<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2024:4748</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-12T14:53:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/05/437217 / KG ZA 24-196</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JBPr 2025/13 met annotatie van mr. K. Rutten, mr. Y. Pletting</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:4748">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:4748</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-08-09T16:35:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:4748 Rechtbank Gelderland , 25-07-2024 / C/05/437217 / KG ZA 24-196</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2024:4748:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort Geding. Gedaagden niet verschenen. Beoordeling verstek Dagvaarding betekend aan kantooradres advocaat zonder toestemming gedaagden. art 63 Rv. niet analoog van toepassing.  Geen verstek verleend. Gebrek dat nietigheid meebrengt. Gelegenheid tot herstel o.g.v. art 121 Rv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2024:4748:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Gelderland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/05/437217 / KG ZA 24-196</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 25 juli 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>UPLANDPARCS INVEST GMBH, </title>
    <para>2. <emphasis role="bold">UPLAND PARCS RENT GMBH</emphasis>, </para>
    <para>3. <emphasis role="bold">UPLAND PARCS GMBH</emphasis>, </para>
    <para>4. <emphasis role="bold">UPLAND PARCS PROJEKT AT GMBH</emphasis>, </para>
    <parablock>
      <para>allen gevestigd te Willingen, Duitsland,<?linebreak?>5. <emphasis role="bold">[eiser 5]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] , [land] ,</para>
      <para>eisende partijen,</para>
      <para>hierna samen te noemen: Upland Parcs c.s. en [eiser 5] ,</para>
      <para>advocaat: mr. C.J. van Dijk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde 1] , </title>
    <para>2. <emphasis role="bold">[gedaagde 2]</emphasis>, </para>
    <para>beiden wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>3. <emphasis role="bold">[gedaagde 3]</emphasis>, </para>
    <para>4. <emphasis role="bold">[gedaagde 4]</emphasis>, </para>
    <parablock>
      <para>beiden wonende te [woonplaats] ,<?linebreak?>5. <emphasis role="bold">REIJNHOUDT KG</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Innsbruck, Oostenrijk,</para>
      <para>gedaagde partijen,</para>
      <para>hierna samen te noemen: [gedaagden] ,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding met producties van 2 juli 2024</para>
      <para>- de bij brief van 8 juli 2024 van mr. van Dijk ontvangen producties</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 11 juli 2024, waarbij door mr. Van Dijk spreekaantekeningen zijn overgelegd. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Upland Parcs c.s. en [eiser 5] vorderen [gedaagden] ieder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis te veroordelen om binnen 2 x 24 uur na betekening van het vonnis de als productie 7 bij de dagvaarding gevoegde volmacht - dan wel een volmacht zoals door de voorzieningenrechter nader zal worden geformuleerd - te ondertekenen en in origineel aan de advocaat van Upland Parcs c.s. en [eiser 5] te bezorgen en af te geven, op straffe van een dwangsom van € 500.000,00 te vermeerderen met € 50.000,00 voor iedere dag dat [gedaagden] in gebreke blijven tijdig aan deze veroordeling te voldoen, tot een totaal maximum van € 1.000.000,00 met veroordeling van [gedaagden] in de kosten van het kort geding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Op de mondelinge behandeling zijn [gedaagden] niet verschenen. Er moet daarom worden beoordeeld of tegen hen verstek kan worden verleend. Voorwaarde voor verstekverlening is dat Upland Parcs c.s. en [eiser 5] de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht hebben genomen bij de oproeping van [gedaagden]</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter constateert dat in de kort geding dagvaarding is vermeld dat [gedaagden] <emphasis role="italic">“allen in het geschil in de hoofdzaak domicilie gekozen hebbende te ’s-Hertogenbosch aan de Vughterweg 74, ten kantore van Snijders Advocaten, van wie mr. D.I.J. Snijders als (proces)advocaat zal optreden in collegiale samenwerking van mr. S. Wijnkamp van Wijnkamp Stachowits Rechtsanwälte GmbH &amp; Co KG, in de zin van art. 16a e.v. Advocatenwet, aldaar mijn exploot doende en voor elk hunner een afschrift van deze dagvaarding, van de producties en van de dagbepaling van de rechtbank (…) latende aan: (…).”</emphasis></para>
