<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:11732</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-05T10:48:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/212653-19 en 99/000473-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11732">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11732</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-03T11:20:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:11732 Rechtbank Gelderland , 29-09-2025 / 05/212653-19 en 99/000473-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:11732:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Toewijzing van de vordering tot verlenging van de v.i. proeftijd voor de periode van een jaar. Veroordeelde heeft nog behandeling en begeleiding nodig. Daarbij komt dat veroordeelde zonder v.i.-toezicht niet kan verblijven in de instelling waar hij nu woont.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:11732:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
  </para>
  <para>Strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>parketnummer	: 05/212653-19</para>
    <para>VI-zaaknummer: 99/000473-16</para>
    <para>Datum uitspraak: 29 september 2025</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">beslissing van de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Gelderland  d.d. 15 september 2025</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">(artikel 6:1:18 van het Wetboek van Strafvordering)</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de zaak van </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>de officier van justitie </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:</para>
      <para>
        [adres] ,</para>
      <para>feitelijk verblijfsadres:</para>
      <para>
        [verblijf] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsvrouw: mr. H.E. Berman, advocaat in Haarlem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>Bij onherroepelijk vonnis van The Crown Court Leicester in het Verenigd Koninkrijk van 10 februari 2017 is de veroordeelde tot een gevangenisstraf voor de duur van 3652 dagen veroordeeld. De tenuitvoerlegging van die gevangenisstraf is via de WETS overgedragen aan Nederland.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge het besluit voorwaardelijke invrijheidstelling van 7 oktober 2021 is de voorwaardelijke invrijheidstelling (hierna v.i.) van veroordeelde ingegaan op 17 november 2021. Veroordeelde is op die dag feitelijk in vrijheid gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 17 november 2021 is de proeftijd van 1218 dagen gaan lopen, met een strafrestant van 1218 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 30 januari 2024 heeft de rechtbank Gelderland de v.i. herroepen voor de duur van 180 dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 12 juli 2024 heeft de rechtbank Gelderland de v.i. uitgesteld voor de duur van 60 dagen, of zoveel korter als eerder een plek was gevonden. Uiteindelijk is veroordeelde na 27 dagen (op 23 juli 2024) opnieuw voorwaardelijk in vrijheid gesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De proeftijd zal aflopen op 11 oktober 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De schriftelijke vordering van de officier van justitie van 26 augustus 2025 strekt ertoe dat besloten wordt dat de v.i.-proeftijd zal worden verlengd voor een periode van een jaar. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para>Het onderzoek is gehouden ter openbare terechtzitting van 15 september 2025. Daarbij zijn gehoord:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zijn raadsvrouw;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>deskundige dhr. R. Timmer, toezichthouder bij Reclassering Nederland;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de officier van justitie mr. L. van Ophuizen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De standpunten</title>
    <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen. De begeleiding en behandeling die veroordeelde in het kader van de v.i.-proeftijd heeft, is ook de komende tijd nodig voor het behalen van gestelde doelen, zoals het verkrijgen van grip op het middelengebruik, het afbetalen van schulden en het zoeken van zelfstandige huisvesting. Zonder het v.i.-toezicht kan veroordeelde niet verblijven in de instelling waar hij nu woont. Het verlengen van het toezicht is bovendien nodig om het risico op recidive verder omlaag te brengen en te werken aan gedragsverandering.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de toelichting van de deskundige op de zitting volgt dat wanneer de proeftijd van de v.i. wordt verlengd het contact en het toezicht - bij een positief verloop - langzaam kan worden afgeschaald tot het moment dat veroordeelde het contact en toezicht niet meer nodig heeft. Formeel blijft het toezicht een jaar doorlopen als de proeftijd van de v.i. wordt verlengd.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft zich niet verzet tegen de vordering. Veroordeelde heeft laten weten zich te zullen houden aan de bijzondere voorwaarden. Desgevraagd geeft veroordeelde aan zich geheel te kunnen vinden in de gevorderde verlenging van de proeftijd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>Op grond van artikel 6:1:18, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering kan de proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidstelling worden verlengd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat verlenging van de proeftijd nodig is om het recidiverisico te beperken. Veroordeelde heeft nog behandeling en begeleiding nodig. Daarbij komt dat veroordeelde zonder v.i.-toezicht niet kan verblijven in de instelling waar hij nu woont. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Wijst de vordering toe en verlengt de proeftijd met een jaar.</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. M.G.E. ter Hart, voorzitter, en mrs. A.T.G. van Wandelen en M.S. de Vries, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Damen, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 september 2025.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>mrs. Van Wandelen en De Vries en de griffier</para>
      <para>zijn buiten staat deze beslissing te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>