<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2024:9890</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-04T13:42:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/262237-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:9890">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:9890</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-04T10:30:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:9890 Rechtbank Gelderland , 01-05-2024 / 05/262237-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2024:9890:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art 241 Sr (nieuw): opzetaanranding. Verdachte heeft onder invloed van drugs en alcohol onverhoeds de borsten van kennis van hem betast. Omdat hij first offender is en zelf ook ernstig is getroffen door de gevolgen van zijn onaanvaardbaar handelen, volstaat rb met taakstraf van 50 uur. Schadevergoeding toegewezen van € 750 immaterieel en € 30.219,00 materieel, waarvan € 27.525,00 wegens studievertraging. Rb plaatst vraagtekens bij hantering van dit soort forfaitaire bedragen ingevolge Richtlijn Letselschade Studievertraging, waarbij ieder verband met aard van het vergrijp, de schuld van dader en omstandigheden waaronder het werd begaan, wordt losgelaten en de rechter weinig tot geen mogelijkheden heeft tot -ambtshalve- ingrijpen om te komen tot redelijk resultaat.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2024:9890:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/262237-25</para>
      <para>Datum uitspraak	: 1 mei 2026</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2004 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende aan [adres] in [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. M.W.G.J. IJsseldijk, advocaat in Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 23 maart 2025 te Nijmegen</para>
      <para>met een persoon, te weten [aangever] ,</para>
      <para>een of meer seksuele handelingen heeft verricht,</para>
      <para>immers heeft verdachte, terwijl hij achter die [aangever] stond,</para>
      <para>op onverhoedse wijze zijn beide armen onder de oksels van die [aangever]</para>
      <para>geschoven en (vervolgens) met beide handen de borsten van die [aangever]</para>
      <para>vastgepakt en/of in die borsten geknepen,</para>
      <para>terwijl hij, verdachte, wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat bij die</para>
      <para>
        [aangever] daartoe de wil ontbrak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_147da1fd-6244-42d0-a4fc-8b9c89352a0f" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetaanranding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , p. 9 – 10; </para>
    <para>- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 april 2026. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van de opgegeven bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetaanranding. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 23 maart 2025 te Nijmegen met een persoon, te weten [aangever] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">een of</emphasis> meer seksuele handelingen heeft verricht, immers heeft verdachte, terwijl hij achter die [aangever] stond, op onverhoedse wijze zijn beide armen onder de oksels van die [aangever]</para>
      <para>geschoven en (vervolgens) met beide handen de borsten van die [aangever] vastgepakt en/of in die borsten geknepen, terwijl hij, verdachte, wist, <emphasis role="strike-through">althans ernstige reden had om te vermoeden</emphasis> dat bij die [aangever] daartoe de wil ontbrak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Opzetaanranding </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">5.	De strafbaarheid van het feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, te vervangen door 40 dagen hechtenis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft bepleit dat rekening gehouden dient te worden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Hij heeft afscheid moeten nemen van zijn vriendengroep en heeft zijn drugsprobleem aangepakt. Hij heeft op een volwassen manier verantwoordelijkheid genomen en zijn levensstijl aangepast. Het is daarom passend om aan hem een geheel voorwaardelijke taakstraf op te leggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ernst van het feit </emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetaanranding van aangeefster, een destijds goede vriendin van verdachte. Nadat aangeefster, verdachte en de rest van hun vriendengroep na een feestje in een café aankwamen, greep verdachte onverhoeds met beide handen de borsten van aangeefster vast. Dit gebeurde terwijl aangeefster met de rug naar verdachte toe stond en een deel van de vriendengroep daar naast stond. Verdachte heeft door zo te handelen een inbreuk gemaakt op de seksuele integriteit van aangeefster. Uit de slachtofferverklaring die aangeefster ter terechtzitting heeft voorgedragen, volgt dat dit incident een grote impact op haar heeft gehad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Persoon van verdachte</emphasis>
