<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:11354</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-29T08:43:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">341397-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11354">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:11354</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-22T16:14:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:11354 Rechtbank Gelderland , 06-05-2025 / 341397-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:11354:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling voor overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet. De rechtbank legt een geldboete van € 1.000,- op en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 maanden</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:11354:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05.341397.23</para>
      <para>Datum uitspraak	: 6 mei 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats] (Wit-Rusland), </para>
      <para>zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. L.E. de Rode, advocaat in Zutphen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 11 augustus 2023 te Harderwijk als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (trekker met oplegger), daarmede rijdende over een rotonde, gelegen in de weg(en) Newtonweg en/of Lorentzstraat, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, rijdend over voornoemde rotonde en/of gekomen nabij de afslag richting de Lorentzstraat zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen voor het kruisingsvlak</para>
      <para>bestemd voor fiets- en/of bromfietsers en/of (daarbij) niet, althans onvoldoende te letten en/of is blijven letten op overige medeweggebruikers ter plaatse en/of (vervolgens) met zijn motorrijtuig is gaan rijden, terwijl een kruisende medeweggebruiker (fietser) zijn, verdachtes, motorrijtuig al zeer dicht was genaderd en/of (vervolgens) op/tegen en/of over voornoemde medeweggebruiker is gebotst en/of gereden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer]) werd gedood;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 11 augustus 2023 te Harderwijk als bestuurder van een voertuig (trekker met oplegger), daarmee rijdende op een rotonde gelegen in de weg(en) Newtonweg en/of Lorentzstraat, en/of gekomen nabij de afslag richting de Lorentzstraat zijn motorrijtuig tot</para>
      <para>stilstand heeft gebracht voor het kruisingsvlak bestemd voor fiets- en/of bromfietsers en/of (daarbij) niet, althans onvoldoende heeft gelet en/of is blijven opletten op overige</para>
      <para>medeweggebruikers ter plaatse en/of (vervolgens) met zijn motorrijtuig is gaan rijden, terwijl een kruisende medeweggebruiker (fietser) zijn, verdachtes, motorrijtuig al zeer dicht was genaderd en/of (vervolgens) op/tegen en/of over voornoemde medeweggebruiker is gebotst en/of gereden, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,</para>
      <para>althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_0bf6ca8f-2ef8-4329-97ae-807396ef557d" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Op 11 augustus 2023 reed verdachte als bestuurder van een trekker met oplegger vanaf de N302 in de richting van Hierden. Hij reed de rotonde gelegen op de Newtonweg te Harderwijk op, reed deze rotonde driekwart over en sloeg af in de richting van de Lorentzstraat. Voordat hij deze afslag nam, heeft hij stilgestaan bij het fietspad op de rotonde en een eerste fietser voorrang verleend. Een tweede fietser, slachtoffer [slachtoffer], kwam uit de richting van de Lorentzstraat en ging links de rotonde op. Verdachte heeft haar niet gezien, is gaan rijden en er volgde een aanrijding als gevolg waarvan het slachtoffer is overleden.<footnote-ref linkend="_ff563320-c386-400f-a74c-237b52e37f87" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW). Verdachte heeft aanmerkelijk onvoorzichtig gereden, waardoor het ongeval aan zijn schuld te wijten is. De schuld van verdachte ziet weliswaar op de ondergrens van de schuldvarianten zoals genoemd in artikel 6 WVW, maar die schuld is er wel. Verdachte had het slachtoffer kunnen zien als hij beter had gekeken. Voordat het slachtoffer de rotonde op kwam, was zij al een langere tijd zichtbaar en verdachte is een professionele chauffeur van wie meer voorzichtigheid dan van een gemiddelde verkeersdeelnemer mag worden verwacht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft ten aanzien van het primair ten laste gelegde feit vrijspraak bepleit vanwege het ontbreken van aanmerkelijke schuld. Op de beelden van de dashcam is te zien dat verdachte zich aan alle verkeersregels houdt. Hij rijdt langzaam op de rotonde, stopt bij het fietspad, geeft richting aan en is niet in een telefoongesprek verwikkeld of anderszins afgeleid. Vanaf de zitpositie van de chauffeur was de fietser niet zichtbaar en verdachte heeft de fietser daarom simpelweg niet kunnen zien. Er is geen sprake van een overtreding van artikel 6 WVW, maar van een tragisch ongeval. Ten aanzien van het bewijs voor het subsidiair tenlastegelegde refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De vraag die de rechtbank (allereerst) moet beantwoorden is of verdachte schuld heeft aan het ongeval in de zin van artikel 6 WVW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW, moet sprake zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid en/of onoplettendheid en/of onachtzaamheid. Daarbij moet worden gekeken naar het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Daarnaast geldt dat niet alleen uit de ernst van de gevolgen kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW. Een enkel moment van onoplettendheid is verder over het algemeen niet voldoende voor het aannemen van aanmerkelijke schuld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de beoordeling of sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW vindt de rechtbank het volgende van belang. Uit het dossier blijkt dat verdachte langzaam de rotonde op is gereden en stopte bij het fietspad. Het zicht van verdachte werd op het moment van stilstaan gedeeltelijk beperkt door zijn linker buitenspiegel en de constructie van zijn cabine. Vervolgens is hij gaan rijden in de richting van de Lorentzstraat en bij het oversteken van het fietspad heeft hij het ongeluk veroorzaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte stond stil op de rotonde en verleende een eerste fietser voorrang. Hieruit maakt de rechtbank op dat verdachte aan het uitkijken was naar eventueel overstekende fietsers. Kennelijk heeft verdachte desondanks het slachtoffer niet gezien. De rechtbank stelt op basis hiervan vast dat bij verdachte wel sprake is geweest van enige onoplettendheid, omdat hij anders het latere slachtoffer wel had zien aankomen. Naar haar oordeel kan de daaruit voortvloeiende schuld echter niet aanmerkelijk genoemd worden, gelet op voornoemde omstandigheden, waarvan met name het langzaam de rotonde oprijden, het stil gaan staan voor het fietspad en het voorrang verlenen aan de eerste fietser van belang zijn. Er is dus geen sprake van schuld in de zin van artikel 6 WVW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het primair ten laste gelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens zal de rechtbank de vraag beantwoorden of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een overtreding van artikel 5 WVW. Daarbij dient te worden vastgesteld of verdachte zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op de weg werd veroorzaakt of kon worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg werd gehinderd of kon worden gehinderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank concludeert dat verdachte een kort moment onvoldoende naar links heeft gekeken en onvoldoende, althans onvoldoende lang, op het fietspad is blijven letten, waardoor hij is gaan rijden terwijl een kruisende fietser de rotonde opreed en voor zijn vrachtwagen terecht kwam. Hierdoor heeft verdachte gevaar op de weg veroorzaakt, welk gevaar zich ook heeft verwezenlijkt in het verkeersongeval.<footnote-ref linkend="_c1f809c1-901a-40a1-be79-ad93d35e85d0" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 5 WVW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal het verweer dat sprake is van afwezigheid van alle schuld bespreken bij de strafbaarheid van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 11 augustus 2023 te Harderwijk als bestuurder van een voertuig (trekker met oplegger), daarmee rijdende op een rotonde gelegen in de weg(en) Newtonweg en/of Lorentzstraat, en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> gekomen nabij de afslag richting de Lorentzstraat zijn motorrijtuig tot</para>
      <para>stilstand heeft gebracht voor het kruisingsvlak bestemd voor fiets- en/of bromfietsers en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> (daarbij) <emphasis role="strike-through">niet, althans</emphasis> onvoldoende heeft gelet en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> is blijven opletten op overige</para>
      <para>medeweggebruikers ter plaatse en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> (vervolgens) met zijn motorrijtuig is gaan rijden, terwijl een kruisende medeweggebruiker (fietser) zijn, verdachtes, motorrijtuig al zeer dicht was genaderd en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> (vervolgens) op/tegen en/of over voornoemde medeweggebruiker is gebotst en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> gereden, door welke gedraging<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt<emphasis role="strike-through">,</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">subsidiair</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft onder verwijzing naar de voorzichtigheid van verdachte en de dode hoek van de vrachtwagen een beroep gedaan op de afwezigheid van alle schuld. De rechtbank verwerpt dit beroep. Hoewel dode hoeken onderdeel zijn van een vrachtwagen en verdachte inderdaad de nodige voorzichtigheid leek te betrachten, is niet aannemelijk geworden dat verdachte hierdoor in zijn geheel geen schuld heeft aan het ongeval. Hij heeft tenslotte een moment te weinig naar links gekeken op het fietspad en een fietser geen voorrang verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is ook dan strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 6.000,- en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van een jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat kan worden volstaan met een geldboete van € 1.000,-  en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twee maanden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 5 WVW door op de rotonde Newtonweg en Lorentzstraat de Lorentzstraat in te slaan en hierbij