<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2025:10149</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-26T12:45:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">458017</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:10149">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:10149</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-26T12:45:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2025:10149 Rechtbank Gelderland , 17-11-2025 / 458017</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2025:10149:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Mondeling vonnis. Vordering opheffing beslagen afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2025:10149:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht Zittingsplaats Arnhem</para>
      <para>Zaaknummer: C/05/458017 / KG ZA 25-357</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 17 november 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] , eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] , advocaat: mr. H.H. Jansen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>t.h.o.d.n. [bedrijf 1] , wonende te [woonplaats] (Duitsland), gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] , advocaat: mr. M.J.S. Spanjersberg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het kort geding wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak wordt behandeld door mr. S.A. van den Toorn, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E.C. Hulsbergen als griffier.</para>
      <para>Aanwezig zijn:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [eiser] , bijgestaan door mr. Jansen,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [gedaagde] , bijgestaan door mr. Spanjersberg en vergezeld door [naam] (tolk).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volgende stukken zijn ontvangen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding met producties 1 t/m 11 (waaronder een usb-stick met camerabeelden als productie 4)</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de aanvullende producties 12 t/m 17 van [eiser]</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 17</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de e-mails van [gedaagde] van 14 november 2025 via Zivver met bijlagen 13 t/m 17 (camerabeelden)</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht, waarbij mr. Jansen spreekaantekeningen heeft overgelegd. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de voorzieningenrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>1</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De vraag of het verlof om beslag te mogen leggen nietig is, wordt als volgt beoordeeld. Dat is niet het geval. Volgens artikel 700 Rv is onder meer bevoegd de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen wiens rechtsgebied de goederen zijn gelegen die beslagen zijn. Dat is in dit geval de rechtbank Gelderland. Voor zover het beslagrekest niet conform het interne zaaksverdelingsreglement is toegedeeld aan de juiste locatie van deze rechtbank, omdat de voorzieningenrechter te Arnhem op het beslagrekest heeft beslist in plaats van de voorzieningenrechter te Zutphen, maakt dit niet dat het beslagverlof nietig is en dat het beslag om die reden zou moeten worden opgeheven.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Voor wat betreft de vraag of de pretense vordering summierlijk ondeugdelijk is, geldt het volgende. Partijen zijn het over een aantal zaken eens, onder meer over de gang van zaken tot en met het moment van de aflevering van de Porsche bij POD Logistics. Over hetgeen daarna is gebeurd, verschillen partijen van mening.</para>
        <para>De door [gedaagde] in het geding gebrachte camerabeelden zijn niet zodanig duidelijk dat daarop meteen zichtbaar is wie er loopt of van wie de transporter is. Desondanks kan niet op voorhand worden aangenomen dat het niet [eiser] is en dat het niet zíjn transporter is. De vraag of [eiser] en zijn transporter te zien zijn op de camerabeelden (prod 14-17 van [gedaagde] ) waarop volgens [gedaagde] te zien is dat de Porsche weer bij POD Logistics wordt weggehaald, moet in de bodemprocedure worden beantwoord. Dit brengt met zich dat in deze kortgedingprocedure niet aannemelijk is geworden dat de vordering van [gedaagde] summierlijk ondeugdelijk is.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Dat geldt ook voor het onderdeel schade. In het geval komt vast te staan dat [eiser] de Porsche heeft weggenomen, dan is zonder meer aannemelijk dat [gedaagde] daardoor schade heeft geleden. Voldoende aannemelijk is geworden dat [gedaagde] de Porsche zelf met een winstopslag heeft doorverkocht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Vervolgens wordt toegekomen aan een belangenafweging. De voorzieningenrechter heeft oog voor het belang van [eiser] om te kunnen beschikken over de roerende zaken waarop beslag is gelegd, omdat het een handelsvoorraad is. Het betreft echter niet een voorraad in zijn bedrijf, maar een voorraad in zijn privé vermogen. Daarmee handelt [eiser] ook en verdient hij ook geld. Dat is een omstandigheid die er voor pleit om het beslag dat daarop ligt op te heffen.</para>
