<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:11648</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-23T10:10:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">408226-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11648">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11648</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-23T10:02:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:11648 Rechtbank Gelderland , 17-07-2025 / 408226-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:11648:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bekennende verdachte. Verdachte veroordeeld voor opzettelijke brandstichting met gevaar voor goederen. De rechtbank legt een gevangenisstraf op voor de duur van van 420 dagen, waarvan 214 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. Met bijzondere voorwaarden zoals verplichte behandeling. Een locatieverbod wordt niet opgelegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:11648:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/408226-24</para>
      <para>Datum uitspraak	: 17 juli 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfplaats] (PPC).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsvrouw: mr. S. van de Voorde, advocaat in Middelburg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 27 december 2024 te [plaats] (in een kamer van een woongroep en/of </para>
      <para>-instelling) opzettelijk brand heeft gesticht door (de vlam van) een lucifer, althans open vuur in aanraking te brengen met een of meer aanmaakblokjes en/of een kussen en/of een deken en/of een matras, in ieder geval met (een) brandbare) stof(fen), terwijl daarvan gemeen gevaar voor</para>
      <para>goederen, te weten een of meer goederen in verdachtes kamer en/of een of meer andere (in het pand aanwezige) goederen, en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten voor (een of meer in het pand aanwezige) cliënten en/of medewerkers van [woongroep] , te duchten was. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_5975c8e9-f12c-4985-9894-87b5a91177dd" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [aangever] namens [woongroep] , p. 49 t/m 51;</para>
    <para>- het proces-verbaal van aanhouding verdachte, p. 13 en 14;</para>
    <para>- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 juli 2025.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak gevaar voor personen</emphasis>
      </para>
      <para>Uit het dossier noch het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat er bij de brandstichting gevaar is geweest voor personen. De brand werd gesticht in een nieuw pand waar de brand zich niet snel kon verspreiden. Daarnaast was er weinig rookontwikkeling. Verdachte heeft voorts zelf het vuur geblust met water. Hij heeft ook de goederen, die hij in brand had gestoken en vervolgens had geblust, uit de woning gegooid. De brandweer heeft geen bluswerkzaamheden hoeven verrichten. Derhalve wordt verdachte vrijgesproken van de delictsbestanddelen: <emphasis role="italic">‘en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten voor (een of meer in het pand aanwezige) cliënten en/of medewerkers van [woongroep] ’</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 27 december 2024 te [plaats] (in een kamer van een woongroep en/of </para>
      <para>-instelling) opzettelijk brand heeft gesticht door (de vlam van) een lucifer, <emphasis role="strike-through">althans open vuur</emphasis> in aanraking te brengen met een of meer aanmaakblokjes en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> een kussen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> een deken en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> een matras, <emphasis role="strike-through">in ieder geval met (een) brandbare) stof(fen),</emphasis> terwijl daarvan gemeen gevaar voor</para>
      <para>goederen, te weten <emphasis role="strike-through">een of</emphasis> meer<emphasis role="italic">dere</emphasis> goederen in verdachtes kamer en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> een of meer andere (in het pand aanwezige) goederen, <emphasis role="strike-through">en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten voor (een of meer in het pand aanwezige) cliënten en/of medewerkers van [woongroep] ,</emphasis> te duchten was. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De overwegingen ten aanzien van straf </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en aftrek van voorarrest. De officier van justitie vordert daarbij de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering en dat deze bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn. De officier van justitie sluit zich aan bij de conclusie van de deskundige van het NIFP om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten en heeft daarmee rekening gehouden bij de strafeis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft bepleit de op te leggen gevangenisstraf gelijk te stellen aan het voorarrest gelet op vergelijkbare uitspraken. Hierbij wordt van een andere bewezenverklaring dan de officier van justitie uitgegaan vanwege de bepleitte partiële vrijspraak van het gevaar voor personen. De focus moet komen te liggen op behandeling. Mocht de detentieperiode aflopen voordat er een plek beschikbaar is in een FPA, zal voor een overbruggingsplek moeten worden gezorgd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank houdt bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd rekening met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit heeft plaatsgevonden. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij rekening wordt gehouden met het strafblad van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De ernst van het feit</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte was woonachtig in een beschermd wonen instelling van [woongroep] en heeft daar brand gesticht. Dit gebeurde bij een poging om suïcide te plegen. Ondanks dat verdachte zelf de brand heeft geblust met water , zijn er goederen van de instelling vernield. Ook zijn de inwoners van de instelling behoorlijk geschrokken. De rechtbank houdt hierbij rekening met het feit dat verdachte de brand heeft gesticht als wanhoopsdaad om zichzelf te verstikken met de geproduceerde rook. Verdachte heeft spijt betuigd en stelt zich open voor hulpverlening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Persoonlijke omstandigheden </emphasis>
