man met de Ghanese nationaliteit door hem met een auto vanuit Nederland naar Duitsland en weer terug te vervoeren.</para>
      <para>Mensensmokkel maakt een ernstige inbreuk op de internationale rechtsorde en doorkruist het overheidsbeleid met betrekking tot de bestrijding van illegale toegang tot en doorreis door Nederland. Het gaat bij mensen die illegaal in Nederland verblijven en bij mensen die hun toevlucht moeten zoeken tot smokkelaars in de regel om kwetsbare personen. Ook dit maakt het belang groot, die smokkel tegen te gaan en te bestraffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank slaat acht op het strafblad van verdachte van 11 juli 2025 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het reclasseringsadvies volgt dat verdachte de praktische zaken op orde heeft. Hij beschikt over werk en inkomen en maakt op de reclassering een weloverwogen indruk. Hij wordt in staat geacht zijn leven op een zelfstandige manier invulling te kunnen geven. De reclassering ziet dan ook geen aanknopingspunten voor het inzetten van interventies en adviseert een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet in de mate van ernst van dit feit en in de persoonlijke omstandigheden van verdachte, aanleiding om een straf op te leggen die lager is dan de eis van de officier van justitie. De rechtbank acht een taakstraf van 80 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden passend. De voorwaardelijke gevangenisstraf dient als stevige stok achter de deur om verdachte van de ernst van het feit te doordringen en om hem ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Hieraan wordt een proeftijd van drie jaren verbonden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht zal op de taakstraf in mindering worden gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 197a van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden;</para>
    <para />
    <para> bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit; </para>
    <para />
    <para> legt op een taakstraf van 80 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 dagen;</para>
    <para />
    <para> beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A. Tegelaar (voorzitter), mr. R.M.H. Pennings en mr. H.M. Stratenus, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.I. Warringa, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 september 2025.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>mr. A. Tegelaar en mr. H.M. Stratenus zijn buiten staat te ondertekenen. </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_8b13c8d6-19d5-4fcb-9820-d402b3e23312" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de Koninklijke Marechaussee, Landelijk Tactisch Commando, Brigade Oostgrens-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL27NM/25-000563, gesloten op 6 februari 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a62d9790-d92a-4dd5-9d65-78e11e5dc4e4" label="2">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 6-8. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_00420312-ebdf-4759-8ee5-f0b3c71d77c4" label="3">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 9-11. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_68b4e8b6-efe6-47f9-9d3f-4ef5c21e1497" label="4">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 31-32.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>