<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2024:6720</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-03T11:58:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/037410.23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:6720">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:6720</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-03T11:56:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:6720 Rechtbank Gelderland , 01-10-2024 / 05/037410.23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2024:6720:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak voor zowel ontuchtige handelingen met een bewusteloos, verminderd bewust of in lichamelijke onmacht verkerend persoon als een persoon met zodanige een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap die niet of onvolkomen in staat is haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden (artikel 247 Wetboek van Strafrecht oud). Daarnaast ook vrijspraak voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid (artikel 246 Wetboek van Strafrecht oud). De vordering van de benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens de vrijspraak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2024:6720:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/037410.23</para>
      <para>Datum uitspraak	: 1 oktober 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1998 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] , [postcode] [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. M. Bakhuis, advocaat in Apeldoorn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 29 september 2022 te Doetinchem, althans in Nederland,<?linebreak?>met [slachtoffer]  ,<?linebreak?>van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd<?linebreak?>bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde,<?linebreak?>dan wel aan een zodanige psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening<?linebreak?>en/of verstandelijke handicap leed dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat<?linebreak?>was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te<?linebreak?>bieden,<?linebreak?>een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten<?linebreak?>- het (met zijn, verdachtes, mond en/of hand(en)) betasten van en/of knijpen in<?linebreak?>en/of zuigen/likken aan de tepels en/of borsten van die [slachtoffer]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 29 september 2022 te Doetinchem, althans in Nederland,<?linebreak?>door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere<?linebreak?>feitelijkheid<?linebreak?>[slachtoffer] <?linebreak?>heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige<?linebreak?>handelingen,<?linebreak?>te weten<?linebreak?>- het (met zijn, verdachtes, tong/mond en/of vinger(s)/hand(en)) betasten van<?linebreak?>en/of knijpen in en/of zuigen/likken aan de tepel(s) en/of borsten van die<?linebreak?>[slachtoffer]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>waarbij dat geweld en/of die één of meer andere feitelijkheden en/of die bedreiging<?linebreak?>met geweld en/of met één of meer andere feitelijkheden er in heeft/hebben bestaan<?linebreak?>dat verdachte, terwijl hij en die [slachtoffer] naast elkaar lagen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- (terwijl die [slachtoffer] sliep, althans in een staat van verminderd bewustzijn<?linebreak?>verkeerde, althans zich in slapende en/of ontwakende toestand, althans in niet<?linebreak?>alerte toestand bevond,) haar shirt, althans haar (boven)kleding naar boven heeft<?linebreak?>geschoven en/of<?linebreak?>- (vervolgens) (onverhoeds) (en terwijl die [slachtoffer] sliep, althans in een staat van<?linebreak?>verminderd bewustzijn verkeerde, althans zich in slapende en/of ontwakende<?linebreak?>toestand, althans in niet alerte toestand bevond en/of nadat die [slachtoffer] wakker<?linebreak?>was geworden maar zich slapende hield)<?linebreak?>- de tepel(s) en/of borsten, van die [slachtoffer] (met zijn, verdachtes, tong/mond<?linebreak?>en/of vinger(s)/hand(en)) heeft betast en/of hierin heeft geknepen en/of hieraan<?linebreak?>heeft gezogen/gelikt en/of<?linebreak?>- met zijn hand/duim de band van haar (pyjama)broek en/of string/onderbroek<?linebreak?>omlaag heeft getrokken, althans heeft getracht haar (pyjama)broek en/of<?linebreak?>string/onderbroek naar beneden te trekken en/of<?linebreak?>- hij, verdachte, (aldus) voornoemde handelingen (onverhoeds) heeft verricht<?linebreak?>zonder dat [slachtoffer] dit kon verhinderen en/of hiertegen verzet en/of weerstand<?linebreak?>tegen kon bieden en/of<?linebreak?>- meermalen voorbij is gegaan aan de non-verbale signalen van verzet/weerstand<?linebreak?>van die [slachtoffer] en/of misbruik heeft gemaakt van zijn (fysieke) overwicht op die<?linebreak?>[slachtoffer] en/of (aldus) een voor die [slachtoffer] bedreigende situatie heeft doen<?linebreak?>ontstaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Overwegingen ten aanzien van het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft op 28 september 2022 afgesproken met aangeefster in zijn woning in [woonplaats] . Verdachte en aangeefster hebben beide wijn gedronken en aangeefster heeft, zoals vooraf afgesproken, de nacht van 28 september 2022 op 29 september 2022 bij verdachte geslapen. Verdachte en aangeefster hebben samen in een bed geslapen. Op enig moment in de nacht heeft verdachte de borsten van aangeefster betast en aan een van de borsten van aangeefster gelikt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Zij voert aan dat in eerste instantie sprake was van overtreding van het bepaalde in artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht (oud) en nadat aangeefster wakker was geworden van het bepaalde in artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht (oud). Zij heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot 4 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf van 180 uur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft voor vrijspraak gepleit, omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor zowel de verdenking ten aanzien van artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht (oud) als de verdenking ten aanzien van artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht (oud).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Veel zedenzaken kenmerken zich door het feit dat er slechts twee personen aanwezig waren bij de seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Dat maakt dat extra zorgvuldig moet worden gekeken naar de afgelegde verklaringen bij de waardering daarvan voor het bewijs, zeker als een verdachte een andere lezing heeft dan een aangeefster. Uit de jurisprudentie volgt dat voor een bewezenverklaring niet is vereist dat de betwiste ontuchtige handelingen steun vinden in een ander bewijsmiddel. Voldoende is dat de aangifte op specifieke punten steun vindt in ander bewijsmateriaal, zodat de verklaring van aangeefster niet op zichzelf staat, maar is ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in een andere bron of bronnen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Over wat er zich met betrekking tot de ten laste gelegde handelingen in de woning heeft afgespeeld, lopen de verklaringen van aangeefster en verdachte sterk uiteen. Zo heeft aangeefster in haar aangifte verklaard dat zij in de nacht wakker werd, omdat verdachte aan haar borsten zat. Daarna heeft verdachte volgens haar verklaring haar borst in zijn mond gestopt en probeerde hij haar pyjama- en onderbroek naar beneden te trekken. Daaropvolgend is aangeefster volgens haar aangifte naar het toilet gegaan. Daar heeft zij haar vriend geappt dat ze weg moest bij verdachte en dat hij haar moest bellen met een smoes. Zij is daarna weer teruggegaan naar het bed waar zij met verdachte in lag. Toen haar vriend later belde is zij vertrokken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft omtrent het ten laste gelegde verklaard dat hij wakker werd, omdat aangeefster met haar billen tegen zijn penis aan het schuren was. Daarna heeft aangeefster volgens verdachte met haar hand over zijn penis gewreven. Verdachte raakte hierdoor, volgens zijn verklaring, opgewonden en is meegegaan in het initiatief van aangeefster. Hij heeft verklaard dat hij de borsten van aangeefster heeft aangeraakt en dat hij aan de tepel en borst van aangeefster heeft gelikt. Verder heeft verdachte verklaard dat hij op dat moment besefte dat hij dit niet meer wilde en dat hij dit heeft uitgesproken naar aangeefster. Dat hij dit niet meer wilde hing samen met het feit dat aangeefster de vriendin is van een vriend van verdachte. Verdachte en aangeefster hebben het jaar ervoor een keer seks gehad, waar hij een schuldgevoel over kreeg. Hij heeft toen naar eigen zeggen aan aangeefster een ultimatum gesteld om dit aan haar vriend op te biechten, waar zij niet aan heeft voldaan. Daarna is aangeefster volgens verdachte naar het toilet gegaan en later, nadat zij door haar vriend gebeld was, vertrokken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de onderhavige zaak kan de rechtbank niet vaststellen wat er is gebeurd. De belastende verklaring van aangeefster staat lijnrecht tegenover de verklaring van verdachte. De rechtbank constateert dat er zich in het dossier weliswaar enkele bewijsmiddelen bevinden, zoals getuigenverklaringen en chatberichten, die mogelijk steun geven aan de verklaring van aangeefster, maar dat de bewijsmiddelen samen niet voldoende zijn om aan de juridische maatstaf van wettig en overtuigend bewijs te kunnen voldoen, nu die voor meerdere uitleggen vatbaar zijn. Al met al kan de rechtbank niet buiten redelijke twijfel vaststellen wat er zich die bewuste nacht precies heeft afgespeeld. De rechtbank acht dan ook niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en verdachte zal integraal worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van de civiele vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer]  heeft in verband met het tenlastegelegde feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 423,19 aan materiële schade en € 2.000,- aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overweging van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Nu de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt, zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart de benadeelde partij [slachtoffer]  niet-ontvankelijk in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H.M. Stratenus (voorzitter), mr. J.M. Graat en mr. M.C. Gerritsen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.C. van de Fliert, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 oktober 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>