<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2024:6447</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-23T15:25:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/173463-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:6447">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:6447</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-23T15:23:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:6447 Rechtbank Gelderland , 23-09-2024 / 05/173463-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2024:6447:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling vanwege diefstal en afpersing tot een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van het voorarrest. Daarnaast is een 38v maatregel in de vorm van een contact- en locatieverbod opgelegd en is schadevergoeding toegekend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2024:6447:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/173463-24</para>
      <para>Datum uitspraak	: 23 september 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum 1] 1978 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende aan de [adres 1] , [postcode]  [woonplaats] ,</para>
      <para>op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting in [verblijfplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. P.L.O. van de Waarsenburg, advocaat in Nijmegen .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op 9 september 2024. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>hij op of omstreeks 23 maart 2024 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een contant geldbedrag van in totaal ongeveer 150 euro en/of een of meerdere stempelkaarten ter waarde van in totaal ongeveer 50 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2]  , in elk geval aan een ander toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>hij op of omstreeks 28 maart 2024 te [plaats] met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een kistje/bakje met daarin een contant geldbedrag van in totaal ongeveer 50 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2]  , in elk geval aan een ander toebehoorden, door</para>
    </parablock>
    <para>- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp aan die [slachtoffer 1] te tonen en/of</para>
    <para>- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen “geef geld” en/of “uit de kassa” en/of “kassa open” en/of al het geld” en/of “in de andere lade”, althans woorden van soortgelijke dreigende en/of dwingende aard of strekking;</para>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_12095db6-3620-4515-bd69-5f036c105311" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1 </emphasis>
      </para>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2]  , p. 11-12;</para>
    <para>- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 9 september 2024.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de tweede onbekend gebleven man in de winkel niet is komen vast te staan. Daarom zal verdachte worden vrijgesproken van het tenlastegelegde medeplegen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2 </emphasis>
      </para>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2]  , p. 8-9;</para>
    <para>- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 9 september 2024.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 23 maart 2024 te [plaats] <emphasis role="strike-through">tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</emphasis> een contant geldbedrag van in totaal ongeveer 150 euro en<emphasis role="strike-through">/of een of meerdere</emphasis> stempelkaarten <emphasis role="strike-through">ter waarde van in totaal ongeveer 50 euro, in elk geval enig goed, dat/</emphasis>die geheel <emphasis role="strike-through">of ten dele</emphasis> aan [slachtoffer 2]  , <emphasis role="strike-through">in elk geval aan een ander</emphasis> toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 28 maart 2024 te [plaats] met het oogmerk om zich <emphasis role="strike-through">en/of een ander</emphasis> wederrechtelijk te bevoordelen door <emphasis role="strike-through">geweld en/of</emphasis> bedreiging met geweld [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een kistje/bakje met daarin een contant geldbedrag van in totaal ongeveer 50 euro<emphasis role="strike-through">, in elk geval enig goed</emphasis>, <emphasis role="strike-through">dat/</emphasis>die geheel <emphasis role="strike-through">of ten dele</emphasis> aan [slachtoffer 2]  , <emphasis role="strike-through">in elk geval aan een ander </emphasis>toebehoorden, door</para>
    </parablock>
    <para>- een mes, <emphasis role="strike-through">althans een scherp en/of puntig voorwerp</emphasis> aan die [slachtoffer 1] te tonen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    <para>- tegen die [slachtoffer 1] te zeggen “geef geld” en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> “uit de kassa” en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> “kassa open” en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> al het geld” en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> “in de andere lade”<emphasis role="strike-through">, althans woorden van soortgelijke dreigende en/of dwingende aard of strekking</emphasis>;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">diefstal </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">afpersing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>De overwegingen ten aanzien van straf en maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat  voor de duur van twee jaar een vrijheidsbeperkende maatregel in de zin van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd, inhoudende een contactverbod met de slachtoffers en een locatieverbod in een straal van 100m van de [adres 2]  te [plaats] , waarbij voor elke overtreding de vervangende hechtenis dient te worden bepaald op 2 weken. De officier van justitie heeft gevorderd dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar wordt verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal en afpersing. Verdachte is op 23 maart 2024 de [bedrijf] in [plaats] binnen gelopen en heeft, terwijl de medewerkers in de keuken aan het schoonmaken waren en met de rug naar het kassablok toe stonden, geld en stempelkaarten uit de kassa gepakt. Een aantal dagen later, op 28 maart 2024, is verdachte opnieuw naar de [bedrijf] gegaan. Hij