        <para>Daartegen pleit dat de vordering niet summierlijk ondeugdelijk is. Er is beslag gelegd voor een vordering die is begroot op € 250.000,00. In de belangenafweging moet daarom de vraag worden betrokken of die vordering kan worden verhaald als deze wordt toegewezen in de bodemprocedure. Als er alleen beslag ligt op de aandelen die [eiser] houdt in [bedrijf 2] , op de rekening van [eiser] bij ABN AMRO Bank N.V. en op zijn woning te [woonplaats] , rijst de vraag of dat voldoende is om de (pretense) vordering te kunnen verhalen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is niet duidelijk geworden wat de beslagen aandelen waard zijn. [eiser] heeft daarvoor onvoldoende in het geding gebracht. Verder is ter zitting gebleken dat het saldo op de beslagen ABN bankrekening iets meer dan € 4.000,00 bedraagt. Ten aanzien van de waarde van de woning en de omvang van de hypotheekschuld heeft [eiser] het een en ander ter zitting naar voren gebracht, maar hij heeft nagelaten dat met stukken te onderbouwen. Het had op de weg van [eiser]</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>gelegen om door middel van een taxatierapport aan te tonen wat de waarde is van de woning in de vrije verkoop, wat de executiewaarde is en wat de omvang is van zijn hypothecaire verplichting. Dat heeft hij nagelaten. De enkele stelling van [eiser] ter zitting dat uit een taxatierapport blijkt dat de woning € 795.000,00 waard zou zijn, is onvoldoende onderbouwd. [eiser] verwijst weliswaar naar een taxatierapport dat hij zelf op zijn telefoon kan zien, maar hij heeft nagelaten een kopie daarvan in het geding te brengen.</para>
        <para>Bovendien heeft [gedaagde] ter zitting die gestelde taxatiewaarde weersproken. De enkele stelling van [eiser] omtrent de waarde van zijn woning is daarom onvoldoende om als uitgangspunt aan te nemen. Daar komt bij dat [eiser] de omvang van zijn hypothecaire verplichtingen evenmin voldoende heeft onderbouwd.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de conclusie dat niet aannemelijk is geworden dat het beslag op de aandelen, de bankrekening en de woning reeds voldoende verhaal biedt voor de (pretense) vordering van € 250.000,00. Die omstandigheid weegt zwaarder dan de belemmering die [eiser] nu ondervindt door het beslag op de roerende zaken. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat [eiser] ook kan ondernemen via zijn onderneming [bedrijf 2] , zodat hij niet is verstoken van inkomsten. Dit heeft [eiser] ook niet aangevoerd. Bij deze stand van zaken zal de voorzieningenrechter de vordering om het beslag op te heffen dan ook afwijzen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Dit betekent niet dat dit de situatie is tot de mondelinge behandeling in de bodemprocedure. Als [eiser] een taxatierapport aan [gedaagde] verstrekt, met daarin de vrije verkoopwaarde en de executiewaarde van de woning, waarbij [eiser] tevens kan aantonen wat de omvang is van zijn hypothecaire verplichtingen én vervolgens blijkt dat er</para>
        <para>€ 250.000 aan vrije ruimte is, dan kan [eiser] nogmaals een opheffingskortgeding aanhangig maken. In ieder geval is er voor opheffing van de beslagen meer nodig dan dat [eiser] tot nu toe heeft laten zien.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8.</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vorderingen van [eiser] zullen worden afgewezen. [eiser] zal worden veroordeeld in de proceskosten conform het liquidatietarief. Het vonnis zal voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.9.</nr>
      <para>De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>331,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris advocaat</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.107,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>178,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de verhoging zoals</para>
                <para>vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.616,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van [eiser] af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.616,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. S.A. van den Toorn en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de voorzieningenrechter.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>