<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2024:5431</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-15T12:46:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">044321-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:5431">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:5431</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-15T11:59:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:5431 Rechtbank Gelderland , 31-07-2024 / 044321-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2024:5431:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art 530-529 Sv: overschrijding van termijn van drie maanden voor indienen verzoek schadevergoeding. Sepotbrief is naar juiste adres verzoeker verstuurd; geen steekhoudend argument waarom brief nooit zou zijn aangekomen. Latere mededeling aan advocaat doet geen nieuwe termijn ingaan. Ook na deze kennisgeving was er binnen de lopende termijn voldoende tijd het verzoek tijdig in te dienen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2024:5431:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK GELDERLAND</title>
    <para>Strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer	: 96/044321-24</para>
      <para>raadkamernummer	: 24-012806</para>
      <para>datum	: 31 juli 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verzoeker] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende op het adres [adres] , [postcode] in [plaats] ,</para>
      <para>mr. J.G. Roethof, advocaat te Arnhem,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para>De officier van justitie heeft beslist de verzoeker niet verder te vervolgen en heeft dat bij brief van 20 februari 2024 aan verzoeker meegedeeld. Deze beslissing is onherroepelijk geworden. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <parablock>
      <para>Het verzoekschrift is op 23 mei 2024 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.</para>
      <para>Het openbaar ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.</para>
      <para>De rechtbank heeft op 31 juli 2024 het verzoekschrift in openbare raadkamer behandeld.</para>
      <para>De rechtbank heeft de gemachtigde advocaat van de verzoeker, mr. J.G. Roethof en de officier van justitie op zitting gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verzoek</title>
    <para>In het verzoekschrift heeft verzoeker verzocht om vergoeding van de door hem gemaakte kosten ten behoeve van de strafzaak, te weten:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>€ 489,14	ter zake kosten rechtsbijstand;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>PM			de forfaitaire vergoeding voor het indienen/behandelen van het </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>			onderhavige verzoekschrift.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting is door de advocaat naar voren gebracht dat verzoeker door hem op de hoogte is geraakt van de sepotbeslissing. De advocaat heeft de beslissing gedownload uit het strafportaal. De termijn begint pas te lopen vanaf het moment dat verzoeker daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de beslissing. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunt van het openbaar ministerie</title>
    <para>De officier van justitie stelt zich primair op het standpunt dat de verzoeker niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het verzoek wegens termijnoverschrijding. Subsidiair kan het verzoek worden toegewezen. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>Op grond van artikel 529, tweede lid, Sv dient een verzoek tot schadevergoeding binnen drie maanden na de beëindiging van de zaak te worden ingediend. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het dossier blijkt dat de sepotbeslissing dateert van 20 februari 2024. Het verzoek moet dus worden ingediend binnen 90 dagen nadien, om en nabij 20 mei 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De stelling dat verzoeker deze brief nooit heeft ontvangen is niet nader beargumenteerd. De brief is verstuurd naar het juiste adres.</para>
      <para>De advocaat stelt dat hij op 1 maart 2024 per mailbericht op de hoogte is gesteld van de sepotbeslissing. De advocaat had dus vanaf die datum tot 20 mei 2024 de gelegenheid om het verzoek in te dienen. Dat is meer dan 1½ maand. Enige steekhoudende reden waarom dit niet mogelijk was, is niet aangevoerd. Het verzoek is op 23 mei 2024 op de griffie ingekomen en de rechtbank ziet geen aanleiding om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Daarom zal de verzoeker niet-ontvankelijk worden verklaard in het verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadkamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart de verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. F.J.H. Hovens, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S.F.A. Vrede, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de gewezen verdachte of zijn erfgenamen binnen een maand na de betekening hoger beroep open bij het gerechtshof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>