heeft aan een medewerkster een mes getoond en hij heeft haar gedwongen tot het afgeven van een kistje met geld. Verdachte heeft hiermee een grove inbreuk gemaakt op het gevoel van veiligheid van de medewerkers en de eigenaresse van [bedrijf] . Uit de toelichting bij het verzoek tot schadevergoeding is gebleken hoeveel impact de feiten op aangeefster hebben gehad. Personeel durfde niet meer te komen werken en ook aangeefster zelf voelde zich meer veilig op de werkvloer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het strafblad van verdachte volgt dat hij eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, waaronder verduistering, het rijden onder invloed van drugs, belediging van een ambtenaar in functie en winkeldiefstal. De reclassering rapporteert dat sprake is van een verband tussen het delictgedrag van verdachte en zijn middelengebruik. Sinds 2020 is sprake van problematiek op diverse praktische leefgebieden, zoals het ontbreken van financiën en een sociaal netwerk en raakte verdachte verslaafd. De reclassering acht hulpverlening geïndiceerd, maar niet haalbaar omdat verdachte niet gemotiveerd is. Verdachte heeft ter zitting herhaald dat hij niet openstaat voor verplichte hulpverlening. Hij wil het zelf doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Hoewel een kader van bijzondere voorwaarden passend wordt geacht, zou opleggen daarvan zinloos zijn omdat verdachte daaraan niet wil meewerken. Alles afwegende acht de rechtbank de eis van de officier van justitie passend en geboden. De rechtbank zal aan verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Een andere of lichtere straf zou geen recht doen aan de ernst van de feiten en de gevolgen hiervan voor de slachtoffers. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast zal de rechtbank een contactverbod met aangeefster en een locatieverbod voor de [adres 2] voor de duur van twee jaar in de vorm van een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht opleggen, zoals geadviseerd door de reclassering. Daarbij wordt voor elke overtreding de vervangende hechtenis bepaald op twee weken. Het locatieverbod ziet op de gehele [adres 2] . De rechtbank zal de maatregel dadelijk uitvoerbaar verklaren omdat uit het rapport van de reclassering volgt dat het risico op recidive hoog is en verdachte bij de overval heeft gedreigd met een mes, waardoor er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte een misdrijf pleegt dat gericht is of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van één of meerdere personen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>De beoordeling van de civiele vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer 2]  heeft in verband met de feiten een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 300,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunten</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen voor een bedrag van € 180,- met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging sluit zich aan bij het standpunt van de officier van justitie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overweging van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 300,- . Uit de aangiftes volgt dat in totaal ongeveer € 200,- aan contanten is weggenomen. Een nadere onderbouwing die het verschil tussen deze bedragen zou kunnen verklaren, ontbreekt. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering wat betreft de materiële schade tot een hoogte van € 200 in ieder geval kan worden toegewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de weggnomen stempelkaarten, overweegt de rechtbank dat deze stempelkaarten pas waarde vertegenwoordigen op het moment dat deze zijn ingeleverd bij [bedrijf] . Niet is gebleken dat dit het geval is geweest. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is vanaf 23 maart 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag van € 150 verschuldigd. Daarnaast is verdachte vanaf 28 maart 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag van € 50 verschuldigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oplegging van de straf en maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 38v, 38w, 57, 310, 317 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">30 maanden</emphasis>; </para>
    <para />
    <para> beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; </para>
    <para />
    <para> legt een <emphasis role="bold">vrijheidsbeperkende maatregel</emphasis> op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op, inhoudende dat verdachte gedurende een periode van twee jaar: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>o op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 2]  , geboren op [geboortedatum 2] 1997, [adres 2] 40,  [plaats] ; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>o zich niet zal bevinden in de [adres 2] in [plaats] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> beveelt dat vervangende hechtenis van 14 dagen wordt toegepast voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een totale duur van ten hoogste zes maanden;</para>
    <para />
    <para> beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt verdachte in verband met de feiten tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2]  van € 200,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 maart 2024 over het bedrag van € 150 en vanaf 28 maart 2024 over het bedrag van € 50, tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;</para>
    <para />
    <para> verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2]  voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade;</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 2]  , een bedrag te betalen van € 200 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 maart 2024 over het bedrag van € 150 en vanaf 28 maart 2024 over het bedrag van € 50, tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 4 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.A.M. Janssen (voorzitter), mr. A.T.G. van Wandelen en mr. J.M. Hollebrandse, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Hut, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 september 2024.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_12095db6-3620-4515-bd69-5f036c105311" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024143079, gesloten op 28 mei 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>