<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2024:9735</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-21T10:27:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-02-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10960948</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Nijmegen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2025/165</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:9735">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:9735</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-02-25T14:23:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:9735 Rechtbank Gelderland , 28-06-2024 / 10960948</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2024:9735:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vonnis in vrijwaringsincident. Contractsoverneming. Processueel ondeelbare rechtsverhouding. Faillissement.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2024:9735:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>vonnis</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Nijmegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaakgegevens	10960948 \ CV EXPL  24-761 \ 51587 \ 44219</para>
      <para>uitspraak van 28 juni 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis in het vrijwaringsincident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">eisende partij in de hoofdzaak</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">verwerende partij in het incident </emphasis>
      </para>
      <para>gemachtigde mr. D. Visch </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid <emphasis role="bold">[gedaagde]</emphasis></para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats]</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">gedaagde partij in de hoofdzaak</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">eisende partij in het incident </emphasis>
      </para>
      <para>gemachtigde mr. M.P.M. Riep </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 12 februari 2024 met producties</para>
      <para>- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring</para>
      <para>- de conclusie van antwoord in het incident met een productie.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vervolgens is vonnis in het incident bepaald. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het vrijwaringsincident en de beoordeling daarvan</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In de hoofdzaak vordert [eiser] dat de kantonrechter [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, zal veroordelen om aan hem te betalen:</para>
      <para />
      <para>a.	€ 9.350,00 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 januari 2023, althans vanaf 12 februari 2024, tot aan de dag van de algehele voldoening;</para>
      <para>b.	€ 381,15 ter zake van aanvullende schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 februari 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening;</para>
      <para>c.	€ 577,38 aan deskundigenkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf 12 februari 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening;</para>
      <para>d.	€ 1.042,48 ter zake van buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf 12 februari 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>dit alles met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na die datum van het vonnis tot de dag van de algehele voldoening.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij op 28 januari 2023 een overeenkomst met [gedaagde] is aangegaan voor het plaatsen en installeren van zonnepanelen op het dak van zijn woning. De werkzaamheden zijn echter niet deugdelijk uitgevoerd en [gedaagde] heeft ondanks in gebreke te zijn gesteld niet aan haar verplichtingen voldaan. Nadat [gedaagde] in verzuim is geraakt heeft [eiser] zijn vordering op 15 januari 2024 omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding ten bedrage van € 9.350,00. Voorts vordert hij € 381,15 aan aanvullende schadevergoeding omdat hij lekkages heeft moeten laten verhelpen die door toedoen van [gedaagde] zijn ontstaan, € 577,38 aan deskundigenkosten ter vaststelling van aansprakelijkheid en € 1.042,48 ter zake van buitengerechtelijke incassokosten, het één en ander te vermeerderen met wettelijke rente.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] vordert in het incident toestemming om [bedrijf 1] , [bedrijf 2] en [bedrijf 3] op te roepen in vrijwaring.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] onderbouwt die vordering als volgt. De overeenkomst tussen [eiser] en [gedaagde] is met goedkeuring van [eiser] overgedragen aan [bedrijf 3] en aan haar gelieerde partijen. [bedrijf 1] heeft de installatie van de zonnepanelen uitgevoerd en de aanbetaling van [eiser] is aan haar ten goede gekomen. In de Samenwerking- en overnameovereenkomst (productie 3 [gedaagde] ) vrijwaren [bedrijf 1] , [bedrijf 2] en [bedrijf 3] [gedaagde] voor alle aanspraken van derden die verband houden met de contractsovername en de destijds lopende projecten, waaronder het project van [eiser] , aldus nog steeds [gedaagde] . Indien [gedaagde] gehouden kan worden tot vergoeding van schade en/of kosten, staat vast dat [gedaagde] die schuld kan afwentelen op [bedrijf 1] en dat laatstgenoemde daarvoor aansprakelijk is in de verhouding met [gedaagde] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [eiser] concludeert dat de vordering tot oproeping in vrijwaring moet worden afgewezen. Hij betwist daartoe dat hij de vereiste medewerking aan de overname van het contract heeft verleend en voert aan dat als er al sprake is van contractsoverneming, niet duidelijk is wie de overnemende partij is en wie in vrijwaring moet worden opgeroepen. Ten slotte stelt [eiser] dat [bedrijf 1] inmiddels failliet is verklaard en dat er sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding tussen [bedrijf 1] , [bedrijf 2] en [bedrijf 3] Omdat alleen [bedrijf 2] en [bedrijf 3] in vrijwaring kunnen worden opgeroepen zou de vrijwaringsprocedure leiden tot niet-ontvankelijkheid van [gedaagde] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De kantonrechter oordeelt als volgt. De  incidentele vordering tot vrijwaring zal gedeeltelijk worden toegewezen. Uit de aangevoerde grond volgt dat [gedaagde] belang kan hebben bij de oproeping in vrijwaring van de partijen [bedrijf 2] en [bedrijf 3] Bij de inhoudelijke behandeling van de hoofdzaak kan worden ingegaan op de bezwaren van [eiser] met betrekking tot de beweerdelijke overname van het contract. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De kantonrechter wijst de vordering af voor zover die betrekking heeft op [bedrijf 1] Bij die vordering heeft [gedaagde] namelijk geen belang in de zin van artikel 3:303 BW. Hiertoe is het volgende redengevend. Ingevolge artikel 26 Faillissementswet kunnen rechtsvorderingen, die voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel hebben, gedurende het faillissement op geen andere wijze worden ingesteld dan door aanmelding ter verificatie. [gedaagde] zal haar – eventuele – vordering op [bedrijf 1] , die bij beschikking van 30 april 2024 in staat van faillissement is verklaard, dus ter verificatie moeten aanmelden bij de curator van [bedrijf 1] Indien [gedaagde] niettemin een vordering jegens [bedrijf 1] zou instellen in het kader van een vrijwaringsprocedure, zou zij in die vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De kantonrechter wijst erop dat [gedaagde] er zelf voor moet zorgen dat [bedrijf 2] en [bedrijf 3] worden gedagvaard door een deurwaarder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Aangezien partijen over en weer in het (on)gelijk worden gesteld ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten tussen partijen te compenseren.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>geeft [gedaagde] toestemming [bedrijf 2] en [bedrijf 3] in vrijwaring op te roepen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat [gedaagde] [bedrijf 2] en [bedrijf 3] kan laten dagvaarden voor de rolzitting van de rechtbank Gelderland, team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Nijmegen van <emphasis role="bold underline">vrijdag 2 augustus 2024</emphasis> om op de eis tot vrijwaring te antwoorden;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders gevorderde;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>bepaalt dat [gedaagde] in de hoofdzaak op dezelfde rolzitting van <emphasis role="bold underline">vrijdag 2 augustus 2024</emphasis> haar conclusie van antwoord in de hoofdzaak kan nemen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>51588 / 44219</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>