<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2024:6025</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-16T09:07:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">118961-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:6025">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:6025</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-16T09:06:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:6025 Rechtbank Gelderland , 04-06-2024 / 118961-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2024:6025:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak voor het medeplegen van het voorbereiden van brandstichting. Aantal berichten in de groepsapp te beperkt en de inhoud van de berichten is onvoldoende concreet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2024:6025:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05/118961-23</para>
      <para>Datum uitspraak	: 4 juni 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende aan het [adres] , [postcode] in [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsvrouw: mr. K. Lans, advocaat in IJmuiden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 3 oktober 2022 tot 31 december 2022 te Opijnen, </para>
      <para>althans in Nederland,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>ter voorbereiding van het met anderen of een ander te plegen misdrijf waarop naar </para>
      <para>de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te </para>
      <para>weten brandstichting (als bedoeld in artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht) </para>
      <para>in/aan een auto of caravan,</para>
      <para>opzettelijk</para>
      <para>een geldbedrag ter beschikking/in het vooruitzicht heeft gesteld voor de aanschaf </para>
      <para>van die auto of caravan,</para>
      <para>bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou </para>
      <para>kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] , in elk </para>
      <para>geval een ander dan verdachte,</para>
      <para>in of omstreeks de periode van 3 oktober 2022 tot 31 december 2022 te Opijnen, </para>
      <para>althans in Nederland,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>ter voorbereiding van het met anderen of een ander te plegen misdrijf waarop naar </para>
      <para>de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te </para>
      <para>weten brandstichting (als bedoeld in artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht) </para>
      <para>in/aan een auto of caravan,</para>
      <para>tot en/of bij het plegen van voorgenoemd misdrijf verdachte,</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>in of omstreeks de periode van 3 oktober 2022 tot 31 december 2022 te Opijnen, </para>
      <para>althans in Nederland,</para>
      <para>opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft en/of behulpzaam is </para>
      <para>geweest, door opzettelijk aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] </para>
      <para>en/of [medeverdachte 3] een geldbedrag ter beschikking/in het vooruitzicht heeft </para>
      <para>gesteld voor de aanschaf van een auto of caravan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De standpunten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met een proeftijd van drie jaren. Daarnaast heeft de officier van justitie verzocht aan verdachte een taakstraf van 130 uren, te vervangen door 65 dagen hechtenis, op te leggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft vrijspraak bepleit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Overwegingen ten aanzien van het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan voorbereiding van het misdrijf van brandstichting, dan wel medeplichtig is aan die voorbereiding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de beantwoording van de vraag of de in artikel 46, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) vermelde voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten of vervoermiddelen (hierna gezamenlijk als 'voorwerpen' aan te duiden), afzonderlijk of gezamenlijk, naar hun uiterlijke verschijningsvorm "zijn bestemd tot het begaan van het misdrijf" in de zin van deze bepaling, dient te worden beoordeeld of deze voorwerpen, afzonderlijk dan wel gezamenlijk, naar hun uiterlijke verschijningsvorm ten tijde van het handelen dienstig kunnen zijn voor het misdadige doel dat de verdachte met het gebruik van de voorwerpen voor ogen had. Niet kan worden geabstraheerd van het misdadige doel dat de verdachte met het gebruik van die voorwerpen voor ogen had.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In artikel 46 lid 1 Sr wordt met “dat misdrijf" in de zinsnede “bestemd tot het begaan van dat misdrijf" gedoeld op het misdrijf dat is voorbereid en dus niet op de voorbereiding zelf. Dat betekent dat het object waarop een in artikel 46 Sr genoemde gedraging betrekking heeft, moet zijn bestemd tot het begaan van het misdrijf dat is voorbereid. De rechtbank moet dus beoordelen of verdachte opzettelijk een geldbedrag in het vooruitzicht gesteld heeft voor de aanschaf van een auto of caravan, bestemd tot het in vereniging begaan van het misdrijf van brandstichting. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat verdachte weliswaar medio maart 2022 is toegevoegd aan de WhatsApp groep “ [aanduiding Whatsapp groep] ”, maar voor zover uit het dossier is gebleken heeft hij tot 12 december 2022 slechts op drie momenten berichten verstuurd in deze groepsapp. Toen op 18 maart 2022 in de “ [aanduiding Whatsapp groep] ” door iemand anders werd geappt dat verdachte een autowrak had staan dat goed zal branden, heeft verdachte op 19 maart 2022 gestuurd: <emphasis role="italic">“nee man niet in de fik”</emphasis>. Op 22 november 2022 heeft hij in een enkel bericht zijn enthousiasme over een vuurwerkfilmpje gedeeld. Daarnaast heeft hij op 5 december 2022 een bericht gestuurd, toen het ging over of er nog een caravan zou worden gekocht. Verdachte stuurde toen: <emphasis role="italic">“Ik sluit aan. Ik hoor wel wat het kost.” </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op basis van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet vastgesteld kan worden dat verdachte opzettelijk een geldbedrag ter beschikking of in het vooruitzicht heeft gesteld voor de aanschaf van een auto of caravan, bestemd tot het in vereniging begaan van het misdrijf van brandstichting. Daarvoor is het aantal berichten te beperkt en is de inhoud van de berichten onvoldoende concreet. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het primair en subsidiair tenlastegelegde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank spreekt verdachte vrij van het primair en het subsidiair tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. K.A.M. van Hoof (voorzitter), mr. M.C. Gerritsen en<?linebreak?>mr. S.A. van den Toorn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B. de Rooij, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 juni 2024.</para>
              <para />
              <para>mr. B. de Rooij is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>