<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:11641</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-11T12:32:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">840087-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11641">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11641</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-11T12:31:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:11641 Rechtbank Gelderland , 12-05-2025 / 840087-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:11641:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Medeplegen van witwassen van crimineel geld en onroerend goed. Onderzoek Babydraak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:11641:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/840087-19</para>
      <para>Datum uitspraak	: 12 mei 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak (279 Sv)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1953 in Léninakan (Sovjet-Unie), wonende aan [adres 1]</para>
      <para>
        [postcode] [woonplaats] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsvrouw: mr. C. Karsdorp, advocaat in 's-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek openbare terechtzittingen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij,</para>
      <para>op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 november 2014 tot en</para>
      <para>met 1 januari 2024, te Rotterdam, althans in Nederland en/of te [plaats] en/of (elders) in Frankrijk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>(telkens) (van) een aantal voorwerpen, te weten</para>
    </parablock>
    <para>- een geldbedrag van (in totaal) 18.000 euro, althans een groot geldbedrag, (zijnde</para>
    <parablock>
      <para>een bedrag bestemd voor de aankoop van een/het woning/pand gelegen aan de</para>
      <para>
        [adres 2] te Rotterdam) en/of</para>
    </parablock>
    <para>- een woning/pand gelegen aan de [adres 2] te Rotterdam,</para>
    <para>althans (van) een of meer voorwerpen</para>
    <para>- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de</para>
    <para>verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel</para>
    <para>- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die</para>
    <para>voorwerp(en) was/waren en/of</para>
    <para>- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden</para>
    <parablock>
      <para>had(den) (sub a)</para>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para>- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet,</para>
    <para>en/of</para>
    <para>- gebruik heeft gemaakt (sub b)</para>
    <parablock>
      <para>terwijl zij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat dat/die</para>
      <para>voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_4175e5ac-0f36-4ad8-ba2f-1500a5a34856" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para>Deze strafzaak maakt deel uit van de vervolging van de verdachten uit het onderzoek ‘Babydraak'. Aanleiding voor dit onderzoek vormde een melding dat omwonenden vermoedden dat in het pand aan de [adres 3] in Silvolde een hennepkwekerij zou zitten. Er is vervolgens onderzoek gedaan naar de eigendom van dit pand en de personen die bij observaties gezien zijn bij dit pand. Van die personen, te weten [naam 1] (verder te noemen: [naam 1] ), [naam 2] (verder te noemen: [naam 2] ), [naam 3] (verder te noemen: [naam 3] ) en<?linebreak?>[naam 4] (verder te noemen: [naam 4] , in het procesdossier naar voren komend onder de achternaam - vóór echtscheiding - [naam 4] ) zijn vanaf 4 maart 2019 de telefoonnummers geïntercepteerd. In de tapgesprekken en verder onderzoek kwamen andere panden in beeld, waarin voornoemde personen zich mogelijk bezig hielden met de teelt van hennep.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Binnen het onderzoek ‘Babydraak’ wordt aan ieder van de voornoemde personen, alsook aan [medeverdachte 1] (verder te noemen: [medeverdachte 1] ), een (in meer of mindere mate centrale) rol toegedicht binnen een criminele organisatie. Deze organisatie zou zich, kort weergegeven, jarenlang bezig hebben gehouden met het telen van grote hoeveelheden hennep in meerdere hennepkwekerijen, waarbij de ten behoeve van de teelt benodigde stroom illegaal werd afgenomen. De opbrengst van de verkoop van de geteelde hennep zou vervolgens zijn witgewassen door deze aan te wenden voor de aankoop van panden op diverse locaties in Nederland. Er werden geen hypothecaire leningen afgesloten en de koopprijs werd betaald vanuit het buitenland via bankrekeningen op naam van verschillende personen, en ook deels contant bij de betrokken notaris. De panden in kwestie werden op naam gezet van familieleden van leden van de criminele organisatie, niet zijnde, zo is de verdenking, de (feitelijk) rechthebbenden op de panden. Het gaat dan om [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] en [verdachte] . Direct na de aankoop vond geen inschrijving plaats in de Basis Registratie Personen (BRP) en was ook niet direct sprake  van feitelijke bewoning. Wel werden hennepkwekerijen aangelegd in een aantal panden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat betreft de onderlinge (familie)relaties staat het volgende niet ter discussie: [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] zijn de ouders van [medeverdachte 1] . [medeverdachte 2] is getrouwd met [naam 13] (ook wel: [naam 13] ). [naam 13] is de broer van [medeverdachte 3] . Daarmee is [medeverdachte 2] een tante van [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] heeft vanaf 2011 tot eind 2016 een relatie gehad met [naam 1] en met hem samengewoond. Uit hun relatie is een dochter geboren. Sinds 2015 is [naam 1] bevriend met [naam 4] en vanaf 2017 tot na de ten laste gelegde einddatum 23 juli 2019 hebben zij (met onderbrekingen) een relatie gehad. [medeverdachte 5] en [verdachte] zijn de ouders van [naam 2] .<footnote-ref linkend="_a0e3b2bd-66ee-4681-821b-cf36ab18ccd8" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] en [medeverdachte 1] worden allen vervolgd voor (onder meer) deelname aan een criminele organisatie die (onder meer) het medeplegen van gewoontewitwassen ten aanzien onroerend goed als oogmerk had. [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] en [verdachte] worden vervolgd voor het medeplegen van witwassen ten aanzien een of meerdere panden en de/het voor de aankoop van dat/die pand(en) overgemaakte geldbedrag(en). In die zin wordt hen binnen onderzoek ‘Babydraak’ wel een rol toegedicht binnen een criminele organisatie, maar zij worden niet vervolgd voor deelname daaraan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Standpunten ten aanzien van het ten laste gelegde feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para>Bewezen kan worden dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde medeplegen van witwassen ten aanzien van het pand aan de [adres 2] in Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Daartoe is, kort gezegd, aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat de geldbedragen waarmee het pand is aangekocht, en daarmee het pand zelf, afkomstig waren uit enig misdrijf. Mocht de rechtbank hierover anders oordelen, dan geldt dat [verdachte] niet wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de voorwerpen van misdrijf afkomstig waren. Ook is niet gebleken van het verbergen of verhullen van de daadwerkelijke rechthebbenden op het pand. [verdachte] was de daadwerkelijk rechthebbende. