<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2024:7411</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-04T08:48:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05.158661.23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:7411">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:7411</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-04T08:47:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:7411 Rechtbank Gelderland , 01-10-2024 / 05.158661.23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2024:7411:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>bedreiging met een terroristisch misdrijf. Jeugdstrafrecht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2024:7411:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/158661-23</para>
      <para>Datum uitspraak	: 1 oktober 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 2003 in [geboorteplaats], </para>
      <para>wonende aan de [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. S. Goedvriend, advocaat in Bemmel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 juni 2023 tot</para>
      <para>en met 28 juni 2023 te Doesburg, in elk geval in Nederland één of meerdere (onbekend gebleven) perso(o)n(en)</para>
      <para>heeft gedreigd, met een terroristisch misdrijf, althans,</para>
      <para>met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of</para>
      <para>goederen en/of gemeen gevaar voor de verlening van diensten ontstaat en/of met</para>
      <para>enig misdrijf tegen het leven gericht althans met zware mishandeling,</para>
      <para>door in een chatgroep op sociale media (Instagram) berichten te sturen met de tekst</para>
      <para>(zakelijk weergegeven)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- Ak is klaar en/of</para>
    <para>- Als het (zijn toets) slecht ging ze hem op het nieuws gaan zien, in een moskee en/of</para>
    <para>- Dat hij ervoor gaat zorgen dat mensen van de week hun laatste adem uitblazen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans woorden van gelijke strekking en/of aard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_9052c0f6-66c6-474f-ab9e-d7a35f1b4808" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit, met dien verstande dat het eerste gedachtestreepje, zoals genoemd in de tenlastelegging, niet bewezen kan worden. Verdachte dient daar partieel van te worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Hiertoe is aangevoerd dat de berichten door verdachte zijn verstuurd vanuit een emotionele ontlading, maar dat zij niet zijn verstuurd met de bedoeling om vrees op te wekken bij ‘onbekend gebleven personen’ zoals bedoeld in artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is op 28 juni 2023 in Doesburg aangehouden. Bij zijn aanhouding zijn de telefoon en laptop van verdachte in beslag genomen en onderzocht. Uit dit onderzoek volgt dat verdachte op zowel zijn telefoon als laptop ingelogd was op het Instagram-account ‘[naam 1]’. Op 27 juni 2023 zijn er berichten verstuurd vanaf het account ‘[naam 1]’ in de chatgroep ‘twerker club’. Dit betreft een chatgroep op Instagram met 38 deelnemers. In de ‘twerker club’ chatgroep wenst een groepslid ‘[naam 1]’ succes wenst met zijn toets. ‘[naam 1]’ antwoordt dat als het slecht gaat dat ze hem dan op het nieuws zien, in een moskee. Verder zegt hij: “Ik ga van de week ervoor zorgen dat mensen hun laatste adem uitblazen”.<footnote-ref linkend="_7aec9dba-9389-4cf8-b488-c537b201ec7a" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder volgt uit het onderzoek aan de telefoon van verdachte dat hij lid is van meerdere appgroepen waarin veelvuldig extremistische, antisemitische, racistische en discriminerende uitspraken worden gedaan. Verdachte is erg actief op social media en uit onderzoek aan de telefoon volgt verder dat hij verschillende video’s en afbeeldingen van – onder meer aanslagen en executies – deelt en dat hij geweld verheerlijkt.<footnote-ref linkend="_7137048e-dd62-4cbe-87fa-83312634a346" /> Verder blijkt uit onderzoek aan de telefoon van verdachte dat er op 27 juni 2023 in een chatgroep gesproken wordt over het kopen van wapens.<footnote-ref linkend="_e6d2a417-e8ac-40a8-a484-27a9d81a04c0" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat het account ‘[naam 1]’ van hem is en dat hij berichten in de chatgroep op Instagram heeft verstuurd.