        <?linebreak?>De rechtbank heeft gezien dat uit het strafblad van verdachte, gedateerd 18 maart 2026, blijkt dat hij niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank houdt rekening met het reclasseringsadvies, gedateerd 10 april 2026. De reclassering schrijft dat verdachte zijn leven op orde heeft, dat hij gestopt is met drugsgebruik en met overmatig alcoholgebruik en dat zijn focus ligt bij zijn opleiding, werk en sport. Zijn leefgebieden worden als stabiel omschreven. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden omdat zij vindt dat interventies of toezicht niet nodig zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De straf </emphasis>
      </para>
      <para>Het is duidelijk geworden dat verdachte die avond een overmaat aan alcohol had gedronken, daartoe uitgedaagd door zijn vrienden. Tussendoor had hij ook nog drugs gebruikt. Hij heeft als gevolg daarvan nauwelijks nog herinnering aan het gebeuren. De volgende dag merkte hij dat er iets vervelends gebeurd moest zijn omdat van zijn vriendengroep niemand reageerde op zijn oproepen. Toen hem duidelijk werd wat er gebeurd was, heeft hij meteen zijn spijt betuigd aan aangeefster en alle anderen. Hij heeft geprobeerd het uit te praten, maar daarvoor was bij aangeefster geen ruimte meer. Het gebeuren, hoewel het hem valt toe te rekenen, heeft ook voor hem veel gevolgen gehad, zoals het wegvallen van zijn vriendengroep en het feit dat hij nu een strafblad heeft. Daar houdt de rechtbank rekening mee.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op al het voorgaande en de straffen die in soortgelijke zaken werden opgelegd, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke taakstraf van 50 uur passend. Deze taakstraf wordt vervangen door 25 dagen hechtenis als de taakstraf niet of niet naar behoren wordt verricht. Deze straf is lager dan geëist door de officier van justitie. Dit komt omdat de rechtbank (nog) meer rekening houdt met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het feit dat hij oprecht spijt heeft betuigd en daarna zijn levenswijze heeft aangepast om herhaling te voorkomen.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>De beoordeling van de civiele vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [aangever] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 30.219,00 aan materiële schade en € 1.250,00 aan immateriële schade, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bedrag aan materiële schade is opgebouwd uit de volgende posten:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Studievertraging: 		€ 27.525,00</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Collegegeld: 			€ 2.694,00</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunten</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de gevorderde materiële schadeposten is door de verdediging aangevoerd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard omdat  beoordeling van deze schadeposten een onevenredige belasting voor het strafproces opleveren en omdat  onvoldoende is gebleken van een causaal verband tussen het strafbare feit en de opgelopen studievertraging van de benadeelde partij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft zich ten aanzien van de gevorderde immateriële schade op het standpunt gesteld dat deze schadepost dient te worden gematigd. Hiertoe is aangevoerd dat in vergelijkbare gevallen een bedrag van € 500,00 wordt toegekend. Dit bedrag vindt ook aansluiting bij de Rotterdamse Schaal. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overweging van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Materiële schade </emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij stelt dat zij als gevolg van het strafbare feit studievertraging heeft opgelopen. Het handelen van verdachte heeft een terugval in depressieve klachten veroorzaakt waardoor zij na 23 maart 2025 geen studieresultaten meer heeft behaald. Dit heeft geleid tot één jaar studievertraging. De rechtbank oordeelt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij volgde de Hbo-opleiding leraar Nederlands. De vordering is onderbouwd met brieven tussen de benadeelde partij en de psychotherapeut en tussen de benadeelde partij en de studieloopbaanbegeleider. Eveneens zijn haar cijfers en behaalde studiepunten overgelegd. Uit de brief van de psychotherapeut blijkt dat de benadeelde partij direct na het strafbare feit een terugval heeft gekregen in depressieve klachten waardoor zij lamgeslagen was en enkele weken niet naar haar werk heeft kunnen gaan. Verder blijkt uit de informatie van de studieloopbaanbegeleider dat zij voor 23 maart 2025 haar studiepunten behaalde en dat zij in de periode hierna, tot juli 2025 geen studiepunten heeft behaald. Voor 23 maart 2025 was de verwachting dat de benadeelde haar eerste studiejaar zou behalen voor 1 augustus 2025. Vanwege haar afwezigheid na 23 maart 2025 is deze verwachting bijgesteld. Na augustus 2025 werd zij daarom opnieuw in leerjaar 1 geplaatst en niet in leerjaar 2. De rechtbank is van oordeel dat de overlegde stukken voldoende onderbouwen dat de benadeelde partij als gevolg van het strafbare feit studievertraging heeft opgelopen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de bepaling van de omvang van de schade