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Juridisch kader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een bewezenverklaring van witwassen is vereist dat het ten laste gelegde voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. Dat een voorwerp “afkomstig is uit enig misdrijf”, kan, als op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Het is aan het Openbaar Ministerie bewijs aan te dragen van dergelijke feiten en omstandigheden.<?linebreak?>Indien de door het Openbaar Ministerie aangedragen feiten en omstandigheden een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat deze verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.<?linebreak?>Indien de verdachte zo’n verklaring geeft, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring. De rechter zal dan mede op basis van de resultaten van dat onderzoek moeten beoordelen of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat (het niet anders kan zijn dan dat) het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.<?linebreak?>Indien een dergelijke verklaring uitblijft, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn overwegingen omtrent het bewijs.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Binnen dit kader dient de rechtbank te beoordelen of [verdachte] zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van (de aankoopbedragen van) het pand aan de [adres 2] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal hierna, om te beoordelen of de betalingen die zijn gedaan ten behoeve van de aankoop van het pand aan de [adres 2] een criminele herkomst hebben, eerst ingaan op de herkomst van de gelden waarmee het pand is aangekocht. Daarbij zullen ook de panden aan de [adres 4] in Rotterdam en [adres 5] in Zoetermeer, die zijn aangekocht op naam van [medeverdachte 5] , aan de orde komen, dit gelet op de verwevenheid van de financiële situatie van [verdachte] en [medeverdachte 5] en de verklaring van [medeverdachte 5] dat hij zijn vrouw (<emphasis role="italic">naar de rechtbank begrijpt: financieel</emphasis>) heeft geholpen bij de aankoop van het pand aan de [adres 2] . Daarna zal de rechtbank beoordelen of de feiten en omstandigheden ten aanzien van de betalingen van deze panden en de herkomst van de gelden een gerechtvaardigd vermoeden opleveren dat deze gelden van enig misdrijf afkomstig zijn. Daarna zal de rechtbank ingaan op de verklaringen die [verdachte] en [medeverdachte 5] over de herkomst van de gelden hebben afgelegd en beoordelen of deze concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn. Vervolgens zal de rechtbank ingaan op de witwashandelingen van de (andere) verdachten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Criminele herkomst</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Aankoopbetalingen ten aanzien van de panden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank neemt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, als vaststaand aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [adres 4] in Rotterdam</emphasis>
      </para>
      <para>Het pand aan de [adres 4] is op 18 maart 2013 geleverd aan [medeverdachte 5] . Hij was bij de levering van het pand bij de notaris aanwezig. De koopprijs bedroeg € 46.000,- (exclusief kosten koper).<footnote-ref linkend="_bcc01790-6b50-4fc2-a7a3-97e3c195a097" /> Volgens de nota van afrekening diende in totaal een bedrag van € 48.234,28 betaald te worden. Dit bedrag is als volgt voldaan. <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Op 8 en 14 maart 2013 zijn bedragen voldaan van respectievelijk € 4.600,- en<?linebreak?>€ 6.000,- via een Franse bankrekening met nummer [rekeningnummer 1] ten name van [medeverdachte 5] .</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Op 14 maart 2013 is een bedrag van € 7.634,28 voldaan via een Franse bankrekening met nummer [rekeningnummer 2] ten name van [medeverdachte 5] .</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Op 14 maart 2013 is een bedrag van € 10.000,- voldaan via een Franse bankrekening met nummer [rekeningnummer 3] te name van [naam 2] .</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Op 14 maart 2013 is een bedrag van € 10.000,- voldaan via een Franse bankrekening met nummer [rekeningnummer 4] ten name van [naam 5] .<footnote-ref linkend="_4a5f2768-2162-4c4f-9717-f97a362ab932" /></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>- Het restantbedrag van € 10.000 is op 18 maart 2013 contant voldaan bij de notaris.<footnote-ref linkend="_edb1c737-0f2e-47a7-90a2-15827ae4d6c4" /></para>
    <para>Aan de betalingen die afkomstig waren van de Franse bankrekeningen gingen telkens contante stortingen vooraf. Dat betekent dat de geldbedragen waarmee [medeverdachte 5] het pand aan de [adres 4] te Rotterdam heeft aangekocht direct dan wel indirect afkomstig zijn uit contante stortingen.<footnote-ref linkend="_777887e4-3268-42bd-b17f-cb574c6de3d7" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [adres 2] Rotterdam</emphasis>
      </para>
      <para>Het pand aan de [adres 2] is op 11 december 2014 geleverd aan [verdachte] .<footnote-ref linkend="_88fcae70-c922-41c0-9f37-18d84101f26c" /> Inclusief kosten is voor het pand een bedrag van € 60.549,72 betaald. Dit bedrag is als volgt aan de notaris voldaan.</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Op 4 november 2014 is een bedrag € 5.800,- voldaan via een Armeense bankrekening met nummer [rekeningnummer 5] met omschrijving [naam 6] . </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Op 13 november 2014 is een bedrag van € 18.000,- voldaan via een Armeense bankrekening met nummer [rekeningnummer 6] met omschrijving [medeverdachte 3] .</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Op 13 november 2014 is een bedrag van € 18.000,- voldaan via een Armeense bankrekening met nummer [rekeningnummer 7] met omschrijving [verdachte] .</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Op 9 december 2014 is een bedrag van € 8.744,13 contant voldaan, welke betaling door de notaris in het kasblad is geregistreerd onder de naam van [verdachte] .</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Op 27 november 2014 is een bedrag van € 10.000,- voldaan via de Franse bankrekening [rekeningnummer 4] ten name van [naam 5] .<footnote-ref linkend="_9c971ed4-54c7-4d3d-8a39-4c766585666e" /> Voorafgaand aan de overboeking, op 25 november 2014, werd in drie stortingen, in totaal € 10.000,- contant gestort op diens rekening.<footnote-ref linkend="_30a493f4-19a3-44ac-b870-6499860e1376" /></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar de rechtbank begrijpt zijn de Armeense bankrekeningen zogenaamde paspoortrekeningen, die zijn gekoppeld aan het paspoortnummer van degene die de transactie doet. Daarbij geldt:</para>
    </parablock>
    <para>- het paspoort met nummer AH0602381 staat op naam van [medeverdachte 4] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 4] )<footnote-ref linkend="_48102b55-a5c4-4402-bd75-81be67f818a6" />;</para>
    <para>- het paspoort met nummer [nummer] staat op naam van [verdachte]<footnote-ref linkend="_73597c44-7f3c-4761-b380-f94855be6899" />.</para>