<footnote-ref linkend="_841b22d9-382c-40f4-b284-3861f922c710" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Overwegingen ten aanzien van het bewijs </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank stelt op grond van voornoemde bewijsmiddelen vast dat verdachte de ten laste gelegde uitingen op 27 juni 2023 in een chatgroep op Instagram heeft gedaan. Aan de rechtbank ligt de vraag voor of verdachte door het versturen van deze uitingen heeft gedreigd met een terroristisch misdrijf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In artikel 285, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is bedreiging met een terroristisch misdrijf strafbaar gesteld. Uit de bewoordingen van dat artikel en de wetsgeschiedenis volgt dat voor een veroordeling op grond van die bepaling toereikend is dat wordt gedreigd met een terroristisch misdrijf, dus een misdrijf als bedoeld in artikel 83 Sr. Niet is vereist dat de bedreiging zelf met een terroristisch oogmerk plaatsvindt. Wel is vereist dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat (a) het misdrijf waarmee wordt gedreigd een terroristisch misdrijf betreft en (b) dit misdrijf ook zou worden uitgevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de omschrijving van een terroristisch oogmerk in artikel 83a Sr is voor een veroordeling wegens bedreiging met zo een terroristisch misdrijf vereist dat uit de bewijsvoering blijkt dat bij de bedreigde in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat het misdrijf dat zou worden uitgevoerd erop was gericht (a) de bevolking of een deel van de bevolking van een land ernstige vrees aan te jagen, dan wel (b) een overheid of internationale organisatie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel (c) de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of vernietigen. Daarnaast is voor zo een veroordeling vereist dat het opzet van de verdachte erop was gericht deze vrees te laten ontstaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat verdachte in de door hem gestuurde berichten onder meer heeft aangegeven dat hij ervoor gaat zorgen ‘dat mensen hun laatste adem uitblazen’ en dat als zijn toets niet goed gaat ‘ze hem op het nieuws gaan zien, in een moskee’. De rechtbank overweegt dat niet alleen de bewoordingen op zichzelf bepalend zijn, maar dat zij zullen moeten worden bezien in de context waarbinnen die woorden zijn geuit. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte in verschillende chatgroepen veelvuldig extremistische uitspraken doet en dat hij op </para>
      <para>27 juni 2023, in een andere chatgroep, spreekt over het kopen van wapens. De uitlatingen van verdachte en de context waarbinnen deze uitlatingen zijn gedaan verwijzen daarmee naar het oordeel van de rechtbank ondubbelzinnig naar een terroristisch misdrijf in de zin van artikel 83 Sr. </para>
      <para>
        <?linebreak?>De rechtbank overweegt verder dat verdachte de dreigende tekst in een chatgroep van een Instagramaccount plaatste. Daarmee heeft hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat bij personen (in ieder geval die in de chatgroep) die toegang hadden tot het bericht op het Instagramaccount, de vrees zou ontstaan dat het terroristisch misdrijf – dat erop was gericht (een deel van) de bevolking ernstige vrees aan te jagen – zou worden uitgevoerd. Van het vereiste voorwaardelijk opzet op het ontstaan van deze vrees is daarom sprake. Het argument van de verdediging dat de woorden zijn geuit in een moment van emotionele ontlading en dat daarom de opzet op het aanjagen van vrees ontbrak, mist doel. Uit de bewijsmiddelen blijkt immers dat verdachte, herhaaldelijk en gedurende langere tijd, dergelijke uitspraken in verschillende chatgroepen heeft gedaan. Van een onbewaakt ogenblik waarin verdachte zijn zelfbeheersing even had verloren, was dus geen sprake. Daarbij komt dat niets, ook niet de verklaring van verdachte zelf over het gebeuren, er op wijst dat hij zich een dergelijke emotionele toestand bevond tijdens het doen van deze uitspraken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande vindt de rechtbank het feit wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank zal verdachte ten aanzien van het eerste gedachtestreepje – ‘Ak is klaar’ – partieel vrijspreken nu niet duidelijk is geworden of deze uitlating ziet op de (aardrijkskunde)toets van verdachte of op een wapen en verdachte desgevraagd ook niet meer wist waar hij nu precies op doelde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hij op <emphasis role="strike-through">één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van</emphasis> 27 juni 2023 <emphasis role="strike-through">tot</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">en met 28 juni 2023</emphasis> te Doesburg, <emphasis role="strike-through">in elk geval in Nederland één of</emphasis> meerdere (onbekend gebleven) perso<emphasis role="strike-through">(o)</emphasis>n<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> heeft gedreigd, met een terroristisch misdrijf, <emphasis role="strike-through">althans,</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">met enig misdrijf</emphasis> waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of</para>