heeft de benadeelde partij aansluiting gezocht bij de Letselschade Richtlijn Studievertraging. Hieruit volgt dat, in het geval van één jaar studievertraging op de hogeschool, een bedrag van € 27.525,00 geïndiceerd is. Van de zijde van verdachte zijn geen feiten en omstandigheden naar voren gebracht die de conclusie kunnen dragen dat integrale toewijzing tot kennelijk onredelijke gevolgen zou leiden, hetgeen zou kunnen leiden tot matiging van het schadebedrag naar een bedrag dat wel redelijk is. De rechtbank mag een dergelijk verweer en de daarvoor benodigde feitelijke grondslag niet ambtshalve toepassen. Omdat in het onderhavige geval sprake is van één jaar studievertraging, zal de rechtbank de gevorderde kosten van € 27.525,00 toewijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank wijst wel op de vergaande consequenties die het hanteren van dit soort richtlijnen met forfaitaire schadebedragen kan hebben. Enerzijds is het begrijpelijk dat de rechtspraktijk behoefte heeft aan ‘hard and fast rules’ voor de vaststelling van dit soort type schade. Anderzijds is het ook wrang dat verdachte door zijn in een opwelling gepleegd onrechtmatig handelen van relatief beperkt ingrijpende aard, nu wordt geconfronteerd met een vergelijkenderwijs zeer hoge schadeclaim, die in beginsel niet direct kan worden gerelateerd aan hetgeen nu werkelijk is voorgevallen bij en rondom het bewezenverklaarde feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande zal de rechtbank eveneens het gevorderde bedrag voor het collegegeld van € 2.694,00 toewijzen. De rechtbank zal het aan materiële schade gevorderde bedrag dan ook in zijn geheel toewijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Immateriële schade </emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de wet komt immateriële schade onder meer voor vergoeding in aanmerking als de benadeelde partij “op andere wijze in zijn persoon is aangetast” (artikel 6:106 lid 1 sub b van het Burgerlijk Wetboek). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft een inbreuk gemaakt op de lichamelijke en seksuele integriteit van de benadeelde partij. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Uit de door de benadeelde partij overgelegde stukken blijkt dat er sprake is van een aantasting in de persoon. Gelet op de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in soortgelijke zaken met een redelijk beperkte impact, toewijzen, acht de rechtbank een vergoeding van € 750,00 passend. De benadeelde partij zal voor het resterende bedrag niet ontvankelijk in de vordering worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Conclusie</emphasis>
      </para>
      <para>De toe te wijzen bedragen zijn dus de volgende:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Studievertraging: 		€ 27.525,00</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Collegegeld: 			€   2.694,00</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Immateriële schade:		€    750,00</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank vermeerdert het toegewezen bedrag voor materiële schadevergoeding van </para>
      <para>€ 30.219,00 met de wettelijke rente met ingang van 30 maart 2026, zijnde de datum van indiening van de vordering.</para>
      <para>De rechtbank vermeerdert het toegewezen bedrag aan immateriële schade van </para>
      <para>€ 750,00 met de wettelijke rente met ingang van 23 maart 2025, zijnde de pleegdatum van het feit.  </para>
      <para>De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 36f en 241 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> legt op een <emphasis role="bold">taakstraf van 50 uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 25 dagen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van de benadeelde partij [aangever]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] :  </para>
    </parablock>
    <para>- de materiële schade € 30.219,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 maart 2026 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    <para>- de immateriële schade € 750,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    <para />
    <para> verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para> veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [aangever] , een bedrag te betalen van € 30.219,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 maart 2026, en € 750,00 aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen <emphasis role="underline">188 dagen</emphasis> gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Verbeek (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. J.M. Breimer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.A.M. Disberg, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 mei 2026.</para>
              <para />
              <para>
                <emphasis role="italic">mr. P.J. Verbeek is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</emphasis>
              </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_147da1fd-6244-42d0-a4fc-8b9c89352a0f" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025169668, gesloten op 18 juli 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>