    <para>Nu de rekening met nummer [rekeningnummer 6] een gelijksoortig nummer betreft en bij de overboeking de naam van [medeverdachte 3] staat vermeld, gaat de rechtbank ervan uit dat [medeverdachte 3] een paspoort had/heeft met nummer [nummer] . </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [adres 5] Zoetermeer</emphasis>
      </para>
      <para>Het pand aan de [adres 5] is op 10 februari 2017 gekocht door [medeverdachte 5] .<footnote-ref linkend="_cd5db2bf-b51a-4f1c-ab18-55d379fe6a36" /> Het aankoopbedrag van € 113.482,72 (inclusief kosten) is als volgt aan de notaris voldaan. </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Op 18 januari 2017 is een bedrag van € 30.000,- voldaan via een onbekende bankrekening en met het transactienummer TG1801003677925 en de omschrijving “ Hovhannisyan [naam 14] [adres 6] Zoetermeer”.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Op 24, 25 en 27 januari 2017 zijn bedragen van respectievelijk € 11.000,-, € 9.000,- en € 20.000,- (in totaal € 40.000,-) voldaan via telkens dezelfde Franse bankrekening met nummer [rekeningnummer 8] ten name van [medeverdachte 5] en met telkens de omschrijving "achat appartement [naam 2] ".</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Op 31 januari 2017 is een bedrag van € 8.000,- voldaan met het transactienummer ER3101003120562 en de omschrijving “ [medeverdachte 5] pour obtenir un appartement". Uit de nadere gegevens van de ABN AMRO bij dit transactienummer blijkt dat deze transactie afkomstig is van de Franse bankrekening met nummer [rekeningnummer 9] ten name van<?linebreak?>“ [medeverdachte 5] ” wonende aan de [adres 7] , [postcode] te [plaats] . Dit is het woonadres van [medeverdachte 5] .</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Op 2 februari 2017 is een bedrag € 7.000,- voldaan via een onbekende bankrekening en met het transactienummer ER0202003120795 en de omschrijving " [medeverdachte 5] ".</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Op 8 februari 2017 is een bedrag van € 25.000,- voldaan via een Franse bankrekening met nummer [rekeningnummer 3] ten name van [naam 2] en met de omschrijving “Achat immobilier”.<footnote-ref linkend="_5196adef-4c09-493c-af93-f7ebeb224361" /></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>- Op 10 februari 2017 is een bedrag van € 2.500,- contant voldaan. Van het restant bedrag van € 982,72 is niet duidelijk hoe het is betaald.<footnote-ref linkend="_6cf790dd-62e8-4b11-a8a4-8e54f80e1caf" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de betalingen op 24 en 25 januari 2017 (samen een bedrag van € 20.000,-) vanaf de Franse bankrekening op naam van [medeverdachte 5] geldt dat daaraan vooraf zijn gegaan contante stortingen en overschrijvingen op die bankrekening tussen 30 september 2016 en 23 januari 2017, te weten:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>€ 3.606,88 aan pensioeninkomsten;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>€ 9.400,- aan contante stortingen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>€ 10.000,- betreffende een bijschrijving op 5 december 2016 met als omschrijving “RAP COMMERCIAL VIR DE 10 000,00EUR FIN AD”. De herkomst van dit geldbedrag is onbekend.<footnote-ref linkend="_32d0f82e-d8c8-4cc5-9fa3-5444e64c03ca" /></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>Aan de betaling van € 20.000,- op 27 januari 2017 is voorafgegaan een bijschrijving van<?linebreak?>€ 21.022,50, zijnde de opbrengst van de verkoop van in 2016 voor een bedrag van<?linebreak?>€ 21.007,50 aangekochte aandelen.<footnote-ref linkend="_c3eb1298-102a-4405-a1eb-7f327bd03da3" /></para>
      <para>De Franse bankrekening op naam van [naam 2] met nummer [rekeningnummer 3] had op 1 januari 2016 een saldo van € 408,06. Op</para>
      <para>1 januari 2017 is dat saldo aangegroeid tot € 25.806,42, door de volgende bijschrijvingen: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>€ 14.000,- aan contante stortingen.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>€ 9.000,- van [naam 8] .</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>€ 9.800,- van [medeverdachte 5] .</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>Tussen 1 januari 2017 en 8 februari 2017, de datum waarop het bedrag van € 25.000,- wordt voldaan, vinden geen andere bijschrijvingen plaats.<footnote-ref linkend="_81ac2be5-3a22-4651-9176-2d7d0427ca82" /><?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Onderzoek naar de bankrekeningen in het buitenland en de financiële positie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Openbaar Ministerie heeft, onder andere door middel van rechtshulpverzoeken, onderzoek gedaan naar de herkomst van de gelden op de bankrekeningen in het buitenland en naar de financiële positie van de betrokkenen. Daaruit is het volgende naar voren gekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [naam 2]
        </emphasis>
      </para>
      <para>Uit informatie uit Frankrijk is gebleken dat [naam 2] in 2013 en 2014 getrouwd is geweest. Alleen zijn echtgenote heeft inkomsten gehad in de jaren 2013 en 2014 (respectievelijk € 6.912,- en € 11.962,-). Uit de aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2013 en 2014 blijkt dat geen inkomen genoten is door [naam 2] . De aangifte over het jaar 2015 is niet ingediend. In de aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2016 tot en met 2018 worden geen inkomsten gemeld.<footnote-ref linkend="_6f1623b1-0891-469b-8fcf-f81166686d68" />  heeft op 27 augustus 2017 verklaard dat hij in Frankrijk een uitkering ontvangt van € 750,- per maand.<footnote-ref linkend="_56186ec3-92e3-485b-b25a-ab4cb64d457f" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [medeverdachte 5] en [verdachte]</emphasis>
      </para>
      <para>Uit informatie uit Frankrijk is gebleken dat [medeverdachte 5] sinds maart 2013 een ouderdomspensioen ontving. Zijn jaarlijkse inkomsten tussen 2013 en 2020 komen nooit boven de € 12.000,-. [verdachte] had geen inkomsten.<footnote-ref linkend="_b17bdbc4-e583-47cc-9609-bbe200385122" /><?linebreak?></para>
      <para>
        [medeverdachte 5] heeft in het eerste politieverhoor op 22 oktober 2019 verklaard dat hij<?linebreak?>€ 1400,- per maand aan pensioen ontvangt, samen met [verdachte] . Hij zou daarnaast nog 5700 dollar per jaar verdienen aan inkomsten uit de verhuur van grond en twee appartementen in Armenië.<footnote-ref linkend="_7fd3daef-72bf-4fe5-ba20-a02fece9f6fb" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna weergegeven verklaringen van [medeverdachte 5] en [verdachte] komen er, wat betreft de door anderen (dan zijzelf) gedane betalingen, (in de kern) op neer dat dit terugbetalingen zijn van door hen eerder gegeven dan wel uitgeleende bedragen aan [naam 2] , [naam 14] , [naam 5] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] . De betalingen door [naam 5] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] zouden geregeld zijn door [naam 2] (zo begrijpt de rechtbank althans de schriftelijke verklaring van [verdachte] ) om zo ‘de schuldkwestie’ op te lossen’. Waar het gaat om door anderen gedane betalingen (en naar de rechtbank aanneemt ook waar het gaat om de contant aan de notaris betaalde bedragen) gaat het dus om geld dat van [medeverdachte 5] en [verdachte] is. Dat betekent dat beiden in de periode van 2013 tot en met 2017 een bedrag van € 222.266,72,- hebben uitgegeven aan panden. Daarbij dient nog te worden opgeteld een bedrag van € 68.480,-, zijnde een betaling die vanaf een bankrekening op naam van [verdachte] is gedaan ten behoeve van de aankoop van een op 1 maart 2017 aangekocht pand (op haar naam) aan de [adres 8] in Zoetermeer (en die overigens vermoedelijk vooraf is gegaan door een contante storting op diezelfde bankrekening).<footnote-ref linkend="_592d292c-dddf-4b14-ab49-0291dfe673f4" /> Tevens dient daarbij nog te worden opgeteld een bedrag van</para>
