<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2024:9186</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-20T09:06:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 23/7523</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:9186">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:9186</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-20T09:05:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:9186 Rechtbank Gelderland , 19-12-2024 / AWB 23/7523</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2024:9186:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindhoven Airport. Verzoek om handhaving. Verweerder heeft kunnen besluiten dat sprake was van concreet zicht op legalisatie. Artikel 6, tweede lid, Habitatrichtlijn. Belangenafweging door verweerder is gebrekkig.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2024:9186:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: ARN 23/7523 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van </bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: [gemachtigde]),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de heffingsambtenaar van de gemeente Barneveld, de heffingsambtenaar.</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Samenvatting</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak gaat over de waardebeschikking voor de onroerende zaak aan de [locatie] in [plaats] (de woning) op 1 januari 2022 (de waardepeildatum). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is. Tussen partijen is namelijk niet langer in geschil dat de heffingsambtenaar in de bezwaarfase meer stukken aan belanghebbende had moeten toesturen. Tussen partijen is verder niet langer in geschil dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is. Dat betekent dat de rechtbank de rechtsgevolgen van de uitspraak op bezwaar in stand zal laten.  </para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <?linebreak?>Procesverloop </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De heffingsambtenaar heeft de waarde van de woning bij beschikking vastgesteld op </para>
      <para>€ 512.000. Gelijktijdig met deze waardevaststelling is aan belanghebbende de aanslag onroerendezaakbelasting van de gemeente Barneveld voor het jaar 2023 opgelegd (de aanslag). Met de bestreden uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. De heffingsambtenaar heeft daarbij de waarde van de woning gehandhaafd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 8 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [persoon A], kantoorgenoot van gemachtigde en namens de heffingsambtenaar [persoon B] en [persoon C] (taxateur).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>1. Belanghebbende heeft in beroep aangevoerd dat de heffingsambtenaar in bezwaar niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft verstrekt. De gemachtigde van de heffingsambtenaar heeft tijdens de zitting erkend dat de KOUDV-factoren van de vergelijkingsobjecten verstrekt hadden moeten worden. Desgevraagd heeft de heffingsambtenaar op zitting verklaard dat hij niet langer verweer voert op dit formele punt. Het beroep is reeds hierom gegrond en de bestreden uitspraak op bezwaar zal worden vernietigd. </para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank ziet aanleiding om de rechtsgevolgen van de bestreden uitspraak op bezwaar in stand te laten, omdat de gemachtigde van belanghebbende tijdens de zitting heeft verklaard dat de heffingsambtenaar met de matrix, die in beroep over is gelegd, aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde van € 512.000 niet te hoog is. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>3. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat de rechtbank de uitspraak op bezwaar zal vernietigen, onder instandlating van de rechtsgevolgen. De WOZ-beschikking en de aanslag blijven dus in stand.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank ziet in de gegrondverklaring van het beroep aanleiding de heffingsambtenaar te veroordelen in de proceskosten die belanghebbende voor het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand voor beide zaken tezamen vastgesteld op € 875 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 875 en een wegingsfactor van 0,5). Omdat het beroep uitsluitend gegrond is vanwege een formeelrechtelijk gebrek in de uitspraak op bezwaar, stelt de rechtbank een wegingsfactor vast van 0,5.<footnote-ref linkend="_351d2b3c-16e8-46b6-b729-a7f06abdd55d" /></para>
    <para />
    <para>5. De heffingsambtenaar dient het griffierecht te vergoeden aan belanghebbende, omdat het beroep gegrond is. </para>
    <para />
    <para>6. De Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en Bpm<footnote-ref linkend="_6c4fb2ca-ee71-44de-9148-b516a0d4d3e3" /> - en de daarin genoemde wijzigingen met betrekking tot de hoogte van de proceskostenvergoeding en vergoeding van immateriële schade - is in deze zaak nog niet van toepassing. De rechtbank merkt echter op dat uitbetaling van de in deze procedure toegekende bedragen op de bankrekening van belanghebbende moet plaatsvinden, ongeacht of de belanghebbende in een (doorlopende) machtiging met zijn gemachtigde heeft afgesproken dat de gemachtigde is gerechtigd tot bepaalde vergoedingen (verbod vervreemding en verpanding).</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep gegrond; </para>
    <para>- vernietigt de uitspraak op bezwaar;</para>
    <para>- bepaalt dat de rechtsgevolgen van de uitspraak op bezwaar in stand blijven;</para>
    <para>- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling aan belanghebbende van € 875 aan proceskosten;</para>
    <para>- draagt de heffingsambtenaar op om het griffierecht van € 50 aan belanghebbende te vergoeden.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. B.J. Zippelius, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Metin, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_351d2b3c-16e8-46b6-b729-a7f06abdd55d" label="1">
    <para> Richtsnoer proceskostenvergoeding belastingkamers gerechtshoven 2024.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6c4fb2ca-ee71-44de-9148-b516a0d4d3e3" label="2">
    <para> Wet van 20 december 2023 tot wijziging van de Wet waardering onroerende zaken en de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 in verband met het herwaarderen van de proceskostenvergoeding en vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>