      <para>goederen en/of gemeen gevaar voor de verlening van diensten ontstaat <emphasis role="strike-through">en/of met</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">enig misdrijf tegen het leven gericht althans met zware mishandeling</emphasis>, door in een chatgroep op sociale media (Instagram) berichten te sturen met de tekst (zakelijk weergegeven)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="strike-through">Ak is klaar en/of</emphasis></para>
    <para>- Als het (zijn toets) slecht ging ze hem op het nieuws gaan zien, in een moskee en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    <para>- Dat hij ervoor gaat zorgen dat mensen van de week hun laatste adem uitblazen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">althans woorden van gelijke strekking en/of aard</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">bedreiging met een terroristisch misdrijf.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Aan het voorwaardelijk strafdeel dienen de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden te worden gekoppeld. De officier van justitie ziet geen grondslag om deze bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren. Tot slot dient het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis te worden opgeheven. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft bepleit dat acht moet worden geslagen op de rapportages die over de persoon van verdachte zijn opgesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging met een terroristisch misdrijf. Verdachte heeft dit gedaan door berichten te sturen in een chatgroep op Instagram. De politie heeft bij ontdekking van deze berichten het dreigement van verdachte serieus genomen en nader onderzocht. Het dreigen met een terroristisch misdrijf is een ernstig, indringend en angstaanjagend delict. Verdachte heeft met het plaatsen van deze zorgelijke uitlatingen bijgedragen aan in de maatschappij levende gevoelens van onrust en onveiligheid. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de justitiële documentatie van verdachte, gedateerd op 7 augustus 2024. Hieruit volgt dat verdachte geen veroordelingen op zijn naam heeft staan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door psycholoog [psycholoog] is op 16 juni 2024 een rapport over verdachte opgesteld. Hieruit volgt dat verdachte heeft aangegeven de berichten te hebben verstuurd bij wijze van grap en dat het gaat om ‘schokhumor’. Hij ziet in dat het stom en niet verstandig is wat hij heeft gedaan. Verdachte wijst daadwerkelijk gebruik van geweld absoluut af en er is sprake van een laag risico op gewelddadig extremisme. Verder is gerapporteerd dat er geen aanleiding is om het strafbare feit in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. Gezien de afwezigheid van pathologie en het laag ingeschatte recidiverisico is het adviseren van een behandeling in een strafrechtelijk kader niet aan de orde. Tot slot is gerapporteerd dat er geen noodzaak bestaat voor toepassing van het jeugdstrafrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder is over de persoon van verdachte op 12 september 2024 een reclasseringsadvies opgesteld. Uit deze rapportage volgt dat er geen sprake is van psychische problemen, noch dat er sprake is van persoonlijkheidsproblematiek. Gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis zijn er geen aanwijzingen geweest dat verdachte zich op social media grensoverschrijdend gedraagt. Verdachte heeft aangegeven dat hij zijn aanhouding ziet als een <emphasis role="italic">wake-up call</emphasis>. Hij weet nu dat hij en zijn vrienden verkeerd bezig waren. Er zijn geen aanwijzingen voor radicalisering of een extremistisch denkkader. Ten aanzien van de straf adviseert de reclassering toepassing van het volwassenstrafrecht. Verder wordt geadviseerd om aan verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen, waarbij het opstellen van een delictscenario helpend kan zijn om te onderzoeken en te begrijpen hoe verdachte in deze situatie terecht is gekomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt ten aanzien van de strafmaat verder het volgende. Verdachte heeft vergaande en zorgelijke uitlatingen gedaan op social media, waarbij het dossier aanwijzingen bevat dat verdachte zich al langere tijd bezig hield met het doen van dergelijke uitlatingen. Hoewel verdachte dreigende berichten heeft verzonden, zijn er – gelet op de rapportages opgemaakt over verdachte – geen aanwijzingen dat verdachte op dit moment extremistisch gedachtegoed aanhangt dat geweld rechtvaardigt of dat er bij verdachte sprake is van radicalisering. De kans op herhaling wordt ingeschat op laag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf voor de duur van 80 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van twee jaren, passend en geboden is. Naast de algemene voorwaarde dat verdachte geen nieuwe strafbare feiten moet plegen, zal de rechtbank aan verdachte ook de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden opleggen. De