      <para>€ 49.000,-, zijnde het totaal van twee door [medeverdachte 5] gedane betalingen ten behoeve van een op 4 januari 2016 aangekocht pand aan het Jonkerbos 118 in Zoetermeer, op naam van [naam 9] , zijnde de ex-schoonmoeder van [naam 2] (en die overigens vooraf zijn gegaan door diverse contante stortingen).<footnote-ref linkend="_c2fa5396-896b-4108-912b-d9cb708136da" /> Daarmee komt het aan panden bestede totaalbedrag op € 339.746,72. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tussenconclusie: gerechtvaardigd vermoeden van criminele herkomst</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de volgende feiten en omstandigheden die uit de bewijsmiddelen blijken, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een gerechtvaardigd vermoeden dat de geldbedragen waarmee de drie panden zijn aangekocht van enig misdrijf afkomstig zijn: </para>
    </parablock>
    <para>- er worden overboekingen door verschillende personen gedaan, deels wonend in het buitenland en vanaf buitenlandse bankrekeningen die voorafgaande aan de overboekingen worden gevoed door contante stortingen;</para>
    <para>- er zijn betalingen van substantiële bedragen gedaan door personen die [medeverdachte 5] , de (beweerdelijke) eigenaar van twee van de panden, zegt niet te kennen (zoals uit zijn hierna weergegeven verklaring volgt);</para>
    <para>- het legale vermogen van de personen die de betalingen doen, vormt op geen enkele manier een verklaring voor de uitgaven die zij aan de verschillende panden hebben gedaan. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van [verdachte] en de andere betrokken verdachten mag daarom worden verwacht dat zij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geven over de legale herkomst van het geld waarmee de drie panden zijn aangekocht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verklaringen van de verdachten over de herkomst van de gelden waarmee de panden zijn aangekocht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [medeverdachte 5] heeft tijdens het politieverhoor als volgt verklaard.</para>
      <para>Hij is in 1996 een bedrijf gestart in het renoveren en verkopen van woonhuizen. Begin 2004 is hij hiermee gestopt. Hij heeft van 2013 tot 2014 hulp gehad van zijn broer, omdat hij dacht dat het wel verstandig was om onroerend goed aan te schaffen. [medeverdachte 5] heeft de panden aan de [adres 4] en [adres 5] gekocht, en hij heeft ook zijn vrouw, [verdachte] , geholpen met het kopen van het appartement aan de [adres 2] . Zijn broer heeft hem geld gegeven, het was meer een schenking. Vanaf begin 2013 tot eind 2014 heeft zijn broer, [naam 10] , hem € 114.000,- geschonken.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het pand aan de [adres 4]</emphasis>
        <emphasis role="italic">:</emphasis>
      </para>
      <para>De broer van [medeverdachte 5] heeft hem geholpen. Het aankoopbedrag was volledig van zijn broer afkomstig. Hij weet niet wie [naam 5] is en hij kan niets zeggen over de betaling die [naam 5] heeft gedaan.<footnote-ref linkend="_bfe9cb08-b9d0-4381-9924-4a8cc4358072" /> De broer van [medeverdachte 5] heeft het aankoopbedrag van</para>
      <para>€ 46.000,- eerst aan hem gegeven. Hij weet niet hoeveel hij heeft overgemaakt naar de notaris. Op de vraag of er nog meer mensen hebben meebetaald aan dit pand, antwoordt [medeverdachte 5] : mijn broer. [medeverdachte 5] is vergeten dat [naam 2] een bedrag van € 10.000,- heeft betaald. [naam 2] verdiende heel goed, € 4.000,- of € 5.000,- per maand, als vrachtwagenchauffeur in [plaats] . [medeverdachte 5] weet niet waarom hij een deel van de aankoopsom heeft betaald. Hij kan zich niet herinneren dat een bedrag van € 10.000,- contant is betaald aan de notaris. Het is allemaal geld van zijn broer. Hij weet helemaal niks van bedragen van [naam 2] . <?linebreak?><emphasis role="underline">Ten aanzien van het pand aan de [adres 5]</emphasis></para>
      <para>Hij had al gezegd dat hij in 2013 tot 2014 ‘114.000’ van zijn broer had gekregen. Hij heeft zijn huizen en techniek verkocht, dus hij had wel geld. Hij wil niet zeggen of hij het complete bedrag zelf heeft overgemaakt aan de notaris en of anderen een rol hebben gespeeld bij de aankoop van het pand. [naam 14] is zijn nicht. Hij weet niet dat [naam 2] een bedrag van € 25.000,- heeft voldaan. Het geld dat [naam 14] en [naam 2] hebben overgemaakt was van hem. Hij had ook geld in Armenië en [naam 14] en [naam 2] waren daar toen en hebben het overgemaakt. Op de vraag hoe het dan kan dat geldbedragen zijn overgemaakt vanaf bankrekeningen op hun naam, antwoordt [medeverdachte 5] dat hij het geld aan hun had gegeven, dat zij dat op hun eigen rekening zetten en het dan overmaken als [medeverdachte 5] het nodig heeft. Hij had zo’n groot bedrag aan contant geld, omdat ze de banken niet vertrouwen. [medeverdachte 5] kan zich niet herinneren dat een bedrag € 2.500,- contant is voldaan aan de notaris en wil geen antwoord geven op de vraag of het zijn contante geld is geweest of dat hij het van een ander heeft gekregen. <?linebreak?><emphasis role="underline">Ten aanzien van het pand aan de [adres 2]</emphasis></para>
      <para>
        [medeverdachte 5] weet niet wanneer het pand op naam van zijn vrouw is gekomen en heeft niets mee gekregen van de aankoop. Hij wil niet zeggen of iemand zijn vrouw bij de aankoop heeft geholpen. Hij kent [medeverdachte 3] niet en weet niet wie dat is. Hij kan niets zeggen over de betaling die zij heeft gedaan, noch over de betaling die [naam 5] heeft gedaan. Hij heeft geen idee wie [medeverdachte 4]<footnote-ref linkend="_85172599-d8e3-4556-a6b2-3459424d8212" /> is en hij weet niets over de contante betaling die aan de notaris is gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte] heeft bij de rechter-commissaris geen inhoudelijke verklaring afgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam 2] heeft in de politieverhoren een beroep gedaan op zijn zwijgrecht en in het getuigenverhoor bij de rechter-commissaris een beroep op het verschoningsrecht.<?linebreak?></para>
      <para>
        [naam 1] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij als tolk heeft gefungeerd bij de aankoop van de drie panden en dat hij geen betrokkenheid heeft bij de financiering van de panden. Hij heeft over de herkomst van de gelden niets verklaard.<?linebreak?></para>
      <para>
        [naam 3] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij geen betrokkenheid heeft bij de financiering van de drie panden. Hij heeft over de herkomst van de gelden niets verklaard.<?linebreak?></para>
      <para>
        [medeverdachte 1] heeft ten aanzien van de betalingen van haar ouders voor het pand aan de [adres 2] in het politieverhoor verklaard dat [naam 2] en [naam 1] altijd geld van elkaar hebben geleend. Toen de moeder van [naam 2] dit huis wilde kopen, heeft [naam 2] geld dat hij van [naam 1] moest krijgen, teruggevraagd. [naam 1] had dit geld niet en hij heeft toen de ouders van [medeverdachte 1] gevraagd om het hem te lenen. [medeverdachte 1] heeft verder over de herkomst van de gelden niets verklaard. <?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Overgelegde stukken </emphasis>