      </para>
      <para>Op 7 mei 2025 heeft het NIFP een Pro Justitia-rapportage opgemaakt. De deskundige heeft geconcludeerd dat verdachte lijdt aan een posttraumatische stressstoornis en een borderline persoonlijkheidsstoornis als gevolg van ernstige affectieve verwaarlozing en zeer onveilige omstandigheden waarin hij is opgegroeid. Hiervan was ook sprake ten tijde van het tenlastegelegde. In de periode voorafgaand aan het tenlastegelegde stond de draagkracht van verdachte fors onder druk. De suïcidale gedachten en de angst voor verlating/afwijzing waren aanwezig, zodanig dat verdachte besloot brand te stichten en zo rook te ontwikkelen opdat hij zou stikken. Uit het feit dat verdachte het vuur snel weer heeft uitgemaakt valt op te maken dat hij nog enige controle had over zijn handelen. De deskundige adviseert om het tenlastegelegde verminderd aan verdachte toe te rekenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De reclassering heeft op 4 juni 2025 geconcludeerd dat niet gesproken kan worden van een delictpatroon. De reclassering ziet een kwetsbare man voor wie passende hulpverlening moet worden opgetuigd. Verder sluiten zij aan bij hetgeen geadviseerd is in het Pro Justitia-rapport. De reclassering schat de kans op recidive als gemiddeld in. Zij adviseren een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, te weten een meldplicht, opname in een zorginstelling, begeleid wonen of maatschappelijke opvang, ambulante behandeling (met de mogelijkheid tot kortdurend klinische opname), dagbesteding, drugsverbod, alcoholverbod en een locatieverbod zonder elektronische monitoring. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank neemt de conclusies en het advies van de reclassering en de Pro Justitia-rapportage over en maakt die tot de hare. In strafmatigende zin houdt de rechtbank rekening met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De straf</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank wijkt af van de eis van de officier van justitie omdat zij tot een andere bewezenverklaring komt en de door haar op te leggen straf de ernst van het feit voldoende tot uitdrukking brengt. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 420 dagen, waarvan 214 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. Hierbij worden de bijzondere voorwaarden, zoals geadviseerd door de reclassering opgelegd, met uitzondering van het locatieverbod. De rechtbank ziet geen noodzaak tot het opleggen van een locatieverbod nu verdachte zichzelf van het leven wilde beroven met de brandstichting en de brandstichting niet gericht was tegen de instelling of personen. Het voorwaardelijk strafdeel dient als een forse stok achter de deur om verdachte ertoe te bewegen zich open te blijven stellen voor hulpverlening en niet opnieuw terug te grijpen naar strafbaar gedrag als wanhoopsdaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich bij eerdere veroordelingen schuldig gemaakt aan een misdrijf dat is gericht tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank is van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte, gelet op die eerdere veroordelingen en het potentiële gevaar voor personen bij het onderhavige feit als verdachte niet zelf de brand had geblust, weer een dergelijk misdrijf zal begaan, gelet op de hierboven beschreven forse problematiek van verdachte. De rechtbank wijst er daarbij op dat het verdachtes nadrukkelijke wens is om zo spoedig mogelijk geholpen te worden. Daarom zal zij bevelen dat de te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c en 157 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf voor de duur van 420 (vierhonderdtwintig) dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <para> beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; </para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bepaalt dat <emphasis role="bold">een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 214 (tweehonderdveertien) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden: <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para> stelt als <emphasis role="bold">bijzondere voorwaarden</emphasis> dat:</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verdachte zich meldt binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland via het telefoonnummer: 088 8041103 (locatie Assen). Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verdachte zich laat opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname start zodra er plek is voor verdachte. Verdachte is geplaatst op de wachtlijst. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verdachte meewerkt aan een overgang van het klinische traject naar het ambulante traject; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verdachte meewerkt aan een indicatiestelling en plaatsing voor ambulante zorg, beschermd/begeleid wonen of maatschappelijke opvang. Verdachte verblijft in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verdachte zich laat behandelen door een forensische zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt. Bij verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling en/of stabilisatie. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal verdachte zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verdachte geen drugs gebruikt en meewerkt aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verdachte geen alcohol gebruikt, en meewerkt aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) om dit alcoholverbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para> geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van deze voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para> beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht <emphasis role="bold">dadelijk uitvoerbaar</emphasis> zijn. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H.C. Leemreize (voorzitter), mr. P. Verkroost en mr. A. van Veldhuizen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Breed, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 juli 2025.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>mr. A. van Veldhuizen, mr. H.C. Leemreize en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_5975c8e9-f12c-4985-9894-87b5a91177dd" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2024605243, gesloten op 30 december 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>