rechtbank legt deze bijzondere voorwaarden op omdat de door verdachte gedane uitlatingen zorgelijk zijn en verdachte naar eigen zeggen gevoelig is voor groepsdruk. Daarnaast blijft het moeilijk te begrijpen hoe verdachte tot het (bij herhaling) doen van dergelijke extreme uitlatingen is gekomen en lijkt verdachte daar ook zelf weinig inzicht in te hebben. De rechtbank vindt het daarom van belang dat verdachte zich meldt bij de reclassering en dat hij meewerkt aan het opstellen van een delictscenario. De rechtbank ziet – gelet op het lage recidiverisico en de meewerkende houding van verdachte – geen aanleiding om de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>De beoordeling van het beslag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat er beslag rust op de volgende onder verdachte in beslag genomen goederen, te weten: </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>een smartphone [naam 2]; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een laptop van HP inclusief oplader; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een draadloze oplader voor smartphone. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de telefoon en de laptop verbeurd dienen te worden verklaard, aangezien de strafbare feiten met deze goederen zijn gepleegd. De oplader van de telefoon kan worden teruggeven aan verdachte. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft ten aanzien van het beslag geen verweer gevoerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal de in beslag genomen smartphone en laptop, met betrekking tot welke het strafbare feit is begaan, verbeurd verklaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal de teruggave van de in beslag genomen draadloze oplader voor de smartphone gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet nu onvoldoende is gebleken dat er een causaal verband is tussen het strafbare feit en dit goed. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a en 285 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> legt op een <emphasis role="bold">taakstraf van 80 uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 dagen;</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bepaalt dat <emphasis role="bold">een gedeelte van deze taakstraf, te weten 40 uren, niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van de volgende voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>- zich meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt welke gespreksonderwerpen van belang zijn om een inschatting te kunnen maken van de recidive- en veiligheidsrisico’s, waarbij de privacy van verdachte zoveel mogelijk gerespecteerd zal worden; </para>
    <para />
    <para>- meewerkt aan het opstellen van een delictscenario door een door de reclassering nader te bepalen forensische zorgaanbieder, zolang de reclassering dit nodig vindt.</para>
    <para />
    <para> stelt als overige voorwaarden dat:<?linebreak?></para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>alles voor zover en zo vaak als de jeugdreclassering dat nodig acht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para> geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan;</para>
    <para />
    <para> beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht; </para>
    <para />
    <para> verklaart verbeurd de smartphone [naam 2] en de laptop van HP; </para>
    <para />
    <para> gelast de teruggave van de draadloze oplader voor de smartphone aan verdachte;</para>
    <para />
    <para> heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis. </para>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.L. Tomassen (voorzitter), mr. M. Rietveld en mr. J.L. Wesstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.A.M. Disberg, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 oktober 2024.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_9052c0f6-66c6-474f-ab9e-d7a35f1b4808" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door L.J. Niks van de politie Oost-Nederland, district Twente, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2023293036 (onderzoek Brons23), gesloten op 23 oktober 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7aec9dba-9389-4cf8-b488-c537b201ec7a" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 23 – 30;  het proces-verbaal van bevindingen, p. 73. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_7137048e-dd62-4cbe-87fa-83312634a346" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 59. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e6d2a417-e8ac-40a8-a484-27a9d81a04c0" label="4">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 74.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_841b22d9-382c-40f4-b284-3861f922c710" label="5">
    <para> De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 september 2023. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>