      </para>
      <para>Kort voor de inhoudelijke behandeling zijn namens [verdachte] stukken ingebracht ter verklaring van hun uitgaven. Ook namens [medeverdachte 5] zijn hiertoe (in zijn strafzaak) stukken overgelegd, die zijn gevoegd in de strafzaak van [verdachte] Hovhanisyan. Namens [medeverdachte 5] zijn de volgende stukken overgelegd (in de Engelse taal).</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Een ‘announcement’, gedateerd 14 december 2014, van [naam 10] , inhoudende dat hij van 2013 tot 2014 114.000 dollar van zijn bedrijfsrekening heeft gehaald en aan zijn broer, [medeverdachte 5] , heeft gegeven als ‘gratuitous assistence tot purchase real estate in a European country’. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Een ‘Agreement’, van [naam 10] , inhoudende dat hij aan zijn broer, [medeverdachte 5] , 220.000 dollar in contanten heeft gegeven in de periode van 2010 tot 2017, met als reden dat, omdat zijn broer naar Frankrijk was verhuisd en zich daar definitief had gevestigd, een bilaterale overeenkomst was gesloten conform welke hij heeft gekocht 5,5% van de aan [medeverdachte 5] toebehorende aandelen van ‘ [bedrijf 1] ’ bouwbedrijf en al het materieel daarvan.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Een overzicht van ‘members of directors council’ van genoemd bouwbedrijf, gedateerd 2 november 1999.<?linebreak?></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>Namens [verdachte] is op 14 maart 2025 een (ongedateerde) schriftelijke verklaring overgelegd, samengevat inhoudende dat het grootste deel van het geld voor de aankoop van het pand aan de [adres 2] afkomstig was van haar spaargeld dat ze sinds tientallen jaren heeft gespaard dankzij haar hoge salaris als docent aan universiteit en op een school. De salarissen werden contant betaald. Ze (<emphasis role="italic">de rechtbank begrijpt: zijzelf en [medeverdachte 5]</emphasis>) hebben vaak bedragen van hun spaargeld aan [naam 2] geleend. Op het moment van de aankoop van het appartement hebben ze [naam 2] gevraagd om het geld terug te betalen en ze hebben van hem vernomen dat hij de schuldkwestie zou oplossen. Ter onderbouwing van deze verklaring zijn de volgende stukken overgelegd (in de Engelse taal).</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Een verklaring van de directeur van de school, inhoudende dat [verdachte] van 1995 tot februari 2004 haar salaris contant uitbetaald kreeg.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Een verklaring van de directeur van de universiteit dat [verdachte] van 1974 tot april 1999 haar salaris contant uitbetaald kreeg.<?linebreak?></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>
      <emphasis role="italic">Beoordeling verklaringen door de rechtbank</emphasis>
      <?linebreak?>Ter beoordeling staat de vraag of hiermee een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring is gegeven voor de (legale) herkomst van de gelden. Alvorens hierop in te gaan stelt de rechtbank het volgende voorop. In onderzoek ‘Babydraak’ is een veelheid aan valse documenten aangetroffen. Verder zijn de voormelde stukken op de valreep, namelijk kort voor de zitting van 20 maart 2025, overgelegd, terwijl [medeverdachte 5] en [verdachte] al jaren op de hoogte zijn van de op hen rustende verdenking en de panden in kwestie ook al jaren geleden in beslag zijn genomen. Dit alles maakt naar het oordeel van de rechtbank dat de overgelegde stukken met grote behoedzaamheid moeten worden bezien. Bij de stukken kunnen ook daadwerkelijk de nodige kritische kanttekeningen worden geplaatst, namelijk:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Bij de ‘Agreement’ is niet een kopie van het paspoort van [naam 10] gevoegd, waardoor de handtekening niet geverifieerd kan worden en daarmee niet duidelijk is of de verklaring daadwerkelijk door [naam 10] is opgesteld. Verder is deze verklaring niet gedateerd en niet voorzien van een plaats van ondertekening. Bovendien is de verklaring in algemene bewoordingen opgesteld, zonder onderbouwing met daartoe voor de hand liggende relevante stukken die de inhoud van de verklaring bevestigen. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Ook bij de ‘announcement’ van 14 december 2014 ontbreekt een kopie van een paspoort. Verder is ook deze verklaring in algemene bewoordingen opgesteld, zonder enige onderbouwing met daartoe voor de hand liggende relevante stukken die de inhoud van de verklaring bevestigen, zoals mutaties van een bankrekening of ieder geval de gegevens van de bankrekening in kwestie.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>Nog afgezien van deze kanttekeningen, die naar het oordeel van de rechtbank maken dat aan de stukken geen gewicht toekomt, geldt dat [medeverdachte 5] niet heeft verklaard over de verkoop van aan hem toebehorende aandelen in een bedrijf aan zijn broer. Hij heeft enkel gesproken over een ‘schenking’ van zijn broer van € 114.000,- (let wel: niet dollar). Ten aanzien van de verklaring van [medeverdachte 5] valt verder onder meer op dat hij op meerdere vragen over de financiering van de panden aan de [adres 4] en [adres 5] geen antwoorden kan of zelfs wil geven, wat niet valt te rijmen met de omstandigheid dat hij degene zou zijn die de panden heeft aangekocht.<?linebreak?>Ten aanzien van de namens [verdachte] overgelegde stukken volstaat de rechtbank met de opmerking dat informatie over de hoogte van haar salaris en het daarvan beweerdelijk gespaarde geld ontbreekt, zodat alleen al om die reden aan deze stukken geen gewicht toekomt.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Samenvattend stelt de rechtbank vast dat de (uiteindelijke) verklaringen van [medeverdachte 5] en [verdachte] onvoldoende worden onderbouwd door de overgelegde stukken. Er kan op basis daarvan geen verband worden gelegd tussen legaal inkomen/vermogen van beiden en het geld waarmee de drie panden zijn aangekocht. Onverklaard blijft ook waarom het geld via diverse bankrekeningen in het buitenland en via verschillende personen naar de notaris is overgemaakt en van wie de daaraan (vaak) voorafgegane contante stortingen afkomstig zijn. Onverklaard blijft bovendien waarom geld contant bij de notaris is betaald (en door wie), terwijl allen over bankrekeningen beschikten. <?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Conclusie ten aanzien van de criminele herkomst</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>Bij gebreke van een concrete verklaring (onderbouwd met relevante stukken) die zich leent voor (verdere) verificatie, concludeert de rechtbank dat het niet anders kan dan dat het geld dat is aangewend voor de aankoop van het pand aan de [adres 2] afkomstig is van enig misdrijf, en (mede gelet op de wijze van financieren van de panden) dat [verdachte] dit wist. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Witwashandelingen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal nu ingaan op de handelingen die de verdachten in onderzoek Babydraak hebben verricht die hebben bijgedragen aan het witwassen van het pand aan de [adres 2] . Naast het medeplegen van het verwerven en voorhanden hebben van het (aankoopbedrag van) het pand, is ook het medeplegen van het verbergen en/of verhullen van de herkomst van (het aankoopbedrag van) het pand ten laste gelegd, alsook het medeplegen van het verbergen en/of verhullen van de rechthebbende(n) op het pand en wie dat pand voorhanden had(den). </para>
