<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2024:5369</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-22T12:59:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10783494 \ CV EXPL  23-3158</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Nijmegen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:5369">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:5369</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-22T12:59:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:5369 Rechtbank Gelderland , 15-03-2024 / 10783494 \ CV EXPL  23-3158</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2024:5369:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>bemiddelingsovereenkomst, gedaagde niet tevreden over voorgedragen arbeidskracht, opschorting betalingsverplichtingen, geen ingebrekestelling, geen verzuim. factuur bemiddeling moet betaald worden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2024:5369:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>vonnis</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Nijmegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaakgegevens	10783494 \ CV EXPL  23-3158 \ 40140</para>
      <para>uitspraak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid<emphasis role="bold"> Van Tilburg Bouw B.V.</emphasis></para>
      <para>gevestigd te Tilburg</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">eisende partij  </emphasis>
      </para>
      <para>gemachtigde Hafkamp Gerechtsdeurwaarders </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [plaats]</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">gedaagde partij  </emphasis>
      </para>
      <para>procederend in persoon </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna Van Tilburg en [gedaagde] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 8 december 2023 en de daarin genoemde processtukken;</para>
      <para>- de mondelinge behandeling op 20 februari 2024. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen ter zitting aan de orde is gekomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vervolgens is vonnis bepaald. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Van Tilburg is een onderneming die bemiddelt tussen zzp’ers en ondernemers/bedrijven in de bouw.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] drijft een eenmanszaak op het gebied van bouwtimmerwerken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 2 april 2021 is een overeenkomst van opdracht (tot bemiddeling) tot stand gekomen tussen Van Tilburg en [gedaagde] , op grond waarvan Van Tilburg per 6 april 2021 de ‘allround timmerman’ [betrokkene] (hierna te noemen [betrokkene] ) aan [gedaagde] ter beschikking heeft gesteld. </para>
        <para>Op deze overeenkomst zijn de algemene voorwaarden Tilburg Bouw BV van toepassing verklaard. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [betrokkene] heeft in week 16 (2021) voor [gedaagde] gewerkt (maandag tot en met vrijdag, 8 uur per dag). [gedaagde] heeft de door [betrokkene] ingevulde werkbon voor akkoord ondertekend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 26 april 2021 heeft Van Tilburg, op basis van de onder 2.4. genoemde werkbon, een factuur van € 1.560,00 aan [gedaagde] gestuurd. [gedaagde] heeft deze factuur niet betaald. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering en het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Van Tilburg vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 2.161,56 (bestaande uit € 1.560,00 aan hoofdsom, </para>
        <para>€ 234,00 aan buitengerechtelijke kosten en € 367,65 aan wettelijke handelsrente) te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 18 oktober 2023 en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Van Tilburg baseert haar vordering op het volgende. [gedaagde] is op basis van de door [betrokkene] gewerkte uren en de door [gedaagde] ondertekende werkbon een bedrag van </para>
        <para>€ 1.560,00 aan Van Tilburg verschuldigd. [gedaagde] heeft, ondanks aanmaning, de factuur niet betaald. Hij is daarom de wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke kosten verschuldigd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. Daarop wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De vraagt luidt of [gedaagde] de factuur van Van Tilburg moet betalen, hetgeen Van Tilburg stelt en [gedaagde] betwist. [gedaagde] heeft zijn betalingsverplichtingen opgeschort omdat hij vindt dat Van Tilburg tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst. </para>
        <para>Partijen hadden namelijk afgesproken dat Van Tilburg een allround timmerman met 40 jaar werkervaring ter beschikking zou stellen, maar [betrokkene] voldeed niet aan die kwalificaties. [betrokkene] heeft zijn werkzaamheden niet naar behoren uitgevoerd, waardoor [gedaagde] , in verband met tijdsnood en klaar staande werklieden, direct zelf herstelwerkzaamheden heeft moeten uitvoeren, aldus [gedaagde] .</para>
        <para>De kantonrechter stelt voorop dat opschorting een tijdelijke maatregel is waarbij de schuldenaar ( [gedaagde] ) duidelijk moet maken wat hij met de gestelde wanprestatie of overeenkomst wil. Dit heeft [gedaagde] nagelaten. Daarbij komt bij dat voor een geslaagd beroep op opschorting verzuim van de andere partij vereist is. Ook hier ontbreekt het aan. Tussen partijen staat vast dat [gedaagde] geen schriftelijke ingebrekestelling (zoals bepaald in artikel 6:82 lid 1 BW) aan Van Tilburg heeft gezonden. Er is geen fatale termijn overeengekomen en er is ook niet gesteld of gebleken dat uit de houding of een mededeling van Van Tilburg kon worden afgeleid dat zij zou tekortschieten in de nakoming. Dat [gedaagde] zich in de door hem geschetste situatie genoodzaakt voelde zijn werkzaamheden zo snel mogelijk naar behoren op te leveren is voorstelbaar, echter blijkt daar niet uit dat hij in een zodanige noodsituatie verkeerde dat op grond daarvan een ingebrekestelling achterwege kon blijven of een beroep op het ontbreken van een ingebrekestelling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.</para>
        <para>Nu geen sprake is van verzuim is een beroep op opschorting ongegrond. [gedaagde] moet de factuur van Van Tilburg betalen. De hoofdsom wordt daarom toegewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke kosten worden eveneens toegewezen nu [gedaagde] deze niet dan wel niet gemotiveerd heeft betwist en hij deze op grond van de wet verschuldigd is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] aan Van Tilburg te betalen € 2.161,56 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 18 oktober 2023 tot de dag dat alles is betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van Van Tilburg vastgesteld op € 133,13 aan dagvaardingskosten, € 365,00 aan griffierecht en € 408,00 aan salaris voor de gemachtigde;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter A.J.M. van Breevoort en in het openbaar uitgesproken op</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>