        <para>In de bodemzaak tussen [gedaagden] als eisers en Upland Parcs c.s. en [eiser 5] als gedaagden, hebben [gedaagden] <emphasis role="italic">“allen te dezer zake met het recht van vervanging domicilie gekozen te ’s-Hertogenbosch aan de Vughterweg 74, ten kantore van Snijders Advocaten, van wie mr. D.I.J. Snijders als (proces)advocaat zal optreden in collegiale samenwerking van mr. S. Wijnkamp van Wijnkamp Stachowits Rechtsanwälte GmbH &amp; Co KG, in de zin van art. 16a e.v. Advocatenwet”</emphasis>.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Voorafgaand aan de mondelinge behandeling is op 5 juli 2024 een brief ter griffie ontvangen van mr. E.C.M. Braun. Mr. Braun schrijft in deze brief, samengevat, dat de dagvaarding in kort geding niet bij zijn cliënten, [gedaagden] , is betekend, maar op zijn kantooradres. Aangezien daarvoor geen toestemming is gegeven, is de betekening niet rechtsgeldig geschied en is de dagvaarding nietig, aldus mr. Braun. Mr. Van Dijk was hiervan door hem vooraf op de hoogte gesteld, maar heeft desondanks op deze wijze betekend, aldus mr. Braun. Hij deelt mee dat zijn cliënten niet op de zitting zullen verschijnen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de mondelinge behandeling heeft mr. Van Dijk aangevoerd dat betekening op de wijze zoals deze in dit kort geding heeft plaatsgevonden ondanks de bezwaren in de brief van mr. Braun mogelijk is. Dit omdat de door [gedaagden] in de bodemzaak gedane woonplaatskeuze kan worden gebruikt in dit kort geding, dat nauw verwant is met de bodemzaak. Hij verwijst daarbij naar een uitspraak van de Hoge Raad van 12 december 1986, NJ 1987, 999<footnote-ref linkend="_8ef7cec5-f30b-46a3-b70d-577cec5ab4fb" />. Voorts wordt op deze manier invulling gegeven aan de deformalisering van het procesrecht, aldus mr. Van Dijk. Hij wijst erop dat [gedaagden] geen redelijk belang hebben bij hun bezwaren tegen de dagvaarding, maar slechts tijd willen rekken. Mr. Van Dijk heeft verder op de mondelinge behandeling desgevraagd verklaard dat hij de kort geding dagvaarding toch op het kantooradres van mr. Snijders heeft laten betekenen, hoewel hij zich ervan bewust was dat daarvoor geen toestemming was gegeven, in verband met de in acht te nemen dagvaardingstermijn tegen gedaagde sub 5, die in Oostenrijk is gevestigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Krachtens artikel 1:15 BW kan een persoon een andere woonplaats dan zijn werkelijke slechts kiezen, wanneer de wet hem daartoe verplicht, of wanneer de keuze bij schriftelijk of langs elektronische weg aangegane overeenkomst voor een of meer bepaalde rechtshandelingen of rechtsbetrekkingen geschiedt en voor de gekozen woonplaats een redelijk belang aanwezig is. Dat daartoe in deze zaak een wettelijke plicht zou bestaan is niet gesteld of gebleken. Tevens staat vast dat een dergelijke overeenkomst door [gedaagden] niet is aangegaan. Het enkele feit dat in de bodemzaak door [gedaagden] domicilie is gekozen ten kantore van Snijders Advocaten, betekent niet dat die gekozen domicilie ook geldt voor de procedure in kort geding. Voor analoge toepassing van artikel 63 Rv is geen plaats, omdat geen sprake is van een geval als bedoeld in dat artikel, waar een exploot kan worden gedaan aan het kantoor van de advocaat bij wie degene voor wie het exploot is bestemd laatstelijk ter zake woonplaats heeft gekozen. Het gaat in artikel 63 Rv namelijk om gevallen die zien op verzet, hoger beroep of een oproepingsbericht in cassatie. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De conclusie is dan ook dat het exploot van dagvaarding lijdt aan een gebrek dat nietigheid meebrengt. Tot nietigheid van de dagvaarding wordt slechts geconcludeerd voor zover aannemelijk is dat degene voor wie het exploot is bestemd, door het gebrek onredelijk is benadeeld (artikel 66 Rv). De voorzieningenrechter kan niet beoordelen of [gedaagden] al dan niet onredelijk zijn benadeeld door het gebrek van de betekening. Het enkele feit dat mr. Braun de dagvaarding heeft ontvangen, wil immers niet zeggen dat [gedaagden] daarmee (tijdig) bekend zijn geworden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande zal aan [gedaagden] geen verstek worden verleend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter ziet in het spoedeisend karakter van het kort geding aanleiding om Upland Parcs c.s. en [eiser 5] in de gelegenheid te stellen het gebrek in de dagvaarding te herstellen op de voet van artikel 121 Rv. Daartoe dienen Upland Parcs c.s. en [eiser 5] met opgave van verhinderdata van alle partijen een nieuwe datum te vragen voor de mondelinge behandeling van het kort geding en het is aan hen om ervoor zorg te dragen dat [gedaagden] op de in de wet voorgeschreven wijze en met inachtneming van de geldende formaliteiten en termijnen worden opgeroepen voor de mondelinge behandeling van dit kort geding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>stelt Upland Parcs c.s. en [eiser 5] in de gelegenheid het gebrek in het exploot van dagvaarding te herstellen als vermeld onder r.o. 3.8.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Peerdeman en in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_8ef7cec5-f30b-46a3-b70d-577cec5ab4fb" label="1">
    <para> ECLI:NL:HR:1986:AC2776</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>