      <para>De rechtbank zal bespreken wie voor het witwassen relevante handelingen heeft verricht ten aanzien van het pand. Daarnaast zal de rechtbank ingaan op de in het pand aangetroffen hennepkwekerij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [adres 2] Rotterdam</emphasis>
      </para>
      <para>In de periode 11 december 2014 tot en met 23 juli 2019 heeft niemand ingeschreven gestaan op het adres.<footnote-ref linkend="_1e5297b3-c5eb-4e32-8d6f-69cfc80f7142" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam 1] was de belangenbehartiger van de koper, met e-mailadres [e-mailadres] . Hij heeft samen met de zoon van de investeerder (<emphasis role="italic">de rechtbank begrijpt: [naam 2]</emphasis>) het pand bezichtigd op 15 juli 2014.<footnote-ref linkend="_842d385b-f4a7-41af-9934-a5073bea502d" /> [naam 1] heeft verklaard dat hij als tolk heeft opgetreden.<footnote-ref linkend="_1996b5fc-ae30-49e7-9ea0-40c58864b31b" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 17 april 2019 is de aanslag OZB betaald vanaf een bankrekening op naam van [bedrijf 2] . <?linebreak?>Op 19 februari 2018 is de aanslag OZB betaald vanaf een bankrekening op naam van [bedrijf 3] . Het gaat om de aanslagen over de jaren 2018 en 2019.<footnote-ref linkend="_34eaf318-de03-4cb7-bdfd-48178e6b6436" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De energie werd geleverd door Eneco. De betalingen werden ontvangen via een tweetal bankrekeningen op naam van [bedrijf 2] en een tweetal bankrekeningen op naam van<?linebreak?>[bedrijf 3] . Ook werden betalingen gedaan via een bankrekening op naam van [naam 4] .<footnote-ref linkend="_0de6274a-2350-4c62-86b4-458a2d374c3e" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [getuige 1] , eigenaar van [bedrijf 2] , heeft verklaard dat zijn werkzaamheden bestaan uit e-billing en dat per grote transactie acht euro moet worden betaald.<footnote-ref linkend="_319e81f0-347b-4c7c-b188-4cf067c1af4d" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [getuige 2] , eigenaar van de (inmiddels opgeheven) firma [bedrijf 3] , heeft verklaard dat zijn bedrijf betalingen verrichtte voor klanten. De werkzaamheden bestonden onder meer uit e-billing. Voor transacties onder € 50,- moet € 5,95 worden betaald, en voor transacties boven € 50,- moet € 7,95 worden betaald. Hij kent [naam 3] , dat was een Armeense vaste klant die altijd acceptgiro’s kwam betalen, Eneco, huur of gas. [naam 3] heeft een aantal jaren betalingen via het bedrijf gedaan.<footnote-ref linkend="_76d489f4-200a-4fdc-b30d-5a6ed346a419" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 21 april 2016 is een bedrag van € 1.070,52 overgemaakt vanaf een bankrekening op naam van [naam 4] voor de Vereniging van Eigenaren, met omschrijving ‘ [adres 2] ,<?linebreak?>[naam 11] ’. Op 10 juli 2017 volgt nog een betaling aan de Vereniging van Eigenaren van € 1.265,16, met vermelding van het pand en ‘ [verdachte] ’, nu vanaf een zakelijke bankrekening van [naam 4] .<footnote-ref linkend="_3e3336ca-f35d-4460-bd53-2e11f6735524" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 23 juli 2019 is in het pand aan de [adres 2] een hennepkwekerij aangetroffen. Er waren twee kweekruimtes ingericht, met daarin in totaal 240 hennepplanten.<footnote-ref linkend="_b2c3212b-2f41-41a4-acf7-5349e9374fd9" /> Er wordt uitgegaan van hennepteelt vanaf 11 december 2014 en 23 eerder gerealiseerde oogsten.<footnote-ref linkend="_fcb096d7-56cc-4087-8f4e-3dc27fbf02aa" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Conclusie </emphasis>
      </para>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de voormelde bewijsmiddelen dat het pand aan de [adres 2] niet toebehoorde aan [verdachte] , maar (feitelijk) aan anderen, te weten de leden van de criminele organisatie die het pand gebruikten voor hennepteelt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt tot de volgende conclusie ten aanzien van de bewezenverklaring van het witwassen van het pand aan de [adres 2] . Wettig en overtuigend kan bewezen worden dat [verdachte] zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het verwerven van het pand (sub b), alsook aan het verhullen van de herkomst van het ten laste gelegde geldbedrag, de rechthebbenden op dat geldbedrag en het pand en wie dat geldbedrag en het pand voorhanden hadden (sub a), terwijl zij wist dat die voorwerpen uit enig misdrijf afkomstig waren. <?linebreak?></para>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en de anderen. Zij vervulde een onmisbare rol in het geheel en leverde een wezenlijke bijdrage aan het witwassen van de criminele gelden en de panden.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het  tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij,</para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">op één of meer tijdstippen</emphasis> in <emphasis role="strike-through">of omstreeks </emphasis>de periode van 13 november 2014 tot en</para>
      <para>met 1 januari 2024,</para>
      <para>te Rotterdam, althans in Nederland en/of te [plaats] en/of (elders) in Frankrijk,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, <emphasis role="strike-through">althans alleen, </emphasis>(telkens) (van) een aantal voorwerpen, te weten</para>
    </parablock>
    <para>- een geldbedrag van (in totaal) 18.000 euro, <emphasis role="strike-through">althans een groot geldbedrag, </emphasis>(zijnde</para>
    <parablock>
      <para>een bedrag bestemd voor de aankoop van een<emphasis role="strike-through">/het woning/</emphasis>pand gelegen aan de</para>
      <para>
        [adres 2] te Rotterdam) en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    </parablock>
    <para>- een <emphasis role="strike-through">woning/</emphasis>pand gelegen aan de [adres 2] te Rotterdam,</para>
    <bridgehead role="strike-through">althans (van) een of meer voorwerpen</bridgehead>
    <para>- <emphasis role="strike-through">de werkelijke aard,</emphasis> de herkomst, d<emphasis role="strike-through">e vindplaats, de vervreemding en/of de</emphasis></para>
    <para>
      <emphasis role="strike-through">verplaatsing heeft verborgen en/of</emphasis> heeft verhuld, dan wel</para>
    <para>
      <emphasis role="strike-through">- heeft verborgen en/of </emphasis>heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op <emphasis role="strike-through">dat /</emphasis>die</para>
    <para>voorwerp<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">) was/</emphasis>waren en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    <para>- <emphasis role="strike-through">heeft verborgen en/of</emphasis> heeft verhuld wie <emphasis role="strike-through">dat/</emphasis>die voorwerp<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> voorhanden</para>
    <parablock>
      <para>had<emphasis role="strike-through">(</emphasis>den<emphasis role="strike-through">)</emphasis> (sub a)</para>
      <para>en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="italic">het pand gelegen aan de [adres 2] te Rotterdam</emphasis> heeft verworven, <emphasis role="strike-through">voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet,</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">en/of - gebruik heeft gemaakt </emphasis>(sub b)</para>
