<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2024:5381</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-13T11:00:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-08-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">126846-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:5381">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:5381</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-13T10:57:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:5381 Rechtbank Gelderland , 01-08-2024 / 126846-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2024:5381:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Procedure: bezwaarschrift volgens artikel 7 van de Wet DNA-onderzoek veroordeelden</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het bezwaarschrift is ongegrond verklaard.</para>
        <para>Een van de in het eerste lid onder a en b genoemde uitzonderingen doet zich niet voor.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2024:5381:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>ECHTBANK GELDERLAND</title>
    <para>Strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
      <para>parketnummer	: 05-126846-23</para>
      <para>raadkamernummer	: 24-014324</para>
      <para>datum	: 1 augustus 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking </emphasis>van de zitting enkelvoudige raadkamer ingevolge artikel 7 Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden (Wet DNA) van:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende op het adres [adres], [postcode] [woonplaats],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de veroordeelde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadkamer heeft kennis genomen van de stukken, waaronder het op 11 juni 2014 ter griffie van deze rechtbank ingekomen bezwaarschrift volgens artikel 7 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de besloten raadkamer van 1 augustus 2024 zijn gehoord:</para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelde;</para>
    <para>- de officier van justitie.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelde heeft in zijn bezwaarschrift aangevoerd en ter zitting nader toegelichte dat het gaat om een incident en er ook geen aanwijzingen zijn dat hij andere strafbare feiten heeft gepleegd. Ook de reclassering geeft aan dat de kans op herhaling klein is. Daarnaast is  minder dan 100 uur taakstraf opgelegd en zijn er vele maanden verstreken tussen datum feit en afname DNA. Veroordeelde worstelt met het rechtvaardigheidsgevoel en voelt de verwerking van zijn DNA-gegevens als een tweede straf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie stelt dat zich geen uitzondering voordoet in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Wet DNA en heeft geconcludeerd tot <emphasis role="underline">ongegrondverklaring</emphasis> van het bezwaarschrift.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 11 april 2024 heeft de politierechter van deze rechtbank veroordeelde veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur wegens openlijke geweldpleging (artikel 141 Sr.).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bevel van de officier van justitie tot afname van DNA-materiaal van veroordeelde van </para>
      <para>29 april 2024 is gegrond op artikel 2, eerste lid, van de Wet DNA. Veroordeelde heeft op </para>
      <para>28 mei 2024 door afname van wangslijmvlies celmateriaal afgestaan ten behoeve van DNA-onderzoek.</para>
      <para>Het bevel tot DNA-afname bij veroordeelde voldoet aan de daaraan gestelde eisen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bezwaarschrift van veroordeelde tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel, is tijdig ingediend, namelijk op 11 juni 2024. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitgangspunt van de Wet DNA is dat celmateriaal wordt afgenomen bij <emphasis role="italic">iedere veroordeelde</emphasis> tot een gevangenisstraf of taakstraf (ongeacht het aantal uren). De officier van justitie is verplicht een daartoe strekkend bevel te geven, tenzij zich één van de in het eerste lid onder a en b genoemde – en volgens de Hoge Raad beperkt uit te leggen – uitzonderingen voordoet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitzonderingsgrond dat al eerder een DNA-profiel is verwerkt doet zich niet voor.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank dient bij de toetsing van het bezwaar daarom nog te beoordelen of redelijkerwijs aannemelijk is dat het bepalen en verwerken van het DNA-profiel van veroordeelde, gelet op </para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">de aard van het misdrijf</emphasis> of </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">de bijzondere omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd</emphasis>, </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <parablock>
      <para>niet van betekenis zal <emphasis role="italic">kunnen</emphasis> zijn voor de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten van veroordeelde. <?linebreak?></para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat in dit geval geen van beide hiervoor genoemde uitzonderingen zich  voordoet. </para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>Bij het strafbare feit openlijk geweld is goed voorstelbaar dat bij de opsporing van zo een soort misdrijf DNA-onderzoek een rol kan spelen. De aard van het misdrijf leidt daarom niet tot de bedoelde uitzondering.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Maar er zijn ook geen bijzondere omstandigheden, waaronder het misdrijf is gepleegd die tot zo een uitzondering moeten leiden. Vaststaat dat veroordeelde een blanco strafblad heeft. Veroordeelde heeft daarnaast duidelijk gemaakt dat hij en zijn gezin nog dagelijks de gevolgen ervaren van het incident, omdat hij door de aangevers wordt bedreigd en lastiggevallen. De rechtbank heeft begrip voor die nare gevolgen, maar dat leidt niet tot een uitzondering, zoals door de wetgever bedoeld.<?linebreak?></para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para>De rechtbank oordeelt daarom dat het bepalen en verwerken van het DNA-profiel van veroordeelde van betekenis zal <emphasis role="italic">kunnen</emphasis> zijn voor de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten van veroordeelde. Het bezwaar moet daarom ongegrond worden verklaard. De rechtbank merkt nog op dat er geen naam genoteerd wordt bij het opgeslagen DNA en dat daarmee enige stigmatiserende werking niet aan de orde is. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De rechtbank verklaart het bezwaar ongegrond.</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. L.J. Saarloos, rechter, in tegenwoordigheid van A.B.M. Jansen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>