<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2024:4456</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-15T16:27:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/05/437578 / JE RK 24-659</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:4456">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2024:4456</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-15T16:25:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2024:4456 Rechtbank Gelderland , 08-07-2024 / C/05/437578 / JE RK 24-659</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2024:4456:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Machtiging tot uithuisplaatsing toegewezen. Reikwijdte artikel 1:265a BW. De moeder voert verweer. Volgens haar is een machtiging niet nodig, omdat zij instemt met de uithuisplaatsing. Haar advocaat voegt daaraan toe dat aan de minderjarige bij de schorsing van zijn voorlopige hechtenis een bijzondere schorsingsvoorwaarde is opgelegd. Namelijk dat hij bij de accommodatie van een jeugdhulpaanbieder moet blijven wonen. Die bijzondere voorwaarde biedt volgens de moeder en haar advocaat dezelfde waarborgen als een civiele machtiging, wat die machtiging onnodig maakt. De kinderrechter gaat daar niet in mee en is van oordeel dat de bijzondere schorsingsvoorwaarde noch de instemming van de moeder een uitzondering vormt op de hoofdregel uit artikel 1:265a BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2024:4456:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Arnhem </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/05/437578 / JE RK 24-659</para>
      <para>Datum uitspraak: 8 juli 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de gecertificeerde instelling <emphasis role="bold">Jeugdbescherming Gelderland</emphasis>, gevestigd te Arnhem,</para>
      <para>hierna te noemen de GI, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam minderjarige]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>hierna te noemen [minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen de moeder,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] ,</para>
      <para>advocaat mr. A. van den Berg te Arnhem.	</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 21 juni 2024.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op <?linebreak?>8 juli 2024. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de moeder met haar advocaat en haar nichtje aan wie bijzondere toegang is verleend;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [minderjarige] , die ook apart is gehoord;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een vertegenwoordiger van de GI (telefonisch).</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [minderjarige] verblijft sinds 12 juni 2024 bij Admodum Zorg in Arnhem.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 juni 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 11 juni 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Wat de GI betreft is dat een administratieve handeling. Een vrijwillige uithuisplaatsing tijdens een ondertoezichtstelling is volgens de GI namelijk niet toegestaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De standpunten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Door en namens de moeder is naar voren gebracht dat zij het niet eens is met het verzoek. Zij werkt namelijk mee aan de uithuisplaatsing en daarom is geen machtiging tot uithuisplaatsing nodig. De advocaat van de moeder voegt daaraan toe dat met de schorsingsvoorwaarden bij de schorsing van de voorlopige hechtenis van [minderjarige] dezelfde zorgen worden ondervangen als met een machtiging tot uithuisplaatsing. Bovendien heeft de advocaat contact gehad met Admodum Zorg en hebben zij aangegeven ook plaatsingen te doen zonder civiele machtiging en uitsluitend op schorsingsvoorwaarden en begeleiding door de jeugdreclassering. Om die reden verzoekt de moeder om afwijzing van de machtiging tot uithuisplaatsing. Het strafrechtelijk kader is al ingezet en biedt dezelfde waarborgen als de machtiging tot uithuisplaatsing. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW)). <?linebreak?>Sinds 11 juni 2024 is de voorlopige hechtenis van [minderjarige] geschorst onder voorwaarden. [minderjarige] verblijft sindsdien bij Admodum Zorg in Arnhem. Een thuisplaatsing bij de moeder is op dit moment niet haalbaar. Gelet op artikel 1:265a BW en het gegeven dat [minderjarige] onder toezicht is gesteld, dient de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen. Dit artikel bepaalt namelijk dat een minderjarige die onder toezicht is gesteld slechts met een machtiging tot uithuisplaatsing uit huis kan worden geplaatst. Dat er voor [minderjarige] ook strafrechtelijke schorsingsvoorwaarden gelden, met name de bijzondere schorsingsvoorwaarde dat hij bij Admodum Zorg blijft wonen, maakt dat niet anders. Een strafrechtelijk kader isgeen uitzondering op artikel 1:265a BW. De insteek van het civiel- en strafrechtelijke jeugdrecht is namelijk niet gelijk. Hoewel deze domeinen elkaar kunnen kruisen en soms verbonden zijn, kunnen die ook naast elkaar bestaan en afzonderlijke belangen dienen. Evenmin is op dat punt juridisch relevant dat de moeder instemt met de uithuisplaatsing, want ook dat is geen uitzondering op de regel “geen uithuisplaatsing (onder de ondertoezichtstelling) zonder machtiging” van artikel 1:265a BW. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De machtiging tot uithuisplaatsing zal daarom worden verleend tot het einde van de ondertoezichtstelling zoals verzocht.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 8 juli 2024 tot 11 juni 2025;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2024 door <?linebreak?>mr. E.J. Davids, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. G. Vlemmings als griffier, en op schrift gesteld op 15 juli 2024.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.</para>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>