      <para>terwijl zij, verdachte, wist, <emphasis role="strike-through">althans redelijkerwijs had moeten vermoeden </emphasis>dat<emphasis role="strike-through"> dat/</emphasis>die</para>
      <para>voorwerp<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">) </emphasis> - onmiddellijk of middellijk - afkomstig <emphasis role="strike-through">was/</emphasis>waren uit enig misdrijf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Het medeplegen van witwassen, meermaals gepleegd. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para>Gevorderd is dat verdachte zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden, met een proeftijd van drie jaren. Daarnaast dient een geldboete te worden opgelegd van € 10.000,-, bij niet betalen te vervangen door 110 dagen hechtenis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>Ingeval van een bewezenverklaring heeft de verdediging verzocht toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en aan verdachte geen straf of maatregel op te leggen, dit gezien de relatief hoge leeftijd van verdachte en haar gezondheidssituatie, zoals die blijkt uit de overgelegde medische stukken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte. Verdachte is in Nederland niet eerder in beeld geweest bij politie en justitie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het witwassen van crimineel geld en onroerend goed. Het gaat om een aanzienlijk geldbedrag en een pand. Verdachte heeft door haar handelen eraan bijgedragen dat opbrengsten van misdrijven aan het zicht worden onttrokken en daaraan een schijnbaar legale herkomst wordt verschaft. Door dergelijke witwaspraktijken wordt het plegen van criminele activiteiten, in dit geval georganiseerde hennepteelt, vergemakkelijkt, bevorderd en in stand gehouden. Daarnaast vormt het witwassen van crimineel geld een bedreiging van de legale economie en een aantasting van de integriteit van het financiële en economische verkeer. Dit alles maakt het handelen van verdachte zeer kwalijk. Verdachte heeft geen verantwoordelijkheid willen nemen voor haar gedrag. De persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarin de rechtbank overigens nauwelijks inzicht heeft verkregen doordat verdachte niet ter terechtzitting is verschenen, bieden naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen ruimte voor enige strafvermindering, laat staan voor een schuldigverklaring zonder oplegging van straf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wel is het in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens gewaarborgde recht van verdachte op behandeling van haar strafzaak binnen redelijke termijn geschonden. Uitgangspunt is dat een strafzaak dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, waaronder bijvoorbeeld de aard van een zaak. Zoals gezegd, maakt de strafzaak van verdachte onderdeel uit van het onderzoek ‘Babydraak’. Dit is een zeer omvangrijk en complex onderzoek, waarin via vele rechtshulpverzoeken uit diverse landen informatie moest worden verkregen, en waarin, na ontvangst van het omvangrijke procesdossier door de verdediging van diverse verdachten onderzoekswensen zijn gedaan en ook gehonoreerd. De rechter-commissaris heeft de verzochte getuigen gehoord in de periode van 19 augustus 2020 tot en met 1 december 2020, deels, zoals ook in het geval van verdachte, via een videoverbinding met het buitenland. Hoewel vanwege al deze omstandigheden de redelijke termijn op drie jaren is te stellen, is nog altijd sprake van een forse overschrijding met meerdere jaren, die op geen enkele wijze aan verdachte valt toe te rekenen. Zowel het Openbaar Ministerie als de rechtbank hebben onvoldoende voortvarendheid betracht. De rechtbank zal hiermee, evenals het Openbaar Ministerie heeft gedaan, in vergaande mate in strafverminderende zin rekening houden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De ernst van het bewezenverklaarde feit en de procesopstelling van verdachte rechtvaardigen op zichzelf zonder meer de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur. De rechtbank zal daarvan echter, gelet op het forse tijdsverloop, afzien en volstaan met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden. Gezien het tijdsverloop sinds het bewezenverklaarde feit, en nu verdachte niet opnieuw in beeld is gekomen bij justitie, zal de rechtbank de proeftijd stellen op twee jaren. Deze voorwaardelijke straf dient als zogenoemde ‘stok achter de deur’, om zoveel als mogelijk te waarborgen dat verdachte niet opnieuw strafbare feiten zal plegen. Daarnaast acht de rechtbank passend de oplegging van een geldboete van € 10.000,-, bij niet betalen te vervangen door 85 dagen hechtenis. De rechtbank is van oordeel dat hiermee de overschrijding van de redelijke termijn afdoende wordt gecompenseerd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>De beoordeling van het beslag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para>Het pand aan de [adres 2] in Rotterdam dient te worden verbeurd verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft primair verzocht de teruggave te gelasten van het pand, gelet op de bepleite vrijspraak. </para>
      <para>Subsidiair heeft de verdediging verzocht aan verdachte een geldelijke tegemoetkoming toe te kennen om te voorkomen dat zij door een verbeurdverklaring onevenredig wordt getroffen, waarbij de hoogte van die tegemoetkoming wordt gesteld op het verschil tussen de aanvankelijke aankoopwaarde van het pand en de huidige waarde daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Op het pand rust blijkens de door het Openbaar Ministerie aangeleverde beslaglijst klassiek beslag. De rechtbank zal het pand, zijnde een voorwerp dat door middel van baten uit het strafbare feit is verkregen en met betrekking tot welke het strafbare feit is begaan, als bedoeld in artikel 33a, lid 1, sub a en b, Sr, verbeurd verklaren. Zoals de rechtbank hiervóór heeft overwogen behoort het pand niet toe aan verdachte, maar (feitelijk) aan leden van de criminele organisatie. Zij waren bekend met de verkrijging van het pand door middel van het strafbare feit, zodat aan het vereiste voor verbeurdverklaring, ex artikel 33a, lid 2, sub a, Sr, wordt voldaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het Openbaar Ministerie is de rechtbank van oordeel dat voor een geldelijke tegemoetkoming in de door de verdediging bedoelde zin geen plaats is. De waardevermeerdering van het pand betreft vervolgprofijt en heeft evenals het pand zelf een criminele herkomst. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24c, 33, 33a, 47, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar; </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 (zes) maanden;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit; <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>legt op een geldboete van € 10.000,- (zegge: tienduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 85 dagen hechtenis.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het beslag:</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <para> verklaart verbeurd het pand aan de [adres 2] in Rotterdam (beslaglijst:<?linebreak?>OG 3028GT 104D).</para>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. K.A.M. van Hoof (voorzitter), mr. S.H. Keijzer en mr. M.J. Wasmann rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.T.P.M. van Aarssen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 mei 2025</para>