een overstekende fietser over het hoofd te zien. Als gevolg hiervan is een aanrijding ontstaan met deze fietser, slachtoffer [slachtoffer], waarbij [slachtoffer] is overleden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van verdachte van 17 maart 2025. Daaruit volgt dat verdachte niet eerder wegens het plegen van strafbare feiten – waaronder ook overtredingen van de WVW – met politie en justitie in aanraking is gekomen, terwijl hij al meer dan zes jaar als beroepschauffeur in de Europese Unie werkzaam is en dus duizenden kilometers per jaar rijdt. De rechtbank heeft meegenomen dat verdachte zich schuldbewust heeft opgesteld ten opzichte van de nabestaanden en dat hij veel moeite heeft genomen om bij het onderzoek ter terechtzitting aanwezig te zijn. Ook heeft de rechtbank rekening gehouden met de straffen die doorgaans voor overtredingen van artikel 5 WVW worden opgelegd en de draagkracht van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie geëist is, omdat de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt en rekening heeft gehouden met bovenstaande omstandigheden. Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een geldboete van € 1.000,- in deze zaak passend is. Daarnaast legt de rechtbank aan verdachte een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twee maanden op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank kan met deze straf worden volstaan en bestaat er, gelet op het strafblad van verdachte en de verklaring van verdachte dat hij na het ongeval nog bedachtzamer is gaan rijden, geen aanleiding om een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen. De rechtbank laat daarbij ook nog meewegen dat het strafbare feit inmiddels geruime tijd geleden is gepleegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>De beoordeling van de civiele vorderingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 150.000,- aan affectieschade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De </para>
      <para>benadeelde partij vordert € 150.000,- aan affectieschade, vermeerderd met de</para>
      <para>wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [benadeelde 3] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De </para>
      <para>benadeelde partij vordert € 100.000,- aan affectieschade, vermeerderd met de </para>
      <para>wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [benadeelde 4] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De </para>
      <para>benadeelde partij vordert € 100.000,- aan affectieschade, vermeerderd met de </para>
      <para>wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunten</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de vorderingen moeten worden verklaard omdat de verzoeken niet zijn onderbouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de vorderingen moeten worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overweging van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank zijn de vorderingen onvoldoende onderbouwd. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partijen [benadeelde 1], [benadeelde 2], [benadeelde 3] en [benadeelde 4] niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen. De benadeelde partijen kunnen de vorderingen nog aan de burgerlijke rechter voorleggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>14a, 14b, 14c, 23 en 24c van het Wetboek van Strafrecht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>5, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> spreekt verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> veroordeelt verdachte wegens het subsidiair bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">geldboete van </emphasis><?linebreak?><emphasis role="bold">€ 1.000,- </emphasis>bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door <emphasis role="bold">20 dagen hechtenis</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> ontzegt verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 maanden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> bepaalt dat deze ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit; </para>
    <para />
    <para> verklaart de benadeelde partijen [benadeelde 1], [benadeelde 2], [benadeelde 5] en [benadeelde 4] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.S.W. Lucassen (voorzitter), mr. E.H.T. Rademaker en mr. S. Jansen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C.N. Witteveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 mei 2025.</para>
              <para />
              <para>Mr. E.H.T. Rademaker, mr. S. Jansen en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_0bf6ca8f-2ef8-4329-97ae-807396ef557d" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2023366697-1, gesloten op 22 december 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ff563320-c386-400f-a74c-237b52e37f87" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van aanrijding misdrijf, p. 2-6, het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 17-27, akte van overlijden d.d. 11 augustus 2023, p. 32.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c1f809c1-901a-40a1-be79-ad93d35e85d0" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van aanrijding misdrijf, p. 2-6, het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 17-27, het proces-verbaal forensisch onderzoek verkeer, p. 34-67.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>