              <para />
              <para>
                <emphasis role="italic">Mrs. Keijzer en Van Aarssen zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </emphasis>
              </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_4175e5ac-0f36-4ad8-ba2f-1500a5a34856" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, districtsrecherche Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, nummer<?linebreak?>201 9041 91217, (onderzoek ON32018014  Baby Draak) gesloten op 14 januari 2020, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a0e3b2bd-66ee-4681-821b-cf36ab18ccd8" label="2">
    <para> Proces-verbaal Financieel Zaaksdossier, p. E12; proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , p. 6-7; proces-verbaal van verhoor [naam 4]  , p. C301-C302.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bcc01790-6b50-4fc2-a7a3-97e3c195a097" label="3">
    <para> Akte van levering [adres 4] te Rotterdam, p. A529.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4a5f2768-2162-4c4f-9717-f97a362ab932" label="4">
    <para> Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 5] , p. C452.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_edb1c737-0f2e-47a7-90a2-15827ae4d6c4" label="5">
    <para> Proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens, p. A2346, en Bijlage 1, p. A2351-A2353.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_777887e4-3268-42bd-b17f-cb574c6de3d7" label="6">
    <para> EOB [plaats] , bijlage 13, 15 en 17; proces-verbaal van bevindingen, nr. 202103171106.FIN.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_88fcae70-c922-41c0-9f37-18d84101f26c" label="7">
    <para> Akte van levering [adres 2] te Rotterdam  leveringsakte, p. A516-A524.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9c971ed4-54c7-4d3d-8a39-4c766585666e" label="8">
    <para> Financieel overzicht notaris, p. A2398; afschriften ABN AMRO, p. A2399-A2401; afrekening [bedrijf 4] en kasblad, p. 2402-2403; aanvullend dossier RHV Armenië 1 van 3, p. 7-8.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_30a493f4-19a3-44ac-b870-6499860e1376" label="9">
    <para> Rechtshulpverzoek Frankrijk EOB [plaats] , p. 14.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_48102b55-a5c4-4402-bd75-81be67f818a6" label="10">
    <para> Akte van levering [adres 9] te Rotterdam, p. A792.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_73597c44-7f3c-4761-b380-f94855be6899" label="11">
    <para> Kopie paspoort [verdachte] , p. A751.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cd5db2bf-b51a-4f1c-ab18-55d379fe6a36" label="12">
    <para> Akte van levering [adres 5] te Zoetermeer, p. A782.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5196adef-4c09-493c-af93-f7ebeb224361" label="13">
    <para> Proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens, p. A2348; afschriften ABN AMRO, p. A2405-A2411; proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens, A2878.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6cf790dd-62e8-4b11-a8a4-8e54f80e1caf" label="14">
    <para> Afrekening [bedrijf 4] , p. A2414; kasblad notaris, p. A2415.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_32d0f82e-d8c8-4cc5-9fa3-5444e64c03ca" label="15">
    <para> Rechtshulpverzoek Frankrijk, EOB [plaats] , proces-verbaal van bevindingen, p. 11.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c3eb1298-102a-4405-a1eb-7f327bd03da3" label="16">
    <para> Rechtshulpverzoek Frankrijk, EOB [plaats] , proces-verbaal van bevindingen, p. 11-12.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_81ac2be5-3a22-4651-9176-2d7d0427ca82" label="17">
    <para> Rechtshulpverzoek Frankrijk, EOB [plaats] , proces-verbaal van bevindingen, p. 12 en bijlage 25.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6f1623b1-0891-469b-8fcf-f81166686d68" label="18">
    <para> Rechtshulpverzoek Frankrijk, EOB [plaats] , proces-verbaal van bevindingen, p. 4.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_56186ec3-92e3-485b-b25a-ab4cb64d457f" label="19">
    <para> Proces-verbaal [naam 12] , p. A538.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b17bdbc4-e583-47cc-9609-bbe200385122" label="20">
    <para> Rechtshulpverzoek Frankrijk. EOB [plaats] , proces-verbaal van bevindingen, p. 4 en bijlagen 4 en 27.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7fd3daef-72bf-4fe5-ba20-a02fece9f6fb" label="21">
    <para> Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 5] , p. C446.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_592d292c-dddf-4b14-ab49-0291dfe673f4" label="22">
    <para> Rechtshulpverzoek Armenië, deel 1, proces-verbaal van bevindingen, paragraaf 6.3, p. 14.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c2fa5396-896b-4108-912b-d9cb708136da" label="23">
    <para> Rechtshulpverzoek Frankrijk, EOB [plaats] , proces-verbaal van bevindingen, p. 14-16 en bijlage 25.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bfe9cb08-b9d0-4381-9924-4a8cc4358072" label="24">
    <para> Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 5] d.d. 22 oktober 2019, p. C452.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_85172599-d8e3-4556-a6b2-3459424d8212" label="25">
    <para> Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 5] d.d. 22 oktober 2019, p. C464.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1e5297b3-c5eb-4e32-8d6f-69cfc80f7142" label="26">
    <para> Proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens, p. A3158</para>
  </footnote>
  <footnote id="_842d385b-f4a7-41af-9934-a5073bea502d" label="27">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , p. A738, met bijlage, p. A748.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1996b5fc-ae30-49e7-9ea0-40c58864b31b" label="28">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 1] ter overstaan van de rechter-commissaris,</para>
    <para>d.d. 1 december 2020.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_34eaf318-de03-4cb7-bdfd-48178e6b6436" label="29">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. A2121.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0de6274a-2350-4c62-86b4-458a2d374c3e" label="30">
    <para> Proces-verbaal vordering verstrekking gegevens, p. A669, met bijlage, p. A672. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_319e81f0-347b-4c7c-b188-4cf067c1af4d" label="31">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. A2150-A2152.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_76d489f4-200a-4fdc-b30d-5a6ed346a419" label="32">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. A2297-A2298.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3e3336ca-f35d-4460-bd53-2e11f6735524" label="33">
    <para> Proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens, p. A1367-A1368.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b2c3212b-2f41-41a4-acf7-5349e9374fd9" label="34">
    <para> Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. A1281.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fcb096d7-56cc-4087-8f4e-3dc27fbf02aa" label="35">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. A2924.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>